Magazine

Van toezichthouder naar onder toezicht

David van As is ruim twee jaar directeur van het pensioenfonds voor de bouw (bpfBouw). Hoe kijkt hij als registeraccountant naar recente ontwikkelingen in de pensioensector?

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 6, 2014

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Van As is al zijn hele carrière betrokken bij financiële instellingen. Eerst bij Ernst & Young als accountant van verzekeraars en banken en vervolgens als toezichthouder op pensioenfondsen bij De Nederlandsche Bank. En sinds een paar jaar dus directeur van het zogeheten 'bestuursbureau' van bpfBouw. In die functie ondersteunt Van As het pensioenfondsbestuur in de volle breedte van de thema's die bij een pensioenfonds aan de orde zijn. Dit varieert van de premievaststelling, het verzorgen van de toegezegde uitkeringen tot het beleggen van de pensioengelden en alles wat hiermee samenhangt.

Andere kant

Verder heeft hij als directeur contact met zijn 'vorige' habitats. Een accountant controleert de jaarrekening van bpfBouw en DNB houdt toezicht op het fonds. "Op dit vlak kom ik mijn eerdere zelf dan ook regelmatig tegen", vertelt Van As. "Je zit nu aan de 'andere kant' en dat geeft een heel ander perspectief. Je moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat de bedrijfsvoering van het pensioenfonds integer is en vervolgens aan accountant en DNB aantonen dat dit ook zo is."

Als oud-accountant let Van As in dit verband sterk op zaken als intern controlebewustzijn en het werken van de klassieke functiescheiding. "Bij een pensioenfonds gaat het om omvangrijke geldstromen en een complexe omgeving. Dat vraagt om heldere spelregels over bijvoorbeeld de beheersing van integriteit bij beleggingskeuzes en de inrichting van het betalingsverkeer. Ook de cultuur van de organisatie vind ik belangrijk. Wordt in alle geledingen van het fonds goed met geld van de deelnemers omgegaan?" Richting DNB maakt de pensioenfondsdirecteur gebruik van de eigen toezichtservaringen. "Ik vroeg in mijn DNB-tijd aan fondsen om heel concrete en recente voorbeelden te noemen. Bij een onderwerp als bedrijfsvoering was dit bijvoorbeeld het laatste lijstje van deelnemersklachten. Als directeur kan ik nu op dit soort vragen anticiperen."

Overleg

De contacten met de eerdere werkgevers komen onder meer tot uiting in het zogeheten 'tripartiete overleg', waarbij bestuur en directie van het pensioenfonds, externe accountant en DNB periodiek met elkaar de stand van zaken bespreken. Meestal schuift ook de actuaris aan.

Van As: "Bij dit overleg wordt onder meer gesproken over het controleplan van de accountant en de actuaris en de risicoanalyse die iedere partij heeft gemaakt. Bij banken en verzekeraars is dit overleg al heel gebruikelijk, maar in de pensioenbranche is het nog geen usance." Van As nam bij bpfBouw twee jaar geleden het initiatief om dit overleg te gaan organiseren. "Wij zijn nu een van de eersten in de sector die dit doen en we zijn er positief over. In een gezamenlijke face-to-face-ontmoeting kom je verder dan het reguliere, toch wat steriele, accountants- en toezichtswerk."

Meldingsplicht

Accountants van pensioenfondsen kregen vorig jaar te maken met een nieuwe praktijkhandreiking. Deze bevat een lange lijst onderwerpen waar accountants tijdens de controle op moeten letten, van zaken als de solvabiliteit tot het versturen van brieven naar deelnemers. Van As stelt dat dit heeft te maken met wettelijke meldingsplicht die accountants hebben richting DNB. "Het gaat dan om zaken bij een pensioenfonds waar de toezichthouder van op de hoogte zou moeten zijn. DNB staat echter op afstand, terwijl de accountant in zijn controle veel kan zien. De accountant moet vervolgens aan DNB melden als bepaalde processen onvoldoende door het pensioenfonds worden uitgevoerd." De voormalige toezichthouder erkent dat de lijst van onderwerpen erg lang is. Dit heeft volgens hem te maken met de tendens van de laatste jaren dat DNB de touwtjes bij financiële instellingen strakker aantrekt. Toch heeft een dergelijke lijst wel degelijk zin, vindt Van As. "Niet alleen hebben zowel pensioenfonds als accountant hiermee een goed beeld van wat ze van elkaar kunnen verwachten. Het maakt accountants ook bewuster van de eisen van de Pensioenwet, bijvoorbeeld op het gebied van uitbesteding, beheersing van integriteitsrisico's en deskundig bestuur."

Wel vindt hij het verstandig dat accountants prioriteiten aanbrengen. "Bij belangrijke onderwerpen als risicomanagement en ICT krijgt een accountant al snel een beeld of het bestuur van het pensioenfonds voldoende in control is en het hele spectrum van onderwerpen overziet die voor het fonds van belang zijn."

Pitch

Het afgelopen jaar heeft Van As bij bpfBouw te maken gehad met een wisseling van accountants- en actuariskantoor en was hij bij beide betrokken bij een offerteproces. "Het was op zichzelf tamelijk standaard, maar toch vond ik het erg boeiend. Je let in het begin vooral sterk op of een accountant de pensioenomgeving en het model van de business goed begrijpt. Als hij er onvoldoende zicht op heeft, dan verwacht ik niet dat de kwaliteit van de controle goed is."

Later in de 'pitch' wordt de eindafweging gemaakt. De belangrijkste vraag op dat moment is met welk type accountant en actuaris het pensioenfonds het meest is gebaat. Van As: "Als bpfBouw hebben we een duidelijke voorkeur voor een accountant die de feiten kent, zich kritisch opstelt en tegengas geeft als het nodig is. We wilden daarom ook spreken met de mensen die de controle daadwerkelijk uitvoeren, om daar een gevoel bij te krijgen. Daarnaast speelt de kostenvergelijking geen onbelangrijke rol."

Vermogensbeheer

Een pensioenonderwerp dat de laatste tijd veel stof deed opwaaien betreft de kosten van het vermogensbeheer en de wijze waarop pensioenfondsen hierover rapporteren. Vanuit samenleving en politiek klinkt al langere tijd kritiek op de relatief hoge beheerskosten en de gebrekkige transparantie hierover. Toezichthouder AFM constateerde begin dit jaar dat de kwaliteit van de rapportages sterk uiteenloopt. Van As: "De kosten van het vermogensbeheer hangen samen met de afweging tussen risico en rendement in het beleggingsbeleid. Bij een hoger risico- en rendementsprofiel zullen de kosten vaak navenant hoger zijn." Volgens de Bpf-directeur is het bestuur zich ten volle bewust van de noodzaak goed te sturen op incentives, zoals resultaatsafhankelijke beloning, voor externe vermogensbeheerders en de transparantie van de kosten.

Nieuwe standaard

Over 2012 hebben accountants voor het eerst de vermogensbeheerkosten gecontroleerd, die fondsen opnemen in de DNB-Jaarstaten Pensioenfondsen. Conclusie van deze exercitie was dat pensioenfondsen de gebruikte definities nog niet overal eenduidig toepassen, terwijl accountants volgens Van As wel behoefte hebben aan een heldere normering om goed te kunnen toetsen. Recent zijn daarom de Pensioenfederatie en een aantal accountantskantoren begonnen met het schrijven van een handboek vermogensbeheerkosten. Van As: "Doordat accountants in een vroeg stadium meedenken en -lezen met het handboek, kunnen ze straks bij de controle praktisch uitvoerbare en eenduidige methodieken toepassen. Kosten van vermogensbeheer worden zo beter toegelicht en de transparantie gaat verbeteren."

Accountants en actuarissen

Vorig jaar zag nog een andere praktijkhandreiking voor pensioenaccountants het licht: over de samenwerking tussen accountants en actuarissen. Een samenwerking die in het verleden met een zekere regelmaat voor onderlinge spanning zorgde. Volgens Van As ontstond deze animositeit onder meer door onenigheid over de verantwoordelijkheidsverdeling van de controle. "Actuarissen hebben de juiste basisgegevens nodig voor hun berekening en willen dat deze zijn gecontroleerd. Accountants moeten de controleverantwoordelijkheid kunnen nemen voor het afgeven van de verklaring bij de jaarrekening als geheel en willen gebruik kunnen maken van het werk van de externe actuaris." Het 'gedoe' hierover is op dit moment veel minder dan een paar jaar geleden, vindt Van As. Hij signaleert over en weer meer begrip voor elkaars positie, wat de samenwerking verbetert. "Daarnaast heeft druk van de Autoriteit Financiële Markten en de publieke opinie de beide partijen naar elkaar toe gedreven. De handreiking die er nu ligt is het sluitstuk van dit proces. Op zichzelf is de materie al een tijdje bekend bij de partijen en is in de praktijk al het een en ander in gang gezet."

Dat laatste merkt Van As onder meer bij zijn eigen fonds. "Er wordt goed samengewerkt tussen accountant en actuaris. Er is afstemming over wie wanneer welke informatie aanlevert en ze houden elkaar op de hoogte van de vorderingen."

bpfBouw in 2013

Met een beheerd vermogen van 38,5 miljard en bijna achthonderdduizend, deels gepensioneerde, deelnemers hoort het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBouw) tot de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland. Eind vorig jaar kwam de dekkingsgraad uit op 112 procent, tegenover 106 procent ultimo 2012. Daarmee is het pensioenfonds nog niet helemaal uit de tekortpositie, maar scoort het wel beter dan het gemiddelde van de sector, zegt directeur David van As. "We hebben in tegenstelling tot veel andere fondsen geen kortingen hoeven aankondigen en doorvoeren. Deels is dit te danken aan het feit dat we in de afgelopen jaren de beleggingsportefeuille hebben afgedekt voor rentedalingen." Keerzijde van de afdekking was dat het pensioenfonds vorig jaar minder kon profiteren van de oplopende rente. Het overall beleggingsrendement was dan ook relatief bescheiden: 2,3 procent.

bpfBouw is niet ongevoelig voor de malaise in de bouwsector. Door de crisis neemt de werkgelegenheid in de branche behoorlijk af. Ook het actieve deelnemersbestand daalt hierdoor. Van As: "Daar heb ik wel zorgen over, hoewel een fonds op zich niet staat of valt met het aantal deelnemers. Daarnaast merken we het financieel. Werkgevers hebben soms moeite om aan de premieverplichtingen te voldoen. De betaaldiscipline is echter goed. Het tekent ook de waardering voor de prestaties van bpfBouw. Uiteindelijk gaat het om een goed pensioen voor de deelnemers tegen een aanvaardbare prijs."

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.