Nieuws

Jonge accountant is werkdruk beu en wil ander bedrijfsmodel (FD)

Eerst tien jaar buffelen, dan de beloning: het partnerschap. Zo ging het altijd in de accountancy. Maar de nieuwe generatie accountants komt in verzet.

Jeroen Piersma

Bij de grote accountantskantoren is een generatiekloof aan het ontstaan tussen de huidige partners en het aanstormend talent. In de branche gold het altijd als normaal dat jongeren extreem veel uren maken. De uiteindelijke beloning, een lucratief partnerschap, was al dat overwerk waard, heette het. Maar de nieuwe generatie wil zich niet meer over de kop werken.

Grote kantoren en de beroepsvereniging van accountants (NBA) maken zich zorgen over de werkdruk die jonge accountants ervaren. Op het hoogste niveau worden er gesprekken over gevoerd en maatregelen genomen. Maar de praktijk is weerbarstig, en het is de vraag of de kantoren de echte oorzaken aanpakken.

Dat blijkt uit gesprekken die het FD voerde met jonge accountants en met bestuurders van de kantoren en de NBA. De jongeren schetsen een zorgelijk beeld van de dagelijkse praktijk. In de drukke periode van het jaar, die van januari tot mei/juni loopt, werken zij structureel over. De kwaliteitsslag die de firma's sinds enkele jaren zelf maken en het scherpe toezicht van de Autoriteit Financiële Markten leggen extra druk op het werk.

De planning van de controle is over het algemeen te optimistisch en leidt ertoe dat accountants al weer naar de volgende klant moeten terwijl het werk bij de vorige klant nog niet af is. Gevolg: stress.

Over de kling

'We zijn er niet bij gebaat als wij een groep medewerkers over de kling jagen', zegt Agnes Koops, die bij PwC de controlepraktijk leidt. 'We nemen het probleem serieus.' Dus probeert PwC de drukke periode over het jaar uit te smeren, meer ervaren mensen aan te nemen en werk uit te besteden. 'En als er niet voldoende mensen zijn, zeggen we nee tegen een klant.'

'Werkdruk raakt het hart van ons businessmodel', constateert ook Kees Bakker, partner bij de accountantspraktijk van KPMG en verantwoordelijk voor HR. KPMG neemt de afgelopen jaren bewust minder klanten aan en checkt of planningen niet te optimistisch zijn.

Praatsessies

De NBA organiseerde onlangs een gesprek tussen de bestuurders van de kantoren en jonge accountants. 'Inzet was dat de jongeren zouden vertellen waar ze tegenaan lopen en hoe hun bazen hen kunnen helpen', zegt directeur Berry Wammes. 'Dat beviel zo goed dat we nog tien van die sessies gaan houden.'

Directe aanleiding was het rapport dat Nyenrode-onderzoeker Marlies de Vries en Bas Herrijgers van NBA Young Profs in mei publiceerden over de hoge werkdruk in de accountancy. Ook De Vries heeft de indruk dat de klachten van de jongeren inmiddels gehoord worden door de kantoren. 'Maar er is een verschil tussen horen en luisteren. Of ze ook luisteren moet de tijd uitwijzen.'

Commercie regeert nog steeds

Volgens de jonge accountants nemen de partners uit commerciële overwegingen nog steeds te veel klanten aan. Ze zien daar voorlopig ook weinig verandering in komen, omdat de huidige generatie partners hard werken en veel geld verdienen nog steeds hoog in het vaandel heeft staan.

PwC en KPMG stellen echter dat kwaliteit de afgelopen jaren belangrijker is dan commercie. Bakker: 'Voor het inkomen van een partner is het beter om goede kwaliteit te leveren dan een extra klant aan te nemen.'

'Werk is belangrijk, maar we hebben ook nog een léven'

Ontbrekend toezicht van managers. Zuid-Afrikaanse accountants die worden ingevlogen als lapmiddel. En, vooral, heel veel overwerk. De nieuwe generatie accountants maakt steeds meer bezwaar tegen het bedrijfsmodel van de grote kantoren. Zeven jongeren over het leven op de werkvloer.

De Vereniging van Accountancy Studenten op Nyenrode publiceerde eerder dit jaar een manifest. Daarin beklagen de studenten zich. Niet over hun studie, maar over hun werk. Zij hebben kritiek op de balans tussen werk en privé, het gebrek aan aandacht van het management voor hun werk, de checklist-cultuur en het grote verloop onder hun collega's. 'Het is tijd om onze stem te laten horen. Het is tijd voor actie.'

Studentenrevolte in de accountancy? Zo'n vaart loopt het niet, maar voor wie zijn oor te luisteren legt, valt onder jonge accountants een flink ongenoegen te beluisteren. Het FD sprak de afgelopen maanden met zeven jonge accountants (gemiddeld een jaar of 25) over het leven op de werkvloer. Anoniem, want met naam en toenaam praten over hun werk en hun werkgever willen zij niet. Drie van de zeven hebben onlangs de accountancy verlaten, de rest werkt er nog.

'Ik verbaasde mij wel toen ik begon', zegt een 23-jarige accountant die inmiddels vijf jaar bij een Big Four-kantoor (EY, PwC, Deloitte, KPMG) werkt. 'Over hoe hard er werd gewerkt en over de hoeveelheid overwerk. Ik begreep niet waarom dat zo was. En ik begreep ook niet waarom mensen aan die druk toegaven. Maar in de loop van de tijd ga je erin mee, ook al wil je dat eigenlijk niet.'

Zij was haar aanvankelijke verbazing eigenlijk al weer vergeten tot een nieuwkomer haar onlangs vroeg waarom accountants eigenlijk zo hard werken.

De lange weg

Officieel bedraagt een werkweek van jonge accountants veertig uur: 32 uur controlewerk en een dag college. Want in de accountancy worden werken en leren nog altijd met elkaar gecombineerd, tot het moment van het behalen van de accountantstitel. Sommigen bewandelen de lange weg van gemiddeld zeven à acht jaar, als zij direct na de middelbare school aan de slag gaan bij een kantoor. Voor wie eerst een bachelor of een master heeft gehaald, duurt het traject korter.

Maar een werkweek van veertig uur op papier is in praktijk vaak meer, zeker in de drukke periode van het jaar. Als in het voorjaar de klanten hun jaarverslagen publiceren, draaien de accountantsteams overuren. Dan buffelen ze vijftig à zestig uur in de week, schatten de accountants zelf. En dan moet er ook nog gestudeerd worden. De studie-luwe periode die de Nederlandse universiteiten in die periode inlassen biedt wel enige verlichting, maar kan niet voorkomen dat het huiswerk in de avonden en de weekenden moet worden gemaakt.

Werkdruk is van alle tijden

De combinatie van werken en leren is er altijd geweest. De werkdruk ook. De accountancy kent nu eenmaal een druk 'seizoen' waarin accountants van de ene deadline naar de andere hollen. Waarom zou bij jonge accountants de emmer dan juist nu overlopen? Sommige jonge accountants opperen de mogelijkheid dat het iets te maken heeft met hun eigen generatie, die 'anders in de wedstrijd' zou zitten.

'Mensen zijn minder bereid om extreem veel uren te maken', zegt een jonge accountant die nog wel bij een Big Four kantoor werkt maar niet meer als accountant. 'Waar doe je het voor, die vraag vindt de huidige generatie moeilijker te beantwoorden. We vinden werk belangrijk, maar we hebben ook nog een léven.'

Laat het partnerschap maar zitten

Het model waarbij een accountant jarenlang ploetert om het financiële walhalla van het partnerschap te bereiken, spreekt de meeste jonge accountants ook niet meer aan. Ze hoeven niet zo nodig partner te worden. Dat leidt tot een generatiekloof met de partners die vaak nog wel keihard hebben gewerkt om aan de top te komen. Het roept ook vragen op over de houdbaarheid van het huidige partnermodel.

Maar het is niet alleen een generatiekwestie. Vrijwel zonder uitzondering wijzen jonge accountants ook op de druk die de Autoriteit Financiële Markten op de sector legt. De angst voor kritiek van de AFM heeft geleid tot extra richtlijnen en checklists voor kwaliteit. Vooral de dossiers waarin de controlewerkzaamheden worden vastgelegd en waarvan de toezichthouder er periodiek een aantal onder de loep legt, moeten 'AFM-proof' zijn. Ook dat voor elkaar krijgen lukt lang niet altijd binnen de reguliere werktijd.

Kwaliteitseisen omhoog

Bovendien zijn ook de kwaliteitseisen van de kantoren zelf omhoog gegaan. Na een reeks affaires en de dreiging van politiek ingrijpen zijn de firma's in 2014 van start gegaan met een omvangrijk herstelplan dat 53 maatregelen behelst. Er wordt meer tijd in de controles gestoken dan voorheen. Een accountant bij een Big Four-kantoor: 'Er is meer aandacht voor kwaliteit. Als ik tegen een partner zeg dat ik nog acht uur nodig heb om iets goed vast te leggen, krijg ik die ruimte ook. Dat was in het verleden anders.'

Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat dat moet gebeuren met een krappe bezetting. De kantoren hebben - zeker in de huidige arbeidsmarkt - grote moeite om aan voldoende mensen te komen.

De jonge accountant die inmiddels niet meer binnen de accountantspraktijk van zijn Big Four-kantoor werkt, heeft de krapte de afgelopen jaren nijpender zien worden. 'De partners beloofden elk jaar weer dat het volgende jaar rustiger zou worden. Maar dat gebeurde niet. Deels omdat het gewoon niet lukte om de mensen te vinden, deels ook omdat de partners het niet echt wilden. Want het is ook een kwestie van kosten; het is goedkoper om mensen over te laten werken. Inmiddels is het nog moeilijker om aan accountants te komen. Het beroep is minder populair geworden.'

Australische accountants ingevlogen

Met regelmaat moeten er zzp'ers of accountants uit andere landen of werelddelen worden ingevlogen. Het gaat om Oost-Europeanen of accountants uit Zuid-Afrika en Australië, landen waar het drukke seizoen vaak in een ander deel van het jaar valt. Dat verlicht de druk enigszins, maar komt de samenhang in het team niet ten goede. Een jonge Big Four-accountant: 'Het chronische tekort wordt er niet echt mee opgelost. En het gaat ten koste van de teamgeest. Een freelancer zit er toch anders in dan iemand die in vaste dienst is.'

Soms loopt de druk zo hoog op dat er lapmiddelen worden ingezet. Een accountant bij een Big Four-kantoor herinnert zich een grote klant waar hij met een onvolledig team naar toe werd gestuurd. Om de complexe opdracht toch uit te kunnen voeren, werd personeel ingehuurd bij een uitzendbureau. 'Maar dat waren geen accountants. Zo'n situatie moet je echt niet willen.'

'Rustig' seizoen niet rustig meer

De meeste jonge accountants hebben het gevoel dat het drukke seizoen steeds langer duurt en ook de rustige periode niet echt rustig meer is. Wat vooral druk oplevert is dat het werk bij een klant vaak nog niet af is als de volgende klant al weer aan de beurt is. Het gebeurt vooral bij klanten die - zoals accountants het noemen - 'slecht opleveren'. Informatie die accountants nodig hebben voor hun controle is er dan niet of wordt te laat aangeleverd.

Het gevolg is dat accountants in het drukke seizoen telkens een staart werk van de vorige klant meeslepen naar de volgende klant. Aan het einde van het drukke seizoen hoopt dat werk zich op. 'De belangrijkste reden om te stoppen met het accountantswerk was dat ik mij nooit goed kon concentreren op één klant', zegt de accountant die binnen zijn kantoor geswitcht is. 'Dat creëert mist in je hoofd.'

Extra verloop

De werkdruk leidt ook tot extra verloop, signaleren jonge accountants. Verloop bij accountantskantoren is op zich niets bijzonders: het zijn in de kern nog steeds 'up or out'-organisaties waarbij het vertrek van een groot deel van de medewerkers is ingecalculeerd. Een accountantskantoor heeft geen behoefte aan duizend partners. Maar vooral bij het middenkader - de teamleiders en de managers - gaat het hard. Misschien wel té hard. Onder de vertrekkers zitten ook te veel mensen die goed zijn in het vak en die het kantoor eigenlijk niet kwijt wil.

'Bij de managers ligt ook de grootste druk', zegt een accountant die bij een kantoor werkt dat vooral mkb-bedrijven als klant heeft. 'Zij moeten een deel van het werk nog zelf doen, maar ze zijn ook verantwoordelijk voor de begeleiding van de assistenten, de review en de afronding van de opdracht. Ze lopen in het drukke seizoen constant achter de feiten aan.'

Werken zonder manager

Het gevolg is dat jonge accountants het soms zonder manager moeten doen. 'Ik heb controles gedaan waarbij alleen assistenten, een controleleider en een partner betrokken waren', zegt een Big Four-accountant. 'Maar controleleiders zijn nog geen registeraccountant, en partners vliegen hoog over. Je mist dus een bepaalde kwaliteitsslag.' Een collega van haar bij een ander Big Four-kantoor heeft de afgelopen vijf jaar vier keer een andere coach gekregen. In alle gevallen betrof het een manager die vertrok.

Desgevraagd verklaart Agnes Koops, die bij PwC de controlepraktijk leidt, overigens dat zij dit verhaal niet herkent. Afgelopen boekjaar stond het uitstroomcijfer bij haar kantoor op 13% - een 'all time low'. Dat met name managers vertrekken is volgens haar normaal. 'Zij blijven vaak een jaar of zes, à zeven. Dat is niet anders dan vroeger.'

Cultuurverandering nodig

De werkgroep Toekomst Accountantsberoep, die vier jaar geleden het grote hervormingsplan voor de sector opstelde, legde in zijn rapport grote nadruk op de noodzaak van een cultuurverandering. De werkgroep wees op het bestaan van 'een cultuur waarin te veel prikkels zijn gericht op winstoptimalisering en inkomensverbetering (...) en waarin tegenspraak niet wordt gestimuleerd'.

Valt er inmiddels verandering te bespeuren? Jonge accountants zien hier en daar verbeteringen. Er is meer bereidheid bij de partners om naar jonge medewerkers te luisteren. Sommige kantoren hebben sinds kort een 'young board', een soort commissie met jonge accountants die door de partners bij beslissingen wordt betrokken. Of neem het Big Four-kantoor waar het bestuur nog niet zo lang geleden heeft ingrepen op een afdeling waar de sfeer 'te hard' was. De twee verantwoordelijke partners moesten het veld ruimen en sindsdien worden er gesprekken georganiseerd over thema's als de balans tussen werk en privé en de sfeer op de werkvloer.

'Ik heb vroeger hard gewerkt, dus waarom zij niet?'

Dat neemt niet weg dat veel ook nog bij het oude is gebleven. Er zijn nog steeds partners die vinden dat zij zelf destijds heel hard hebben gewerkt en niet inzien waarom de jongere generatie niet hetzelfde zou doen. Voor hen staat het model van wat wel eens 'intensieve menshouderij' is genoemd nog fier overeind.

Een accountant die inmiddels is vertrokken bij een Big Four-kantoor herinnert zich dat het niet werd gewaardeerd als hij een paar avonden in de week ging sporten. 'Je krijgt dan te horen dat je committment niet goed is, en dat je niet voldoende verantwoordelijkheid neemt. En dat zijn wel “key performance indicators”.'

En er zijn ook nog steeds collega's die de werkdruk juist als een uitdaging zien. 'Jongens die haantjesgedrag vertonen', zegt een jonge vrouwelijke accountant. 'Als iemand om vijf uur naar huis gaat zeggen ze: “Oké, fijne middag nog.” Klagen over werktijden is in hun ogen zwak en wordt niet getolereerd.'

Onrealistische planning

Gevraagd naar de belangrijkste oorzaak van de hoge werkdruk zeggen de meeste jonge accountants: te veel klanten en een onrealistische planning. De kantoren nemen de afgelopen jaren weliswaar niet meer alle klanten aan - klanten die slecht opleveren of niet bereid zijn een fatsoenlijke prijs te betalen worden steeds vaker gemeden -, maar het zijn er gezien de krappe capaciteit nog steeds veel. En in het heetst van de concurrentiestrijd offreren partners regelmatig een te optimistische prijs.

Het gevolg is dat het controlebudget en de daarop gebaseerde planning te krap zijn. 'Het probleem begint bij de offerte', zegt een accountant die inmiddels in het bedrijfsleven werkt. 'De prijs wordt gebaseerd op de kale controle. Dat betekent dat alles wat niet goed gaat, erbij komt. Het komt regelmatig voor dat een controleplanning met 50% wordt overschreden. Partners spreken een prijs af die alleen maar ten koste van de eigen mensen haalbaar is.'

De portemonnee staat op één

Volgens hem zouden de partners realistischer moeten offreren en dus minder klanten moeten aannemen. Maar dat gaat ten koste van de omzet, en dus van de portemonnee. En zover zijn veel partners nog niet. Veel geld verdienen door hard te werken is nog steeds een belangrijke drijfveer bij de grote kantoren.

'De makkelijke oplossing?' zegt een jonge accountant. 'Stuur een kwart van de klanten weg. Dat komt de kwaliteit ten goede. Maar dat gaan ze niet doen.'

Dit artikel is gebaseerd op gesprekken met zeven jonge accountants, die alleen op basis van anonimiteit wilden meewerken. Hun namen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Copyright © Het Financieele Dagblad, 2018. fd.nl

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.