'Belastingdruk box 3 kan oplopen tot 54 procent'
De belastingdruk op extra inkomen uit sparen en beleggen kan in 2026 door de afbouw van heffingskortingen oplopen tot circa 42,4 procent. Voor AOW-gerechtigden kan dat zelfs 54,2 procent zijn.
Dat schrijven Peter Beets en Tjarko Denekamp, experts vermogensplanning bij ABN Amro MeesPierson, in een blog over de Nederlandse box 3-heffing.
Het wettelijke tarief in box 3 bedraagt dit jaar 36 procent. Sinds 2025 hangt de algemene heffingskorting echter af van het gezamenlijke inkomen uit de drie belastingboxen. "Meer box 3-inkomen kan daardoor leiden tot minder heffingskorting", schrijven Beets en Denekamp.
Voor mensen die heel 2026 jonger zijn dan de AOW-leeftijd, wordt de algemene heffingskorting afgebouwd bij een verzamelinkomen tussen 29.736 en 78.427 euro. De afbouw bedraagt 6,398 procent van het extra inkomen. Duizend euro extra belastbaar box 3-inkomen kost binnen dat traject daardoor ongeveer 424 euro: 360 euro belasting en circa 64 euro aan gemiste korting.
"Het gaat om de druk op extra inkomen, niet om het gemiddelde percentage over het hele vermogen of het totale inkomen", benadrukken de auteurs.
AOW-gerechtigden
Bij AOW-gerechtigden bedraagt de afbouw van de algemene heffingskorting 3,195 procent. Daarnaast neemt de ouderenkorting bij een verzamelinkomen boven 46.002 euro met 15 procent af. Vanaf 59.783 euro resteert geen ouderenkorting. Wanneer beide kortingen tegelijk worden afgebouwd, loopt de marginale druk op tot ongeveer 54,2 procent. Een AOW-gerechtigde met een verzamelinkomen rond vijftigduizend euro houdt van duizend euro extra belastbaar box 3-inkomen ongeveer 458 euro over.
Een lager vastgesteld werkelijk rendement kan omgekeerd meer opleveren dan alleen minder box 3-belasting. Bij een daling van het box 3-inkomen met vijfduizend euro kan het voordeel circa 2.120 euro bedragen, als die daling volledig binnen het afbouwtraject van de algemene heffingskorting valt. "Persoonlijke omstandigheden kunnen de uitkomst veranderen", schrijven Beets en Denekamp.
Fiscale partners
Fiscale partners kunnen gezamenlijke box 3-bestanddelen onderling verdelen. Dat kan ook hun heffingskortingen beïnvloeden. "Alleen vergelijken hoeveel box 3-belasting ieder afzonderlijk betaalt, kan een onvolledig beeld geven", aldus de auteurs.
Ook toeslagen kunnen veranderen door een hoger of lager box 3-inkomen. "Het precieze effect verschilt per huishouden en per regeling", schrijven zij. Sommige toeslagen kennen daarnaast een afzonderlijke vermogensgrens.
Gerelateerd
ICT van Belastingdienst heeft komende jaren handen vol aan box 3
De komende twee jaar is bijna alle vrijgekomen ICT-capaciteit bij de Belastingdienst nodig voor de nieuwe vermogenswinstheffing en enkele andere belastingaanpassingen...
Kabinet: bezuiniging SZW van tafel, oplossing box 3 in 2028
Het kabinet haalt de bezuinigingen op de uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid voor dit jaar uit de boeken. Er moet met werkgevers en vakbonden...
Kabinet schetst scenario's box 3, kosten schatkist kunnen oplopen tot 20 miljard
Het kabinet heeft de Tweede Kamer vier verschillende scenario's voorgelegd voor de toekomst van de belasting op inkomsten uit vermogen (box 3). De nadelige gevolgen...
Nederland wil minder regels, geen hogere lasten en meer handhaving
Financieel en fiscaal professionals in het Nederlandse bedrijfsleven willen minder regels, meer voorspelbaarheid en liever een hardere aanpak van belastingontwijking...
Hoge Raad stelt niet-bezwaarmakers box 3 in het ongelijk
Belastingplichtigen die niet op tijd bezwaar hebben gemaakt tegen de onwettige box 3-heffing, hebben geen recht op teruggave. Dat heeft de Hoge Raad op 25 juni geoordeeld.
