DNB: richt defensie-uitgaven op chips, in plaats van tanks
Nederland moet zich bij het verhogen van de defensie-uitgaven niet richten op tanks, maar op zaken waarin Nederland uitblinkt. Dat betogen economen van De Nederlandsche Bank (DNB) op basis van nieuw onderzoek.
Nederland heeft afgesproken binnen tien jaar ten minste 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uit te geven. "Dat betekent dat we jaarlijks vanaf nu steeds meer gaan uitgeven tot aan zo'n 19 miljard euro extra in 2035", aldus de DNB-economen.
Ze opperen dat het verstandig is te kijken hoe dit geld efficiënt kan worden besteed. "Nederland heeft geen goede uitgangspositie voor het produceren van defensiegoederen zonder civiele toepassing, zoals tanks en munitie", geven ze aan.
Halfgeleiders
Producten waarin Nederland wel een voorsprong heeft, zijn bijvoorbeeld halfgeleiders of specifieke typen microscopen. Nederland zou zich daarom beter op het zogenoemde dual use-domein kunnen richten: "militaire producten die ook buiten het leger kunnen worden gebruikt". Dat zijn bijvoorbeeld chips die in een drone passen, maar ook in een telefoon.
De economen verwachten dat de hogere uitgaven op de korte termijn wel vooral leiden tot meer import, in plaats van nieuwe productie. Dit is omdat de nadruk zal liggen op het snel uitbreiden van de militaire capaciteiten en er weinig ruimte lijkt voor economische overwegingen.
Groei economie
Voor uitgaven op de wat langere termijn zou het slim zijn om het geld in eigen land uit te geven. Dat kan de groei van de economie stimuleren. Toch moeten de effecten daarvan niet worden overdreven. Zelfs als de overheid in Nederland het geld vooral in Nederland uitgeeft, gaan er indirect alsnog bestedingen naar het buitenland. Bijvoorbeeld omdat ook veel onderdelen van elders nodig zijn.
Het is vooral van belang om het hoofddoel in de gaten te blijven houden, benadrukken de economen van DNB: "dat is onze veiligheid, en niet economisch gewin op de korte termijn".
Bron: ANP/DNB
