KPMG: vertrouwen in AI en algoritmen laag, maar neemt toe
Steeds meer Nederlanders zijn bekend met artificiële intelligentie (AI) en algoritmen, maar het vertrouwen in deze technologieën is laag. Het merendeel staat er neutraal tot negatief tegenover. Ook vinden steeds meer Nederlanders dat er goed toezicht moet komen op AI en algoritmes.
Dat blijkt uit de KPMG Algoritme Vertrouwensmonitor 2024, een onderzoek dat de organisatie sinds 2019 jaarlijks uitvoert. Nederlanders scoren met een vertrouwenscijfer van 5,3 op een schaal van één tot tien laag qua vertrouwen in deze technologie. Dit cijfer is wel toegenomen, van 7 naar 17 procent in vergelijking met vorig jaar.
Gevraagd naar welke sectoren in hun ogen op een transparante en eerlijke manier gebruikmaken van algoritmes en AI, bleek het vertrouwen in alle sectoren te zijn gestegen. De respondenten hadden het meeste vertrouwen in zorginstellingen en de politie en het minste in verzekeraars en banken.
De bekendheid van AI is gestegen naar 84 procent, maar slechts 35 procent van de bevolking gebruikt momenteel weleens generatieve AI, zoals ChatGPT. Jongeren en hoogopgeleiden maken er significant vaker gebruik van. Ook mensen die een beter begrip hebben van de kansen en risico’s maken meer gebruik van de technologie.
Wet- en regelgeving
De meeste respondenten zijn niet bekend met de EU AI Act, Europese wetgeving die de gegevens van EU-burgers moet beschermen en ervoor moet zorgen dat onder meer grote techbedrijven verantwoordelijk omgaan met de technologie. Driekwart van de respondenten die de EU AI Act wel kent, vindt die wetgeving ook noodzakelijk.
In 2023 was slecht negen procent van de bevolking bekend met het algoritmeregister. Nederlandse overheden maken daarin informatie over de algoritmes die zij gebruiken openbaar.
In 2024 is dit percentage gestegen naar 15 procent. "Na uitleg te hebben gekregen over dit register gaven de meeste respondenten aan dat dit het vertrouwen in algoritmes verhoogt. Hier liggen dus mogelijk kansen voor meer vertrouwen", aldus KPMG.
Positieve trend
Frank van Praat, partner Responsible AI bij KPMG, ziet op basis van de zes onderzoeken die sinds 2019 zijn uitgevoerd een duidelijke de positieve trend in de houding van Nederlanders. "Wat opvalt, is dat we die toename deze keer zien over de volle breedte van de Nederlandse samenleving. Het vertrouwen in AI blijft nog wel achter. Goede wet- en regelgeving kan hier zeker aan bijdragen, dat zien we ook terug in dit onderzoek."
Zeker nu AI door steeds meer organisaties wordt ingezet, neemt het belang hiervan toe, aldus Van Praat. “Hier ligt een taak voor Europa, dat met de EU AI Act een belangrijke eerste stap heeft gezet.”
Gerelateerd
Nederlandse banken verbeteren beveiliging, na waarschuwingen over AI-model Mythos
Nederlandse banken geven gehoor aan de waarschuwingen van toezichthouders over AI-model Mythos. Banken in de eurozone moeten van de Europese Centrale Bank (ECB)...
OR-leden moeten zich meer bemoeien met AI op de werkvloer
Werknemersvertegenwoordigers binnen bedrijven houden zich nog te weinig bezig met de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie (AI) op de werkvloer. Dat blijkt...
Oordelen in een tijd van hersenvervangers
Onderzoek onder accountants laat zien dat AI voor accountants het beste werkt als het wordt ingezet als adviseur, niet als hersenvervanger, stelt Jan Bouwens.
Accountants zetten AI vaker in, maar zijn nog terughoudend
Nederlandse accountantskantoren maken in toenemende mate gebruik van AI, vooral ter ondersteuning van data-analyse en controlewerkzaamheden. De adoptie verloopt...
Beter worden in waar we al goed in zijn
Andere beroepen moeten wennen aan verandering in hun werk als gevolg van AI. Maar accountants zijn vertrouwd met het beoordelen van informatie, aldus Hakan Koçak.
