Philip Wallage

'Bij een voortdurend slechte beroepsuitoefening waren er al lang geen accountants meer geweest'

Vorig jaar bereikte Philip Wallage de pensioengerechtigde leeftijd en eind 2025 nam hij afscheid van zijn hoogleraarschappen aan de UvA en Vrije Universiteit. Ter ere daarvan sprak hij een rede uit met als titel 'Tussen spreadsheet en schandaal: een professie op scherp'. Terugkijkend op zijn carrière voorziet hij een blijvende rol voor de accountant. "Ik ben ervan overtuigd dat de mens cruciaal zal blijven voor assurance."

Luc Qudackers

Philip Wallage heeft een Joodse achtergrond. Zijn moeder overleefde het concentratiekamp Auschwitz. Dat heeft uiteraard grote invloed gehad op wie hij is geworden. "In onze huiselijke omgeving heerste een goede sfeer, maar toch speelde het verleden er steeds doorheen. Dat is niet te vermijden. Ik weet niet of het nature of nurture is, maar ik heb mezelf altijd opgelegd om hard te werken en iets te bereiken. Het is voer voor psychologen, maar die drang vloeit waarschijnlijk voort uit angst. Je wilt overleven, je wilt zoveel mogelijk zekerheid en onafhankelijkheid creëren, jezelf minder kwetsbaar maken. Ik wilde altijd het beste jongetje van de klas zijn. Dat heeft er zeker ook toe bijgedragen dat ik uiteindelijk partner ben geworden."

Accountancy

Al vroeg in zijn jeugd voelt Wallage zich aangetrokken tot de accountancy. "Mijn vader had een groothandel in huishoudelijke artikelen in Groningen. Hij deed zelf de boekhouding, dus dat zag ik hem regelmatig doen. De enige persoon waarvoor hij ontzag en respect had was zijn accountant, die vaak over de vloer kwam bij ons thuis. Hij maakte veel indruk op mij. En op de middelbare school had ik een geweldige docente Economie II. Zij was zelf accountant en gaf heel leuk en goed les, met veel praktijkvoorbeelden. Dat had ook invloed op mijn keuze. Ik heb eigenlijk nooit getwijfeld over mijn beslissing om bedrijfseconomie te gaan studeren aan de UvA, met steeds in het achterhoofd dat ik het goed kon gebruiken om accountant te worden."

Tijdens zijn studie economie volgt Wallage het vak Waarde en Winst bij prof. Van Philips.
“Iedereen was bang voor hem. Ik bereidde mij daarom zeer goed voor op het mondeling examen, waarvoor ik een hoog cijfer haalde. Hij zei toen dat ik misschien maar moest gaan promoveren. Dat ben ik toen niet meteen gaan doen, maar hij maakte mij wel al nieuwsgierig naar de wetenschap."

Na het behalen van zijn doctoraal in 1984 begint Wallage bij Dijker en Doornbos in Utrecht, als eerste econoom tussen vooral NIVRA-opgeleide collega's. Hij wordt daar aangenomen door de onlangs overleden Hans Gortemaker. "Het ging tijdens mijn sollicitatiegesprek eigenlijk alleen maar over Limperg. Dat was leuk. Het werk zelf was in het begin uiteraard heel basaal. Ik zat daar tussen NIVRA-collega's die heel goed konden boekhouden en ik kwam groen van de universiteit. Zij zagen je toch als potentiële concurrent in de carrièreontwikkeling. Maar ik heb daar veel geleerd. Na het behalen van mijn accountantsdiploma in 1986 kreeg ik de ruimte om te gaan promoveren, bij André Bindenga. Mijn onderzoek ging over de structuur van de accountantscontrole, gebaseerd op een inventarisatie bij vijftien kantoren en getoetst aan Amerikaanse standaarden. De resultaten lieten zien dat internationale controlebenaderingen toen al steeds meer naar elkaar toegroeiden. In 1990 stapte ik over naar KPMG en in 1991 ben ik gepromoveerd. Toen ik in 1995 partner werd bij KPMG ben ik ook aangesteld als hoogleraar aan de UvA. Ik combineerde praktijk en wetenschap bewust fifty-fifty. Ik had naast een groot warenhuis enkele internationale cliënten en ben mij later vooral gaan richten op vaktechniek. Ik maakte veel mee dat ik ook in de collegezaal heel goed kon gebruiken. Die voorbeelden uit de praktijk vinden studenten heel prettig. In 2011 werd ik ook hoogleraar aan de Vrije Universiteit, waar ik vooral les gaf aan de masterstudenten. In 2015 nam ik afscheid van KPMG en tot vorig jaar ben ik werkzaam gebleven als hoogleraar.”

Stoppen partners trouwens niet te vroeg? Waarom zou je je op je 55ste nog inzetten voor bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen in CSRD of artificial intelligence, als je toch binnen enkele jaren gaat stoppen?
"Ik weet niet of voor die aanname consistent bewijs bestaat, maar niets menselijks is accountants natuurlijk vreemd. Als je als bijna vertrekkende partner moet kiezen tussen dividend uitkeren of zwaar investeren, dan ligt de uitkomst wel een beetje voor de hand. Dat is niet vreemd. Tegelijkertijd is ook doorstroom nodig om jongere partners te kunnen werven. Het moet in balans zijn. Als partner werk je trouwens heel hard, dag en nacht, onder grote druk. Dus als je nog andere zaken wilt doen met je leven, dan moet je op een gegeven moment wel wat terugschakelen. We zijn ooit verhuisd en ik was toen extreem druk en zat in een kamertje op zolder een deadline te halen. Ik hoorde de verhuizers toen zeggen tegen mijn vrouw: 'Moeten we die man boven meeverhuizen?' Je hebt meestal geen tijd voor andere dingen dan werk."

'Als je nog andere zaken wilt doen met je leven, dan moet je op een gegeven moment wel wat terugschakelen.'

Hoe ging je om met de druk?
"Ik ben altijd met plezier naar mijn werk gegaan. Ik heb problemen altijd als uitdagingen gezien. Het hoort erbij. En het met plezier naar mijn werk gaan was ook steeds mijn uitgangspunt. Anders was ik zeker wat anders gaan doen. Je moet doen wat je leuk vindt, dan kun je ook met de mindere ervaringen overweg."

Wat is de belangrijkste beroepsontwikkeling geweest tijdens jouw loopbaan?
"Dat zijn er meerdere geweest, maar laat ik wat zeggen over het extern toezicht. Daar heb ik veel over nagedacht. Ik vind dat iedere individuele accountant zijn eigen vaktechnische verantwoordelijkheid heeft. Je kunt ook voor de tuchtrechter komen als je het niet goed hebt gedaan. Zo ben ik opgevoed en opgeleid. Naar aanleiding van allerlei calamiteiten is in 2006 besloten dat er extern toezicht moest komen op accountants. Maar dat toezicht is gericht op het niveau van accountantsorganisaties. Daar heb ik me zeer over verbaasd. Hoe kun je een accountantsorganisatie nu de verantwoordelijkheid opleggen die bij de individuele accountant hoort?

'Je moet als professional ruimte houden om je verantwoordelijkheid in te vullen.'

Toen ik het hoorde, dacht ik dat ergens de bliksem was ingeslagen. Nu zijn we twintig jaar verder en ik denk inmiddels dat het goed is dat er spelregels zijn bijgekomen. Het belangrijkste van het externe toezicht is dat je als individu wordt gedwongen om samen te werken en af te stemmen met collega's, want de individuen vormen samen de accountantsorganisatie. Achteraf bekijkend had deze aanpak best problemen kunnen voorkomen die ik in het verleden heb mogen aanschouwen. Kortom: de weg ernaar toe was heel hobbelig, maar het heeft tot iets goed geleid. En misschien was het proces wel onontkoombaar. We moeten echter niet doorschieten in het reguleren. Je moet als professional ruimte houden om je verantwoordelijkheid in te vullen. Je moet geen stempelmachine worden, want dan wordt het een mechanische exercitie. Je moet de oordeelsvorming niet uitschakelen. Dat werkt niet, maar waar het optimum precies ligt weet ik ook niet."

Hoe kijk je aan tegen de problemen en fouten waarmee accountants worden geconfronteerd?
"Ik heb bij vaktechniek best wel zware zaken langs zien komen. Het probleem is meestal dat je onder hoge druk, vooral tijdsdruk, een besluit moet nemen. Dat kan hoog oplopen, bijvoorbeeld met een raad van commissarissen van een beursfonds. Het is bijna onmenselijk om te verwachten dat je daar als individuele accountant altijd tegenwicht aan kunt bieden. Dan moet je samen met anderen een vuist kunnen maken en zeggen dat je nog een aantal weken nodig hebt, ook al leidt dat tot een persbericht dat de controleverklaring op zich laat wachten. We moeten er sowieso voor waken dat iemand grote besluiten neemt met zware consequenties, zonder te overleggen. Dat is heel gevaarlijk. Dilemma's moet je niet alleen willen oplossen. Ik vind dat zodanig belangrijk dat ik nog betrokken zal blijven bij de referaatgroepen van de praktijkstage bij de IEMA-opleiding (de internationale accountantsopleiding van de Vrije Universiteit en de Universiteit Maastricht). Leren betekent praten over dilemma's, ook achteraf. Het is geen zwakte als je overlegt met iemand. Je laat je kracht zien als je juist niet denkt dat je het alleen wel weet. En als je baas daarover een andere mening heeft, dan moet je een andere baas zoeken. De gevolgen kunnen namelijk desastreus zijn. Hierbij geldt overigens nog een les voor accountantskantoren: blijf achter je mensen staan, ook als er fouten zijn gemaakt. Bescherm je mensen! Dat is de cultuur die je wenst. Als iemand een fout heeft gemaakt en er is vastgesteld dat er een slechte intentie bestond, dan heeft die persoon natuurlijk een probleem, maar tot dat moment moet je achter je mensen staan. Daarvan heb ik ook mindere voorbeelden gezien. We moeten trots zijn op het beroep en misschien ook wel eens wat duidelijker zijn richting politiek. Als je denkt dat je het beter kunt, ga het dan zelf eens proberen. Enige pushback vanuit het professioneel perspectief om onze grenzen aan te geven vond de afgelopen twintig jaar te weinig plaats. Ik had dat zelf trouwens ook meer kunnen doen, misschien."

'Als de accountantsfunctie zeer slecht zou worden uitgeoefend, dan waren we er al lang niet meer geweest.'

Wat is er wel goed gegaan?
"Als je ziet wat het beroep heeft doorleefd, dan ben ik trots als accountant op de professie. In het algemeen is men toch tevreden over de accountant, al doen de publieke geluiden soms anders vermoeden. Maar als de accountantsfunctie zeer slecht zou worden uitgeoefend, dan waren we er al lang niet meer geweest. We doen ons best. Dat is positief. Het hoort er gewoon bij dat dingen soms fout gaan. Maar dat wordt soms moeilijk geaccepteerd."

Jij hebt vaker gezegd dat accountants uiteindelijk overbodig zullen worden. Toch stond dat niet echt in jouw afscheidsrede. Ben je van mening veranderd?
"Het feit dat computers, netwerken en AI zich steeds verder ontwikkelen richting de werking van ons brein, zal toch uiteindelijk ontaarden in een systeem dat zodanig is geautomatiseerd dat het ook de besluitvorming van een accountant grotendeels aan zal kunnen. Dat het gebeurt staat voor mij vrijwel vast, maar ik weet alleen niet wanneer. Tot dat moment is aangebroken is de mens, en dus ook de accountant, ongelofelijk relevant. En ik ben er ook van overtuigd dat de accountant daarna een rol zal blijven spelen in de context van AI. We hebben het vaak over hallucineren en allerlei andere risico's in data-informatie-context-sfeer waarin echt wetgeving en toezicht nodig zijn. En wie zou dat beter kunnen controleren dan 'de accountant'? Het zal niet meer de financiële registeraccountant van nu zijn, misschien zijn het data scientists, maar ik ben ervan overtuigd dat de mens cruciaal zal blijven voor assurance. In de EU AI Act is het toezicht wel al benoemd. Maar we hebben waarschijnlijk eerst schandalen en calamiteiten nodig om de boel in beweging te krijgen."

Je gaat nog niet stilzitten. Welke plannen heb je nog?
"Ik begin aan een cursus over Hannah Arendt bij het hovo-onderwijs. Ik heb ook nog het doel om meer zicht te krijgen op de rol van de accountant in de Tweede Wereldoorlog, aan de hand van onderzoek. Daarnaast blijf ik nog actief als lid van de Accountantskamer. En ik zit in de commissie van deskundigen bij het notariaat en gerechtsdeurwaarders, om ondernemingsplannen te beoordelen. Het is leuk om over de schutting te kijken en grote overeenkomsten tussen onze beroepsgroepen waar te nemen. Ze zijn professioneel, hebben een maatschappelijke functie, maar ook hier blijken ze gewoon mensen te zijn die soms onhandige dingen doen. Als je notaris wilt worden, moet je trouwens langs een integriteitscommissie om een goed gesprek te voeren en een psychologische test te doen. Ik vind dat niet verkeerd.

'Een eed werkt waarschijnlijk het beste als je familie erbij is.'

En ik vind ook dat die beroepseed voor accountants vaker moet worden afgelegd. We zouden daar een soort onderhoudsmechanisme voor moeten hebben. Een eed werkt trouwens waarschijnlijk het beste als je familie erbij is. Zij kunnen van dichtbij toezicht op je houden. Misschien zal ik hier ook nog wel eens iets over opschrijven. Ten slotte zit ik nog in het bestuur van de Foundation for Auditing Research. Het is en blijft bijzonder boeiend om wetenschap en praktijk zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen."

Welk advies zou jij jonge accountants willen meegeven?
"Met de AI-ontwikkelingen in het achterhoofd vind ik dat we het kritisch denken van accountants veel meer moeten stimuleren. Tegelijkertijd moeten we uitkijken dat we niet allemaal tot het hoogste niveau professioneel-kritisch worden, want dan ga je elkaar alleen maar overtroeven. Maar mensen blijvend, en misschien nog meer dan nu, bewust maken van het belang ervan, is in de komende jaren uitermate relevant. Alle complottheorieën worden in dezelfde grote datasets meegedraaid en dat tast de waarheid van beweringen aan. Zelfstandig nadenken over de waarde van AI-productie wordt steeds relevanter. Het paraat hebben van kennis wordt minder relevant. Het verbale, cognitieve, kunnen luisteren, overtuigen, het communicatieve tussen mensen wordt belangrijker. En last but not least wil ik graag nog toevoegen: Accountant is het mooiste beroep dat er is. Geniet ervan!"

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.