Tuchtrecht

Twijfel aan verkoop golfbaan niet onjuist

Een registeraccountant betwijfelt of een beschonken opdrachtgever wel een golfbaan wilde kopen. De vermeende verkoper, ook een opdrachtgever, heeft niet kunnen aantonen dat dit standpunt bewust onjuist of misleidend is of dat de accountant niet objectief was.

Accountantskamer

Zaaknummers:
17/1843 Wtra AK
Datum uitspraak:
04 juni 2018
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2018:34

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant werkt sinds 2003 voor twee Franse vennootschappen, waarvan er eentje een golfbaan exploiteert. Eén aandeelhouder (hierna: de ene aandeelhouder) bezit de ene helft van de aandelen; een vader en zijn zoon hebben indirect de andere helft. De golfbaan staat sinds 2006 te koop. In januari 2017 spreken en dineren de ene aandeelhouder, de zoon en de accountant met een potentiële nieuwe directeur.

Ruim een maand later vraagt de zoon aan de accountant om te bevestigen dat hij een deal heeft met de ene aandeelhouder. Die zou één miljoen euro betalen voor de aandelen van de vader en nog twee ton aan een stichting. Maar omdat de kinderen van deze aandeelhouder het niet zouden willen, trekt de aandeelhouder zich - net als een half jaar daarvoor - terug. Dat kan volgens de zoon en de vader niet, omdat er een mondelinge overeenkomst was.

De accountant kan weliswaar bevestigen dat de ene aandeelhouder en de zoon het kennelijk met elkaar eens waren en dat bezegelden met een handdruk. Maar hij was “zeer verrast” door deze actie, omdat de ene aandeelhouder zichtbaar dronken was. Naar eigen zeggen had de man enkele weken geen druppel alcohol gedronken. Aan tafel viel het effect van een aantal glazen wijn nog niet zo op. Maar toen de man wegliep, was het de accountant duidelijk dat hij erg dronken was.

Toen de man even later terugkwam, gaf hij aan dat hij eerst wilde overleggen met zijn kinderen van wie hij toestemming moest krijgen. Als de man dat zelf niet gezegd zou hebben dan had hij dat wel gedaan, zegt de accountant, die verder zegt: “Kortom, ik ben van mening dat er een deal onder voorbehoud is gemaakt en door iemand die mijns inziens niet wilsbekwaam was.”

De advocaat van de zoon, die op zijn beurt zijn vader vertegenwoordigt, schrijft vervolgens dat de accountant dat “in hoedanigheid van accountant” getuige is geweest van “de complete verhandeling ten aanzien van het verlopen verkoopgesprek”. De zoon had de advocaat verteld dat de andere aandeelhouder aan de accountant de opdracht had gegeven om de zaak en de betaling van 1,2 miljoen euro “te regelen”.

De zoon betwist dat de ene aandeelhouder niet wilsbekwaam was. Volgens de advocaat was die “zonder meer handelingsbekwaam en dus bekwaam om rechtshandelingen te verrichten”. De advocaat voegt eraan toe dat mondelinge overeenkomsten ook bindend zijn. Zijn cliënt schort de opdracht van de accountant op, net als de betaling van openstaande facturen.

Een week later wijst de advocaat de accountant erop dat hij als accountant van de aandeelhouders niet “neutraal” kan blijven. “U bent getuige geweest van de tot stand gekomen koopovereenkomst. U zult dan ook kleur móeten bekennen.” De advocaat wijst erop dat de accountant ten onrechte voor de vennootschap blijft werken en die werkzaamheden factureert.

Als ook dat geen indruk maakt op de accountant dreigt de advocaat de accountant als getuige op te roepen in een civiele procedure en een tuchtklacht in te dienen. De zoon en zijn vader dienen vervolgens een klacht in tegen de accountant.

Klacht

De accountant heeft:

a. ontkend dat er een mondelinge overeenkomst is gesloten over de verkoop van de golfbaan en heeft de opdracht om de koopsom over te maken niet uitgevoerd;

b. daardoor een geschil veroorzaakt tussen zijn beide opdrachtgevers en is zelfs werkzaamheden blijven uitvoeren voor de ene aandeelhouder en de golfbaan;

c. bewust en berekenend een onduidelijke situatie in het leven geroepen, deze laten voortbestaan en zich niet teruggetrokken;

d. heeft werkzaamheden gefactureerd, terwijl zijn opdracht was opgeschort.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Ad a en c Objectiviteit

De klagers hebben de schets van de gebeurtenissen door de accountant niet bestreden. Zij keren zich alleen tegen de interpretatie die de accountant daaraan geeft. De bevoegde rechter moet zich uitspreken over de vraag of er inderdaad geen overeenkomst tot stand is gekomen. Maar uitgaande van de feitelijke gang van zaken zoals de accountant die schetst, kun je niet zeggen dat diens interpretatie bewust onjuist of misleidend is.

Die interpretatie is ook niet in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Dat zou pas zo zijn als die evident onverdedigbaar was en daarvan is geen sprake. De herhaalde weigering om de sluiting van een overeenkomst te bevestigen is dus niet in strijd op met een gedrags- of beroepsregel.

Omdat de civiele rechter niet heeft vastgesteld dat de overeenkomst is gesloten, berust het verwijt dat de accountant de opdracht om de koopsom over te maken niet heeft uitgevoerd, feitelijk op drijfzand.

Ad b en d

De vader was niet bevoegd om de uitvoering van de opdracht op te schorten, omdat hij de vennootschappen niet kan vertegenwoordigen. De accountant mocht daarom ingaan op het verzoek van de ene aandeelhouder om werkzaamheden voor de vennootschappen te blijven uitvoeren. De accountant heeft die aandeelhouder gevraagd of hij de bedragen wilde voorschieten die de accountant normaal gesproken zou factureren aan de vennootschap. Volgens de Accountantskamer had hij dit beter kunnen bespreken met beide aandeelhouders. Dit verzuim is echter te gering om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Strijdende aandeelhouders als opdrachtgever zijn vaak een wespennest, waarin de accountant wordt gestoken door partijdigheid. Deze accountant heeft onder druk van een advocaat echter geen kleur bekend en geen partij gekozen voor één van de opdrachtgevers.

Je zou kunnen denken dat je in geval van twee ruziënde aandeelhouders feitelijk partij kiest voor de ene als je géén partij kiest voor de andere. Maar de Accountantskamer maakt duidelijk dat partij kiezen op zichzelf niet indruist tegen de voorgeschreven objectiviteit. Je schendt het objectiviteitsbeginsel pas als je een “evident onverdedigbaar” standpunt inneemt.

Gezien de geschetste omstandigheden is het begrijpelijk dat de accountant betwijfelt dat de beschonken aandeelhouder de golfbaan in januari 2017 echt wilde kopen en heeft afgesproken om 1,2 miljoen neer te leggen voor de achttien holes.

Volgens de Accountantskamer kon de accountant doorwerken voor de vennootschap, omdat de vader niet bevoegd was om de opdracht op te zeggen. In de ruzie ziet de tuchtrechter dus geen aanleiding om de werkzaamheden uit eigen beweging te stoppen of andere maatregelen te nemen om de objectiviteit te waarborgen. Het enige dat de accountant kan worden verweten is dat hij één van de aandeelhouders de nota’s liet voorschieten, zonder te overleggen met de andere aandeelhouder. De Accountantskamer vindt het hier kennelijk niet nodig dat de accountant zich terugtrekt uit het wespennest. Mede gezien de eerdere tuchtrechtspraak over objectiviteit bij conflicten had ik graag gelezen waarom niet.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.