Tuchtrecht

Scherpe vragen geen reden voor wraking

De Accountantskamer heeft niet vooringenomen gehandeld door scherpe vragen te stellen en daarvoor verontschuldigingen aan te bieden, zegt de wrakingskamer van de tuchtrechter.

Accountantskamer

Zaaknummers:
19/1740 Wtra AK
Datum uitspraak:
08 november 2019
Oordeel:
verzoek afgewezen
Maatregel:
n.v.t.
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:73

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant in business, die naar eigen zeggen de sector nog tijdens haar studie heeft verlaten, helpt een vriend die in echtscheiding ligt. Zij buigt zich over de cijfers en berekeningen die de ex van de vriend in het geding brengt om de hoogte van de alimentatie te kunnen laten vaststellen. Volgens de accountant deugen de cijfers niet. De ex is niet geamuseerd en dient in mei dit jaar een klacht in tegen de accountant, die niet objectief zou zijn geweest.

De Accountantskamer behandelt de klacht medio september. Een week na de zitting dient de accountant een wrakingsverzoek in, omdat de leden van de Accountantskamer vooringenomen zouden zijn. De accountant zegt dat zij door de hele gang van zaken tijdens de behandeling “bevroor” en niet meer adequaat kon reageren op vragen. Ook voelde zij zich gedwongen de antwoorden te geven die de vragenstellers wensten.

Klacht

De Accountantskamer heeft op de zitting blijk gegeven van vooringenomenheid, omdat:

  • met name één van de rechters haar onheus bejegende door op intimiderende wijze vragen te stellen, haar veelvuldig te interrumperen en half schreeuwend suggestieve vragen stelde;
  • de voorzitter dit heeft toegestaan en niet heeft ingegrepen;
  • de klaagster veel meer tijd kreeg om te antwoorden en de kamer haar -  onjuiste - antwoorden wel accepteerde zonder haar te onderbreken;
  • voornoemde rechter de inhoud van het klaagschrift beter kende dan de inhoud van het verweerschrift;
  • deze rechter haar belachelijk maakte;
  • de voorzitter haar geen gelegenheid heeft gegeven om te reageren op de pleitnota van klaagster;
  • de voorzitter de aangekondigde schorsing van de zitting niet nodig vond, zodat de accountant niet de kans kreeg even tot zichzelf te komen;
  • de voorzitter niet de argumenten heeft besproken om de klacht niet-ontvankelijk te verklaren;
  • ook niet is besproken dat de klaagster tien dagen voor de zitting nog tweehonderd pagina’s aan stukken instuurde;
  • het verzoek van de klaagster om de zaak te behandelen achter gesloten deuren al vóór de zitting was afgehandeld, maar op de zitting nogmaals werd besproken zonder iets te vragen aan de accountant;
  • de voorzitter na de zitting haar verontschuldigingen aanbood voor de harde aanpak en de gang van zaken, waaruit blijkt dat de zitting onbehoorlijk was tegenover de accountant;
  • de eerder genoemde rechter waarschijnlijk geloof hecht aan de woorden van de echtgenoot van de klaagster, omdat de rechter via zijn kerkgenootschap in dezelfde kringen verkeert.

Oordeel

Het verzoek wordt afgewezen.

Subiet wraken

Op grond van de Wet tuchtrechtspraak accountants kunnen de voorzitter en de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt wegens feiten en omstandigheden die de onpartijdigheid van de Accountantskamer geweld aan kunnen doen. Voor de behandeling van het verzoek gelden de artikelen 513, 514 en 515 van het Wetboek van Strafvordering.

Die houden onder meer in dat het verzoek moet worden gedaan vóórdat de inhoudelijke einduitspraak over de zaak is gedaan. Wat dat betreft is de accountant op tijd. Dat één van de rechters vooringenomen zou zijn, omdat deze via zijn kerkgenootschap wellicht de echtgenoot van de klaagster kent, had de accountant echter eerder moeten aanvoeren. Op 1 juli wist zij namelijk al dat deze rechter zitting zou hebben in de kamer die de zaak inhoudelijk behandelt en op 27 augustus dat de klaagster zich wilde laten bijstaan door haar echtgenoot. Zij had toen onderzoek kunnen doen naar de nevenbetrekkingen van deze magistraat en heeft het verzoek “niet onverwijld” ingediend nadat zij van de nevenfunctie wist. Die eis staat namelijk in (artikel 20 lid 5 van) het Procesreglement van de Accountantskamer.

Los daarvan heeft de accountant niet aannemelijk gemaakt dat de twee elkaar inderdaad kennen uit kerkelijke kringen. Het lidmaatschap van enig kerkgenootschap is geen reden om terecht een gebrek aan onpartijdigheid tegenover de accountant te vrezen.

Vermoeden onpartijdigheid

Uit hoofde van zijn aanstelling wordt de rechter vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren dat een rechter een vooringenomenheid koestert tegenover een partij dan wel een standpunt van die partij.
De vrees voor vooringenomenheid moet objectief gerechtvaardigd zijn. Er moeten dus concrete feiten en omstandigheden zijn waaruit je objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kunt afleiden.

Afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak kunnen er omstandigheden zijn die de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigen. Daarbij moet de rechter rekening houden met (de te vermijden) uiterlijke schijn van partijdigheid.

Op de zitting van de wrakingskamer heeft de accountant uitvoerig uiteengezet dat de vraag of sprake is van een professionele dienst in september niet op de zitting is besproken. Dit punt vindt zij zeer relevant, omdat een accountant alleen tuchtrechtelijk aanspreekbaar is bij het uitvoeren van een professionele dienst. Gezien de vragen die de Accountantskamer stelde, hadden de leden in haar ogen al besloten dat haar vriendendienst moet worden beschouwd als het verrichten van een professionele dienst.

Volgens de wrakingskamer wijzen de feiten anders uit. De accountant had dit punt al aangestipt in haar pleitnota. En uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de accountant haar standpunt hierover toen nogmaals naar voren heeft gebracht. Verder is de klaagster in haar pleitnota ook al op dit standpunt ingegaan.

Terughoudende toetsing

De wrakingskamer moet de opstelling van een rechter tegenover een standpunt van een partij terughoudend toetsen, omdat zo’n wrakingsgrond impliciet gaat over de juistheid van een oordeel over dit standpunt en de gegrondheid van de klacht. Dat oordeel kun je alleen bestrijden door in hoger beroep te gaan tegen de inhoudelijke uitspraak. Het stellen van inhoudelijke vragen door de rechter kan daarom in beginsel geen basis zijn om deze te wraken.

Proces-verbaal zitting

Naar aanleiding van het wrakingsverzoek heeft de secretaris een proces-verbaal van de inhoudelijke zitting opgemaakt en ondertekend. Door dit proces-verbaal ook te ondertekenen, heeft de voorzitter volgens de accountant de schijn van vooringenomenheid op zich geladen.

Volgens de wrakingskamer is een proces-verbaal geen woordelijk verslag van alles wat daar is gebeurd en gezegd en of het niet compleet of niet correct is, mag de wrakingskamer niet beoordelen. Het ondertekenen van het proces-verbaal door de voorzitter is geen procesbeslissing. Overigens kan een (proces)beslissing nooit een grond voor wraking zijn, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel mag zijn. Wie het niet eens is met (proces)beslissingen moet in hoger beroep gaan tegen de inhoudelijke uitspraak.

Volgens het proces-verbaal is op de inhoudelijke zitting in september gezegd dat al schriftelijk was gereageerd op het verzoek de zaak achter gesloten deuren te behandelen en dat dit verzoek ook nog moest worden besproken op zitting, omdat de voltallige behandelende kamer daarover moet beslissen. Ook de accountant heeft een brief gekregen van de secretaris waarin staat dat dit verzoek niet kan worden gehonoreerd. Deze brief is niet geschreven namens de behandelende rechters. Volgens de wrakingskamer blijkt uit deze gang van zaken niet dat de behandelende kamer de klaagster meer ruimte heeft willen geven dan de accountant. De brief had duidelijker gekund, maar kan niet worden gezien als blijk van vooringenomenheid tegen de accountant.

Late stukken

In tegenstelling tot wat zij denkt is het verzoek van de accountant - om het pakket nieuwe klachten en bewijsstukken, dat de klaagster tien dagen voor de zitting instuurde, buiten beschouwing te laten of de zitting uit te stellen, zodat de accountant daarop schriftelijk kon reageren - niet afgewezen. De accountant gaat ervan uit dat deze stukken zijn toegelaten tot de procedure, omdat er vragen zijn gesteld over de nieuwe klachten die daarin volgens haar staan. Dat is echter niet het geval.

Niet gevraagd om schorsing

Bij het begin van de inhoudelijke zitting heeft de voorzitter gezegd dat de zitting na de vragenronde zou worden geschorst. Dat is echter niet gebeurd, omdat de leden daaraan geen behoefte bleken te hebben en de accountant die behoefte in de ogen van de voorzitter ook niet leek te hebben. Als de accountant om een pauze had gevraagd, was die ruimte er vanzelfsprekend geweest. Overigens kan ook de procesbeslissing van de voorzitter om niet te schorsen geen grond zijn voor wraking.

Waarheidsplicht

De accountant vindt het onbegrijpelijk dat de voorzitter zonder enige toelichting heeft gezegd dat de waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing is. Want op een zitting van de Accountantskamer mag toch niet worden gelogen?

Volgens de wrakingskamer is het tuchtrecht voor accountants gericht op een goede uitoefening van het accountantsberoep en het handhaven van de eer en goede naam van de beroepsgroep. Het genoemde wetsartikel is daar niet van toepassing en partijen zijn daar dus niet verplicht om alle relevante feiten naar waarheid aan te voeren. Een klacht mag echter niet gebaseerd zijn op onware feiten.

Het steekt de accountant dat de Accountantskamer op de inhoudelijke zitting geen aandacht heeft besteed aan haar stelling dat de klacht is onderbouwd met onrechtmatige verkregen bewijsmiddelen. De wrakingskamer kan hierover echter geen oordeel vellen, omdat zij daarmee een voorschot zou nemen op de inhoudelijke beslissing over de zaak.

Wel kan de wrakingskamer zich voorstellen dat de – op zich juiste – mededeling van de voorzitter tot vragen leidde bij de accountant. Een toelichting had dit kunnen verduidelijken, zeker nu de accountant in haar verweerschrift uitvoerig heeft betoogd dat de klaagster onwaarheden verkondigt en onrechtmatig verkregen bewijs heeft ingebracht. Dat de voorzitter dit achterwege heeft gelaten is echter geen blijk van vooringenomenheid.

Indringende vragen

De twee rechters van de behandelende kamer hebben erkend dat zij indringende vragen hebben gesteld met de bedoeling de accountant te laten reflecteren op haar eigen gedrag en haar antwoorden op de zitting. Volgens de wrakingskamer is scherp ondervragen niet ongebruikelijk en op zichzelf geen aanwijzing voor vooringenomenheid of een objectieve rechtvaardiging voor de vrees voor vooringenomenheid.

De voorzitter en de rechter bestrijden dat zij hun stem hebben verheven. En als zij dit toch zouden hebben gedaan, valt het oordeel van de wrakingskamer niet anders uit. De kamer kan zich overigens goed voorstellen dat de accountant zich ongemakkelijk heeft gevoeld door de manier van ondervragen.

Ongelukkige opmerking

Naar aanleiding van haar opmerkingen heeft één van de rechters gevraagd of voor de accountant het doel de middelen heiligt. Haar antwoord en de plicht van een accountant om de gedragsregels na te leven brachten de rechter naar zijn zeggen tot de opmerking: “Dan is het te hopen dat u nooit een criminele organisatie als tegenpartij krijgt.” De wrakingskamer kan deze opmerking begrijpen gezien de context, maar vindt de gekozen bewoordingen minder gelukkig. Maar ook dit wil niet zeggen dat deze rechter vooringenomen is.

Annotatie Lex van Almelo

Omdat de aangeklaagde accountant mij aanschreef, ken ik haar visie op de gebeurtenissen en een klein deel van de achtergronden van de zaak. Op grond van die beperkte en gekleurde kennis krijg ik de indruk dat het gaat om een flink geëscaleerd conflict, waarin de accountant zich volkomen onverwacht gepakt voelt op haar – naar eigen zeggen ongebruikte – RA-titel. Volgens het wrakingsverzoek voelde de accountant zich zo geïntimideerd door sommige vragen en opmerkingen dat zij “bevroor”. De uitspraak van de wrakingskamer suggereert dat zij de indringende vragen heeft uitgelokt met haar standpunten.

Hoe het ook zij – de wrakingskamer gaat uitgebreid in op haar bezwaren en stellingen en toont een zeker begrip voor haar gevoelens. Scherpe vragen zijn niet plezierig, maar getuigen niet per se van vooringenomenheid. De vrees van de accountant dat de rechters vooringenomen zijn, is niet objectief gerechtvaardigd.

De uitspraak leert verder dat beslissingen over de processuele gang van zaken geen reden kunnen zijn om rechters te wraken. En dat de partijen in een tuchtprocedure niet verplicht zijn alle relevante feiten en naar waarheid in te brengen. Dat lijkt alarmerender dan het is. De partijen kunnen elkaars onwaarheden aan de kaak stellen, waarna de tuchtrechter een oordeel velt over de geloofwaardigheid. Ik heb al heel wat uitspraken gezien, waarin de Accountantskamer zo beleefd mogelijk zegt dat één van de partijen (vermoedelijk) jokt.

Een andere les is dat je moet wraken zodra je op de hoogte bent van de feiten die jou doen twijfelen aan de onpartijdigheid. Als je dat niet “onverwijld” doet, kun je het schudden. De ratio van deze bepaling uit het procesreglement van de Accountantskamer is waarschijnlijk dat een wrakingsverzoek de behandeling en beoordeling van de zaak niet te veel mag ophouden. Een wrakingsverzoek vergt ook minder voorbereiding dan een klacht of verweerschrift. Toch schuurt de uitspraak een beetje. De accountant had niet op voorhand een reden om de rechters te wantrouwen en hun nevenfuncties te onderzoeken. Dat deed zij pas naar aanleiding van hun gedrag op de zitting. Dat je dan te horen krijgt dat je dit meteen had moeten aankaarten, komt op mij te streng over. Niet dat het wrakingsverzoek was toegewezen als de accountant wél op tijd was geweest, maar toch...

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.