Tuchtrecht

Belastingaangifte met verzonnen woningrente

Een accountant-administratieconsulent zet voor zichzelf een constructie op, waarbij met gesloten beurzen geld wordt geleend voor de financiering van zijn woning. De rente die hij betaald zou hebben, voert hij herhaaldelijk op als aftrekpost.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/2666 Wtra AK
Datum uitspraak:
25 maart 2026
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
doorhaling met herinschrijvingsverbod van 5 jaar
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:15

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een accountant-administratieconsulent heeft een woning, die hij heeft gefinancierd met een lening, waarvoor hij bij de ib/pvv-aangiften over 2014, 2015, 2016 en 2017 rente aftrekt. In 2014, 2015 en 2016 voert hij 39.237 euro aan eigenwoningrente op als aftrekpost en in 2017 11.101 euro. Verder geeft hij aan dat hij voor inkomensvoorzieningen 5.854 euro (2014, 2015 en 2016) en 2.820 euro (2017) heeft betaald.

De Belastingdienst legt de definitieve ib/pvv-aanslagen over 2014 en 2015 op conform de ingediende aangiften. Bij de behandeling van de aangifte 2016 vraagt de fiscus de accountant om nadere informatie, onder meer over de renteaftrekposten. De Belastingdienst oordeelt vervolgens dat de accountant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de lening, waarvoor hij in 2016 30.767 euro aan rente heeft afgetrokken, daadwerkelijk bestaat.

De dienst vindt dat de accountant te kwader trouw heeft gehandeld en legt navorderingsaanslagen op over 2014 en 2015. In de definitieve ib/pvv-aanslagen over 2016 en 2017 corrigeert de Belastingdienst de aftrekbare eigenwoningrente en de aftrek van premies voor inkomensvoorzieningen. De Belastingdienst wijst het bezwaar tegen de correcties en navorderingsaanslagen af.

De rechtbank Den Haag verklaart het beroep tegen de afwijzing op 13 april 2021 ongegrond. De Belastingdienst heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het aan de (voorwaardelijke) opzet van de accountant te wijten is dat de ib/pvv-aanslagen 2014 en 2015 te laag zijn uitgevallen en de navorderingsaanslagen daarom terecht zijn opgelegd. Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt het vonnis in hoger beroep definitief.

De NBA dient in oktober 2025 een klacht tegen de accountant in bij de Accountantskamer.

Klacht

De accountant heeft met (voorwaardelijke) opzet onjuiste ib/pvv-aangiften gedaan over 2015 tot en met 2017 en daarmee in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit.

Oordeel

Volgens de accountant heeft hij in 2014, 2015 en 2016 gebruik gemaakt van een "constructie waarbij geld over en weer is geleend" met gesloten beurzen. Achteraf vindt hij het opzetten en deelnemen aan deze constructie "dom en ondoordacht".

De Accountantskamer merkt het indienen van de eigen belastingaangifte aan als een professionele dienst. Het zijn namelijk werkzaamheden waarvoor de vakbekwaamheid als accountant wordt of kan worden gebruikt (zie artikel 1 van de VGBA). De accountant heeft dus een professionele dienst verricht, waarbij hij zich moest houden aan alle fundamentele beginselen uit de VGBA.

Uit de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof volgt dat de accountant in zijn ib/pvv-aangiften 2015, 2016 en 2017 aanzienlijke bedragen aan eigenwoningrente heeft afgetrokken zonder onderbouwing met bewijsstukken. Over 2015 heeft het gerechtshof bovendien aangenomen dat hij te kwader trouw heeft gehandeld. De Belastingdienst heeft de belastingaangifte over 2017 gecorrigeerd. Daaruit leidt de Accountantskamer af dat de accountant, in tegenstelling tot wat hij beweert in zijn verweerschrift, na 2016 nog gebruik heeft gemaakt van de constructie.

Een accountant moet ook eerlijk en oprecht handelen in zijn privéaangelegenheden wanneer die het vertrouwen in het beroep raken. De accountant heeft meerdere jaren renteaftrek geclaimd zonder onderbouwing en daarmee evident in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van integriteit. Ook heeft hij het aanzien van het beroep ernstig geschaad en daardoor het fundamentele beginsel van professionaliteit geschonden.

Maatregel

Doorhaling met een herinschrijvingsverbod van vijf jaar.

De accountant heeft over meerdere belastingjaren onjuiste belastingaangiften ingediend en zich bediend van een "constructie" die hij achteraf zelf ook ontoelaatbaar vindt. Dat besef heeft hem er niet toe gebracht de Belastingdienst te informeren over de onjuiste aangiftes. Hij heeft de constructie daarentegen verdedigd bij de rechtbank en het gerechtshof. Hij heeft voor eigen gewin gehandeld en geprobeerd te profiteren van een fictief, te hoog opgevoerde belastingaftrek. Dat is een uiterst kwalijke zaak, waarmee hij het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht en de integriteit en professionaliteit ernstig heeft geschonden. Dat de accountant al is uitgeschreven weegt daarbij niet mee, omdat hij zich in beginsel weer opnieuw kan inschrijven.

Annotatie Lex van Almelo

Een AA geeft over de jaren 2014 tot en met 2017 een belastbaar inkomen aan van 16.808, 17.631, 23.177 respectievelijk 56.363 euro. Zijn loon uit dienstbetrekking bedraagt in die jaren 60.919, 61.710, 67.181 respectievelijk 69.122 euro. Aan betaalde rente wegens de hypotheekschuld op zijn woning (die in 2014 259.000 euro zou bedragen en in 2017 288.377) betaalt hij volgens zijn aangifte in 2014, 2015 en 2016 39.237 euro aan rente. In 2017 zou hij 11.101 aan rente hebben betaald. De cijfers komen uit het arrest van het Gerechtshof Den Haag, dat op 13 januari 2022 bevestigt dat de Belastingdienst terecht navorderingsaanslagen heeft opgelegd. Volgens het hof heeft de accountant te kwader trouw gehandeld bij de belastingaangiften. "Van kwade trouw is sprake als een belastingplichtige de Inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen verstrekt of opzettelijk juiste inlichtingen aan de Inspecteur onthoudt" of "zich willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans dat te weinig belasting wordt geheven en het bewust aanvaarden van die kans". De accountant, die zich eind 2020 heeft laten doorhalen in het accountantsregister, gaat niet in cassatie, zodat de kwade trouw en de navorderingsaanslagen op 24 februari 2022 definitief vaststaan. De NBA neemt drie jaar en zeven en een halve maand de tijd om een tuchtklacht tegen de voormalig accountant in te dienen. De Accountantskamer komt op basis van het vonnis van de rechtbank en het arrest van het hof tot de conclusie dat de accountant de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft geschonden. Ook het invullen van je eigen belastingaangifte is een professionele dienst, waarbij je je aan alle VGBA-beginselen moet houden.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.