Opinie

RJ 290.6 hedge accounting moet op de schop

In december 2016 presenteerde de NBA met gepaste trots 'Het jaar 2015 verslagen', het jaarlijkse onderzoek naar de verslaggevingspraktijk. Daarin nemen Kees Roozen en Bart Kamp het artikel 'Derivaten in Nederlandse jaarrekeningen' voor hun rekening.

Hoofdstuk 4 uit dat artikel behandelt hedge-documentatie. De auteurs beschrijven eerst de eisen in RJ 290.6, vergelijken die met IFRS en constateren dat RJ 290.6 gematigder is, maar in grote lijnen IFRS volgt. In de uiteenzetting klinken wel kritische noten, maar daar blijft het bij. Naar mijn analyse staat RJ 290.6 op gespannen voet met Boek 2 BW Titel 9 en moet dit dus nodig op de schop.

Een hedge is een indekkingsinstrument. Hedge accounting betekent dat indekkingsinstrument en hoofdinstrument als één instrument worden gewaardeerd. Bijvoorbeeld: een renteswap dekt het bedrijf in tegen de variabele rente van een lening, zodat lening en renteswap samen als een vastrentende lening gepresenteerd worden; geheel in overeenstemming met de werkelijkheid.

Maar in RJ 290.6 is, in navolging van IFRS, hedge accounting optioneel. Je mag die renteswap gerust als open positie waarderen, al is die positie helemaal niet open. Sterker nog: om hedge accounting te mogen toepassen wil RJ 290.6 dat de band met het hoofdinstrument uit de administratie blijkt; al is die eis in RJ 290.6 minder extreem dan in IFRS. Door te manipuleren met de administratieomvang kan het bedrijf de winst vergaand sturen en vertekenen. En dat over vele jaren, zoals de auteurs terecht illustreren met een voorbeeld van een vast actief, dat wordt afgerekend met een vereffening in vreemde valuta die tevoren is afgedekt.

Het is duidelijk: standardsetters hebben iets tegen hedge accounting. De vorige IASB-voorzitter Tweedie gaf daarvan ook duidelijk blijk. Binnen de IASB is wel discussie geweest om hedge accounting voor te schrijven, maar dat heeft het niet gehaald (vernamen wij van onze Engelse collega's). Op zich wel begrijpelijk: bedrijven kunnen creatief zijn in het verzinnen van relaties tussen instrumenten en derivaten en zo verliezen voor zich uit schuiven. Maar om zoiets in te perken is het beroep van openbaar accountant uitgevonden!

RJ 290.6 zou zich moeten beperken tot een eis dat, als sprake is van een hedge, ook hedge accounting moet worden toegepast. En wanneer zoiets niet duidelijk is moet het derivaat als open positie worden gewaardeerd. Effectiviteit van de hedge kan worden weggelaten: het niet-effectieve deel is een open positie en moet als zodanig worden gewaardeerd, als het verschil van voldoende grote betekenis is.

Mij is niet bekend of zo'n zaak aan de Ondernemingskamer is voorgelegd. Wel zijn enkele gevallen voorgelegd aan de fiscale rechter, die moet oordelen of sprake is van 'goed koopmansgebruik'. Een term die primair de bedrijfseconomische werkelijkheid volgt, afgezien van fiscale uitzonderingen die buiten het bestek van deze analyse vallen. Een voorbeeld is het arrest van het Amsterdamse gerechtshof van 29 november 2016, waarbij de rechter een dusdanige band tussen lening en renteswap constateerde dat beide samen als één gewaardeerd dienden te worden, ondanks het beroep op de RJ door belanghebbende.

Kortom: een hedge die niet wordt gepresenteerd als een hedge maar als een open positie, geeft een onjuist beeld van de werkelijkheid en is daarmee in strijd met de getrouw-beeldeis van 2BW9. De consequentie is dat, als de afwijking te groot is, de accountantsverklaring niet onder COS700 zou moeten vallen, maar een compliance-verklaring ex COS800 moet zijn.

Wat vindt u van deze opinie?

Reacties 21 5 Spelregels debat

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.