IFRS

Tien jaar IFRS: reden voor tevredenheid?

Het is ruim tien jaar geleden dat IFRS verplicht werd gesteld voor beursgenoteerde ondernemingen. Twee wetenschappers en twee bedrijven kijken terug op dit eerste decennium.

Lieuwe Koopmans

Een van de belangrijke redenen om met IFRS te beginnen, was de wens om jaarrekeningen van bedrijven uit verschillende landen beter vergelijkbaar te maken. Daarmee sloot de nieuwe boekhoudstandaard aan bij het steeds internationaler wordende kapitaalverkeer en de vorming van een interne Europese markt. Is deze inzet uitgekomen?

Een recent onderzoek van de Europese Commissie over de impact van IFRS onder ondernemingen en beleggers laat zien dat dit inderdaad het geval lijkt te zijn. Het merendeel van de beleggers vindt de jaarrekeningen transparanter en beter vergelijkbaar.

Lokale gebruiken

Ralph ter Hoeven, hoogleraar externe verslaggeving aan de RUG en voorzitter van het IFRS-excellence centre van Deloitte, deelt deze mening. "Vroeger had je in Europa 27 verschillende boekhoudstandaarden en waren jaarrekeningen nauwelijks te vergelijken. Met IFRS is dit veel beter geworden. Wel zie je nog op lokaal niveau bepaalde gebruiken terugkomen in de toepassing van de richtlijnen. Zo zie je in het Verenigd Koninkrijk in de resultatenrekening een voor hen traditionele onderverdeling in recurring (jaarlijks terugkerende) en bijzondere posten. In andere landen zie je dit nauwelijks."

Ook Ruud Vergoossen, hoogleraar externe verslaggeving aan Nyenrode en Universiteit Maastricht en partner/aandeelhouder bij BDO, is positief, maar wijst net als Ter Hoeven op lokale tradities. "Je ziet bijvoorbeeld dat Duitsland en Frankrijk fair value-waardering minder vaak toepassen dan het Verenigd Koninkrijk. Een ander voorbeeld is het tussentijds winst nemen bij meerjarige projecten. Traditioneel is Duitsland hier altijd zeer voorzichtig mee."

Vergoossen verwacht dat op termijn de cultuurverschillen verdwijnen. "Er is nu een nieuwe generatie die is opgegroeid met alleen IFRS. Bovendien wordt de rol van de Europese toezichthouder ESMA sterker ten koste van de lokale toezichthouders zoals de AFM."

Relevant

Een andere vraag is of het fair value-principe, waarop IFRS veel nadruk legt, ook echt een verbetering is. Volgens Ter Hoeven worden vooral financiële instellingen met deze kwestie geconfronteerd, zoals bij de waardering van beleggingen en derivaten. "Ondanks de heftige discussies kun je na tien jaar zeggen dat fair value-waardering niet zo slecht is geweest. Financiële instellingen krijgen zo goed zicht op de grootte van het te verschaffen of te ontvangen onderpand. Dit is voor beleggers relevante informatie."

'Ondanks de heftige discussies kun je na tien jaar zeggen dat fair value-waardering niet zo slecht is geweest.'

Aan de andere kant vindt Ter Hoeven sommige fair value-berekeningen voor beleggers minder interessant. Een voorbeeld is de goodwill impairment. "Een afboeking geeft weliswaar een signaal, maar bevat ook veel subjectieve aannames over bijvoorbeeld toekomstige kasstromen."

Vergoossen vindt fair value beter en relevanter dan de historische kostprijs, vooral als de activa direct verhandelbaar zijn, zoals belangen in beursgenoteerde ondernemingen en vastgoedbeleggingen. Maar hij ziet ook dat in het veld de meningen over fair value verdeeld zijn en hij benadrukt dan ook dat IFRS de mogelijkheid biedt om de historische kostprijs te gebruiken, wanneer de reële waarde van bepaalde activa niet betrouwbaar genoeg kan worden vastgesteld.

Meer toelichting

Wat waren de operationele gevolgen voor de verslaggevingsafdelingen van ondernemingen? Is IFRS complexer en bewerkelijker gebleken dan de vroegere 'eigen' standaard (voor Nederland Dutch GAAP)? IFRS is veel strikter en vraagt veel meer toelichting op bepaalde posten dan de RJ-richtlijnen, vindt Ruud Vergoossen. "Vooral voor kleinere bedrijven betekende het behoorlijk meer werk, bijvoorbeeld bij het onderwerp pensioen in het geval van een DB-regeling. Dit bleek echt zeer complex. Daarnaast uiteraard de berekeningen rond goodwill en financiële instrumenten en in de toekomst bij leasecontracten."

'Vooral voor kleinere bedrijven betekende IFRS behoorlijk meer werk.'

Ook Ter Hoeven vindt deze toegenomen informatieplicht bewerkelijk voor bedrijven. "Maar als je het als bedrijf eenmaal in een model hebt zitten, valt het toch wel weer mee. Bovendien is de basisadministratie voor het opstellen van de jaarrekening qua werk hetzelfde gebleven. Daarnaast is IFRS voor multinationals in die zin voordelig dat ze te maken hebben met veel minder standaarden, soms maar één."

Vanessa Stuy (Telegraaf Media Groep): 'IFRS maakt verslaggeving professioneler'

Vanessa Stuy, hoofd Group Control bij TMG, is een voorstander van IFRS. "De overgang van Dutch GAAP naar IFRS betekende voor ons veel werk. We moesten behoorlijke slagen maken bij het onderbouwen van cijfers en het vastleggen van gegevens. Vooral bij subjectieve elementen, zoals goodwill, werd meer onderbouwing gevraagd. Maar terugkijkend kan ik concluderen dat IFRS de professionaliteit van onze verslaggeving heeft verbeterd. Ook vind ik het positief dat we als bedrijf onze eigen cijfers nu beter kunnen vergelijken met die van andere Europese mediabedrijven.

Door de nadruk op fair value in IFRS, werden de impairment-tests voor ons een belangrijk dossier. We hebben een aantal forse afboekingen moeten doen, die er stevig inhakten. Lineaire afschrijving, zoals het voorheen ging, lijkt dan weer aantrekkelijk. Maar ook dan zou je van de buitenwereld de vraag krijgen wat de werkelijke waarde van een deelneming is.

Overigens valt een impairment-test qua complexiteit wel mee, zeker als je het goed in een model hebt staan. Richtlijnen die voor ons wel lastig bleken, waren bijvoorbeeld IFRS 3 en dan vooral bij purchase price allocation, en de segmentrapportages uit IFRS 8. Dit laatste is behoorlijk subjectief. Bij elk bedrijf is de interne sturing anders en segmentonderverdelingen zijn daardoor lastig te vergelijken. IAS 19, over de pensioenen, zorgde voor veel extra disclosure maar vooral de herziene IAS 19 had impact op het resultaat en het eigen vermogen.

Voor de komende jaren wordt IFRS 15, over omzetverantwoording, voor ons belangrijk. Voorheen was dit een gestandaardiseerd proces, vanaf 2018 gaat dat op basis van eigen inschattingen, dus ook hier weer meer subjectiviteit. Het gaat dan om eigen interpretaties over contracten, klanten en betaalgedrag. Overigens is de conceptrichtlijn qua inhoud tamelijk agressief gelanceerd. Nu zie je dat er via enkele bijstellingen de scherpste kantjes vanaf worden gehaald."

Herzieningen

Een neveneffect van de invoering van IFRS is de haast eindeloze stroom aan aanpassingen en herzieningen van bestaande en de invoering van nieuwe richtlijnen. Is dat allemaal zinvol? Vergoossen en Ter Hoeven zijn hier niet negatief over. Vergoossen: "Veel aanpassingen zijn gericht op het weghalen van inconsequenties in de bestaande richtlijnen, dat vind ik prima. Daarnaast zijn een aantal vernieuwingen in mijn ogen zeker verbeteringen. De nieuwe richtlijn voor ondernemingspensioenen sluit beter aan bij de werkelijkheid en ook IFRS 9, voor financiële instrumenten, is een vooruitgang vergeleken met wat er nu is."

Ter Hoeven is het daarmee eens: "IAS 39 was, mede door hoe dit tijdens de kredietcrisis uitwerkte bij de banken, echt aan herziening toe. Bijvoorbeeld de afwaarderingsregels van de available-for-sale-instrumenten." Daarnaast wijst Ter Hoeven erop dat een aantal herzieningen in de afgelopen tien jaar zijn gedaan om meer aansluiting te vinden bij US GAAP. Als voorbeeld noemt hij de omzetsegmentatie in IFRS 8.

Verzekeringscontracten

Wat zijn actuele herzieningstrajecten die voor de wetenschap en de praktijk interessant zijn? Ter Hoeven noemt de nieuwe standaard voor het waarderen van verzekeringscontracten het uitdagendst. "Het wordt voor de verzekeringssector een conceptueel nieuw en waarschijnlijk ingewikkeld model. En het is ingrijpend: alle contracten moeten opnieuw worden gewaardeerd. Je spreekt dan over een waarde van honderden miljarden euro’s."

'Alle contracten moeten opnieuw worden gewaardeerd. Je spreekt dan over een waarde van honderden miljarden euro’s.'

Vergoossen ziet de overall herziening rond het thema disclosure als belangwekkend. "Veel tekst in de jaarrekeningen zijn toelichtingen waarvan je je kunt afvragen of dat allemaal nodig is. Het ontrekt bovendien het zicht op wat daadwerkelijk belangrijk is. Alle IFRS-standaarden worden daarom nu nagelopen op wat nu echt in de jaarrekening moet worden opgenomen."

Henk Pool (Randstad Holding): 'Denk na over materialiteit binnen IFRS'

Henk Pool, director Financial Accounting bij Randstad, ziet nog ruimte voor verbetering. "Ook bij ons betekende IFRS duidelijk meer werk. Dat is alleen al te zien aan de omvang van het financiële deel van de jaarrekening. Dit groeide van zo’n twintig bladzijden onder Dutch GAAP naar vijftig onder IFRS. Vooral bij de onderwerpen goodwill/business combinations, belastingen en pensioenen moeten we meer toelichten. Qua werk merken we het vooral in het eerste jaar na de invoering van een richtlijn. Als het eenmaal staat, dan valt het mee.

Wel zou ik willen pleiten voor een materialiteitsgrens, die ontbreekt nu volledig in IFRS. Kijk bijvoorbeeld bij onze pensioenen: het DB-deel van onze regeling is relatief gering en beslaat zo'n zeventig miljoen euro. Het balanstotaal van Randstad is zeven miljard euro. Toch hebben we drie pagina's in onze jaarrekening over de DB-pensioenen. Dat is in mijn ogen onnodig.

Op het vlak van goodwill hebben we een flinke verandering ondergaan. Onder Dutch GAAP boekten we bij overnames goodwill meteen af van het eigen vermogen. Nu activeren we het en beoordelen we elk jaar de waarde. Deze goodwill impairment-test wordt bepaald aan de hand van projecties. Dat impliceert het beoordelen van ontwikkelingen in de toekomst, met alle daarbij behorende onzekerheden.

De komende tijd wordt voor ons IAS 17 rond lease accounting erg relevant. Aangezien Randstad veel huurpanden heeft, zal de richtlijn veel impact hebben, niet alleen op de balans maar op de hele business. De implementatie wordt echt een groot project. Extra werk bij nieuwe richtlijnen is de herrekening van oude cijfers, zeker als er elk jaar nieuwe richtlijnen van kracht worden. Mijn advies is om een aantal herzieningen met impact 'op te sparen' en tegelijk te laten ingaan. Dan hebben alle bedrijven even een inspanning, maar ben je daarna voor een tijd klaar."

Verder wijzen beide hoogleraren op de herziening van het zogeheten Conceptual Framework. Dat is inderdaad interessant om te volgen, vindt Vergoossen. "Het is de basis voor de andere richtlijnen. Er zal kritisch worden gekeken naar onderwerpen als materialiteit en het voorzichtigheidsbeginsel."

Bij dit laatste onderwerp signaleert Ter Hoeven dat de Europese politiek het toetrekt naar de fair value-discussie. "Men is bang dat de deur hiervoor wagenwijd wordt opengezet en dat er kans is op het ontstaan van zeepbellen. Ik vind dit niet helemaal gerechtvaardigd. De gevolgen voor het fair value-gebruik worden overschat."

Lieuwe Koopmans is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.