IFRS 17

De verslaggeving van verzekeraars gaat volledig op de schop

Met de komst van IFRS 17 is voor het eerst sprake van harmonisatie van grondslagen voor verzekeraars, volgens één uniforme verslaggevingsstandaard. Een complexe standaard, die meer inzicht moet geven in de financiële positie en prestaties van verzekeraars.

Dick Korf en Frank van den Wildenberg

Verzekeraars leggen op dit moment de laatste hand aan de implementatie van IFRS 17; een compleet nieuwe verslaggevingsstandaard voor verzekeringscontracten die met ingang van 2023 moet worden toegepast. Tegelijkertijd moet IFRS 9 financiële instrumenten door de verzekeraars worden ingevoerd waarvan we in deze bijdrage verder abstraheren. IFRS 17 was weliswaar al in 2017 uitgebracht, maar door later aangebrachte wijzigingen is de invoeringsdatum uiteindelijk vastgesteld op 1 januari 2023.

Hoe zat het ook alweer?

Nu is het dan zover – IFRS 17 brengt, zoals de IASB zelf stelt, een fundamentele verandering teweeg in de verslaggeving van verzekeraars met'much needed improvements'. Fundamenteel omdat het de eerste 'complete' IFRS-standaard is voor verzekeringscontracten die zonder uitzondering moet worden toegepast. De huidige standaard IFRS 4 is een zeer beperkte standaard die in 2004 met enige spoed moest worden uitgebracht, kort voor de invoering van IFRS in de EU, omdat verzekeringscontracten nog niet in IFRS waren geregeld. IFRS 4 biedt bovendien de mogelijkheid aan verzekeraars om de bestaande verslaggevingspraktijk volgens lokale wet- en regelgeving voort te zetten. Verzekeraars hebben daar volop gebruik van gemaakt. De verslaggeving van verzekeraars is op dit moment dan ook verschillend per land en gebaseerd op concepten die in vele landen op z'n minst als archaïsch kunnen worden beschouwd. Zoals in Nederland op 'in de bedrijfstak aanvaardbare grondslagen' of 'voldoende voorzichtig'. Daarnaast worden verzekeringsverplichtingen veelal op historische grondslagen gewaardeerd. Dit alles terwijl IFRS, over andere verslaggevingsonderwerpen dan verzekeringscontracten, de afgelopen decennia is doorontwikkeld naar meer actuele grondslagen en een aangescherpt concept voor omzetverantwoording. Je zou kunnen stellen dat verzekeraars zijn achtergebleven.

Nu met de komst van IFRS 17 komt daar een einde aan en zal er voor het eerst sprake zijn van harmonisatie van grondslagen voor verzekeraars volgens één uniforme verslaggevingsstandaard. Dat de totstandkoming een zware bevalling is geweest, bewijst wel de doorlooptijd van ontwikkeling van meer dan vijftien jaar!

Enkele belangrijke wijzigingen

IFRS 17 is uiteindelijk een zeer complexe standaard geworden, met een belangrijk aantal nieuwe accounting-concepten die nadere uitwerking en interpretatie behoeven. Ook zijn er op onderdelen zeer gedetailleerde voorschriften en bepalingen opgenomen. Die complexiteit komt deels omdat verzekeringsproducten een veelheid aan verschijningsvormen kennen en op zichzelf al zeer complex kunnen zijn, waar het gaat om gerelateerde risico's en onzekerheden over de timing en omvang van toekomstige kasstromen; laat staan het waarderen daarvan.

In deze bijdrage gaan we op hoofdlijnen in op enkele belangrijke nieuwe concepten en veranderingen, zo vereist de standaard onder meer:

  • een actuele waardering van verzekeringsverplichtingen op basis van actuele risicogebaseerde schattingen van toekomstige kasstromen en actuele rentecurves;
  • resultaatbepaling op basis van de geleverde 'diensten' (lees: verzekeringsdekking) wat tegelijk ook heeft geresulteerd in een nieuw omzetbegrip;
  • afzonderlijke presentatie van het verzekeringsresultaat en financiële resultaten - insurance service results en insurance finance income or expenses; en
  • minder ruimte voor het 'salderen' van winstgevende en verlieslatende contracten.

Waardering van verzekeringsverplichtingen

Eerste verwerking

Bij de eerste verwerking van verzekeringscontracten wordt in de balans een voorziening voor toekomstige verzekeringsverplichtingen opgenomen. Deze voorziening bestaat uit drie onderdelen, namelijk de contante waarde van:

  • de verwachte inkomende en uitgaande afwikkelingskasstomen (fulfilment cash flows);
  • een risico-aanpassing voor alle niet financiële risico's (risk adjustment), zeg maar voor het afdekken van de onzekerheden in de schattingen van de verzekeringstechnische kasstromen; en
  • de onverdiende winst die in de toekomst ten gunste van het resultaat zal vrijvallen in de periode waarin de verzekeringsdekking zal worden verleend (contractual service margin of CSM).

De standaard kent gedetailleerde voorschriften voor het bepalen van elk van deze drie onderdelen van de voorziening. Verzekeraars zullen hiervoor nieuwe modellen, schattingen en processen moeten ontwikkelen. De voorziening vereist overigens een zogenaamde entiteitspecifieke waardering, dat wil zeggen een eigen inschatting van de actuele waarde van de kasstromen. Anders dan fair value waar we spreken over een marktgebaseerde waardering; het bedrag waarvoor een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen, die onafhankelijk zijn.

Vervolgwaardering

Bij de vervolgwaardering moeten alle elementen van de voorziening voor toekomstige verzekeringsverplichtingen worden geactualiseerd op basis van de op balansdatum geldende actuele schattingen en rentecurves. Dit is een belangrijk verschil met de bestaande praktijk, waar de toekomstige verzekeringsverplichtingen tegen historische kosten worden opgenomen en de onverdiende winst niet afzonderlijk wordt gewaardeerd.

Naast de voorziening voor toekomstige verplichtingen wordt er net als nu gebruikelijk is na eerste verwerking een voorziening opgenomen voor af te wikkelen schades en claims.

Bovenstaande wordt aangemerkt als de algemene verwerkingswijze – de general measurement approach. Onder bepaalde voorwaarden mag een eenvoudiger methode worden gebruikt; de premietoerekeningmethode, waarbij de voorziening wordt bepaald op basis van de onverdiende premie-opbrengsten (premium allocation approach). Deze methode mag worden toegepast als de verzekeringsdekking niet meer dan één jaar is, zoals bij veel schadecontracten het geval is, of als verwacht wordt dat de uitkomst niet materieel afwijkt van de algemene verwerkingswijze. Dat laatste zal zeker niet het geval zijn als er een grote variabiliteit in afwikkelingskasstromen wordt verwacht voordat een claim zich voordoet.

Unit of account – groepen van verzekeringscontracten

In IFRS 17 wordt onderkend dat de unit of account niet noodzakelijkerwijs op het niveau ligt van een individueel verzekeringscontract, maar veeleer op het niveau van groepen van gelijksoortige verzekeringscontracten op basis van similar risks, managed together. Dit moet worden toegepast voor zowel waardering als resultaatbepaling. Door de unit of account op het niveau van groepen te onderkennen in plaats van op individueel contractniveau, wordt recht gedaan aan het beginsel van risicodeling wat in het business model van verzekeraars zo nadrukkelijk verankerd is. Om te voorkomen dat winstgevende contracten ten onrechte worden gesaldeerd met verlieslijdende contracten – en zodoende verliezen niet op goede gronden worden vooruitgeschoven – kent de standaard een aantal specifieke bepalingen:

  • Verlieslatende contracten moeten bij eerste verwerking direct als last worden genomen en worden als separate post in de resultatenrekening gepresenteerd. Dit is geheel nieuw voor de sector en zal vast de nodige aandacht krijgen van gebruikers. In de huidige verslaggeving worden verlieslatende contracten namelijk helemaal niet zichtbaar gemaakt, laat staan direct als verlies verantwoord zolang saldering plaats kan vinden met winstgevende contracten. IFRS 17 kent gedetailleerde bepalingen voor het identificeren en van verliesgevende contracten. Niet alleen door te kijken naar de situatie bij eerste verwerking, maar ook om zogenaamde potentieel verlieslijdende contracten in kaart te brengen.
  • Het is niet toegestaan om contracten in groepen samen te voegen waarvan de contractdatum meer dan een jaar van elkaar verschillen. Portefeuilles behoren in jaarlagen (jaarcohorten) te worden ingedeeld. Deze bepaling is bij de totstandkoming van IFRS 17 behoorlijk onder vuur gekomen vanuit de sector, omdat het de risicodeling over de jaren heen zou negeren of zelfs tot een arbitraire indeling van groepen zou leiden. Uiteindelijk is de bepaling door de IASB gehandhaafd, vooral omdat financiële parameters zoals rente en beleggingsresultaten van jaar op jaar behoorlijk kunnen verschillen. Wel is er op Europees niveau een zogenaamde carve out ingeregeld, die het mogelijk maakt de jaarcohorten te negeren mits het gebruik daarvan wordt toegelicht.

Het niveau van unit of account is veel gedetailleerder dan voorheen gebruikelijk was onder de RJ en/of Solvency 2 en vergt behoorlijke aanpassingen in modellen, systemen maar ook de performance-meting van verzekeraars.

Een nieuw omzetbegrip

De mutatie van de verzekeringstechnische voorziening gedurende een periode, naar elke van de drie genoemde componenten, die betrekking heeft op de in die periode verleende verzekeringsdekking wordt als omzet in de resultatenrekening verantwoord. Een dergelijke wijze van omzetverantwoording is daarmee in lijn met de generieke omzetverantwoordingsbeginselen van IFRS 15 (Revenue from Contracts with Customers) en daarmee van andere ondernemingen, namelijk op basis van de geldswaarde van de geleverde prestatieverplichting (performance obligation). Anders gezegd op basis van de in een periode verkochte producten of diensten en in dit geval de verleende verzekeringsdekking. Ook dit is een belangrijke wijziging ten opzichte van de bestaande praktijk, omdat verzekeraars tot nu toe de premie-inkomsten als omzet verantwoorden. IFRS 17 kent uitgebreide voorschriften voor deze manier van omzetbepaling. Zo dient de vrijval van de CSM volgens een systeem van zogenaamde dekkingseenheden (coverage units) te worden bepaald. Dat is de maatstaf voor de geleverde verzekeringsdekking gedurende de verwachte dekkingsperiode.

Discontering

Zoals aangegeven worden verzekeringsverplichtingen op contante waarde gewaardeerd vanwege de tijdswaarde van geld en de financiële risico's die verbonden zijn aan de kasstromen. Verzekeringscontracten zijn er in vele vormen en maten, met een veelheid aan financiële risico's bijvoorbeeld als gevolg van garanties, of uitkeringen (deels) gerelateerd aan indices, onderliggende beleggingsresultaten e.d. Dit alles stelt bijzondere eisen aan het disconteringsproces. Als er geen liquide disconteringscurve in de markt beschikbaar is, dan zal deze moeten worden geschat, zoveel mogelijk op basis van in de markt beschikbare data. Dit is met name relevant voor levensverzekeraars met verplichtingen tot wel veertig jaar en langer. Voor de staart van deze looptijd zijn er geen liquide risicovrije rente-instrumenten (swaps, staatsobligaties) in de markt beschikbaar. IFRS 17 kent niet weinig gedetailleerde bepalingen voor het bepalen van rentecurves maar benoemd wel de relevante principes.

Zo mogen bijvoorbeeld rentecurves bottom up worden bepaald (vanuit de risico vrij curve) maar ook top down (vanuit de impliciete marktrente die kan worden ontleend aan de fair value van een referentieportefeuille). Het ontwikkelen van een curve op basis van schattingstechnieken met alle daarbij te onderkennen opslagen en aanpassingen voor de financiële risico’s is nieuw voor de verzekeraars en vergt voor de gehele sector een flinke inspanning met een nauwgezette analyse en onderbouwing.

De eerste toepassing

IFRS 17 is zoals genoemd van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2023. De datum van de openingsbalans is daarmee 1 januari 2022; de transitiedatum. De conversie dient plaats te vinden op volledige retrospectieve basis, waarbij ook de vergelijkende cijfers over 2022 moeten worden aangepast. Als dat niet te realiseren is, kan een zogenaamde aangepaste retrospectieve methode (modified) worden gekozen, dan wel de fair value-methode worden toegepast voor het opstellen van de openingsbalans. Een volledige retrospectieve toepassing kan vooral bij langer lopende levensverzekeringscontracten problemen opleveren, bijvoorbeeld omdat de benodigde data en informatie uit het verre verleden ontbreken. Volledig retrospectief betekent immers dat de eerste waardering plaatsvindt alsof de verzekeraar destijds al vanaf het aangaan van de contracten IFRS 17 zou hebben toegepast. De retrospectieve methode kan daarom zeer bewerkelijk en complex zijn, ook omdat niet met'hindsight' mag worden gewerkt.

De aangepaste retrospective methode kent een aantal vereenvoudigingen in die zin dat een verzekeraar alleen maar 'reasonable and supportable information' behoeft te gebruiken. Dus informatie voor zover die beschikbaar is en zonder onredelijk veel extra kosten of inspanning kan worden verkregen, om zodoende een zo dicht mogelijke benadering van de volledige retrospectieve toepassing te realiseren.

Voor het bepalen van de fair value van de verzekeringsverplichtingen op transitiedatum als tweede alternatief, zullen verzekeraars net als bij de eerste waardering van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen modellen en parameters moeten ontwikkelen en een disconteringsvoet moeten bepalen. Dit kan een complexe aangelegenheid zijn. Belangrijk verschil tussen de voorziening en de fair value is, zoals hiervoor al aangegeven, dat de laatste een'market participants' waardering is conform IFRS 13.

Het is te verwachten dat we bij verzekeraars alle drie de methoden zullen tegen komen, omdat eerste toepassing immers op het niveau van groepen van verzekeringscontracten plaatsvindt. Het moge duidelijk zijn dat verschillende methoden verschillende uitkomsten zullen hebben en dus een andere impact hebben op de grootte en samenstelling van het eigen vermogen en bijvoorbeeld de CSM in de openingsbalans.

De toekomst zal het leren

De praktijk leert inmiddels dat IFRS 17 een zeer complexe standaard is en dan hebben we het nog niet eens gehad over inspanningen die verzekeraars moeten leveren om te kunnen voldoen aan de nieuwe uitgebreide eisen voor de toelichting (disclosures). De conversie naar de nieuwe standaard vergt voor de gehele sector een enorme investering in nieuwe processen, systemen, modellen, curves, noem maar op.

Zal de IASB haar doel bereiken van meer inzicht in de financiële positie en de prestaties van verzekeraars en een betere onderlinge vergelijkbaarheid? De toekomst zal het leren. Ja, er ligt nu een alomvattende standaard, waarbij actuele waarderingen van verzekeringsverplichtingen centraal staan. Die waarderingen vragen om modelmatige schattingen van soms langjarige toekomstige verzekeringskasstromen, met alle schattingsonzekerheden die daar bij horen. Van periode op periode zal dat de nodige volatiliteit in de resultatenrekening met zich mee brengen. Dat is nieuw voor de sector en de vraag is of dat met name voor langjarige contracten relevante informatie oplevert.

Of IFRS 17 de vergelijkbaarheid tussen verzekeraars onderling zal vergroten, zal met name afhangen van de toelichting op de belangrijkste schattingsposten en daarbij gebruikte parameters en veronderstellingen. De standaard zal hoe dan ook nieuwe inzichten geven in de grootte en samenstelling van vermogen en resultaten.

Dick Korf en Frank van den Wildenberg zijn beide partner bij KPMG Financial Services Audit.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.