Magazine

Hbo-accountant past vaak beter bij de ondernemer

Dat zestig procent van alle titeldragers in het accountantsberoep een hbo-achtergrond heeft, wil nog wel eens ondersneeuwen. Reden voor Coen Bongers, hoofd van de accountancy-opleidingen van Hogeschool Windesheim en secretaris van het AC-scholenoverleg, om er aandacht voor te vragen. Ook accountantskantoren zijn positief over hbo’ers in de accountancy. “In het hbo leer je welke knoppen verstandig zijn om te gebruiken.”

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 5, 2022

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Ronald Bruins

“In het hbo leiden wij de accountant van de toekomst op”, claimt Bongers de plek voor hbo’ers onder de zon. “Er gaat veel mis in de accountancy en daarover wordt veel geschreven, maar dat leidt af van de basis. Namelijk dat het hbo veel van de accountants in Nederland aflevert en dat die vooral in het mkb gewoonweg goed werk afleveren.” Cijfers ondersteunen zijn betoog. In 2018 stroomden 8.300 studenten in bij aan finance gerelateerde opleidingen. Dat zijn accountancy (1), finance en control (2) en finance, tax en advice (3). “Dat zijn typische opleidingen die toeleverancier zijn van het beroep”, aldus Bongers. Hij spreekt meteen ook zijn zorgen uit. “In september stroomden er nog maar 5.100 in. Dat is maar liefst meer dan drieduizend minder.” De redenen zijn divers. Studenten zien het lang niet meer zitten om tien jaar te studeren voordat er een titel is. Daarbij komt volgens Bongers dat, als het economisch goed gaat, er eerder voor sociale vakken wordt gekozen. “Gaat het slecht, dan zie je een toenemende aandacht voor economische vakken. Verder hebben we last van een opdrogende demografie.”

Theorie en praktijk in één keer

Om de accountancyopleidingen aantrekkelijker te maken, moeten deze volgens Bongers nog meer aansluiten op de praktijk. “Toen wij op Windesheim in 2016 onze opleiding gingen herzien, heb ik als eerste contact gezocht met de praktijk, om daarmee samen een deel van de opleiding vorm te geven. Dat betekent dat studenten al snel met een accountantskantoor samenwerken en stages lopen. Meters maken in de praktijk, daar leer je het meeste van.”

Daarnaast stelt Bongers dat de accountancy-opleidingen moeten uitkijken dat ze “niet alles” in vier jaar kunnen stoppen. “Van communicatie tot aan ICT en ESG. En natuurlijk theorie en praktijk vanuit de accountancy zelf. De eindtermen die als basis dienen voor de totale accountantsopleiding schrijven veel voor. Ik spreek wel eens accountants die zeggen dat ze meer aspecten willen terugzien, maar ik vraag dan ook steeds: “Wat kan er af?” We kunnen in vier jaar geen Nobelprijswinnaars opleiden. Waar ik wel kansen zie: Nu krijgen studenten theorie en vervolgens brengen ze die theorie bij een accountantskantoor in de praktijk. Kunnen we die theorie en praktijk niet veel meer integreren? Dat zijn we nu, samen met de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding, aan het onderzoeken. Overigens betekent het leren in de praktijk ook dat er voldoende aandacht moet zijn voor de begeleiding op kantoren: Iets dat door de overspannen arbeidsmarkt zo af en toe minder aandacht krijgt.”

De praktijk

Over naar de praktijk. Die zestig procent aan hbo’ers komt terecht bij accountantskantoren zoals 216 Accountants, Van Lienden & Kooistra en Bentacera. Daar zijn ze overwegend positief over al die hbo’ers die het vak instromen. Jeroen van der Krabben, lid van het management bij 216 Accountants: “Ik heb zelf ook de Avans Hogeschool doorlopen. Dat was veel theorie, maar inmiddels is de opleiding accountancy daar zo aangepast dat theorie, praktijk en projectmatig werken samenvallen. Nu is er veel meer aandacht voor samenwerken en hoe je als team een klant behandelt. Dat is positief.” Hbo’ers passen volgens hem in het algemeen beter bij de ondernemer. “Het is echt bijna een ander beroep. RA’s focussen zich met hun universitaire kennis veel meer op de specialistische audit, waar AA’s aan de slag gaan als sparringpartner en vertrouwenspersoon in het mkb. Dat is veel meer praktijkgericht. Je wilt dan ook - dat past bij een hbo’er - een praktische invulling van de gesprekken met de ondernemer. Die zit niet te wachten op een theoretische verhandeling over de jaarrekening. Daar zit de meerwaarde van de accountant in het mkb inmiddels niet meer. Ik vind het vooral een verschil tussen een denker en een doener.”

Vacatures staan een jaar open

Kelly van Ravenhorst is HRM-adviseur bij Van Lienden & Kooistra. “Ik ben verantwoordelijk voor de in-, door- en uitstroom van accountants bij ons kantoor. Ik probeer vooral die instroom zo hoog mogelijk te krijgen, terwijl ik de uitstroom zo klein mogelijk wil houden. Wij zijn een ‘breed’ kantoor. Hbo’ers zitten bij ons in de accountancy, maar ook in de fiscaliteit, HR en salarisadministratie. Van de assistent-accountants en accountants die we in dienst hebben, komt 95 procent van het hbo. Vaak ga je, als je de universiteit hebt gedaan bij de big four of in de controlepraktijk werken. Net als veel andere kantoren hebben wij ook last van de krapte op de arbeidsmarkt. We lopen keihard tegen personeelstekorten op. Een assistent-accountant is lastig te vinden. De doorlooptijd van de vacatures wordt daardoor langer. Er is op de scholen bijna geen aanwas. Bij een school in de omgeving studeerden vijf studenten af, waarvan er slechts één de accountancy ingaat. Wij merken dat scholen te veel hebben geroepen dat het beroep automatiseert. Dat is een hardnekkig vooroordeel, want het werk wordt er juist leuker door. De repetitieve taken aan de administratieve kant worden geautomatiseerd en zelf mag je meer analyseren en meedenken met de ondernemer. Maar ik vrees dat dat vooroordeel al veel kwaad heeft gedaan.”

Veel geld voor een aangifte

Freek Zandbergen, adviseur accountancy, vaktechniek en compliance bij Bentacera, is ook positief over de hbo-opleidingen. “Ik heb de opleiding in de jaren negentig doorlopen. Toen werd er, gechargeerd gezegd, alles vanuit de vaktechniek ingeduwd. Sindsdien is er steeds meer aandacht gekomen voor competenties en de houding van een accountant. Het is goed dat die ontwikkeling zichtbaar is. Want in de praktijk kijkt het mkb ook anders tegen ons aan. Een mkb’er vindt het vrij veel geld voor het noodzakelijk kwaad van een aangifte en een jaarrekening alleen en ervaart de meerwaarde juist in het meedenken door de accountant. Denk aan feedback en advies.”

Zandbergen vindt dat accountantskantoren niet mogen verwachten dat hbo’s perfecte beroepsbeoefenaars afleveren. “Ik vind de opleiding ook een filter. Vind je als mens het beroep leuk en kun je het inhoudelijk én als persoon aan? Om de analogie te maken: je leert wat de borden langs de weg betekenen. Echt goed autorijden leer je in de praktijk. In die praktijk wil de ondernemer niet per se weten hoe je vaktechnisch een complexe eliminatie oplost, maar eerder hoe een zaak van ouder op kind het best kan worden overgedragen.”

Brede zoektocht

Daarbij zijn er binnen het accountantskantoor twee smaken, constateert Zandbergen. “Diegenen die met een helikopterview de ondernemer op een breed gebied bijstaan en specialisten met specifiekere aandachtsgebieden zoals fiscale specialismen, bedrijfsadvisering of interne vaktechniek en compliance. Beide groepen hebben we hard nodig.” Van der Krabben geeft zijn recruitmentbureau een brede zoektocht mee. “Niet alleen hbo’ers vanuit de accountancy, maar ook studenten management, economie, recht en - waarom ook niet - de hogere hotelschool. Nu de computer veel van de administratieve afhandeling doet, zoek je naar mensen die kunnen analyseren en het gesprek kunnen aangaan met de ondernemer. Dat kan iemand met een hotelachtergrond ook.” Van Ravenhorst: “Dat verwacht ik ook van hbo-studenten: kunnen luisteren naar je relatie en verantwoordelijkheid pakken. Een ondernemer wordt er namelijk niet warm of koud van als jij hem vertelt dat de cijfers minder, beter of gelijk zijn gebleven. Dat kan hij zelf ook wel zien in zijn dashboard. Kortom, je moet het grotere verhaal kunnen vertellen.”

Een groot gat

Van der Krabben constateert dat er een groot gat zit tussen wat een AA en een RA krijgen betaald. “Corporates doen minder moeilijk minder over het tarief van de grote accountantskantoren. In het mkb voelt een ondernemer ons tarief meteen rechtstreeks in zijn portemonnee en hij of zij is er dan ook kritisch op.” Nog zo’n verschil tussen de over het algemeen universitair opgeleide en hbo-opgeleide accountants: “Bij RA’s loopt je sneller tegen een glazen plafond op en kom je een hiërarchische laag tegen waarbij het de bedoeling is om partner te worden. Je krijgt ook niet meteen verantwoordelijkheid. Dat is in het mkb heel anders. Meer carrièrepaden, meer ruimte om te kiezen wat bij je past, platte organisaties en snel verantwoordelijkheid.”

Er is ook meer ruimte om te letten op de werk-privé-balans, zegt Van Ravenhorst. “Die vinden studenten als ze gaan werken tegenwoordig heel belangrijk. Het vervelende daarbij is dat het wat hen betreft lang duurt voordat je AA-accountant bent. Dat weerhoudt sommigen om het vak in te gaan. Wellicht is die belasting te verlichten, zonder het vak te verkwanselen.”

Prachtig ambacht

“Junior stagiairs hebben bij ons ook al klantcontact”, beschouwt Zandbergen. “Laat ze maar proeven aan wat het vak is en hoe de wisselwerking met de klant is. We vinden ook dat, van specialist tot aan relatiemanagers, iedereen klantcontact moet kunnen hebben en advies moet kunnen geven. Een junior inboeker kan bijvoorbeeld constateren dat een klant telkens verkeerd inboekt en hem daarop wijzen. Ik zie het vak ook meer als informatiemanager, dan als cijferaar.”

Bentacera heeft tot nu toe niet te klagen over de instroom van nieuwe jonge collega’s, maar Zandbergen maakt zich wel zorgen over de beperkte instroom bij de accountancy- en fiscale opleidingen in Leeuwarden en Groningen. “Wellicht is het een goed idee om bij havo’s en vwo’s meer aan promotie voor het vak te doen.” Bongers tot slot: “We leiden op tot een prachtig ambacht, dat van begin af aan de theorie met de praktijk verbindt. Verwacht daarbij niet dat iemand op zijn 22ste al alles weet van het vak. En ga het vooral niet vergelijken met waar je zelf staat als ervaren accountant.”

Stip aan de horizon

Het project ‘Stip aan de Horizon’ onderzoekt hoe de accountantsopleiding toekomstbestendig, studeerbaar, aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig kan blijven.

Via interactieve sessies wordt samen met stakeholders uit het onderwijs en het werkveld gewerkt aan de toekomst van de opleiding. De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) en de Raad voor de praktijkopleidingen van de NBA willen met de ideeën en inzichten uit die sessies komen tot een breed gedragen blauwdruk van de accountantsopleiding, in de oriëntaties Assurance en Accountancy-MKB. Updates worden uitgebracht via de LinkedIn-pagina van de CEA.

NBA Impact Challenge

De NBA Impact Challenge, de voorlichtingscampagne gericht op scholieren en studenten, is in september weer van start gegaan. Dit schooljaar komt er ook een hackathon, gericht op universitaire studenten.

De NBA Impact Challenge wordt sinds het najaar van 2020 ingezet om jongeren te informeren over het accountantsberoep en de opleiding tot accountant. Daarbij ligt de focus op zelf ervaren wat een accountant doet. Vorig jaar namen meer dan 2.500 scholieren en studenten en ruim achthonderd teams deel aan de challenge. Dat resulteerde in veel meer kennis over het beroep en een hoog percentage deelnemers met belangstelling voor de accountantsstudie. De campagne is opgezet in samenwerking met bureau Soapbox.

Nieuwe praktijkcase

De NBA Impact Challenge draait dit schooljaar om een nieuwe praktijkcase: ‘Nossa Barista’, de startende koffiebar van Nadine en Babette, die hun duurzaam geproduceerde bonen uit Brazilië ook los aan consumenten willen verkopen. Havo- en vwo-scholieren en hbo- en wo-studenten krijgen hierover op basis van hun kennisniveau een challenge op maat. Zo verplaatsen zij zich in de rol van de accountant. De challenge duurt tot en met december; de finale is in februari 2023. Ook circa 85 NBA-ambassadeurs spelen een grote rol bij het ondersteunen van de campagne. Niemand kan immers beter over het accountantsberoep vertellen dan accountants zelf. Zij verzorgen in de periode augustus tot en met december gastlessen op tal van scholen. Enkele van hen vertellen via video over hun werk. Ook worden online ambassadeurs (influencers) ingezet, die zorgen voor een groot bereik (vier miljoen pageviews in 2021).

Naast de NBA Impact Challenge start de NBA met een hackathon, gericht op universitaire studenten. Daarbij worden gevorderde accountancystudenten uitgedaagd om aan de slag te gaan met een pittige casus, zodat ze kunnen proeven van het accountantsberoep.

Accountancy, iets voor jou?

De challenge, de inzet van ambassadeurs en de hackathon vallen onder de NBA-voorlichting over het beroep, met nu als overkoepelend thema ‘Accountancy, iets voor jou?’ Daarbij hoort de nieuwe website met alle informatie over de huidige en vorige campagnes. Ook kunnen scholieren en studenten er informatie vinden over het traject om accountant te worden, over hoe de dag van een accountant er uit ziet en wanneer er open dagen zijn.

Meer informatie is beschikbaar via de campagnewebsite Accountancyietsvoorjou.nl.

Ronald Bruins is journalist.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.