Magazine

'Externe accountant moet meer begrip hebben voor rol politici'

Worden RA-gemeenteraadsleden automatisch de ‘rekenmeesters’ van hun fractie? Of juist niet? “Mijn fractie heeft er bewust voor gekozen om mij niet de portefeuille financiën te geven. Omdat volgens mijn partijgenoten politiek meer is dan alleen maar bezig zijn met de inhoud. Het gaat ook om emoties.”

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 7, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

RA’s in de gemeenteraad

Bedenk voor een keer het ondenkbare. Stel, er zijn verkiezingen voor de Tweede Kamer en alleen registeraccountants zouden hun stem mogen uitbrengen. Op basis van de verkiezingsuitslag zou er dan een zeer solide VVD-CDAregering kunnen worden gevormd. En als volgens de gangbare regel de grootste partij de minister-president zou mogen leveren, dan zou Nederland voor het eerst sinds 1918, als opvolger van Pieter Cort van der Linden, weer een liberale premier krijgen. Want al heeft ‘de
Accountant’ geen diepgaand onderzoek laten uitvoeren naar de politieke voorkeur van RA’s, het is wel duidelijk dat CDA en VVD op de meeste sympathie mogen rekenen, met een lichte voorkeur voor de liberalen. Dat blijkt ook tijdens de zoektocht naar RA’s die actief zijn als gemeenteraadslid. De start van deze tocht begint bij de landelijke hoofdkwartieren van de diverse partijen.

Helaas, daar kan men ons niet verder helpen. Geen enkele partij blijkt over een overzicht te beschikken van gekozen raadsleden in combinatie met hun beroepsachtergrond. Geen nood, een beetje rondkijken op internet, aangevuld met gegevens uit de RA Gids biedt uitkomst. Het levert een kwintet aan RA’s op dat nu al in de gemeenteraad zit en daar naar verwachting, op basis van de positie op de kieslijst, na 7 maart 2006 terugkeert. Het gaat om twee VVD-raadsleden, twee van het CDA en een van de ChristenUnie/SGP.

Vrij ondernemerschap

Waarom is de VVD zo populair onder RA’s? Jan Huijs, al twaalf jaar gemeenteraadslid voor de liberalen in IJsselstein, heeft op die vraag een duidelijk antwoord. “Omdat accountants vanuit hun professie vaak te maken hebben met het vrije ondernemerschap en de VVD al sinds jaar en dag hiervan een fervent voorvechter is. Josien van Cappelle, inmiddels vier jaar raadslid voor de VVD in Capelle aan den IJssel, voegt daar nog iets aan toe. “De VVD staat van oudsher voor een solide financieel beleid. Ik kan me voorstellen dat accountants dit aanspreekt.”

Ook Dick Koudijs en Aart Slobbe, beiden vier jaar raadslid voor respectievelijk het CDA in Scherpenzeel en de ChristenUnie/SGP in Nieuwerkerk aan den IJssel, geloven dat de VVD de grootste partij onder RA’s is. Alleen CDA’er Theo Edel, inmiddels twaalf jaar raadslid in (net als Slobbe) Nieuwerkerk aan de IJssel, is niet overtuigd van de liberale dominantie. Zonder een spoor van ironie zegt hij: “Ik schat RA’s als bijzonder verstandige mensen in. En verstandige mensen stemmen in meerderheid op het CDA, daarvan ben ik overtuigd.”

Tijd

In de politiek kun je je geheel verliezen. Tenminste, als je dat wilt. Hoe staat dat met RA’s die doorgaans al een drukke baan hebben? Hoeveel tijd zijn ze kwijt aan hun werk en de politiek?

Aart Slobbe besteedt naar eigen zeggen aan zijn baan op het ministerie van Economische Zaken maximaal vijftig uur per week. Daarnaast steekt hij nog eens zo’n vijftien uur in de gemeentepolitiek. Hij is met in totaal 65 uur koploper. Daarna volgen Theo Edel (45-15 uur), Dick Koudijs (40-12 uur), Jan Huijs (45-6 uur) en Josien van Cappelle (24-12 uur). Dick Koudijs kan het aantal uren dat hij aan zijn werk besteedt keurig binnen de overeengekomen werkweek van veertig uur houden.

“Ik werk bij KPMG op het vaktechnische bureau. Ik doe slechts op beperkte schaal controleklussen. Hierdoor heb ik minder, zoals veel van mijn collega’s bij KPMG, met pieken in de werktijden te maken. Wel moet ik oppassen dat ik mijn vrije tijd niet volledig aan de politiek besteed. Ik ben alleenstaand, dus dat risico ligt op de loer.” Josien van Cappelle noemt juist de aanwezigheid van een gezin als reden om niet volledig door te slaan in de politiek, maar ook zeker niet in het werk. “Ik heb twee jonge kinderen. Daarom werk ik maar drie dagen in de week.”

Politieke ambities

Zij heeft, net als Theo Edel en Aart Slobbe, geen ambities om hogerop in de politiek te komen. Het drietal vindt het veel te leuk om zijn huidige werk te blijven doen en beschouwt zichzelf als ‘hobby-politici’. Ook Dick Koudijs wil geen wethouder worden, ondanks het feit dat hij wel lijsttrekker van het CDA in Scherpenzeel is. “De nummer twee op onze lijst heeft die ambitie wel. Dus als we in het College komen, hebben we een wethouderskandidaat. Maar Tweede-Kamerlid, daar zou ik wel over willen nadenken.”

Jan Huijs is daarentegen zijn politieke carrière aan het afbouwen. “Ik sta zesde op de VVD-lijst. We hebben op dit moment zeven zetels in de raad van IJsselstein. Mijn lage plaats op de lijst geeft aan dat mijn tijd als raadslid er nagenoeg op zit. Als het aan mij had gelegen was ik er na 7 maart 2006 al mee opgehouden. Maar men kon voor mij niet zo snel een opvolger vinden, die als financieel deskundige van de fractie optreedt. Dus heb ik mij nog een keer verkiesbaar gesteld, onder het voorbehoud dat ik niet de hele raadsperiode volmaak. Ik hoop over zo’n twee jaar op te stappen.”

Emoties

Huijs is dus de financiële deskundige van de VVD in IJsselstein. Hoe is dat bij de anderen? Zijn zij vanwege hun professie automatisch de ‘rekenmeester’ van de fractie geworden? Bij Dick Koudijs, Theo Edel en Aart Slobbe is dat inderdaad het geval. Edel en Slobbe zitten beiden in de raad van Nieuwerkerk aan den IJssel. Slobbe: “Omdat Edel een partij vertegenwoordigt die in het College van B en W zit en ik een oppositiepartij, zijn de financiële discussies in de raad vaak een ‘één-tweetje’ tussen ons beiden. Ik vrees dat dit wel eens over de hoofden van de andere raadsleden heen gaat.”

Josien van Cappelle is heel bewust geen financieel specialist geworden van haar fractie. “Toen ik vier jaar geleden mijn intrede in de politiek deed, liet mijn fractie mij weten dat ik alles mocht doen, behalve financieel woordvoerder worden. Ze waren bang dat ik mij dan alleen maar met cijfers zou bezighouden. Letterlijk werd mij verteld: politiek is meer dan alleen maar inhoud. Het gaat ook om emoties van mensen. Daarom zit ik nu in de commissie dienstverlening. Die houdt zich onder meer bezig met ouderen en gehandicapten, jongeren, onderwijs, kinderopvang en minderheden. Kortom, genoeg onderwerpen die met de emoties van burgers te maken hebben.”

Overigens geven alle vijf aan dat hun collegaraadsleden maar een zeer beperkt beeld hebben van het werk van een accountant. Slobbe: “Ik hoor te vaak dat ik de hele dag met mijn neus in de cijfers zou zitten. Nee, antwoord ik dan. Het verhaal achter de cijfers is veel belangrijker. Dat besef is nog niet bij veel raadsleden doorgedrongen.”

‘Cijferfetisjisme’

Er doet zich een merkwaardig verschijnsel voor bij accountants die in de politiek gaan. Het treedt op als de externe accountant de financiën van een gemeente op hun rechtmatigheid controleert. Die rechtsmatigheidstoets is sinds de invoering van het duale bestel in de gemeentepolitiek een gevoelig onderwerp. Want er zijn legio gemeenten die van de accountant geen goedkeurende verklaring kregen over hun financieel beheer in een bepaald jaar. De RA’s die zelf in de gemeentepolitiek gingen, betichten hun externe collega’s die een gemeente doorlichten van ‘juridische haarkloverij’ en ‘cijferfetisjisme’.

Het meest uitgesproken in zijn oordeel is Theo Edel. Niet verwonderlijk voor een raadslid van een gemeente die nog steeds wacht op de goedkeurende verklaring over de uitgaven van 2004. Edel: “De externe accountant past de regels veel te strikt toe. Wij vinden uiteraard ook dat uitgaven rechtmatig moeten zijn, maar wij gebruiken daarvoor politieke criteria, zoals: Iigt er aan een bepaalde uitgave een besluit van de raad aan ten grondslag en is het budget niet overschreden? De accountant wil daarentegen dat wij bij elk besluit aangeven waar hij op moet controleren. Als accountant begrijp ik dat wel. Ze zijn bang om met claims opgezadeld te worden. Maar als raadslid vind ik het geneuzel. De raad heeft helemaal geen tijd om elk besluit op weet ik hoeveel punten juridisch door te vlooien.”

Discussies

Jan Huijs kan zich wel iets bij deze kritiek voorstellen. “Ik ben voorzitter geweest van de commissie onderzoek van de gemeentelijke rekening. Dat was de voorloper van de rekenkamer die elke gemeente nu vanaf 2006 moet hebben. Ik herinner me de discussies met de externe accountant nog maar al te goed. Die stuurde ons regelmatig management letters waarin hij aangaf wat er allemaal fout was. Terwijl ik het nou zo aardig had gevonden als hij had aangegeven hoe we er als gemeente voorstonden. Maar accountants spreken zich niet uit. Dat vinden ze eng, vanwege de mogelijke aansprakelijkheid. Terwijl politici nu juist behoefte hebben aan duidelijke adviezen. Dat geldt zelfs ook voor politici die RA zijn.”

Gerelateerd

Afbeelding Nieuws

BDO: sociaal domein zet financiële positie gemeenten onder druk

Nederlandse gemeenten hebben steeds meer moeite om rond te komen. De gemiddelde solvabiliteit, het financiële kengetal voor de mate waarin gemeenten in staat zijn om aan hun financiële verplichtingen te voldoen, ging als gevolg van de recessie van 42 procent in 2009 naar 35 procent in 2017. Hoewel er sinds 2015 sprake is van een lichte opleving vanwege economisch herstel, is de verwachting dat de solvabiliteit van gemeenten vanaf 2018 verder afneemt.

x 0

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.