EY: Nederland hekkensluiter bij Europese adoptie AI
In vergelijking met bedrijven in andere Europese landen zijn bedrijven in Nederland nog onvoldoende in staat te profiteren van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI).
Dat concludeert accountants- en adviesorganisatie EY op basis van onderzoek in negen Europese landen. Nederland staat onderaan de lijst 'adoptie van AI onder werknemers'. Nederland scoort 66 procent, terwijl dit bij landen als Spanje (84%) en Zwitserland (82%) aanmerkelijk hoger ligt.
Dit is volgens EY een zorgelijke ontwikkeling. In andere landen geven veel werknemers aan dat AI een positief effect heeft op hun werk. "In Zwitserland geeft maar liefst 81 procent van de ondervraagden aan dat zij aantoonbare, verbeterde bedrijfsresultaten hebben weten te boeken met AI. Op dit gebied staat Nederland onderaan de ranglijst, waarbij er in slechts 34 procent van de ondervraagde bedrijven sprake is van kostenbesparingen of omzetverhogingen door AI", aldus EY.
Volgens Menno Bonninga, AI Lead bij EY in Nederland, zijn hier meerdere verklaringen voor. "Het valt op dat in de goed scorende landen er geen of beperkte restricties zijn om met AI-programma's te werken." Zo kan een werknemer in Zwitserland volgens 73 procent van de ondervraagden volledig of met enige restricties voor zijn werk gebruik maken van AI-programma's. In de Nederlandse markt is dit 51 procent, terwijl dit bijvoorbeeld in Duitsland op slechts 42 procent zit.
Een tweede opvallende constatering is dat in de goed presterende landen er sprake is van een grotere mate van eigen verantwoordelijkheid voor medewerkers. Bonninga: "Zo'n 60 procent van de ondervraagde Zwitsers geeft aan zelf het initiatief te nemen om kennis en ervaring met AI op te doen, terwijl dit in Nederland blijft steken op 38 procent. De Nederlandse werknemer geeft daarentegen wel aan dat zijn bedrijf voldoende investeert in opleiding of ondersteuning van AI."
Banenverlies
Een kanttekening hierbij is dat een ruime meerderheid (64%) van de Nederlandse werknemers zich er van bewust is dat er door AI mogelijk minder werknemers nodig zijn. "Dat kan een rem zijn op het enthousiasme om met AI aan de slag te gaan. Dit komt overeen met het gemiddelde van West-Europa", aldus Bonninga.
Een andere belangrijke factor voor de adoptie van AI is volgens Bonninga de houding van het hoger management. "Een duidelijke en positieve houding van het hoger management is essentieel voor een succesvolle integratie. Leiders moeten AI-initiatieven ondersteunen, een cultuur bevorderen die experimenten en innovatie aanmoedigt, terwijl ze gerechtvaardigde zorgen over baanverdringing, ethische en juridische overwegingen bespreekbaar maken."
In Zwitserland geeft de meerderheid van de respondenten (56%) hun werkgever een goede beoordeling als het gaat om de mate waarin het management een positieve houding heeft ten aanzien van vooruitgang met AI-toepassingen. In Nederland is dat nog maar 37 procent.
Training
EY is ook voorstander van meer training van werknemers op het gebied van AI. "Het risico van ontoereikende training en het gebrek aan AI-hulpmiddelen is dat werknemers geneigd zijn om hun eigen AI-oplossingen mee te nemen (BYOAI - Bring Your Own AI). Dit kan leiden tot onjuist gebruik of toepassingen die niet overeenkomen met de bedrijfsfilosofie, met mogelijke problemen op het gebied van cyberveiligheid, privacy en ethiek tot gevolg", aldus EY.
38 procent van alle respondenten verwacht binnen de komende drie jaar een merkbare toename van de invloed van AI-applicaties op hun banen. Over het algemeen zegt iets meer dan twee op de drie respondenten (68%) dat ze verwachten dat er minder werknemers nodig zullen zijn naar mate AI-systemen meer gevestigd raken en het aantal en de reikwijdte van gebruiksscenario's toeneemt. Het percentage is bijzonder hoog in Portugal (80%), Spanje (78%), Italië (76%) en België (74%). Er is minder bezorgdheid over banenverlies in Zwitserland (57%), Duitsland (59%) en Nederland (63%).
Kostenbesparingen
Ondanks de uitdagingen zien veel managers mogelijkheden voor kostenbesparingen. In heel Europa zegt bijna de helft van de ondervraagde managers (45%) dat het gebruik van AI leidde tot kostenbesparingen, hogere winsten, of beide.
Vooral respondenten uit de financiële dienstverlening en de sectoren technologie, media en telecommunicatie zijn optimistisch over de ontwikkelingsmogelijkheden van de technologie, 82 procent ziet de opmars van AI met optimisme tegemoet. Ook in de energie (80%), geavanceerde productie en mobiliteit (77%), landbouw (73%) en verzekeringen (72%) is er flink wat optimisme.
Gerelateerd
Nederlandse banken verbeteren beveiliging, na waarschuwingen over AI-model Mythos
Nederlandse banken geven gehoor aan de waarschuwingen van toezichthouders over AI-model Mythos. Banken in de eurozone moeten van de Europese Centrale Bank (ECB)...
OR-leden moeten zich meer bemoeien met AI op de werkvloer
Werknemersvertegenwoordigers binnen bedrijven houden zich nog te weinig bezig met de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie (AI) op de werkvloer. Dat blijkt...
Oordelen in een tijd van hersenvervangers
Onderzoek onder accountants laat zien dat AI voor accountants het beste werkt als het wordt ingezet als adviseur, niet als hersenvervanger, stelt Jan Bouwens.
Accountants zetten AI vaker in, maar zijn nog terughoudend
Nederlandse accountantskantoren maken in toenemende mate gebruik van AI, vooral ter ondersteuning van data-analyse en controlewerkzaamheden. De adoptie verloopt...
Beter worden in waar we al goed in zijn
Andere beroepen moeten wennen aan verandering in hun werk als gevolg van AI. Maar accountants zijn vertrouwd met het beoordelen van informatie, aldus Hakan Koçak.
