Duurzaamheid

Biodiversiteit: het moeilijkste onderdeel van de CSRD

Binnen de CSRD-rapportages vormt biodiversiteit een van de lastigste thema's. Dat beeld wordt bevestigd door onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) en gesprekken met cfo's en accountants. Het onderwerp is complex, moeilijk meetbaar en reikt vaak ver buiten de directe invloedssfeer van een organisatie. Waar vinden cfo's en accountants houvast?

Ronald Bruins

Hoewel biodiversiteit volgens 73 procent van de beursgenoteerde ondernemingen 'belangrijk' is, beschikt slechts de helft over een officieel actieplan, blijkt uit het onderzoek van VBDO. Veel bedrijven houden het vooralsnog bij formuleringen als 'geen nettoverlies'. Volgens directeur Angélique Laskewitz van de VBDO is het begrijpelijk dat ze dat doen, maar ook ontoereikend. "Biodiversiteit is iets waar bedrijven van nature minder grip op hebben. Bij klimaat is er een relatief eendimensionale indicator: CO2. Je kunt het uitrekenen en er zijn standaarden voor. Maar biodiversiteit bestaat uit talloze factoren die met elkaar samenhangen. Ook wel multi-indicatoren genoemd. Bedrijven vragen zich dan ook af: hoe begin ik en wat moet ik meten?"

Onvolwassen onderdeel 

Accountants herkennen exact dat knelpunt. Voormalig Deloitte‑accountant en inmiddels zelfstandig ESG‑specialist Tülay Dilsiz‑Gedik noemt het een van de minst uitgekristalliseerde onderdelen van de CSRD‑rapportages van afgelopen jaar. "Veel organisaties maakten het thema te groot. Natuurlijk wil iedereen het in één keer perfect meten en presenteren. Maar zo werkt het niet altijd in de praktijk. Je kunt klein beginnen, met de elementen waarvan je zeker weet dat ze bij jouw bedrijfsvoering horen. Bijvoorbeeld met locatiegebonden impact in de nabije, al dan niet kwetsbare natuur, landgebruik en ruimtebeslag en wateronttrekking."

Tulay Dilsiz

Tülay Dilsiz‑Gedik

Durf je kwetsbaar op te stellen, roept Gedik op. "Voor ondernemingen met substantiële fysieke impact op land en water mag je verwachten dat biodiversiteit een materieel thema is. Als de dubbele materialiteitsanalyse toch tot het oordeel niet-materieel leidt, vraagt dat om een sterke en transparante onderbouwing. Daarnaast mochten sommige organisaties nog gebruikmaken van de phase-in mogelijkheid op dit topic." Die mogelijkheid biedt bedrijven tijdelijke vrijstellingen voor complexe rapportage-onderdelen.

'Voor ondernemingen met substantiële fysieke impact op land en water mag je verwachten dat biodiversiteit een materieel thema is.'

Dat uitstel heeft ook een andere oorzaak: onzekerheid over hoe biodiversiteit op een controleerbare manier moet worden gemeten en toegelicht. Gedik zag bij grote beursgenoteerde ondernemingen dat de eerste CSRD‑rapportages spannend waren.  Niet‑financiële informatie werd voor het eerst in deze omvang en diepgang vol in de schijnwerpers gezet, met een accountant die controleerde met een beperkte mate van zekerheid.

Rookgordijn

Het veelgehoorde 'geen nettoverlies' werkt volgens alle gesprekspartners als rookgordijn. Het zegt niets over wat een bedrijf werkelijk doet. Gedik: "Veel organisaties zien dat dit nog onvoldoende houvast biedt, maar worstelen met waar ze precies moeten beginnen. De complexiteit maakt dat ze liever wachten, dan iets publiceren dat later moet worden herzien."

Laskewitz reageert scherp. "Geen nettoverlies kan bijna niet. Je hebt altijd impact. Dat hoeft niet erg te zijn, maar dan moet je wel uitleggen wélke impact je hebt en wat je doet om die te verminderen of positief om te buigen. Een bedrijf dat alleen een disclaimer opschrijft, zonder analyse of cijfers, voldoet niet aan de geest van CSRD. Als accountant zie je zo’n zin en denk je: dit kan niet zonder onderbouwing. Je moet uitleggen waar je over praat: gaat het om waterverbruik, om een kwetsbaar gebied, om verstoring van soorten? Zonder die toelichting klopt de rapportage simpelweg niet."

Dat is volgens Gedik precies waar de accountant een belangrijke rol heeft, als sparringpartner. "We moeten kritisch zijn, maar ook pragmatisch en werkbaar. Bij de eerste CSRD-rapportages is het logisch dat niet alles perfect is en dat er veel vragen zijn. Tegelijkertijd mag het maatschappelijk verkeer verwachten dat informatie die onder assurance valt, logisch is onderbouwd, consistent wordt toegelicht en dat aannames transparant zijn. Dus moeten we blijven doorvragen: welke keuzes zijn gemaakt, welke bronnen zijn gebruikt, wat is de reikwijdte van de keten en wat zijn de belangrijkste onzekerheden? Dat levert betere stuurinformatie op voor de organisatie en een betrouwbaarder verslag voor stakeholders."

Allermoeilijkste van CSRD 

De cfo’s die Laskewitz en Gedik spreken, geven aan dat biodiversiteit een van de meest uitdagende onderdelen is van de rapportages. Waar begin je? Het thema is multidimensionaal en sterk afhankelijk van de context. En biodiversiteit is breed, locatie- en ketengebonden en vraagt om meerdere indicatoren. Van stikstof en waterkwaliteit tot aan bodemleven, soorten en ecosystemen.

Jasper de Wit

Jasper de Wit
'We scoren niet om het scoren en de metingen hoeven niet perfect te zijn.'

Jasper de Wit, cfo van Haskoning, herkent de uitdaging. "Bij onze eigen bedrijfsvoering is de impact relatief klein. Uit de dubbele materialiteitsanalyse komt biodiversiteit er daarom niet als een materieel thema uit. Maar dat betekent niet dat we er niets mee doen." Zijn bedrijf begon vijf jaar geleden met  een eigen matrix die per project inzicht geeft in de impact op onder meer klimaat, grondstofgebruik, sociale waarde, veiligheid én biodiversiteit. "We scoren projecten van negatief tot zeer positief. We scoren niet om het scoren en de metingen hoeven niet perfect te zijn.  Maar de scores starten wel een gesprek op, zowel intern als met klanten. Daar is het ons om te doen."

Laat creativiteit ontstaan

Dat gesprek is volgens De Wit minstens zo waardevol als de score zelf. "Als je onze professionals die aan datacenters werken vraagt 'Wat betekent biodiversiteit voor jullie project?', dan ontstaat er creativiteit. Ook omdat we ruim vijftig ecologen in dienst hebben, met wie ze kunnen sparren. Misschien kunnen groene gevels, minder verstoring van waterstromen, hergebruik van warmte of een andere inrichting van de omgeving iets betekenen. Dat gesprek was er zonder die score niet geweest."

Gedik vult aan dat cfo’s niet moeten wachten op volledig uitgekristalliseerde methodieken. "Begin bij wat je wel weet: waterverbruik, landgebruik, een locatie in een gebied met kwetsbare soorten. Dat levert meteen stuurinformatie op. En het maakt het werk van accountants makkelijker, want die kunnen toetsen of de processen en de methodes kloppen en of de toelichting logisch is."

Doorgronden van de keten 

Zowel de VBDO als de accountant benadrukken dat veel organisaties worstelen met het doorgronden van de keten. Een bedrijf als Heineken werkt wereldwijd en weet niet altijd wat een lokale brouwerij in Brazilië, Nigeria of Azië aan biodiversiteitsimpact veroorzaakt. Hetzelfde geldt voor Haskoning, dat wereldwijd adviseert bij infrastructuur-, water- en energievraagstukken. De Wit: "Natuurlijk kunnen we niet overal exact bepalen wat onze bijdrage aan biodiversiteit is. Maar we kunnen wel bepalen of een project de goede kant op beweegt. Bij een drijvend zonnepark in een Natura 2000-gebied zagen we dat de biodiversiteit schade zou oplopen en hebben we dat project niet opgepakt. Dat is een strategische keuze geweest."

Angélique Laskewitz, directeur van de VBDO, ontving in december 2025 van Arjan Brouwer het eerste exemplaar van de dertigste editie van Het Jaar Verslagen.

Angélique Laskewitz, directeur van de VBDO, ontving in december 2025 van Arjan Brouwer het eerste exemplaar van de dertigste editie van Het Jaar Verslagen. Die editie van de MAB-uitgave stond in het teken van duurzaamheidsverslaggeving.

Dat morele kompas, gecombineerd met praktische methodieken, is volgens Laskewitz precies wat CSRD beoogt. "Een consistent raamwerk, dat bedrijven verplicht om moeilijke keuzes transparant te maken. Stakeholders willen weten of je luistert. Je kunt niet zeggen dat biodiversiteit niet materieel is, als jouw stakeholders het belangrijk vinden. Dat werkt niet meer."

Sceptisch zijn en doorvragen

Met de verplichte, weliswaar limited assurance in CSRD krijgen accountants een nieuwe rol als bewaker van de geloofwaardigheid. Gedik ziet dat zij zichzelf opnieuw moeten uitvinden. "Accountants zijn gewend aan toetsen aan de normen, cijfers die vaak zwart‑wit zijn en aan regels die vaststaan. Biodiversiteit is grijs gebied. Daar moet je mee leren omgaan. Dat vraagt om kritische vragen stellen, methodieken begrijpen en desnoods het inschakelen van specialisten bij subonderdelen." De Wit vindt dat accountants vooral dat moeten doen waar hun kerncompetenties liggen: sceptisch zijn en doorvragen. "Challenge de directie. Laat maar zien hoe je tot een oordeel bent gekomen. Laat maar zien welke aannames je hebt gebruikt. De accountant hoeft niet te beoordelen of een bepaalde soort wel of niet voorkomt. Maar hij moet wél beoordelen of de methodiek logisch is."

'Je kunt niet zeggen dat biodiversiteit niet materieel is, als jouw stakeholders het belangrijk vinden.'

Ook Laskewitz vindt dat accountants meer durf mogen tonen. "Ze hoeven niet elk getal te verifiëren, maar wel zeggen: dit verhaal klopt niet, hier ontbreekt een onderbouwing. Dat is de enige manier om te voorkomen dat bedrijven wegkomen met lege beloftes."

Niet meer geld

Het onderwerp biodiversiteit begint bij bedrijven en accountants vaak negatief; bij het voorkomen van schade en het beperken van risico's. Zowel VBDO als Haskoning benadrukt dat het denken moet kantelen naar positieve impact. Volgens Laskewitz werkt dat motiverend. "Als je alleen maar kijkt naar wat niet mag, blijft het onderwerp zwaar. Maar als je kijkt naar wat wél kan, ontstaat er enthousiasme. Denk aan regeneratieve landbouw, natuurversterking in de bouw of plasticreductie."

De Wit ziet hetzelfde in zijn matrix. "De grootste waarde zit niet in het meten, maar in het voeren van de dialoog. Hoe bereiken we de optimale balans in de verschillende maatschappelijke opgaven van de matrix? Kunnen we van negatief naar neutraal? Kunnen we van neutraal naar positief? Dat is waar innovatie ontstaat. En vaak kost het niet eens meer geld."

In de belangstelling

Biodiversiteit staat meer en meer in de belangstelling. De VBDO ontwikkelde samen met PwC recent het Business & Biodiversity Benchmark‑framework, een raamwerk per sector dat bedrijven helpt biodiversiteitsbeleid meetbaar en vergelijkbaar te maken.

De benchmark rangschikt hun prestaties op strategie, beleid, maatregelen en doelstellingen rond biodiversiteit. Daarmee ontstaat een sectorspecifiek beeld van hoe bedrijven omgaan met het versnelde biodiversiteitsverlies.

In het Verenigd Koninkrijk is Biodiversity Net Gain sinds 2024 verplicht: elk nieuw ruimtelijk project moet minimaal 10 procent biodiversiteitswinst realiseren ten opzichte van de beginsituatie. De winst wordt berekend via de wettelijke statutory biodiversity metric, die habitats beoordeelt op omvang, kwaliteit, type en locatie.

KPMG deed samen met Naturalis Biodiversity Center en Biodiversa+ recent onderzoek naar biodiversiteit. Ondanks ruime beschikbaarheid van publieke biodiversiteitsdata benutten bedrijven zulke informatie veel te weinig. Dat belemmert effectief natuurbeleid en vormt een toenemend probleem bij verplichte duurzaamheidsrapportage. De wereldwijde achteruitgang van biodiversiteit dringt volgens het onderzoek nog onvoldoende door in de bestuurskamer.

Een betere samenwerking tussen bedrijven en natuur is noodzakelijk én mogelijk, stelt het net verschenen IPBES Business & Biodiversity-rapport, dat voor het eerst systematisch in kaart brengt hoe bedrijven hun impact op en afhankelijkheid van de natuur kunnen analyseren. Het rapport biedt een bundeling van wetenschappelijke methoden om de bedrijfsimpact en -afhankelijkheid van biodiversiteit te meten.

Gedik benadrukt dat deze manier van denken aansluit bij de gedachte waarom de CSRD tot stand is gekomen. “De standaarden vragen niet alleen om inzicht in risico’s en negatieve impact, maar ook om transitieplannen, doelstellingen en kansen. Een bedrijf dat onderbouwd kan aantonen hoe projecten bijdragen aan natuurherstel of minder druk op ecosystemen, heeft veel meer verhaal, omdat het daarmee onderdeel wordt van de waardecreatie en riscobeheersing.”

Afzwakken CSRD 

Veel cfo's uiten zorgen over het afzwakken van de CSRD‑verplichtingen. Daar zou het onderwerp biodiversiteit ook slachtoffer van kunnen worden. Aan de andere kant klinkt in de EU ook meer kritiek op de administratieve lasten van CSRD. De drie geïnterviewden denken dat dit slechts een tussenfase is. De Wit: "De problemen verdwijnen niet. Het enige wat verandert, is de politieke aandacht voor duurzaamheid. Uiteindelijk moeten we als bedrijven de transitie gewoon maken. Met of zonder de verplichting van CSRD."

'Alles wat bedrijven nu laten liggen, komt later terug als financieel risico.'

Gedik ziet hetzelfde. "Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies houden geen rekening met de Omnibus‑regeling. Alles wat bedrijven nu laten liggen, komt later terug als financieel risico. Daarom moet je er nu mee aan de slag." Laskewitz benadrukt dat de druk van stakeholders onverminderd toeneemt. "Institutionele beleggers, verzekeraars en pensioenfondsen willen weten hoe de bedrijven waarin ze investeren omgaan met natuurlijke hulpbronnen en kwetsbare ecosystemen. Ook dat verdwijnt niet."

Biodiversiteit is misschien wel het moeilijkste onderdeel van CSRD, maar niet ongrijpbaar. Het begint met een eerlijk verhaal, het erkennen van onzekerheden en het kiezen van concreet meetbare factoren. Cfo's moeten beseffen dat zelfs beperkte gegevens beter zijn dan geen gegevens. Accountants kunnen daarbij de noodzakelijke spiegel zijn.

Ronald Bruins is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.