Hakan Koçak

Het is de tijd van de goede voornemens. De gelijkenis tussen sporten en innoveren is pijnlijk precies, meent Hakan Koçak.

Discussie Column

De sportschool waar niemand komt

Iedereen die sport, kent dit moment: je besluit fitter te worden, downloadt een app, koopt een sporthorloge, zet een schema klaar. De eerste week gaat het goed, maar daarna wordt het lastiger. Niet omdat je geen motivatie hebt, maar omdat je geen zicht hebt op je vooruitgang. Precies dat patroon zie ik terug in innovatie binnen accountantskantoren.
We hebben de abonnementen. We hebben de tools. We hebben de licenties.
Maar blijven oefenen? Ho maar.

De stille sportschool van ons vak

De meeste kantoren hebben tegenwoordig een indrukwekkende innovatievitrine: AI-platformen, indrukwekkende dashboards, trainingstrajecten, pilotgroepen. Als je de socials leest, zou je denken dat we elke dag met zijn allen personal records verbreken. Maar in de praktijk zie je iets anders. Tooling die nauwelijks wordt gebruikt. AI-functies die alleen in demo's bestaan. Een pilotgroep die drie keer afspreekt en langzaam oplost in de drukte. Wat overblijft is een lijst mooie woorden, maar weinig spieren.

We willen wel veranderen, echt waar, maar we hebben het ritme niet. Net zoals je niet één keer per jaar kunt hardlopen en dan verwacht dat je de marathon uitloopt, kun je ook niet in november ineens 'iets met AI' doen en denken dat je klaar bent voor de toekomst.

Het echte werk begint bij ongemak

De gelijkenis tussen sporten en innoveren is pijnlijk precies.

Grote stappen bestaan niet. Sterker worden komt niet door één trainingsdag, maar door kleine gewoontes. Innoveren werkt hetzelfde: niet één grote strategiedag, maar vijf minuten per dag experimenteren.

We vermijden discomfort. In de sportschool betekent dat: dezelfde loopband, dezelfde snelheid, nul risico. In ons werk: dezelfde werkprogramma's, dezelfde aanpak, zero experiment. Alles om maar niet te hoeven toegeven dat we iets nog niet kunnen.

En het echte succes? Dat is onzichtbaar. Het zit in ritme. In herhaling. In de stille momenten waarop iemand denkt: "Laat ik dit eens anders proberen." Precies dáár wordt innovatie gebouwd.

Wat betekent 'op komen dagen' dan concreet?

Om het zichtbaar te maken, hier drie niveaus waarop het ongemak klein kan beginnen en groot kan worden.

  1. Individueel niveau, micro-acties die iedereen kan doen

Opkomen dagen betekent niet: nieuwe technologie masteren.
Het betekent: kleine stappen durven zetten. Elke dag tien minuten spelen met AI, al is het om je mail duidelijker te maken. Hardop zeggen: "Ik snap deze tool nog niet. Wie oefent mee?" Wekelijks één ding proberen dat je nog nooit hebt gedaan. Een fout delen zodat anderen ervan kunnen leren. Vijf minuten reflecteren: "Welke van mijn activiteiten vandaag had ik anders kunnen doen?"’

Dit is trainen. Niet spectaculair, wel transformerend.

  1. Opdrachtniveau, kleine ingrepen, grote leercurve

In opdrachten kun je ongelooflijk veel kleine innovatieprikkels stoppen. Eén onderdeel van de controle anders doen dan vorig jaar. Tijdens de planningsmeeting vijf minuten reserveren voor de vraag: "Wat willen we bij deze opdracht verbeteren?" Een mini-experiment: een analyse automatiseren, een prompt bouwen, een document laten samenvatten.

Niet alles werkt. En dat hoeft ook niet. Het gaat om de herhaling.

  1. Afdelings- of kantoorniveau, rituelen die cultuur maken

Dit is waar innovatie ophoudt hobby te zijn en een leefstijl wordt. Een wekelijkse innovation stand-up: drie collega’s laten in tien minuten iets zien dat ze hebben getest. Een vaste bouwdag: vier uur per maand waarin teams aan processen sleutelen zonder deadlines. Iedere opdracht minimaal één micro-experiment verplicht stellen.

Ritueel bouwt cultuur. Cultuur bouwt innovatie. In die volgorde.

En wat mag je verwachten van leidinggevenden?

Heel simpel: ruimte, ritme en rolmodelgedrag. Ze gebruiken zelf AI en delen openlijk wat ze nog níet begrijpen. Ze normaliseren fouten: "Als dit niet werkt, is dat geen probleem. Niet proberen wél." Ze blokkeren tijd in de agenda voor oefenen en beschermen die tijd. Ze stellen vragen die schuren: "Waarom doen we dit nog zo?" "Wat heb je deze week uitgeprobeerd wat je nog nooit eerder deed?"

Leidinggevenden hoeven geen innovators te zijn. Ze moeten alleen zorgen dat de sportschool open is en dat iedereen durft binnen te stappen. En ja, dat voelt soms oncomfortabel. Net als die eerste keer dat je na maanden weer een dumbbell oppakt en merkt dat hij zwaarder is dan je dacht.

Maar dat ongemak? Dat ís de groei. Dat is de spier die sterker wordt.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Hakan Koçak is partner bij Kriton, is mede-oprichter en bestuurder van nest accountants academie en mede-oprichter en host van de BusySeasonTalks. Hij is daarnaast lid van de raad van toezicht van Tivoli Vredenburg en werkte eerder in de auditpraktijk bij PwC.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.