'Je moet gewoon je verstand gebruiken'
Registeraccountant en jurist Peter van der Zanden wordt dit jaar 79 jaar. Het accountantsberoep gaat hem nog steeds aan het hart. Zo stopte hij onlangs pas als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Reviewcommissie van de SRA. En hij kan zich nog steeds vol vuur opwinden over de AFM, regelgeving, audit quality indicators en een overmatige focus op de controletaak. "Het beroep moet de touwtjes zelf in handen blijven houden!"
Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 1, 2026
Bekijk alle artikelen uit dit nummer
» Download dit artikel in pdf
» Download het hele nummer (pdf)
Luc Quadackers
Krasse knarren
Peter van der Zanden groeit op in Helmond. Op de lagere en middelbare school zit het hem lange tijd niet mee. "Mijn schoolcarrière was lastig. Ik had leermoeilijkheden die voort bleken te komen uit dyslexie. Ik bleef meteen zitten in de eerste klas van de lagere school. Gelukkig gingen mijn vooruitstrevende ouders met mij naar een psycholoog en daar werd woordblindheid vastgesteld. Zo'n diagnose was begin jaren vijftig nog redelijk uniek. Ik heb toen speciale bijles gehad en dat hielp wel, al heb ik nu nog steeds moeilijkheden. Bij EY heb ik daarom altijd gedicteerd. En tijdens presentaties gebruikte ik altijd afkortingen, bijvoorbeeld 'mva' in plaats van 'materiële vaste activa'. Met dergelijke trucs en een heel goed team om mij heen kon ik mij prima redden."
Op de hbs blijft Van der Zanden weer zitten en krijgt zelfs in de derde klas het advies om de school te verlaten. Daar steekt vader Van der Zanden een stokje voor. En daarna gaat het ineens beter. "In de vijfde klas kreeg ik eindelijk door hoe ik stof tot me moest nemen en ik haalde bij het eindexamen de beste cijfers van iedereen. Ik heb daarna nooit meer een examen niet gehaald."
Controle-avonturen
Na de hbs start Van der Zanden met de opleiding tot registeraccountant via NIvA en NIVRA. Hij gaat werken bij Limperg Dijker Nijst & Co in Eindhoven, dat later Moret & Limperg wordt en uiteindelijk EY. Van der Zanden vertelt boeiende verhalen over zijn controle-avonturen en hoe hij langzaam maar zeker waardevolle ervaring en contacten opdoet, die uiteindelijk leiden tot zijn cliëntenportefeuille. Prachtige anekdotes, variërend van sappige fraudecontroles tot due diligence-onderzoeken bij overnames. Zo raakt hij bijvoorbeeld tijdens de oliecrisis betrokken bij de controle van een varkensbedrijf. "Ik was de enige die er op de fiets naartoe kon en dat spaarde benzinebonnen uit. Ik moest onder andere op 31 december de voorraad varkens tellen tijdens het voeren aan de brijtrog, wel 15.000 stuks. Dan stonk je daarna een uur in de wind. En ik heb voor die controle zelfs een Teleac-cursus 'varkensmesterij' gevolgd."
Van der Zanden werkt veel voor accountantspartner mr. Piet Wessel RA, een heel serieuze, degelijke accountant, die ooit nog werd aangenomen door de fameuze Limperg zelf. "Via Wessel werkte ik onder andere aan een zaak waarbij ook de vermaarde advocaat Max Moszkowicz betrokken was. Die zaak was mijn eerste ervaring met het recht, in 1974. Ik vond het extreem boeiend. Mijn RA-eindopdracht ging daarom over de beroepsaansprakelijkheid van de accountant. Door Wessel ben ik op het pad van 'beursovervallen' gezet, omdat daarover een intern rapport moest worden geschreven. Dat rapport leidde tot mijn eerste publicatie in het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, in 1977, waarvoor ik de mr. dr. Sinninghe Damsté-prijs ontving."
Vaktechniek
In 1977 begint Van der Zanden aan een rechtenstudie in Tilburg. Hij komt al snel terecht in de commissie Ondernemingsrecht bij het NIVRA. In 1980 wordt Piet Wessel bestuurder van Moret & Limperg en begint daar met een vaktechnisch bureau, als eerste kantoor in Nederland. Van der Zanden vraagt om daaraan 50 procent van zijn tijd te mogen besteden. Dat vaktechnische werk zal hij zijn hele carrière bij EY blijven doen, waarbij hij onder anderen veel samenwerkt met prof. Hans Beckman. Vanuit het vaktechnisch bureau neemt hij ook deel aan veel commissies van de beroepsorganisatie. In 1983 wordt hij partner en in 1984 rondt hij zijn rechtenstudie af. En passant voltooit hij in 1991, buiten kantooruren en gedeeltelijk in het Trappistenklooster van Westmalle, ook nog een proefschrift over de verhouding tussen goedkoopmansgebruik en maatschappelijk aanvaardbare normen. Hij wordt daarna meteen hoogleraar op Nyenrode en in 1993 additioneel aan de Universiteit van Tilburg. Na zijn pensionering bij EY werkt hij nog meer dan twintig jaar door, onder andere als hoogleraar en als rechter- en raadsheer-plaatsvervanger bij meerdere gerechtelijke instanties.
Wat is volgens u het grootste verschil tussen de accountants van nu en die van vijftig jaar geleden?
"Als accountant deed je vroeger alles. Het leuke van mijn vak was dat ik op een doorsneedag in de ochtend overleg had met de zuster die provinciaal econome was van de Zusters van de Goede Herder en in de middag met de raad van bestuur van DAF. Gaandeweg is er echter steeds meer specialisatie in het vak gekomen. Vroeger verrichtte ik ook due diligence-onderzoeken, al heette dat toen natuurlijk nog anders, maar dat mag een accountant nu niet meer. Aandelenwaardering deed ik ook. Het beroep is helaas veel minder gevarieerd geworden en minder interessant."
Wat is een belangrijke kanteling geweest in het beroep?
"Volgens mij ligt een belangrijke cesuur begin jaren negentig, wanneer de EU in Lissabon besluit om het neoliberalisme, de vrije markt, te omhelzen. Je ziet dat vanaf dat moment ook accountantskantoren veel meer als ondernemingen worden aangestuurd. Je kon binnen kantoor de winst per klant zien en je kon ook het tarief per opdracht variëren. Dat was daarvoor niet zo. Maar ik heb dat nooit gedaan. Ik ben Peter van der Zanden en ik ben waard wat ik waard ben. Niet meer en niet minder. Ik ben niet zo van de commercie. Ik was ook tegen het one-stop-shopping dat toen opkwam. Ik vond dat dat de bijl was aan de wortels van het beroep. Het begon van een echt beroep te verschuiven richting een bedrijf. Het was een paradigma-shift. Het was ook niet meer Peter van der Zanden die de controle deed, maar EY. Dat is een fundamenteel verschil. En dat speelt nu nog steeds. Ik begrijp uiteraard dat een grote onderneming voor een groot kantoor kiest, maar naar mijn idee is er nooit echt een debat gevoerd over de vraag of de verantwoordelijkheid moet worden belegd bij de tekenend accountant en/of bij de organisatie. Ik snap dat niet."
Heeft u dat wel gedaan?
"Ik heb daar, ook binnen kantoor, zeker gesprekken over gehad. Ik vind wat ik vind en ik wil mij niet zomaar aanpassen aan de mening van een andere accountant die net zoveel over de materie weet als ik, ook niet als dat voor mijn eigen rekening zou komen. Voor vrije beroepen kun je kwaliteit bijna niet definiëren. Wat is de kwaliteit van een arts? Kun je dat alleen maar afleiden uit het aantal mensen dat hij beter maakt? Wat is een goede rechter of onderwijzer? Als je denkt controlekwaliteit te kunnen afmeten aan de hoeveelheid correcties die een accountant maakt, dan moet je als accountant liefst heel veel slechte klanten hebben met slechte boekhouders, want dan moet je veel corrigeren. En dan zou je een heel goede accountant zijn? Daarom vind ik al dat gedoe met die audit quality indicators echt lariekoek."
Die audit quality indicators bieden valse zekerheid?
"Ja precies. Die manier van denken is ergens in het vak geslopen. Dat is een gevolg van regelgeving. Accountants gaan volstrekt verkeerd om met regelgeving. Als ik tijdens mijn colleges over accounting begon, dan nam ik de bundel met het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van koophandel mee. Daarnaast legde ik dan de IFRS-bundel en de Richtlijnen van de RJ, een veel hogere stapel. Dan kon je zien met welke hoeveelheid regels we onze maatschappij regelen en wat we gebruiken voor onze boekhoudingen. Ik vind dat ziek! Dat komt uit de Angelsaksische juridische cultuur en dat moeten we niet willen. Accountants hebben trouwens vaak geroepen dat de juristen alles zouden overnemen, bijvoorbeeld bij de aanpassing van Boek 2 BW aan de Vierde Richtlijn. En wat doen ze vervolgens: zelf heel veel regels maken, omdat ze denken dat regels duidelijk zijn en zekerheid geven. Maar dat is natuurlijk niet zo. Je kunt teksten bijna altijd verschillend uitleggen en dat geldt ook voor regels. Je kunt beter met principes en weinig regels werken. De ethicus Henk van Luijk zei altijd 'regels nemen het zicht op de onderliggende norm weg'. En dat ben ik met hem eens. Meerdere filosofen schrijven
daarover volgens mij ook zo."
We moeten dus meer aan de slag met ethiek?
"Ja, maar wel op de goede manier. Tegenwoordig lijkt ethiek te worden gemechaniseerd. Ze maken er programma's en apps voor. Zo werkt het niet. Je moet ethiek in je business verankeren. Een van de interessante dingen die je als rechter meemaakt, is de gewoonte om in een Meervoudige Kamer de minst ervaren rechter te laten beginnen bij het beargumenteren van de beslissing. Wat vindt die van de zaak? Dat dwingt een goede voorbereiding af en de persoon met het meeste gezag beïnvloedt zo ook niet vooraf de beslissing. Ik heb dat principe ook aanbevolen in verschillende functies die ik binnen accountantsorganisaties heb vervuld, bijvoorbeeld voor de planningsvergaderingen van de auditteams. Laat de jongste assistent zeggen wat hij ervan vindt. Dat dwingt je om principieel over zaken na te denken, het brengt ethiek in de zaak. Ik vind dat we dat nu aan het verliezen zijn."
U bent heel kritisch over de rol van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
"De AFM meent de regels van ons vak te kunnen bepalen. Een toezichthouder kan echter alleen maar regels interpreteren die de wetgever en de beroepsorganisatie vaststellen. En dat is per definitie een voorlopige interpretatie. Als een accountant het niet eens kan worden met de AFM, dan moet een rechter zich daarover uitspreken. De AFM legt echter boetes op met een boetebesluit. Dat besluit kan aan de (bestuurs)rechter worden voorgelegd. De beoordeling is dan echter vaak niet primair gericht op het vaktechnische debat, maar op de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het oordeel kon komen. De procedure is daarnaast kostbaar en duurt veelal lang. Er wordt dus over vaktechnische meningsverschillen nauwelijks geprocedeerd. Ik kan me daar echt boos over maken en ik heb daaraan vrij recent nog meerdere artikelen gewijd. Ik kan daar echt op vakantie om half zeven 's ochtends voor gaan zitten, zozeer raakt mij dat nog steeds. Ik vind dat de toezichthouder een opvoedingsmodel moet hanteren en niet gericht moet zijn op handhaving. Ik vind de invalshoek momenteel fundamenteel verkeerd. De eerste voorzitter van de AFM, Arthur Docters van Leeuwen, zou ooit gezegd hebben 'wij zijn een bloedhond, geen waakhond'. Dat is niet meer te achterhalen, maar dat is wel de manier waarop de AFM te werk gaat."
Heeft u een specifiek voorbeeld?
"De AFM wilde bijvoorbeeld iets doen tegen het gebruik van een in hun ogen verouderde controleaanpak. Laat ik dat vergelijken met een tandarts. Als een tandarts in 2012 nog amalgaamvullingen gebruikte in plaats van composietvullingen, was dat dan een beroepsfout? Je kunt hooguit met de tandarts spreken of het niet verstandig zou zijn om over te stappen op composiet. Dat is het soort sturing dat ik verwacht van de AFM. In plaats daarvan hebben ze een nogal arrogante houding. Ze stellen hun opvatting nogal eens voor als de enige juiste en laten blijken dat ze een discussie over vaktechniek niet op prijs stellen, laat staan dat ze daarover willen procederen. Het vak is daardoor volgens mij in een kramp geschoten. De beroepsorganisatie en accountantskantoren gaven wat mij betreft te weinig tegengas. Het beroep moet eigenlijk de norm blijven bepalen. De AFM moet meer de dialoog zoeken en soms hun eigen ongelijk durven toegeven."
Waarom is het zo onverstandig om de accountantsbeslissing meer te reguleren?
"Een accountant heeft een freies Ermessen om zich heen nodig, een zekere vrije ruimte om een oordeel te kunnen vormen. Dat is bij andere beroepen zoals artsen en rechters ook belangrijk. Een beslissing is nooit een volledig logische deductie. Een accountantsverklaring is een oordeel. Daar zit een 'sprong' in. Je moet op basis van een aantal waarnemingen tot de overtuiging komen en het gevoel hebben dat het oordeel goed is. Dat kun je niet volledig concreet maken. Je had ook anders kunnen besluiten. Het is wel eens gebeurd dat ik geen goed gevoel had over de goederenbeweging bij een onderneming. Dat kon ik niet echt hard maken, maar ik gaf wel een oordeelsonthouding die veel weerstand tot gevolg had. Een halfjaar later bleek er sprake te zijn van directiefraude. En dat zat in de goederenbeweging."
U heeft veel affiniteit met het mkb. Hoe ziet u de rol van de accountant daar?
"De betekenis van de accountant, vooral in het mkb, is dat hij of zij vaak de enige is die van buiten over de schouder van de ondernemer meekijkt. Dat is volgens mij 70 procent van de waarde van de accountant. De controle vormt 30 procent van de waarde. Het is dus onlogisch om maar te blijven focussen op die 30 procent van de controle. Het gaat ook om de 70 procent. Men heeft het dan vaak over de trusted advisor. Ik noem dat de 'balanscommissaris', zoals ook in België vroeger en Frankrijk nog steeds de term 'commissaris' in de functie-aanduiding voorkomt. Het maatschappelijk verkeer verwacht naast de controle ook een beetje toezicht. Wij zitten te veel met oogkleppen op in de Angelsaksische lijn, met een grote focus op controle en met heel veel regels. Je moet gewoon je verstand gebruiken! Ik kreeg wel eens bij de evaluatie van door mij gegeven cursussen te horen: 'Professor Van der Zanden zegt niet hoe het moet.' Te veel accountants zitten in de modus dat ze willen weten wat ze moeten doen. Men zoekt zekerheid. Dat begrijp ik wel, maar je moet zelf nadenken. Ik zie een wezenlijk verschil tussen accountants en juristen. Accountants leven van zekerheid en juristen van onzekerheid. Ik ben eerst leerstellig als accountant opgevoed over hoe dingen moeten. Toen ik rechten ging studeren, kon ik me zowel goed inleven in de argumenten van een eisende partij als de gedaagde. Daar zit dialectiek in. Dat missen accountants."
Maar de controle is toch ook van belang?
"Het mkb is een volstrekt andere markt dan de markt voor de controle van beursvennootschappen. Het meekijken over de schouder van de ondernemer is een heel belangrijke functie. Gewoon durven zeggen wat je ziet. En heel veel bedrijven hebben helemaal geen behoefte aan een controle. De wettelijke controleplicht kunnen we beter afschaffen. De ondernemingen die er behoefte aan hebben, regelen het zelf wel. Nu is een controlerend accountant vaak een knecht van de audit committee. Een balanscommissaris heeft een wezenlijk andere rol. Ik vind dat accountants in het mkb hun licht veel te veel onder de korenmaat zetten. Ze hebben een veel grotere betekenis dan bijvoorbeeld politici in de gaten hebben. Dat is jammer. Als balanscommissaris werken is ook veel leuker. Er is veel voor het vak te verzinnen dat veel belangrijker is dan bijvoorbeeld CSRD. Dat soort discussies wordt onvoldoende gevoerd."
Heeft u tot slot nog een wijze raad?
"Er moet meer tegenspraak binnen het beroep zijn. Te weinig mensen zijn bereid om dwars te denken. Je moet zaken willen adresseren, ook al heb je niet altijd gelijk. Je moet niet altijd maar overal in apaiseren, in meegaan. Het beroep moet trots zijn op zichzelf en vooral zelf de touwtjes in handen blijven houden."
Gerelateerd
'Hoe ik het allemaal deed, weet ik eigenlijk niet meer'
Gijs Bak werd in 1933 geboren in Den Haag. Hij groeide op in een gezin met zeven kinderen die allemaal gymnasium alfa deden en pianoles kregen. Dat bleek een prima...
'Men blijft hangen in oude kunstjes'
Hein Kloosterman RE RA (77 jaar) werkte vrijwel zijn hele carrière bij de Belastingdienst, als specialist IT en statistiek. Hij was ook docent, scriptiebegeleider,...
'De persoonlijke touch moet altijd blijven'
Piet Hoogendoorn (79 jaar) was ruim vijftien jaar (inter)nationaal bestuurder bij Deloitte en rechtsvoorgangers daarvan. Van 2001 tot 2003 was hij ook voorzitter...
'De grootste opgave blijft om op het juiste moment, op de juiste plaats, de juiste kennis te hebben'
Jos van Huut (74 jaar) stond als bestuurder twintig jaar aan het roer bij Paardekooper & Hoffman en Mazars en werkte daar zijn hele carrière in de controle- en adviespraktijk....
'Ook dominees en psychologen zijn welkom'
Oud-PwC-bestuurder Hans Gortemaker is inmiddels 76 jaar, maar still going strong. Hij volgt de beroepsontwikkelingen op de voet en is nog steeds als hoogleraar verbonden...
