Magazine

#Klooienmetcomputers

Arnout van Kempen over rommelen in een digitale wereld.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 3, 2021

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Nu duidelijk is hoe de Python Shell werkt, hoe we programma’s kunnen opslaan en vanaf de CLI kunnen uitvoeren, laat ik dat verder achterwege. Voorlopig gaan we ons puur op Python zelf richten.

Als we willen gaan rekenen, en ik vermoed dat we dat wel willen, is het handig om wat eigenaardigheden van Python te kennen. Om te beginnen is het van belang te begrijpen dat wat voor mensen een kwestie is van een komma in een getal zetten, voor computers best lastig is: van gehele getallen naar breuken gaan. Gehele getallen worden bij computers meestal integers genoemd, en breuken heten real, floating point, floats of decimals. Met name bij breuken moet de computer weten wat je als uitkomst wilt hebben.

Als je bewerking n wil loslaten op getallen a en b, dan ziet dat er meestal uit als a n b, waarbij n de operator is, en a en b variabelen of constanten. Bekijk eens de uitkomsten van de volgende expressies in Python:

3+2 levert 5
3-2 levert 1
1/2 levert 0.5 (computers volgen meestal het Amerikaanse gebruik van de punt)
2*3 levert 6
3//2 levert 1 (// is een deling met alleen de integer als resultaat)
10%3 levert 1 (% levert de ‘rest’ op na een integer-breuk)
3**2 levert 9 (** staat voor machtsverheffen)

Vanzelfsprekend kan Python ook overweg met Boolean-wiskunde. Bijvoorbeeld:

1 == 1 levert True
1 == 0 levert False
4 == 4 and 5 == 4 levert False
not 5 == 4 and 4 == 4 levert True
4 == 3 or 4 == 4 levert True

Enzoverder

Nog twee uiterst nuttige basiselementen: input en keuzes. Probeer dit eens uit, en denk om de spaties, die zijn in Python essentieel!

naam=input(“Hoe heet je?“)
if naam == “Kees”:
print(“jij bent Kees!”)
else:
print(“jij bent Kees niet!”)

Met deze kennis een eerste programmeeropdrachtje. Schrijf een programma dat om een teller en een noemer vraagt, en dan een schone breuk terug geeft. Dus als je 10 en 3 invoert, moet de uitkomst zijn

3 1/3

En als je 9 en 3 invoert moet de uitkomst zijn

3

De uitkomst 3 0/3 is dus fout!

Arnout van Kempen is werkzaam als zelfstandig compliance officer voor (grotere) mkb-kantoren en docent voor SRA, NBA en Saxion Hogeschool. Daarnaast is hij lid van de signaleringsraad van de NBA, van het platform niet-oob-kantoren en is hij diaken van het bisdom ‘s-Hertogenbosch.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.