Tuchtrecht

'Een ieder' kan klagen, maar niet met Alzheimer

De algemene volmacht uit een levenstestament is onvoldoende om namens een demente directeur te klagen over een accountant.

Accountantskamer

Zaaknummers:
20/1660 Wtra AK
Datum uitspraak:
21 mei 2021
Oordeel:
niet-ontvankelijk
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2021:35

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De statutair directeur van een bedrijf laat de jaarrekening 2005 samenstellen door een registeraccountant van een accountantsmaatschap, waarvan een jurist c.q Register Belastingadviseur de andere maat is. De accountant koopt in 2006 het aandeel van de andere maat, maar krijgt ruzie over het resterende winstaandeel over 2005 van de fiscalist, die bovendien het relatiebeding zou hebben geschonden.

De directeur gaat verder met de registeraccountant, die van 2006 tot en met 2015 samenstellingsverklaringen afgeeft bij de jaarrekeningen van het bedrijf. De fiscalist dient een klacht tegen de registeraccountant in namens het bedrijf van de directeur. Volgens de vertegenwoordiger is de directeur daar zelf niet toe in staat als gevolg van de ziekte van Alzheimer. Een hoogleraar van het VUmc heeft in april 2018 schriftelijk verklaard dat de directeur lijdt aan “dementie op basis van de ziekte van Alzheimer op jonge leeftijd”. De hoogleraar voegt eraan toe: “Daarbij kan, gezien ernst van de dementie nu en de leeftijd, in combinatie met de PET bevindingen worden aangenomen dat de ziekte al meer dan 10 jaar aanwezig was en dus ruim voor 2012”.

Als bijlage 1 bij het klaagschrift overlegt de fiscalist een machtiging van 28 augustus 2020, waarin staat dat de levenspartner van de directeur hem machtigt “om namens mij een klacht in te dienen bij de Accountantskamer te Zwolle en mij tijdens de hoorzitting te vertegenwoordigen”.

Volgens het levenstestament uit augustus 2018 van de directeur heeft de levenspartner “een algemene volmacht om mijn vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen”. Onder verwijzing naar artikel 3:62 lid 1 Burgerlijk Wetboek houdt de algemene volmacht onder meer in dat de levenspartner:

  • de directeur mag vertegenwoordigen in al zijn hoedanigheden, waaronder die van bestuurder en/of aandeelhouder van een rechtspersoon en certificaathouder;
  • namens de directeur alle rechtshandelingen mag verrichten op het gebied van het burgerlijk recht, het belastingrecht, het procesrecht en elk ander rechtsgebied voor zover de wet toestaat;
  • ‘daden van beschikking’ mag verrichten.

Klacht

De accountant heeft:

  • zich bij het geven van adviezen niet onafhankelijk opgesteld;
  • fouten gemaakt bij het samenstellen van jaarrekeningen.

Oordeel

De klacht is niet-ontvankelijk.

De Accountantskamer neemt een klacht alleen in behandeling als de klager rechtsgeldig vertegenwoordigd is bij het indienen van de klacht. Volgens artikel 22 van de Wtra kan weliswaar “een ieder” een klacht indienen bij de Accountantskamer, dus elke natuurlijke- en rechtspersoon. Maar in het wetsartikel staat niet wanneer een vertegenwoordiger bevoegd is om namens de klager op te treden. In dit geval heeft de demente directeur zijn levenspartner gemachtigd, die op haar of zijn beurt de fiscalist zou hebben gemachtigd.

In het levenstestament heeft de demente directeur zijn levenspartner een algemene volmacht verleend om zijn vermogensrechtelijke en zakelijke belangen te behartigen. Zonder nadere motivering valt het indienen van een tuchtklacht niet onder een vermogensrechtelijk of zakelijk belang. De levenspartner is op grond van het levenstestament dus niet bevoegd en kan dus ook niet de fiscalist machtigen.

De fiscalist heeft op de zitting gezegd dat zowel de levenspartner als hijzelf op grond van zaakwaarneming bevoegd zouden zijn. Maar de Accountantskamer wuift dat argument weg.  Zaakwaarneming is belangenbehartiging voor een derde overeenkomstig diens  (vermoedelijke) wil. De fiscalist heeft echter zelf gezegd dat de directeur wegens de ziekte van Alzheimer niet in staat is deze procedure te voeren. De Accountantskamer vindt het daarom niet aannemelijk dat het indienen van de klacht in overeenstemming is met de wil van de demente directeur.

Volgens de fiscalist is de levenspartner ook op grond van artikel 7: 465 lid 3 Burgerlijk Wetboek bevoegd om de directeur te vertegenwoordigen. De Accountantskamer wijst er echter op dat dit artikel uitsluitend van toepassing is op overeenkomsten inzake geneeskundige behandeling.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

‘Een ieder’ kan een klacht indienen over een accountant. In tegenstelling tot veel andere beroepsbeoefenaren hoeft de klager geen direct belanghebbende te zijn bij de kwestie. Het doel van het accountantstuchtrecht is namelijk de kwaliteit van de beroepsuitoefening bevorderen. En daarvoor kun je hooguit eisen stellen aan de onderbouwing van de klacht. Maar ‘een ieder’ blijkt toch niet ‘iedereen’. Wanneer je lijdt aan de ziekte van Alzheimer of anderszins wilsonbekwaam bent, is de kans dat de klacht leidt tot een betere uitoefening van het accountantsberoep namelijk gering. Om nog te zwijgen over de taferelen in de Zwolse rechtszaal. Een gemachtigde sturen die wél compos mentis is, gaat echter ook zomaar niet. Het moet duidelijk zijn dat deze bevoegd is op te treden namens de klager. Het is met name opletten geblazen als:

  • de machtiging is afgegeven door de levenspartner van een dement persoon;
  • de gemachtigde de voormalig compagnon van de beklaagde accountant is;
  • de voormalig compagnon en de accountant al jarenlang procederen over geld en een relatiebeding.

De levenspartner had op basis van het levenstestament een algemene machtigingsbevoegdheid en geen specifieke om een tuchtklacht in te dienen. Daarmee mist de machtiging van de jurist/RB volgens de Accountantskamer een rechtsgeldige basis. Als de fiscalist de levenspartner heeft gebruikt om zijn voormalige zakenpartner te dwarsbomen, moet de levenspartner wellicht overwegen een klacht in te dienen bij het RB.

Een vraag die blijft hangen is of de Accountantskamer niet te veel waarde hecht aan het levenstestament. Want op 17 augustus 2018 hebben de directeur en zijn levenspartner het levenstestament laten opmaken, terwijl een hoogleraar van het VUmc op 11 april 2018 heeft verklaard dat de directeur al tien jaar lijdt aan dementie. Hoe het ook zij: ook zonder rechtsgeldig levenstestament zou de fiscalist niet bevoegd zijn geweest om de tuchtklacht in te dienen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.