Omar El Messaoudi

Biedt de huidige manier van toezicht wel de juiste prikkels om het accountantsberoep sterker te maken en verder te brengen, vraagt Omar El Messaoudi zich af.

Discussie Column

Inzicht uit toezicht

"Vul dat template wel volledig in", roept een manager nog na richting zijn collega, terwijl hij zijn koffer inpakt om naar een volgende klant te racen. "Ik wil de AFM namelijk niet op mijn dak."
"Ik snap niet waarom het zo omslachtig moet. Wij hebben toch de juiste werkzaamheden uitgevoerd en voldoende controle-informatie vergaard om tot dit oordeel te komen?" vraagt de collega nog na. Tevergeefs, de laptop van de manager is al dichtgeklapt.

Als gevolg van het rapport van de AFM in 2017 heb ik afgelopen jaren soortgelijke gesprekken als hierboven zien toenemen. Auditteams die allerlei templates en checklist tot in den treure invullen om maar te voldoen aan de eisen van de AFM. Althans, dat wordt dan vaak als argument gebruikt. "Ik heb geen zin in een onvoldoende op mijn dossier", hoor ik een partner nog zeggen.

Ik weet bijna zeker dat het niet het doel van de AFM is geweest om zulke gesprekken te initiëren. Ook ben ik ervan overtuigd dat het niet bij de accountant past om bepaalde stappen te nemen omdat een toezichthouder dat wil. Een accountant neemt bepaalde stappen omdat kennis en expertise hem of haar vertellen dat dit de stappen zijn die genomen moeten worden om tot een oordeel te kunnen komen. 

Ik denk dat de huidige manier van toezicht niet de juiste prikkels bevat om het accountantsberoep nog sterker te maken en verder te brengen. Dit heeft met een aantal aspecten te maken. Ik houd het in deze opinie op drie aspecten: samenwerking, populatie en data-analyse en innovatie.

Samenwerking

Ik pleit voor een samenwerkend toezicht, in plaats van een straffend toezicht. Het toezicht bij de AFM is nu vooral gericht op de controle van een aantal dossiers of andere gebieden, om vervolgens de resultaten publiekelijk te maken. Publicatie van de afgelopen negatieve resultaten heeft accountants, aanstormend talent, stakeholders en andere personen uit het maatschappelijk verkeer een negatief beeld van de sector gegeven, terwijl er talloze zaken wel goed gaan en je de uitslagen van een AFM-rapport gewoonweg niet kunt en mag extrapoleren over de gehele sector.

Wellicht is het handiger dat de AFM de onderzoeksresultaten eerst deelt met het betreffende kantoor en een afspraak met dat kantoor maakt om de punten op te volgen binnen een afgesproken termijn. Bij voldoende opvolging hoeft er dan niets publiekelijk gemaakt te worden. Bij aantoonbaar verzuim, of bij het tonen van mooie ontwikkelingen, kan de AFM alsnog overgaan tot publicatie. Op deze manier creëer je als toezichthouder meer een gevoel van samenwerking en ben ik ervan overtuigd dat dit voor de juiste prikkels zal zorgen bij accountants. Er ontstaat een cultuur met ruimte om fouten te maken en hiervan te leren. Een lerend beroep!

Populatie en data-analyse

De AFM moet veel meer dossiers onderzoeken. Het controleren van 32 dossiers (zoals in 2017) is te weinig en verschaft onvoldoende inzicht. Sterker nog, ik ben van mening dat je op basis van 32 dossiers niet kunt concluderen of het goed of slecht gaat binnen de sector. Door data-analyse moet een toezichthouder bijvoorbeeld in kaart kunnen brengen hoeveel controleverklaringen er in een bepaalde periode afgegeven zijn en hoeveel daarvan er getoetst moeten worden om een zinnige conclusie te kunnen formuleren. Met grotere steekproeven en data-analyse kun je ook betere dashboards maken, om interessante verbandscontroles inzichtelijk te krijgen. Bijvoorbeeld het verschil in kwaliteit tussen kantoren binnen een bepaalde sector, of na een ingrijpende ontwikkeling als de huidige pandemie.

Innovatie

Voor de huidige crisis stond ik tijdens een young profs-event te praten met een collega vanuit de AFM. Ik had het onder meer over Accounttech en de innovatieve ontwikkelingen die ik binnen de kantoren zie en dat een aantal collega-accountants frustraties geuit hadden richting de toezichthouder. De manier van toezicht en de huidige standaarden zouden niet snel genoeg meebewegen met de innovatie. Een slimme tool om bijvoorbeeld de omzet op een andere manier te controleren wordt niet snel uit de kast getrokken, omdat de toezichthouder deze niet kan rijmen met de standaarden of er de mensen niet voor heeft om de tool te toetsen, hoor ik dan als argumenten. Hier schrok ik destijds wel van, omdat dit zou betekenen dat toezicht innovatie kan afremmen. Gelukkig heb ik in een recent gesprek met de AFM positieve geluiden gehoord. De AFM staat juist open voor innovatieve ideeën en heeft hier zelfs een afdeling voor, die als sparringpartner fungeert. Ik vraag de AFM dan ook om deze mogelijkheden nogmaals richting de sector te communiceren, zodat innovatie in ieder geval weer een extra stimulans krijgt.

Tot slot wil ik meegeven dat elke schakel in de keten belangrijk is. Accountants en kantoren kunnen allerlei initiatieven starten om het beroep verder te brengen. Als echter een toezichthouder, regelgevers of klanten hierin achterblijven, dan wordt het een moeizaam proces. Uiteraard dienen accountants en kantoren ook niet achter te blijven wanneer één van de andere schakels een sterk initiatief opstart dat het beroep verder kan brengen. Mijn trainer in het zaalvoetbal zei vaak: "Je bent even sterk als je zwakste schakel."

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Omar El Messaoudi is zelfstandig gevestigd registeraccountant, lid van het bestuur van NBA Young Profs en lid van de werkgroep Accounttech van de NBA.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.