Tuchtrecht

Samensteller berekent belastinglatentie verkeerd

Bij de overdracht van de aandelen binnen een familie berekent een accountant-administratieconsulent de hoogte van een belastinglatentie verkeerd. Hij wordt gewaarschuwd, omdat zo'n professionele misser voorkomen moet worden, ondanks zijn pensionering.

Accountantskamer

Zaaknummers:
25/1557 Wtra AK
Datum uitspraak:
27 februari 2026
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2026:10

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een ondernemer met tuinbouwbedrijven in twee plaatsen wil dat zijn drie zonen gaan participeren in de onderneming. Eind 2018 overlegt hij daarover met de huisaccountant, een accountant-administratieconsulent. In samenwerking met zijn kantoorgenoten stelt de accountant een herstructurering voor, waarbij de ondernemer zijn aandelen verkoopt aan een tussenholding.

Volgens de ondernemer blijkt later dat de accountant een fout heeft gemaakt bij de berekening op grond waarvan de koopsom voor de aandelen is bepaald. Daardoor is de tussenholding bevoordeeld met € 419.728. De tussenholding heeft een deel van de aandelen aan de holdings van de zonen overgedragen tegen hetzelfde bedrag als waarvoor zij die heeft aangekocht. Volgens de ondernemer heeft hij hierdoor schade geleden.

In het stappenplan voor de overdracht staat onder andere wie de tussenholding opricht en hoe de prijs van de aandelen zal worden bepaald. De accountant geeft aan dat de Belastingdienst zich op het standpunt kan stellen dat er sprake is van goodwill. In het verslag van de bespreking staat onder meer dat:

  • er een belastingclaim rust op de onderneming, omdat er een verschil bestaat tussen de fiscale boekwaarde van de opstallen en de taxatie daarvan;
  • de claim in het cijfervoorbeeld op 20% is gezet;
  • het percentage lager zou kunnen worden vastgesteld vanwege de toekomstige daling van de Vpb-tarieven.

In januari 2019 komt de accountant met een geactualiseerd memo naar aanleiding van een hogere taxatie van de grond. Daarin staat onder meer dat:

  • de hogere waarde van de grond ertoe leidt dat de aandelen van één van de betrokken vennootschappen ongeveer € 226.000 meer waard zijn;
  • de latente-belastingclaim door de lagere waarde van de opstallen daalt met € 10.800 (20% van € 54.000);
  • de waarde van de aandelen per saldo toeneemt met € 215.200;
  • de overdrachtsprijs op basis van de concept-taxatie uitkomt op circa € 11.585.000 (€ 13.620.000 -/- € 2.035.000);
  • dit bedrag nog steeds een globale indicatie is, omdat het resultaat over 2018 nog niet bekend is en de commerciële en fiscale boekwaarden van de activa per 31 december 2018 nog niet definitief zijn vastgesteld.

Nadat in december 2019 de tussenholding is opgericht worden de aandelen van de holding van de ondernemer in twee dochtervennootschappen voor € 11.375.545 verkocht aan de tussenholding. In de akte van overdracht aandelen staat over de koopsom dat:

  • die volgens een verklaring van de partijen en de accountant van de vennootschap in overeenstemming is met de werkelijke waarde van de aandelen (de intrinsieke waarde);
  • dit blijkt uit de jaarcijfers van twee vennootschappen die aan deze akte zijn gehecht en de verklaring van de partijen.

Op verzoek van de vof, waarin de persoonlijke holdings van vader en zoons al samenwerkten,  heeft de Belastingdienst de waarderingssystematiek akkoord bevonden. In maart 2020 heeft de holding driekwart van haar aandelen in de tussenholding verkocht aan de persoonlijke holdings van de drie zonen. Daarbij is men van dezelfde waardering uitgegaan als in december 2019.

In 2023 wil de ondernemer de resterende aandelen in de tussenholding verkopen aan de tussenholding, feitelijk inkoop van eigen aandelen. De opvolger van de AA (de AA heeft zijn inschrijving in september 2021 laten doorhalen in verband met zijn pensionering) schrijft dat in de berekening van 2019 een fout is gemaakt bij de berekening van de latente belastingclaim. Het percentage was goed, maar de methodiek niet. Helaas heeft niemand dit destijds opgemerkt, ook de Belastingdienst niet.

De opvolger geeft een overzicht met de oude en de correcte berekening. Volgens zijn toelichting had de latentie niet over het verschil tussen taxatiewaarden en fiscale boekwaarden berekend moeten worden, maar over het verschil tussen de taxatiewaarde en de commerciële boekwaarde per 31 december 2018. De latentie is daardoor te hoog berekend met een lagere koopsom tot gevolg. De koopsom had € 11.795.273 moeten zijn in plaats van € 11.375.545. De tussenholding is het verschil van € 419.728 "eigenlijk" verschuldigd aan de holding van de vader.

Klacht

De accountant heeft:

  1. een fout gemaakt bij de berekening van de koopsom van de aandelen door een te hoge latente belastingverplichting in mindering te brengen;
  2. in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van objectiviteit door er niet voor te zorgen dat de zoons werden bijgestaan door een eigen deskundige.

Oordeel

Klachtonderdeel 1 is gegrond, klachtonderdeel 2 ongegrond.

Ad 1 Berekening koopsom

Volgens de accountant was het belangrijk voor de familie dat de zoons de aandelen konden overnemen tegen een vriendelijke en eenvoudig te financieren prijs die de Belastingdienst zou accepteren. Zijn opdracht een was niet de aandelen te waarderen. De partijen hebben de prijs vastgesteld op basis van de intrinsieke waarde plus de meerwaarde van de onroerende zaken die is bepaald met een taxatie door onafhankelijke taxateurs minus de belastinglatentie van 20%.

De accountant erkent dat hij bij het berekenen van de belastinglatentie ten onrechte is uitgegaan van de fiscale boekwaarde in plaats van de commerciële waarde die in de jaarrekening stond. Voor het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale boekwaarde was immers al een latentie in de jaarrekening opgenomen. Volgens de accountant was de berekening voor het vervolg van de bedrijfsoverdracht verder niet relevant. Het ging om het onderbouwen van een aanvaardbare koopprijs en dat is gelukt, omdat de Belastingdienst ermee akkoord ging. De accountant vindt dit tuchtrechtelijk niet verwijtbaar, omdat het ging om een fiscaal gedreven overdracht, waarbij hij geen verificatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd of een vorm van zekerheid heeft verstrekt over de hoogte van de koopprijs.

De Accountantskamer oordeelt niet over de juistheid van de koopsom, die de partijen hebben vastgesteld, maar over het handelen van de accountant die de partijen daarbij heeft voorzien van input. In zijn memo van januari 2019 noemt en berekent hij de elementen die van invloed zijn op de vaststelling van de koopsom voor de aandelen, te weten: het zichtbaar eigen vermogen, de getaxeerde waarde van het onroerend goed en de belastinglatentie. Die opstelling leidt hem tot de conclusie dat:

  • de overdrachtsprijs naar aanleiding van de concept-taxatie uitkomt op circa € 11.585.000 (€ 13.620.000 -/- € 2.035.000);
  • dit nog steeds een globale indicatie is, omdat het resultaat over 2018 nog niet bekend is en de commerciële en fiscale boekwaarden van de activa nog niet definitief zijn vastgesteld per 31 december 2018.

De accountant heeft de belastinglatentie niet correct berekend, zoals ook blijkt uit de e-mail van zijn opvolger. De accountant heeft dit erkend en in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Ad 2 Objectiviteit

De VGBA (artikel 21 ) verlangt van de accountant dat deze omstandigheden identificeert en beoordeelt die een bedreiging kunnen zijn voor de naleving van een fundamenteel beginsel. De eerste stap is steeds omstandigheden herkennen die kunnen leiden tot een bedreiging (zie ook de toelichting op de VGBA en NBA Handreiking 1130). Het uitgangspunt van dit klachtonderdeel, dat een accountant bij de verkoop van aandelen in (bijvoorbeeld) familieverband, één van de partijen moet aanraden een eigen adviseur in de arm te nemen. Dit uitgangspunt is in zijn algemeenheid onjuist.

Het ging de vader en de zoons niet om een zo hoog of laag mogelijke prijs voor de aandelen en de belangen waren niet zo tegengesteld dat de accountant moest terugtreden om zijn objectiviteit te waarborgen. De klagende vader heeft zelf gesteld dat de waarderingsmethode en de prijsbepaling geen punt van discussie was. Het ging om de intrinsieke waarde van de aandelen na hertaxatie van het onroerend goed én acceptatie door de Belastingdienst. Dit volgt ook uit de (notariële) koopovereenkomst. Een economische benadering van de prijs was bij deze herstructurering niet aan de orde. Daarom kon de accountant menen dat de belangen niet tegenstrijdig waren en een objectieve, redelijke en geïnformeerde derde het daarom niet nodig zou vinden de zoons naar een eigen adviseur te verwijzen.

Maatregel

Waarschuwing. De accountant heeft in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een fout te maken in zijn opstelling van de elementen die partijen hebben betrokken bij de prijsvorming. De fout in het professioneel handelen moet in het vervolg worden voorkomen, ook al is de accountant al uitgeschreven als accountant.

Annotatie Lex van Almelo

Een tuinder wil de zaak overdragen aan zijn drie zoons. De huisaccountant bedenkt een structuur met een tussenholding, waarvan de persoonlijke holdings van de zoons aandeelhouder zijn. De vader verkoopt eerst driekwart van de aandelen aan de tussenholding en in de tweede fase de rest. Vader en zoons stellen de prijs vast op basis van de intrinsieke waarde plus de meerwaarde van de onroerende zaken volgens een onafhankelijke taxatie. Hiervan gaat een belastinglatentie van 20% af. De accountant berekent de latentie echter over het verschil tussen taxatiewaarden en fiscale boekwaarden in plaats van over het verschil tussen de taxatiewaarde en de commerciële boekwaarde per 31 december 2018. De latentie valt daardoor te hoog uit en de koopsom € 419.728 te laag. De Belastingdienst accepteert het bedrag en iedereen is tevreden. Totdat de accountant met pensioen gaat en de opvolger op de fout wijst. Zo loopt de pensionado alsnog een waarschuwing op.

Hij heeft overigens terecht aangenomen dat hij de zoons geen eigen adviseur hoefde aan te raden. Iedereen was het eens over de manier om de prijs te bepalen. Zolang er geen conflicterende belangen zijn, is een eigen adviseur niet nodig.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.