Weinig aandacht voor biodiversiteitsdata vormt risico voor organisaties
Ondanks ruime beschikbaarheid van publieke biodiversiteitsdata benutten bedrijven dit soort informatie veel te weinig. Dat belemmert niet alleen effectief natuurbeleid, maar vormt ook een toenemend probleem bij verplichte duurzaamheidsrapportage.
Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van KPMG, Naturalis Biodiversity Center en Biodiversa+. De wereldwijde achteruitgang van biodiversiteit is al langer zichtbaar, maar dringt volgens het onderzoek nog onvoldoende door in de bestuurskamer. Populaties van insecten en vogels nemen in hoog tempo af, met directe gevolgen voor ecosystemen én economische activiteiten. Toch maken bedrijven nog beperkt gebruik van de beschikbare biodiversiteitsdata die nodig is om risico's, afhankelijkheden en impact inzichtelijk te maken.
Volgens de onderzoekers is het hardnekkige idee dat er nauwelijks biodiversiteitsdata bestaat onjuist. "Meer dan de helft van alle geldstromen in de wereld is afhankelijk van de natuur en diensten die ecosystemen leveren; van bestuiving tot schoon water en gezonde bodems", stelt Faiza Oulahsen, directeur Klimaat en Duurzaamheid bij KPMG. "Veel organisaties beseffen nog steeds niet hoe afhankelijk ze zijn van de natuur en welke gevolgen hun eigen handelen heeft voor die natuur. Om te begrijpen waar ze staan en welke acties ze moeten nemen, moet bestaande data veel beter worden benut."
Opmerkelijk en risicovol
Dat bedrijven dat nog niet doen, vinden de onderzoekers opmerkelijk, omdat er juist veel publieke datasets beschikbaar zijn over soorten, habitats en ecosystemen. In de praktijk blijken vindbaarheid, gebrek aan standaardisatie en de vertaalslag van wetenschappelijke informatie naar concrete managementbeslissingen belangrijke drempels. Daardoor blijft biodiversiteitsdata vaak buiten scope bij strategische besluitvorming, risicomanagement en investeringsanalyses.
Het onderzoek laat volgens KPMG zien dat het wel kan. Zo gebruiken bedrijven in de energie- en infrastructuursector gecombineerde vogeldata om risico's rond bovengrondse elektriciteitslijnen beter te voorspellen en schade aan natuur te beperken. "De private sector kan niet wachten op perfecte data", benadrukt Oulahsen. "Begin met wat er is, bouw kennis op en verbeter gaandeweg de kwaliteit van informatie. Publieke datasets moeten wél toegankelijker en consistenter worden. Daar ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid."
Accountant
Die oproep krijgt extra gewicht door de invoering van de Europese rapportageverplichtingen. Biodiversiteit is inmiddels een expliciet onderdeel van de Europese duurzaamheidsrichtlijn CSRD, al is de scope daarvan door het Omnibus-vereenvoudigingspakket wel kleiner geworden. Maar CSRD-plichtige bedrijven moeten transparant rapporteren over hun afhankelijkheden, risico's en genomen maatregelen.
"Wie tegenover een accountant stelt dat er 'geen data is', houdt dat steeds moeilijker vol", zegt Oulahsen, die er ook op wijst dat er inmiddels voorlopers zijn in de energie-, scheepvaart en financiële sector die laten zien dat het wél kan.
Samenwerking
Volgens Naturalis Biodiversity Center is verdere samenwerking cruciaal. De opkomst van nieuwe analysetools waarmee bedrijven hun impact en afhankelijkheden op biodiversiteit kunnen reduceren, maken de data beter toepasbaar. Ook volgens Donna Teske, projectleider Natuurlijk Kapitaal van Naturalis Biodiversity Center, is er "nog veel terrein te winnen, vooral bij het praktisch gebruik van data door bedrijven".
