Educatie

Nieuwe AA-opleiding maakt behoorlijke start

Het is zo'n drie jaar geleden dat de 'nieuwe' AA-opleiding Accountancy-MKB van start ging. Wat zijn de bevindingen tot dusver?

Lieuwe Koopmans

Het vernieuwde opleidingsprogramma voor toekomstige AA-accountants werd vormgegeven op basis van de zogeheten 'Eindtermen 2016'. Dit overzicht van wat accountants moeten kennen en kunnen onderging in dat jaar een drastische verandering. De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) besloot, in navolging van het veranderende beroepsprofiel van de AA-accountant, de vakken op het gebied van de jaarrekeningcontrole flink in te perken.

Daarvoor in de plaats kwam meer aandacht voor de adviesrol van de accountant, bijvoorbeeld over financiering, strategie en belastingen. Ook de praktijkopleiding werd op een nieuwe leest geschoeid, om die beter dan voorheen te laten aansluiten op de werkzaamheden van de AA-accountant in het mkb. Nieuwe onderdelen zijn onder meer intervisie, een nieuw trainingsprogramma voor soft skills en een referaat.

Instroom

Welke invloed heeft de aanpassing van het lesprogramma gehad op de studenteninstroom? De CEA heeft alleen geaggregeerde statistieken over de laatste twee jaar: 312 voor 2017/2018 en 376 voor het afgelopen studiejaar. De prognose voor het lopende seizoen komt met 363 iets lager uit. Uit een rondvraag onder een aantal instituten kan een wat langere trend worden opgemaakt. De opleiders zagen in de aanloop naar de nieuwe oriëntatie Accountancy-MKB voor de AA de instroom afnemen in de destijds nog 'oude' opleiding. Veel cursisten-in-spe bleken te wachten tot de nieuwe opleiding zou beginnen. Vanaf 2016 steeg de instroom dan ook aanzienlijk, overigens mede gedreven door meer afgestudeerden aan de hbo-bachelor Accountancy.

Wel wordt door verschillende betrokkenen gewezen op het feit dat het aantal AA-studenten nog aanzienlijk lager ligt dan bijvoorbeeld tien jaar geleden. Voor een deel komt dit doordat accountancy als opleiding minder populair is geworden, in vergelijking met andere economische studies. Daar komt bij dat het RA-vak aantrekkelijker wordt gevonden dan dat van AA. Frans van Luit, directeur hbo A&A: "Mijn inschatting is dat ook veel hbo-studenten die de bachelor Accountancy hebben gedaan, voor de RA-opleiding kiezen." De AA-instroom beweegt dan ook mee met deze voorkeuren, aldus Jurroen Cluitmans, opleidingsmanager bij Full Finance. "Als er meer hbo-ers naar de universiteit gaan voor de RA-opleiding, zijn er minder beschikbaar voor de AA-praktijk bij de kleinere kantoren. Daarnaast speelt het economisch tij mee: bij economische groei zie je dat vooral de grotere kantoren meer hbo-ers vragen."

Opluchting

Dit neemt dus niet weg dat de nieuwe AA-opleiding in vergelijking met de oude een behoorlijke start heeft gemaakt. Studenten zijn opgelucht dat vakken als Audit en Externe Verslaggeving voor een deel zijn verdwenen, licht Peter Kuppen, opleidingsmanager bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), toe. "Ze worstelden er echt mee; de slagingspercentages waren soms lager dan tien procent." Daarnaast sluit de grotere aandacht voor adviesvaardigheden beter aan bij de beroepspraktijk van de AA. De meeste cursisten hebben al een of twee jaar gewerkt en herkennen de context van de lesstof. "Hèhè, eindelijk iets wat ik kan gebruiken in m'n werk", is een geluid dat Frans van Luit regelmatig terug hoort. Hij ziet zelfs dat cursisten die bij de oude opleiding zijn afgehaakt, nu weer terugkomen.

'De nieuwe AA-opleiding heeft in vergelijking met de oude een behoorlijke start heeft gemaakt.'

Verder speelt het gegeven dat er minder landelijke toetsing is een rol, vermoedt Marcha van Meer, opleidingsmanager bij Avans+ in Breda. "Nu zijn er bij de hogescholen nog maar twee examens landelijk. Voor de andere modules kun je nu de toetsing veel flexibeler regelen, zoals met een portfolio beroepsproduct, op de praktijk gerichte werkstukken en een mondeling examen."

Oordeel werkgevers

Behalve de studenten zijn ook de (potentiële) werkgevers, de accountantskantoren in de regio, positief over het nieuwe theoretische lesprogramma. Jurroen Cluitmans (Full Finance): "Ik hoor van hen dat de opleiding veel meer gericht is op de vraagstukken van hun directe mkb-klanten. Ze hebben weinig behoefte aan theorie over de jaarrekeningcontrole en IFRS, wat dominant was in de vorige opleiding." Ook de kantoren in Gelderland en Noord-Brabant zijn tevreden, signaleren de HAN en Avans+.

Instroom praktijkopleiding

De meeste AA-studenten volgen op dit moment nog de traditionele route: starten met de praktijkopleiding als de theoretische is afgerond. Bij de instroomcijfers is een zelfde trend zichtbaar als bij de theoretische studie. Ook hier hebben veel aankomend AA-ers blijkbaar gewacht tot de 'nieuwe' praktijkopleiding (op basis van de Eindtermen 2016) van start ging.

Uit cijfers van de Raad voor de Praktijkopleidingen van de NBA blijkt dat de instroom in 2014 en 2015 rond de 160 lag en in 2016 groeide naar bijna 300. In 2017 bedroeg de instroom zelfs 381, waarna vorig jaar een flinke daling inzette naar 150, mogelijk doordat veel AA-ers het nieuwe theorietraject nog niet hebben afgerond. Dit jaar lijkt het weer aan te trekken: tot 1 september startten 154 studenten met de praktijkopleiding. 

Toch zijn niet alle reacties vanuit de werkgeverskant eenduidig lovend. Met name het loslaten van de controlebevoegdheid en in de opleiding de controlevakken leidt bij sommige kantoren tot vraagtekens, merkt Theo Reuters, hoofd HR bij de SRA. "Ze vragen zich af waarin een aankomende AA zich dan nog onderscheidt van een adviseur met bijvoorbeeld alleen een BE-achtergrond." Peter Kuppen (HAN) ziet dit gevaar ook. Hij benadrukt dat in de nieuwe opleiding nog steeds een aantal assurance (en daaraan verwante) componenten zitten zoals 'overige assurance-opdrachten' en risicogericht samenstellen. "Voor de accountantstitel zijn deze vakken van levensbelang." Frans van Luit (HBO A&A) vult daarop aan dat de AA-opleiding ook een oriëntatie assurance kent, waarmee de AA controlebevoegdheid voor alle niet oob-organisaties verkrijgt.

Verbeteringen

Inhoudelijk is ook de CEA positief over hoe de opleiders de theoretische AA-eindtermen hebben vormgegeven. De CEA noemt het zelfs "een schot in de roos". Wel is de eindtermencommissie kritisch over de modules omtrent IT, waar de opleidingsinstituten volgens de CEA "flink in moeten investeren". De meeste opleiders moeten deze kennis van buiten halen en de CEA pleit in dit verband voor nauwe samenwerking met de kantoren.

Verder zou Frans van Luit (HBO A&A) graag zien dat in het theoretische deel wat meer praktische adviesvaardigheid wordt ingebouwd. "Hoe breng je een advies overtuigend over? Je moet als accountant zaken durven zeggen en te sturen. Communicatieve skills zijn dan belangrijk." Cluitmans (Full Finance) ziet een verbeterpunt in meer specialisatie. Nu is de opleiding volgens hem eigenlijk te breed. "Een student zou op een bepaald punt in de studie moeten kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een fiscale, financierings- of IT-richting."

Integratie met praktijk

Daarnaast experimenteren sommige hogescholen nu met integratie van de theoretische en de praktijkopleiding. Dat is afwijkend van de traditionele route, waar een student na de bachelor en een eventueel schakelprogramma eerst de theoretische opleiding afrondt en pas daarna (soms met een of twee tussenjaren) de praktijkopleiding volgt. Deze geïntegreerde opleiding van drie tot vier jaar moet voorkomen dat aankomende AA-ers na de theoretische opleiding te lang wachten om verder te gaan, waardoor ze geneigd zijn over te stappen naar het bedrijfsleven, legt Marcha van Meer (Avans+) uit.

'Voor de student is het prettig om de geleerde theorie meteen toe te kunnen passen in een praktijkopdracht.'

"Het AA-traject is dermate lang dat deze verleiding er echt wel is. Bovendien is het voor de student prettig om de geleerde theorie meteen toe te kunnen passen in een praktijkopdracht." Wel is het volgens haar belangrijk om flexibel met het volgen van de modules om te kunnen gaan omdat de 'nominale duur' van de opleiding in combinatie met een baan "eigenlijk niet te doen is".

Toekomstmodel?

Ook de HAN biedt sinds kort dit geïntegreerde studieprogramma aan, vertelt Peter Kuppen. "Wij zien dit echt als het studiemodel van de toekomst. De CEA reageert positief en met de Raad voor de Praktijkopleidingen zijn we op dit punt continu in gesprek." De NBA staat eveneens positief tegenover deze ontwikkeling, stelt Jeroen Buchel, hoofd Opleidingen bij de NBA. "Wij zien dit als een kwaliteitsverbetering. Integratie van theorie en praktijk is gewenst op de momenten dat dat relevant is. Je kunt dan denken aan meer vaardigheidstrainingen en het bespreken van door studenten ervaren praktijksituaties. Dat is een goed idee. Bij dat laatste kun je bijvoorbeeld ook de kantoren meer betrekken."

Minder opleiders

Behalve het opstellen van de eindtermen bepaalt de CEA met accreditaties welke  opleidingsinstituten de accountancyopleiding mogen aanbieden. Dit geldt zowel voor de theoretische opleiding als voor de (volledige) praktijkopleiding. Bij de theoretische AA-opleiding valt op dat het aantal onderwijsinstellingen flink lager ligt vergeleken met het 'oude' programma: een halvering van twintig naar tien. Soms komt dit door een overname: zo verdween NCOI als aparte partij na de acquisitie van het welbekende Markus Verbeek Praehep. Ook zijn de hogescholen in de Randstad nagenoeg allemaal gestopt met de theoretische post-hbo opleiding. Het aantal cursisten was daar relatief gering, daarom zagen de desbetreffende hogescholen af van het ontwikkelen van een heel nieuw onderwijsprogramma. Onder meer Avans+ en HBO A&A zijn in dit 'randstad-gat' gesprongen.

Theo Reuters (SRA) heeft er enigszins ambivalente gevoelens bij. "Aan de ene kant vind ik integratie van praktijk en theorie prima, waarbij overigens de praktijk leidend moet zijn en theorie ondersteunend. Aan de andere kant zie je dat werkgevers aarzelend zijn. Zij moeten uiteindelijk de opleidingskosten betalen en willen dan wel dat een AA-er past binnen het kantoor. Dan zijn tussenjaren tussen theorie en praktijk wel handig."

Praktijkopleiding zwaar

De meeste AA-ers volgen nu nog de praktijkopleiding na de theoretische en doen dit in hoofdzaak via de stagebureaus van NBA en SRA. Die opleiding is na implementatie van de nieuwe eindtermen een stuk zwaarder geworden, vindt Theo Reuters (SRA). "Dat horen we terug van de studenten en van de werkgevers. Ze hebben vooral moeite met de drie verschillende assurance-opdrachten, waarvan ze er in totaal zes of tien moeten doen." Naast jaarrekeningcontroles zijn dat ook assurance-issues zoals subsidiecontroles.

'AA-trainees met alleen samenstelervaring kunnen bij de middelgrote en grotere kantoren niet altijd goed uit de voeten binnen een gespecialiseerd controleteam.'

Jeroen Buchel (NBA) ziet dat bij de meeste kleinere kantoren er gewoon niet genoeg van dit type opdrachten zijn. "Dat is echt een probleem." Marcha van Meer (Avans+) is iets positiever: "De opdrachten liggen weliswaar niet voor het oprapen, maar onze ervaring is dat iedereen goede opdrachten op kantoor heeft liggen." Een ander knelpunt is dat veel AA-trainees met alleen samenstelervaring bij de middelgrote en grotere kantoren niet altijd goed uit de voeten kunnen binnen een gespecialiseerd controleteam, aldus Reuters. "Regelmatig horen we dat het eigenlijk niet effectief is dat een trainee in een dergelijk team meeloopt."

Tijdsbeslag

Voor assurance-opdrachten in het laatste jaar van de praktijkopleiding kunnen AA-studenten ook kiezen voor simulaties, waarvan de meesten worden verzorgd door opleidingsinstituten als Avans+ en Full Finance (in samenwerking met de SRA). Deze  simulaties worden volgens Reuters als erg goed en waardevol ervaren door studenten, maar het kost uiteraard wel tijd. "Daarnaast zijn er het trainingsprogramma van drie dagen per jaar en de intervisiebijeenkomsten waarvan verslagen moeten worden gemaakt. Qua werkdruk mag het dus wel een tandje minder."

Statistieken HBO-Bachelor Accountancy

Ongeveer de helft tot tweederde van de instroom in de AA-opleiding komt uit de HBO-bachelor. Het is dus relevant om te kijken naar de instroom- en uitstroomcijfers op de hbo's. De instroom heeft de afgelopen vijf jaar een licht dalende trend: in 2014 begonnen bijna 1.400 studenten aan de bachelor, in 2018 nam dat af naar 1.275. Gedurende de studie haakt een behoorlijk deel af, circa 40 tot 45 procent. Het aantal hbo-studenten met een accountancydiploma bedroeg in 2017 (laatst bekende cijfer) 768, veertig meer dan 2016 en bijna tachtig meer dan in 2015.  Avans+ is qua aantallen veruit de grootste opleider, gevolgd door de HAN en de Hogeschool van Rotterdam. Opvallende stijger in de laatste paar jaar is Saxion in Enschede.

Iets minder belasting lijkt er overigens te zijn bij de variant van zes assurance-opdrachten. Marcha van Meer: "De AA-er krijgt hier een verkorting van honderd uur. Cursisten komen dan naar de opleiding voor zogeheten contactdagen, waar ze duidelijke hulp ontvangen vanuit een begeleider/docent voor de assurance-opdracht. Deze opdrachten krijgen we van kantoren uit de regio, inclusief de grote." Desalniettemin hoort Jeroen Buchel (NBA) van kantoren dat het totale tijdsbeslag van de praktijkopleiding op AA-studenten erg groot is. "Het is meer dan bij de oude opleiding en dat gaat ten koste van gewone werktijd. Aan de andere kant is er bij elk studieprogramma wel discussie over de tijd. En werkgevers weten ook: de studenten moeten het op dat moment nu eenmaal ook kunnen doen."

Lieuwe Koopmans is journalist.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Gerelateerd

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.