Fraude, het strafrecht, de wet en de accountant
Nederland kent geen verbod op fraude. Het beheersen van frauderisico's en het opsporen van fraude is geen taak van de accountant.
Alexander Vissers
Als er één thema is dat wordt herkauwd door de beroepsorganisatie en anderen, mede op deze site, dan is dat wel 'fraude'. Ook tijdens het voorprogramma van de afgelopen NBA-ledenvergadering van 15 december 2025 werd fraude nog maar eens onder de aandacht gebracht, door Arnold Pureveen van de AFM.

Tijdens de presentatie van het jaarplan 2026 bleek dat het bestuur 'fraude' als project in dat jaarplan heeft opgenomen. Dat is op zichzelf genomen opmerkelijk, want bij 'fraude' dringt zich meteen de associatie op met het strafrecht en daar hebben accountants nu eenmaal geen kaas van gegeten. Anderzijds spreekt zowel de Europese wetgeving - in de Nederlandstalige versie - van 'fraude' en wordt het begrip 'fraude' ook in de Wet en het Besluit toezicht accountantsorganisaties genoemd. Daarom moet de accountant nadenken over wat hij met 'fraude' aan moet vangen.
Het strafrecht
In de opleiding tot accountant wordt geen aandacht besteed aan het strafrecht; niet het Nederlandse strafrecht en niet het strafrecht van andere staten. Dat is niet alleen begrijpelijk, het is ook heel verstandig. Het heeft namelijk geen enkele zin een beetje strafrecht te bestuderen. Of je doet het goed, of je laat het. Een bacheloropleiding recht is net voldoende om het strafrecht te begrijpen, maar pas na een masteropleiding kun je beginnen je ermee bezig te houden en pas als advocaat of lid van de magistratuur kun je het zelfstandig praktiseren.
'Toch is het nuttig als accountant één en ander over het strafrecht te weten, met name in negatieve zin.'
Toch is het nuttig als accountant één en ander over het strafrecht te weten, met name in negatieve zin. Ten eerste moeten accountants te allen tijde ervan doordrongen zijn dat het strafrecht het monopolie van de staat is, eenieder voor de wet onschuldig is totdat een veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan en dat een gedraging dan pas kan worden aangemerkt als een strafbaar feit; dat daar op geen enkele manier meer te sjoemelen valt en dat accountants helemaal niets met het strafrecht van doen hebben. Tenzij de accountant deel uitmaakt van een opsporingsinstantie, maar dan uit dien hoofde.
Hetzelfde geldt voor de NBA. Geen taak, geen bevoegdheid, geen oordeel. De NBA kan daarom ook niet in een controlestandaard een definitie van 'fraude' geven. De Nederlandse wetgever heeft in zijn wijsheid en met het oog op de grondrechten vervat in verdragen en in de grondwet, het strafrecht voorbehouden aan de staat en juristen. Gelukkig maar. Accountants daarentegen hebben het wettelijke monopolie op de wettelijke controle van de jaarrekening van ondernemingen.
Fraude
Fraude is niet verboden in Nederland. Wat?
'De fraude- en corruptie-discussies worden opgeworpen door niet-juristen en zijn dus per definitie gedoemd tot betekenisloosheid.'
Fraude is nergens in de wet verboden, Nederland kent geen verbod op fraude. Het wetboek van strafrecht stelt weliswaar dat wat strafbaar is verboden is, maar fraude is nergens strafbaar gesteld. Fraude is een buitenwettelijk begrip uit de Franse taal, via het Engels naar ons overgewaaid, onder meer via de vertaalafdeling van de EU.
Vandaar dat er telkens overbodige discussies ontstaan over 'fraude'. Is 'corruptie' fraude bijvoorbeeld, is een interessante discussie, want noch fraude noch corruptie worden in het strafrecht genoemd als strafbare feiten. Nog maar afgezien van het feit dat corruptie als feitelijk handelen op zichzelf nooit kan leiden tot een afwijking van materieel belang in de jaarrekening. Dan moet er toch echt nog iets anders bij komen en één en ander is dan ook nog eens te beoordelen naar het recht van de betrokken jurisdicties. De fraude- en corruptie-discussies worden opgeworpen door niet-juristen en zijn dus per definitie gedoemd tot betekenisloosheid.
Tegenstrijdigheid?
De wettelijke opdracht te controleren op afwijkingen met als oorzaak 'fraude' lijkt tegenstrijdig met het gebrek aan bevoegdheid of deskundigheid daarover te oordelen.
Deze schijnbare tegenstrijdigheid berust echter op een verkeerde lezing van het Unierecht. De EU onderschrijft de grondrechten uit het EVRM en heeft deze in 2000 zelfs overgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De bepaling in artikel 21 lid 2 Richtlijn 2006/43/EU, ingevoegd door Richtlijn 2014/56/EU luidt: "De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een wettelijke auditor of een auditkantoor de wettelijke controle van de financiële overzichten uitvoert, de wettelijke auditor of het auditkantoor tijdens de hele controle een professioneel-kritische instelling behoudt, door te onderkennen dat er sprake kan zijn van een afwijking van materieel belang als gevolg van feiten of gedragingen die wijzen op onregelmatigheden, met inbegrip van fraude of fouten, ongeacht eerdere ervaringen van de wettelijke auditor of het auditkantoor met de eerlijkheid en integriteit van het management van de gecontroleerde entiteit en van de met het bestuur van de entiteit belaste personen."
Deze bepaling beoogt slechts duidelijk te maken dat de accountant bij de wettelijke controle van de jaarrekening van ondernemingen niet slechts rekening moet houden met materiële afwijkingen die onopzettelijk ontstaan, maar een professioneel-kritische instelling dient te behouden, die rekening houdt met de mogelijkheid van materiële afwijkingen door ieder handelen; dus ook met afwijkingen die opzettelijk, door fraude, kunnen ontstaan. Het probeert duidelijk te maken dat, ondanks het feit dat een accountant geen onderzoek mag doen naar strafbare feiten, hij bij zijn onderzoek van de jaarrekening desondanks wel rekening mag houden en moet houden met materiële afwijkingen als gevolg van strafbare feiten. In sommige EU-landen lag dit om begrijpelijke redenen nogal gevoelig. Deze bepaling probeert dat te verduidelijken en te uniformeren.
Accountants en het recht
Ik hoor de tegenwerpingen. Eerste tegenwerping: maar accountants controleren toch massaal op naleving van wetten? Zeker, accountants controleren massaal op naleving van wetten en lagere regelgeving, bijvoorbeeld van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, op naleving van wetten voor gefinancierd onderwijs, zorg, gemeenten etc. Maar daar gaat het telkens om het voldoen aan objectieve regels, niet over personen en niet om het vellen van een oordeel over schuld, opzet, oogmerk, bestanddelen, elementen, verschoonbaarheid etc., laat staan over processuele aspecten. Het oordeel is beperkt tot de conformiteit met de objectieve norm.
Tweede tegenwerping: maar iedereen wordt toch geacht de wet te kennen? Zeker, iedereen wordt geacht de wet te kennen. Dat heeft echter slechts een subjectieve werking. Niemand kent de wet. Een individu kan zich bij een aanklacht, besluit of vordering niet beroepen op zijn gebrek aan kennis van de wet. Dat is een noodzakelijke rechtsfictie, omdat anders geen functionerend rechtssysteem kan bestaan. Het betekent niet dat accountants iedere gedraging van hun cliënt tegen het licht van de wet moeten houden. Het betekent wel dat bij een reëel vermoeden van relevante niet-naleving een meldplicht kan ontstaan en de accountant moet overwegen wat de consequenties zijn voor de jaarrekening, de controleopdracht en de verklaring. Verder dan een vermoeden dat de wet niet is nageleefd kan de accountant niet komen. Alleen een rechter kan tot een vaststelling komen.
'Verder dan een vermoeden dat de wet niet is nageleefd kan de accountant niet komen.'
De talrijke tuchtrechtelijke maatregelen die aan accountants worden opgelegd die zich met het strafrecht bemoeien, bij persoonsgerichte onderzoeken of anderszins, bewijzen de brede incompetentie van accountants op dit gebied.
Fraude en de NBA
Nergens in de wet heeft de NBA enige taak opgedragen gekregen zich met 'fraude' te bemoeien en dat uit goede gronden. Het valt dan ook niet in te zien waarom de NBA een definitie van het begrip 'fraude' heeft vastgesteld.
Artikel 36 Bta bevat een definitie: "Onder fraude van materieel belang als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de wet (Wta) wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen en waarbij de aard of de omvang zodanig is dat beslissingen die in het maatschappelijk verkeer worden genomen op grond van de financiële verantwoording van de controlecliënt zouden kunnen worden beïnvloed door die misleiding."
Deze definitie is natuurlijk zowel onnodig als onzinnig en onbruikbaar. Onnodig, omdat de oorzaak van de afwijking van materieel belang in het midden kan worden gelaten, het begrip richtlijnconform is uit te leggen en niet te herdefiniëren. Onzinnig, omdat voor 'fraude' - valsheid in geschrifte en bedrog - het oogmerk op voordeel niet relevant is. En onbruikbaar, omdat een accountant geen oordeel kan vellen over opzet of 'misleiding', alleen over juist of onjuist. Deze definitie moet dan ook wel uit de koker van accountants komen.
Ik herhaal nog maar eens: accountants hebben geen flauwe notie van het strafrecht, net zomin als van burgerlijk recht of bestuursrecht. Opsporing en vervolging zijn voorbehouden aan opsporingsambtenaren en een oordeel aan de rechterlijke macht. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (een onzinnige titel voor een wet), de Wet toezicht accountantsorganisaties en Verordening 2014/537/EU regelen de verplichtingen van accountants met betrekking tot ongebruikelijke transacties en onregelmatigheden en dat is heel iets anders dan fraude. Nederland heeft alleen verzuimd een meldpunt voor de melding van onregelmatigheden vereist onder artikel 7 van de Verordening in te stellen. De NBA speelt daarin geen rol en heeft dienaangaande ook geen 'handreikingen' uit te geven.
'Frauderisicoanalyse'
Het is onbegrijpelijk dat de NBA 'fraude' als speerpunt heeft uitgekozen en dat de AFM blijft hameren op een 'frauderisicoanalyse'. Het Unierecht kent geen 'frauderisicoanalyse'. De bevoegdheid tot de uitvoering van de wettelijke controle mag niet worden misbruikt voor opsporing van strafbare feiten. Dat zou én in strijd zijn met het EVRM én het verbod op détournement de pouvoir.
'Het is onbegrijpelijk dat de NBA 'fraude' als speerpunt heeft uitgekozen en dat de AFM blijft hameren op een 'frauderisicoanalyse'.'
In de afgelopen 25 jaar is slechts één veroordeling uitgesproken wegens fraude met betrekking tot de financiële verantwoording gepleegd in Nederland, met een materiële uitwerking bij een onderneming waarbij een wettelijke controle van de jaarrekening is uitgevoerd. De motivering van dat vonnis is ondeugdelijk en de uitspraak is elf jaar na het afgeven van de verklaring gewezen; zie mijn artikel over InnoConcepts op dit forum. Daaruit volgt dat empirisch het risico naar nul tendeert en er geen aanleiding bestaat hier veel aandacht aan te besteden. Veel beter kunnen de NBA en AFM 'het maatschappelijk verkeer' er op wijzen dat accountants geen opsporingstaken hebben ten aanzien van welk strafbaar feit dan ook en dat de besturen van ondernemingen verantwoordelijk zijn voor de interne beheersing, waaronder het beheersen van frauderisico's.
Conclusie
Accountants, de NBA en AFM, moeten duidelijk maken dat het beheersen van frauderisico's en het opsporen van fraude geen taak is van de accountant en dat in de afgelopen 25 jaren in Nederland slechts één veroordeling is uitgesproken in verband met een fraude van materieel belang ten aanzien van de financiële verantwoording van een onderneming onderworpen aan de wettelijke controle.
De wetgever moet artikel 26 lid 2 uit de Wta en artikel 36 uit de Bta schrappen. De NBA moet de definitie van fraude schrappen. En Nederland moet na elf jaar een meldpunt inrichten voor meldingen genoemd in artikel 7 Verordening 2014/537/EU.
Gerelateerd
Gegevensbescherming
Het is van groot maatschappelijk belang dat accountants zorginstellingen kunnen controleren op mogelijke fraude en misbruik. Dat vraagt om toegang tot informatie.
Fraude en continuïteit: brothers in arms
Accountants hebben van oudsher aandacht voor fraude en voor continuïteit. Dat zijn immers twee onderwerpen die zeer relevant zijn voor gebruikers van jaarrekeningen....
Ook NBA ziet nog verbeterpunten bij frauderisicoanalyse
De NBA is overwegend positief over de verbeteringen die de AFM signaleert in het rapport 'Op weg naar een betere frauderisicoanalyse'. Tegelijkertijd stelt ook de...
AFM ziet frauderisicoanalyse bij oob-kantoren verbeteren
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet dat oob-accountantsorganisaties maatregelen nemen om hun frauderisicoanalyse te verbeteren. De kantoren hebben goed gereageerd...
Pheijffer: Oud-partner big four verbreekt stilzwijgen
Binnen accountantsmaatschappen is het gebruikelijk om interne conflicten ook intern op te lossen en daarover naar de buitenwereld geen mededelingen te doen. In de...
