Tuchtrecht

Vergaande conclusies over directeur ondeugdelijk

Een registeraccountant had geen deugdelijke grondslag voor zijn conclusie dat een voormalig directeur vermoedelijk een vervalst contract had verstrekt aan de raad van commissarissen.

Accountantskamer

Zaaknummers:
14/974 Wtra AK
Datum uitspraak:
30 oktober 2014
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
bevestigd, CBb 26 mei 2016, AWB 14/806
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2014:106 , Samenvatting CBb-uitspraak

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een commissaris van een bv stuurt een memo, waarin hij enkele bedenkingen uit aan het adres van de statutair directeur. Zo plaatst de commissaris vraagtekens bij diens curriculum vitae en bij het salaris van een paar ton dat een SA de directeur zou hebben aangeboden. Bovendien verdenkt hij de directeur ervan ‘kickbacks’ te hebben ontvangen van een functionaris van een zakenpartner van de bv.

De raad van commissarissen van een bv vraagt een registeraccountant en zijn medewerkers medio februari 2013 een onderzoek te doen naar "certain allegations of potential irregularities regarding the former ceo (…) and possible others". Tijdens de uitvoering van dit onderzoek ontstaat behoefte aan een tweede onderzoek naar drie onderwerpen. Eén daarvan hangt samen met de directeur.

Een onderzoeker bespreekt deze kwesties eind maart met de directeur. De onderzoekers hebben daarna herhaaldelijk contact met de directeur, die hun voorziet van informatie.

Eind april benoemt de aandeelhoudersvergadering van de bv een andere statutair directeur.

Op 27 mei 2013 leggen de onderzoekers alle conceptbevindingen uit het tweede onderzoek voor aan de oud-directeur. Deze levert hier drie dagen later commentaar op. Daarna brengt de registeraccountant het definitieve rapport uit.

In april 2014 dient de oud-directeur een klacht in tegen de accountant.

Klacht

De accountant:

  1. heeft in het rapport niet vermeld welke regelgeving op hem van toepassing is;
  2. (ook) onderzoek gedaan naar een overeenkomst van de directeur met de SA zonder dat de klager dat wist;
  3. heeft vergaande en evident onjuiste conclusies getrokken over het contract met de SA op basis van één, onduidelijk contact;
  4. heeft in het rapport een persoon opgevoerd die geen rol heeft gespeeld bij de onderhandelingen over en de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met de SA en heeft niet vermeld wie hem heeft geïnformeerd;
  5. heeft (daarom) zonder deugdelijke grondslag geconstateerd dat de overeenkomst tussen de directeur en de SA “must therefore be assumed to be falsified";
  6. heeft de conclusies in het rapport verschillend geformuleerd;
  7. heeft bij twee aspecten van het consultancy agreement de oud-directeur geen wederhoor gegund, maar de bevindingen wel gedeeld met de opdrachtgever;
  8. er verantwoordelijk voor dat zijn medewerkers persoonlijke zaken van de oud-directeur hebben meegenomen, zonder dat hij daarvoor toestemming had gegeven.

Oordeel

De klachtonderdelen 3 en 6 zijn gegrond, de rest is onvoldoende onderbouwd en ongegrond.

Ad 1

Op bladzij 3 van het rapport is expliciet opgenomen dat de opdracht zal worden uitgevoerd in overeenstemming met Nederlands recht. Dit impliceert vanzelfsprekend de VGC en de NV COS.

Het is juist dat de accountant bij de ondertekening van het rapport niet vermeld heeft dat hij registeraccountant is, maar geen enkele regel schrijft dat voor en bij rapportages in de Engelse taal is het gebruikelijk geen titulatuur te vermelden.

Er is wel degelijk een beperking van de verspreidingskring opgenomen in het rapport. Op pagina 2 van het rapport staat: "Our report is solely intended for you and the Supervisory Board (…) Without our explicit written approval, our report (or any part thereof) should not be disclosed to any third party. Without our explicit written approval, it is also not allowed to quote from our report, regardless whether this is done with or without acknowledgement of its source."

Tegenover dit verweer heeft de klager te weinig ingebracht.

Ad 2

Na een telefonische aankondiging heeft het onderzoeksteam de directeur op 21 maart 2013 geïnformeerd over de onderwerpen van het onderzoek naar "remarks relating to your CV and other matters". Onder punt 7 is het contract met de SA expliciet vermeld. De genoemde onderwerpen zijn ontleend aan het memo van de commissaris, dat de directeur kende. Op 22 maart 2013 zijn alle onderwerpen met de directeur besproken. Hij heeft toen geen bezwaar of verbazing geuit.

De klager heeft dit verweer onvoldoende weersproken.

Ad 3

In alinea 103 van het rapport schrijft de accountant dat de informatie, die de commissarissen kregen toen zij met de directeur onderhandelden over het managementcontract, “not correct” was en dat het document dat de directeur gaf aan de commissarissen en (later) aan de onderzoekers “must therefore be assumed to be falsified”.

De Accountantskamer vindt dat de accountant deze “vérgaande en zeer schadelijke” conclusie niet alleen had mogen baseren op de informatie die hij kreeg van een HR-medewerker van de SA. Alvorens zo’n conclusie te trekken had hij op zijn minst ook de commissarissen moeten horen. Al was het maar om van hen te horen of en, zo ja, welke versie van het contract de directeur hun had getoond en/of overgelegd.

Het is immers aannemelijk dat er meer (concept)versies van dat contract bestonden, al dan niet met ingevulde bedragen en/of voorzien van een of meer handtekeningen. Omdat de onderzoekers de raad van commissarissen hierover niet hebben gehoord, heeft de conclusie geen deugdelijke grondslag.

Ad 4 en 5

Nu klachtonderdeel 3 gegrond is, hebben deze klachtonderdelen geen zelfstandige betekenis meer.

Ad 6

Bij klachtonderdeel 3 heeft de Accountantskamer al vastgesteld dat de conclusie in alinea 103 geen deugdelijke grondslag heeft. Voor zover hierover ook wordt geklaagd in klachtonderdeel 6 mist dit een zelfstandige betekenis en hoeft het dus niet te worden besproken.

De Accountantskamer vindt het “zorgelijk” dat de accountant niet door heeft waarom de formuleringen in alinea 103 en in alinea 137 tweede bullet een andere inhoud en strekking hebben. Het gaat in de eerstgenoemde alinea namelijk evident om informatie “provided to the members of the Supervisory Board” en in de andere om informatie die verstrekt is aan de accountant en zijn team.

Omdat hij daarnaar geen onderzoek had gedaan, wist de accountant echter niet welke informatie was verstrekt aan de “members of te Supervisory Board” en kon hij onmogelijk concluderen dat die overeenkwam met de informatie die hij en zijn team hadden gekregen. Ook de conclusie in alinea 137 (achter de  tweede bullet) mist daarom een deugdelijke grondslag en dat is een schending van het fundamentele beginsel ‘deskundigheid en zorgvuldigheid’.

Ad 7

De accountant heeft de verwijten op dit punt uitvoerig tegengesproken zonder dat de klager daarop echt weerwoord had. Daarom neemt de Accountantskamer aan dat de accountant voldoende deugdelijke grondslag had voor de informatie over de klager die hij met de bv heeft gedeeld, ook al had hij die informatie nog niet voor wederhoor voorgelegd aan de klager.

Het toepassen van wederhoor is niet per se noodzakelijk voor een deugdelijke grondslag. In dit geval heeft de accountant of zijn team voldoende gedaan om die informatie te verifiëren - waaronder contact onderhouden met de klager zelf. Zij hebben daardoor voldoende rekening gehouden met de belangen van de klager.

Hoewel de oud-directeur daar niet uitdrukkelijk over klaagt, merkt de Accountantskamer ten overvloede op dat de accountant bij de totstandkoming van het rapport niet zorgvuldig heeft gehandeld, omdat op de zitting aannemelijk is geworden dat:

  • de klager bij de definitieve rapportage een hele korte termijn voor wederhoor heeft gekregen; en
  • er geen verslagen zijn gemaakt - laat staan bewaard - van de gesprekken met de oud-directeur. Dat had gezien de omstandigheden wel van de accountant verlangd mocht worden.

Ad 8

De accountant heeft zakelijk weergegeven betoogd dat:

  • een onderzoeker bij een kort gesprek de box met de persoonlijke bezittingen van de directeur is ‘doorgelopen’ op zoek naar de certificaten van zijn opleidingen;
  • de directeur die medewerker toen toestemming heeft gegeven alle stukken te kopiëren, waaronder ook verschillende versies van de onderhandelingscontracten met de SA;
  • de onderzoekers de kopieën van deze stukken hebben meegenomen en niet meer terugbezorgd.

De klager heeft ondanks herhaaldelijk aandringen niet duidelijk gemaakt om welke ‘persoonlijke zaken’ het zou gaan. Daarom wordt ook klachtonderdeel 8 ongegrond verklaard.

Maatregel

De Accountantskamer vindt dat de accountant “al te lichtvaardig” conclusies heeft getrokken, waarin de klager ervan wordt beticht vervalste (‘falsified’) documenten te hebben gebruikt, met alle (mogelijke/ernstige) gevolgen van dien. Omdat de accountant bovendien onvoldoende heeft laten blijken dat hij de ernst van het verzuim inziet, is een berisping passend en geboden.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.