Tuchtrecht

Waardering klakkeloos overgenomen, dossier vrijwel leeg

Een voormalig registeraccountant van FSV* voerde feitelijk geen enkele controle uit en baseerde zijn goedkeurende verklaring vrijwel uitsluitend op informatie en beweringen van de - in zijn ogen - ‘hoogrisicocliënt’. Het controledossier was nagenoeg leeg.

Accountantskamer

Zaaknummers:
23/645 Wtra AK
Datum uitspraak:
05 januari 2024
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
doorhaling met herinschrijvingsverbod van twee jaar
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2024:1

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Investeringsmaatschappij Tennor* bestaat uit meerdere groepsonderdelen in Nederland en het buitenland. Het businessmodel is investeringen doen in ondernemingen met geld van professionele beleggers op niet-gereglementeerde markten. Tussen 2014 en 2018 heeft Tennor ongeveer 5 miljard euro aan obligaties en andere schuldpapieren uitgegeven.

De opbrengsten uit de financiële vaste activa - gerealiseerde waardestijgingen bij verkoop, dividend en rente - moet de groepsholding gebruiken om te voldoen aan de rente- en aflossingsverplichtingen tegenover de beleggers. Voor de continuïteit van de groep moeten er dus tijdig voldoende liquiditeiten zijn. De voorganger van de FSV-accountant heeft in de jaarrekening 2015 al de aandacht gevestigd op de materiële onzekerheid over de continuïteitsgrondslag. Daarna neemt ook FSV steeds een continuïteitsparagraaf op in de verklaring.

De groepsholding en haar ultimate beneficial owner Lars Windhorst komen regelmatig negatief in het nieuws vanwege:

  • misstanden rondom leningen;
  • meerdere rechtszaken omdat niet is voldaan aan betalingsverplichtingen.

Een registeraccountant van FSV voert de wettelijke controle uit van de jaarrekening 2018 van de groepsholding. Tijdens de pre-audit meeting in maart 2019 merkt de accountant Tennor holding aan als hoogrisicoklant. Een half jaar later geeft hij een accountantsverklaring af.

De AFM doet medio 2021 onderzoek bij de accountant naar de wettelijke controle van de jaarrekening 2018. De accountant verstrekt een controledossier dat niet is afgesloten. Na het verstrijken van de zestigdagentermijn zijn er nog 391 mutaties in doorgevoerd.

De AFM stelt de accountant vragen, die hij niet direct kan beantwoorden. Na ontvangst van de schriftelijke antwoorden doet de AFM in september 2021 aanvullend onderzoek ter plaatse en vraagt op vijf onderdelen om nadere informatie. Drie maanden later levert het kantoor de gevraagde informatie.

FSV heeft een ander accountantskantoor een onderzoek laten uitvoeren, verklaart de eerder afgegeven controleverklaring van onwaarde en deponeert de mededeling hierover bij de KVK. FSV beëindigt tussentijds alle assurance-opdrachten van de groepsholding en de daaraan gelieerde entiteiten en meldt dit aan de AFM.

In september 2022 stuurt de AFM een rapport van voorlopige bevindingen en conclusies naar FSV. De controlerend accountant schrijft in een reactie dat:

  • hij helaas moet beamen dat het controledossier onvoldoende is;
  • de meeste punten voor zich spreken en “niet meer te verdedigen” zijn;
  • hij zich als openbaar accountant heeft uitgeschreven.

De AFM dient een klacht in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft:

a. onvoldoende werkzaamheden verricht inzake de cliënt- en opdrachtacceptatie;

b. onvoldoende werkzaamheden verricht inzake risico’s op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude;

c. niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen over de volledigheid en nauwkeurigheid van en de toelichting op verbonden partijen;

d. niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen over de waardering van en toelichting op de financiële vaste activa;

e. geen verantwoordelijkheid genomen voor de algehele kwaliteit van de wettelijke controle.

Oordeel

De klacht is gegrond.

Geen verweer

Volgens de AFM had de accountant bij de controle alle registers moeten open trekken vanwege een hoog risico op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. De AFM wijst op:

  • het businessmodel van de investeringsmaatschappij;
  • de complexiteit van een internationaal opererende organisatie met veel stakeholders;
  • het aantrekken van gelden voor investeringen via niet-gereglementeerde markten zonder AFM-toezicht;
  • de waardering van de investeringen, die was gebaseerd op complexe schattingsprocessen;
  • (significante) transacties met diverse verbonden partijen;
  • een wisseling in de governance-structuur, waarbij de raad van commissarissen is opgeheven;
  • een stroom aan negatieve berichten over de investeringsmaatschappij en haar eigenaar.

Ook de Accountantskamer ziet allerlei red flags die wijzen op de aanwezigheid van verschillende frauderisicofactoren en mogelijke risico’s rondom integriteit en continuïteit.

Volgens artikel 11 Bta had het controledossier binnen zestig dagen na afgifte van de controleverklaring moeten worden afgesloten, dus uiterlijk op 28 december 2019. De accountant heeft na deze datum nog verschillende aanpassingen doorgevoerd. Volgens de accountant deed hij dit met het oog op het onderzoek van de AFM. FSV heeft geprobeerd het controledossier te reconstrueren, zoals dat er per 28 december 2019 uitzag. Dat is niet helemaal gelukt, omdat de back-up niet verder terugging dan 11 januari 2021 en de documenten daarin niet verder dan per 5 april 2021.

De AFM baseert de klacht op dit deels gereconstrueerde controledossier en heeft vastgesteld dat dit nagenoeg leeg was. Dit is aangetoond met een video-opname die een ‘walk through’ van het digitale controledossier toont. De Accountantskamer beoordeelt de klacht op basis van dit gereconstrueerde dossier. De accountant heeft zijn fouten grotendeels erkend en heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de verschillende klachtonderdelen.

Ad a Cliënt- en opdrachtacceptatie

De investeringsmaatschappij liet FSV al de jaarrekeningen controleren sinds 2016. Dit klachtonderdeel gaat dus over het continueren van de cliëntrelatie en de controleopdracht.

Op grond van artikel 12 Bta moet een accountantsorganisatie haar eigen onafhankelijkheid en de integriteit van de klant beoordelen, voordat zij besluit de controleopdracht voort te zetten. Zijn er genoeg vakbekwame medewerkers en voldoende tijd en middelen om de wettelijke controle naar behoren te verrichten?

Hoewel deze verplichting geldt voor het kantoor moet de opdrachtpartner er volgens Standaard 220.12 van overtuigd zijn dat adequate procedures voor continuering van cliëntrelaties en controleopdrachten zijn gevolgd en vaststellen dat de conclusies hieromtrent gepast zijn. Dat laatste heeft de controlepartner in dit geval niet gedaan. Zes van de negen onderdelen van de cliënt- en opdrachtcontinuatie zijn niet uitgevoerd, waaronder:

  • ‘integriteit cliënt’;
  • ‘deskundigheid en beschikbaarheid team’;
  • ‘onafhankelijkheid kantoor’;
  • ‘impact algehele controle-aanpak’.

De controlepartner heeft niet (voldoende) beoordeeld:

  • hoe de integriteit is gewogen van de belangrijkste houders van kapitaalbelangen, van kernpersonen binnen het management en van de met governance belaste personen (Standaard 220.A8);
  • of sprake is van significante aangelegenheden die tijdens de huidige of vorige controleopdracht aan de orde zijn gekomen, alsmede de implicaties daarvan voor het continueren van de relatie.

Ad b Risico materiële fraude

Er waren diverse frauderisicofactoren en er was een verhoogd cliënt- en controlerisico. Uit bankafschriften in het controledossier blijkt bijvoorbeeld dat er veel risicovolle en (mogelijk) ongebruikelijke transacties waren gedaan, deels met verbonden partijen. Zo heeft de eigenaar eind 2018 een bedrag van 5,5 miljoen euro aan de groepsholding overgemaakt met als omschrijving ‘loan as per loan agreement’. Diezelfde dag heeft hij 5.500.015 euro overgemaakt aan een derde met als omschrijving ‘Loan transfer’. De zakelijke grondslag van deze transactie is onduidelijk.

Uit de bankafschriften volgt ook dat de holding:

  • het salaris ad 250.320 euro betaalt van de ceo van twee participaties;
  • 150.245 euro heeft betaald aan de voorzitter van een andere deelneming;
  • 2,6 miljoen euro als ‘loan transfer’ heeft overgemaakt aan een paardenhandelaar.

Samen met andere (creditcard)transacties roept dit de vraag op of er omvangrijke bedragen worden besteed aan andere doelen dan de primaire bedrijfsactiviteiten van de holding. De accountant had:

  • dit moeten identificeren als frauderisicofactoren;
  • die moeten evalueren;
  • moeten inschatten of sprake is van een risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude.

De accountant heeft alleen het risico op management override geïdentificeerd. Als werkzaamheden heeft hij het volgende gepland: “Alle journaalposten welke in de administratie worden geboekt worden gedaan middels memo/VJP** boekingen. Gezien onze gegevensgerichte controleaanpak controleren we middels de controle op de diverse posten de gemaakte VJP’s en correctie boekingen”. De accountant heeft die werkzaamheden echter niet uitgevoerd.

Ad Controle-informatie verbonden partijen

Volgens Standaard 550 moet de accountant relaties en transacties met verbonden partijen beoordelen, omdat die niet onafhankelijk van elkaar zijn. Zo moeten volgens Standaard 550.3 de risico’s op een afwijking van materieel belang worden beoordeeld, die voortvloeien uit het niet-passend verwerken of toelichten van relaties tussen, transacties met en saldi van verbonden partijen. Relaties tussen verbonden partijen bieden het management gelegenheid voor manipulatie.

De accountant moet in de eerste plaats voldoende inzicht in relaties en transacties met verbonden partijen zien te verwerven. Pas dan zal deze in staat zijn eventuele frauderisicofactoren te herkennen die daaruit voortvloeien en relevant zijn voor het identificeren en inschatten van de risico’s op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude.

Als het financiële-verslaggevingsstelsel dat voorschrijft, zal de accountant bovendien voldoende en geschikte controle-informatie moeten verkrijgen over de vraag of relaties en transacties met verbonden partijen op passende wijze en in overeenstemming met het stelsel zijn aangewezen, administratief verwerkt en toegelicht in de financiële overzichten (Standaard 550.9). Standaard 550.A26 bepaalt dat de accountant bij een transactie met gelieerde partijen het management vraagt om nadere informatie over de aard en de zakelijke beweegredenen van de transactie.

De accountant heeft een significant (fraude)risico geïdentificeerd voor de verbonden partijen, maar geen controlewerkzaamheden gepland en uitgevoerd om op dit risico in te spelen. Hij had op dit punt te weinig controle-informatie en heeft het controlerisico bij gebrek aan de vereiste professioneel-kritische instelling niet naar een aanvaardbaar laag niveau teruggebracht.

Ad d Waardering financiële vaste activa

Omdat er niet actief in wordt gehandeld zijn waarderingen van financiële vaste activa volledig gebaseerd op schattingen, die gevoelig zijn voor manipulatie door het management. In de planningsfase heeft de accountant op dit punt daarom een significant risico geïdentificeerd. Desondanks heeft hij vrijwel volledig gesteund op informatie van het management, zonder de betrouwbaarheid daarvan vast te stellen en zonder eigen controlewerkzaamheden op te zetten om de waarderingen te controleren. De 52 aantekeningen van het controleteam heeft hij niet opgevolgd voordat hij de controleverklaring afgaf.

Hij heeft met name onvoldoende werkzaamheden verricht ten aanzien van de waarderingen van drie participaties, die:

  • samen 66 procent vormen van de 1,3 miljard euro financiële vaste activa van Tennor;
  • goed zijn voor nagenoeg de volledige niet-gerealiseerde waardestijging van 326,9 miljoen euro, die in boekjaar 2018 ten gunste van het resultaat is verantwoord.

Voor de waardering van het aandelenbelang van 56,6 procent in één van de participaties is de accountant uitgegaan van de informatie van het management van de groepsholding. Het management heeft in een ‘accounting and valuation paper’ geschreven dat de ‘fair value’ van de participatie ultimo 2017 en 2018 is gebaseerd op een marktwaarde van 500 miljoen euro. Daarbij wordt verwezen naar een document dat ontbreekt in het controledossier. De accountant heeft deze bewering niet gecontroleerd.

Als de accountant vragen stelt aan de cfo, wijst deze erop dat:

  • er een transactie met een nieuw fonds voor de aandelen van bovengenoemde participatie wordt voorbereid;
  • de marktwaarde zo’n 480-500 miljoen zou zijn;
  • derden die waarde in deze fase nog niet kunnen bevestigen;
  • de accountant de relevante documentatie ontvangt zodra het fonds actief is;
  • dit naar verwachting binnen drie tot vier weken zal gebeuren;
  • de ondertekening van 2018 daarom niet hoeft te worden uitgesteld;
  • de waardering bij de komende audit van 2019 nader aan de orde kan komen.

Op de zitting bij de Accountantskamer is duidelijk geworden dat de accountant geen documentatie zou ontvangen, voordat hij de controleverklaring zou ondertekenen en afgeven. De Accountantskamer vindt het “onbegrijpelijk” en een “doodzonde voor een accountant” dat deze desondanks zijn handtekening heeft gezet en de controle van de jaarrekening heeft afgerond. “Juist als de controlecliënt niet voorziet in voldoende controle-informatie is het aan de accountant om zijn rug recht te houden.”

Overigens is in 2022 gebleken dat deze participatie te hoog was gewaardeerd, omdat de groepsholding geen rekening heeft gehouden met de jaarrekeningen 2017 en 2018 van de enige actieve dochteronderneming van deze participatie. Uit die jaarrekeningen blijkt een negatief eigen vermogen, negatief resultaat en negatieve operationele kasstromen. Ultimo 2018 was het gecumuleerd verlies 16,8 miljoen euro. De controlerend accountant van de dochter heeft de controleverklaringen bij de jaarrekeningen voorzien van een continuïteitsparagraaf, waarin gesproken wordt van een “material uncertainty related to going to concern”.

Verder laten inactieve dochtervennootschappen van deze participatie een negatief eigen vermogen en verlies zien. De informatie over de dochtermaatschappijen was beschikbaar toen de accountant zijn controleverklaring afgaf, maar hij heeft er geen kennis van genomen.

De groepsholding heeft in 2018 een belang van 90 procent verworven in een producent van bad- en onderkleding. Begin 2018 werd de producent gewaardeerd op 0 euro en ultimo 2018 op 162 miljoen euro. De accountant heeft om documentatie bij die waardering gevraagd en heeft in dat kader een leadsheet ontvangen. Daarin is een nieuw aandelenbelang van de producent in weer een andere participatie opgenomen, ter waarde van 162 miljoen euro. De accountant heeft desgevraagd geen nadere documentatie ontvangen voor deze waardering. Het bedrag van de waardering is volledig gebaseerd op informatie van het management, waarvan de accountant de betrouwbaarheid niet heeft vastgesteld.

De waardering van een derde participatie ad 418 miljoen euro per ultimo 2018 is gebaseerd op een aandelentransactie met een verbonden stichting in januari 2019. Een transactie met een verbonden partij heeft als inherent risico dat deze onvoldoende marktconform is en mogelijk te hoog wordt gewaardeerd. Toch heeft de accountant er geen serieuze aandacht aan besteed en zijn conclusies volledig gebaseerd op inlichtingen van het management.

Conclusie: hoewel de accountant bij de financiële vaste activa significante risico’s identificeerde heeft hij op dit punt niet voldoende en geschikte controle-informatie verkregen.

Ad e Verantwoordelijkheid voor kwaliteit

De Accountantskamer is het met de AFM eens dat de accountant in algemene zin tekortgeschoten is in het waarborgen van de algehele kwaliteit van de controle. Dat blijkt al uit de gegrond verklaarde klachtonderdelen. Als opdrachtpartner heeft hij zijn controleteam ook onvoldoende aangestuurd en heeft hij onvoldoende toezicht gehouden op de werkzaamheden van het team. (Volgens Standaard 220.15 was dat wel zijn taak.) Het controleteam bestond onder andere uit drie ervaren registeraccountants. Met de vele reviewaantekeningen - alleen al 52 review-onderwerpen inzake de financiële vaste activa - en de talloze openstaande vraagpunten heeft de accountant niets gedaan. De accountant heeft slechts één bijlage bekeken en daarna de jaarrekening goedgekeurd.

Op de zitting heeft de accountant gezegd dat hij regelmatig telefonisch contact had met de controleleider, maar dat hij geen van die contacten heeft vastgelegd in het dossier. Het is daarom niet vast te stellen dat hij zich ervan heeft overtuigd dat er voldoende en geschikte controle-informatie was om de conclusies en de controleverklaring te onderbouwen (Standaard 220.17).

Verder is het controledossier na de zestigdagentermijn gewijzigd. Volgens Standaard 230.14, A21 en A22 zijn wijzigingen na afgifte van de controleverklaring onder specifieke voorwaarden toegestaan. De accountant moet dan wel documenteren waarom (Standaard 230.16). Dat heeft de accountant niet gedaan, hoewel hij de AFM achteraf wel heeft geïnformeerd over de wijzigingen.

Maatregel

Doorhaling, waarbij de accountant zich op zijn vroegst na twee jaar opnieuw mag inschrijven in de registers.

De accountant is de vertrouwenspersoon van het maatschappelijk verkeer. Juist bij de controle van de jaarrekening bewijst deze zijn/haar waarde, door een redelijke mate van zekerheid te bieden over de getrouwheid en juistheid van het vermogen en het resultaat van een onderneming. Bij de belangrijkste posten - de waardering van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, die 66 procent van het balanstotaal uitmaken - is de accountant echter afgegaan op mededelingen van het management. Daarmee heeft hij de jaarrekening in feite niet gecontroleerd. Door toch een goedkeurende controleverklaring te verstrekken, heeft hij een misleidende boodschap aan het maatschappelijk verkeer gegeven. De Accountantskamer tilt hier zwaar aan, omdat dit “een flagrante tekortkoming in de uitoefening van het accountantsberoep” is.

De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de privéomstandigheden van de accountant, die volgens hem een enorme invloed hadden op zijn werk. Ook al zijn die ernstig, zij zijn geen reden om de maatregel te verlichten. Een accountant die weet dat de controle niet berust op een deugdelijke grondslag (zoals de accountant in zijn verweerschrift heeft erkend) mag onder geen enkele omstandigheid een goedkeurende controleverklaring afgeven.

De Accountantskamer begrijpt niet waarom hij zijn werkgever niet duidelijk heeft gemaakt dat zijn privéomstandigheden zo van invloed waren dat hij zijn werk niet behoorlijk kon uitoefenen. Het accountantskantoor had dan een oplossing voor dit probleem moeten vinden. Een goedkeurende controleverklaring zonder effectief te controleren, is dat niet. De accountant had zijn werkzaamheden moeten overdragen.

De accountant begon pas over zijn privéomstandigheden toen hij voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden in het buitenland was. Vóór die tijd had hij echter al veel werkzaamheden moeten uitvoeren, zoals:

  • het beoordelen van de cliëntrelatie en voortzetting van de opdracht;
  • inschatting van de risico’s;
  • passende controlewerkzaamheden opzetten (Standaard 330).

Na de plotselinge mededeling over de privéomstandigheden had hij nog ruim vier maanden om te overwegen of hij de opdracht zou overdragen dan wel andere passende maatregelen te treffen. Deze tijdsspanne is te lang om het tuchtrechtelijk verwijtbare gedrag alleen toe te schrijven aan de persoonlijke omstandigheden.

Anders dan de accountant vindt de Accountantskamer niet dat het doel van het tuchtrecht al grotendeels is bereikt nu hij zich heeft teruggetrokken als openbaar accountant en FSV de  Wta-vergunning heeft ingeleverd. Dat doel is de groepsnorm te bevorderen en bewaken in het algemeen belang. De maatregel is geen ‘straf’, maar een middel om de geschonden norm te bevestigen in het belang van de beroepsgroep. De maatregel moet in verhouding staan tot de geschonden norm en de ernst van de schending. Verder gaat van de maatregel ook een maatschappelijk signaal uit. Dat gebeurt niet doordat de accountant zich stilletjes terugtrekt uit het openbaar beroep.

De maatregel dient dus (nog steeds) een doel. Ook al omdat de accountant nog steeds zijn titel zou kunnen voeren als accountant in business. De Accountantskamer vindt dat niet passend nu de accountant in flagrante strijd heeft gehandeld met het accountantsberoep.

De overgelegde OKB’s en dossierreviews tonen niet aan dat het handelen van de accountant “verder wel perfect was”. En dat hij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, maakt de tekortkomingen die hier aan de orde zijn niet minder ernstig.

Annotatie Lex van Almelo

“Hm, zei hij, een schuldbekentenis van Super. Die is natuurlijk niets waard. En dat kan ook niet, want hoe kan men nu met lucht geld verdienen?”

Ik moest aan deze opmerking van Tom Poes uit De Windhandel denken toen ik deze uitspraak van de Accountantskamer las. De kwestie draait om investeringsmaatschappij Tennor van Lars Windhorst, die in mei 2023 een boete van vijf ton kreeg van de AFM. De AFM diende enkele maanden daarvoor een tuchtklacht in tegen de accountant van Tennor. De accountant gaf bij de Accountantskamer toe dat hij geen deugdelijke grondslag had voor de goedkeurende verklaring die hij afgaf bij de jaarrekening 2018 van Tennor Holding.
Uit de uitspraak komt het beeld naar voren dat Tennor veel positieve resultaten boekte op papier, terwijl de participaties in werkelijkheid veel minder rendeerden. Vandaar mijn associatie met De Windhandel van Olivier B. Bommel, die speculeerde in luchtballonnen.
Bij Heer Ollie en Bul Super was er geen accountant in het spel; bij Tennor feitelijk ook niet.
De AFM heeft de FSV-accountant terecht op de korrel genomen; alle verwijten zijn gegrond.

KYC

De accountant zag Tennor als een klant met een hoog risico, maar continueerde de opdracht zonder voorwaarden. De KYC-verplichting geldt weliswaar voor het kantoor, maar de opdrachtpartner moet nagaan of de procedures voor continuering zijn gevolgd en of de conclusies hierover deugen. In dit geval heeft de controlepartner niet beoordeeld hoe de integriteit van de belangrijkste aandeelhouders en het management is gewogen en of er voldoende is gekeken naar significante aangelegenheden.

Fraude

De accountant heeft ook onvoldoende oog gehad voor de vele risicovolle en (mogelijk) ongebruikelijke transacties met verbonden partijen. Zoals een ‘loan as per loan agreement’ ter grootte van 5,5 miljoen euro, terwijl dezelfde dag een ‘Loan transfer’ van 5.500.015 euro werd overgemaakt aan een derde, zonder dat de zakelijke grondslag duidelijk was. Verder betaalde de holding het salaris van een kwart miljoen van een ceo van twee participaties, anderhalve ton aan de voorzitter van een andere deelneming en een ‘loan transfer’ van 2,6 miljoen euro aan een paardenhandelaar. De accountant heeft geplande werkzaamheden niet uitgevoerd en alleen het risico op ‘management override’ geïdentificeerd.

Hoewel de accountant een significant (fraude)risico heeft geïdentificeerd voor de transacties met verbonden partijen heeft hij geen controlewerkzaamheden gepland en uitgevoerd om op dit risico in te spelen.

Waardering

De waardering van financiële vaste activa is lastig als er niet in wordt gehandeld en dus vatbaar voor manipulatie. De accountant heeft dit risico onderkend, maar de informatie van het management over de waarde van met name drie deelnemingen vrijwel klakkeloos geslikt. Deze participaties waren goed voor 66 procent van de financiële vaste activa ad 1,3 miljard. Hij negeerde 52 aantekeningen van zijn controleteam en ging akkoord met de waardering van een toekomstige - of fictieve? - deelneming zonder enige vorm van documentatie. De tuchtrechter noemt dit een “doodzonde”.

Bij een 90 procentsbelang - dat binnen één jaar in waarde steeg van 0 tot 126 miljoen - ontbreekt ook alle informatie en verlaat de accountant zich opnieuw op wat het management hem wijs maakt.

Cijfers van dochterondernemingen uit voorgaande boekjaren negeert hij, terwijl die een cumulatief verlies van 16,8 miljoen en een negatief eigen vermogen laten zien.

Privésores

Met de vele review-aantekeningen van het controleteam - alleen al 52 review-onderwerpen inzake de financiële vaste activa - en de talloze openstaande vraagpunten heeft de accountant niets gedaan. De accountant heeft slechts één bijlage bekeken en daarna de jaarrekening goedgekeurd. De accountant werd pas actief toen de AFM haar onderzoek aankondigde. Hij heeft toen 391 mutaties doorgevoerd, terwijl de zestigdagentermijn ruimschoots verstreken was. Voor zover het controledossier nog in de staat te brengen viel, waarin het verkeerde toen de accountantsverklaring werd afgegeven, was het vrijwel leeg.

Flagrante tekortkoming

De accountant voerde geen inhoudelijk verweer, omdat hij ook wel inzag dat hij geen poot had om op te staan. Wel pleitte hij voor een milde maatregel, omdat hij de controle onder invloed van privéomstandigheden had laten versloffen en hij zich al had laten uitschrijven als openbaar accountant. De Accountantskamer ziet er geen reden in om de doorhaling af te zwakken. Hij had zijn kantoor veel eerder moeten inlichten over de privékwesties, zodat het tijdig had kunnen ingrijpen. Nu is de jaarrekening feitelijk niet gecontroleerd, omdat de accountant vrijwel geheel is afgegaan op de informatie en beweringen van Tennor. Dat is “een flagrante tekortkoming in de uitoefening van het accountantsberoep”. De Accountantskamer vindt het ook een “doodzonde” dat de accountant de jaarrekening goedkeurde, terwijl hij de gevraagde documentatie niet kreeg. Hij had toen “zijn rug recht moeten houden”.

Uit de mand

FSV heeft na deze uitglijder de Wta-vergunning ingeleverd. De accountant had zich al laten uitschrijven als openbaar accountant, maar wilde nog wel de RA-titel blijven voeren als accountant in business. Hij zal het als groepscontroller bij een bouwonderneming tenminste twee jaar zonder titel moeten doen. Tenzij hij hoger beroep aantekent en het College van Beroep voor het bedrijfsleven er anders over denkt. Het is allebei onwaarschijnlijk.

*) De AFM noemt de naam van het kantoor in dit persbericht en de naam van de investeringsmaatschappij in dit bericht.

**) Voor de leek: VJP staat voor voorafgaande journaalpost.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.