Accountants in de zorg

Accountants in de zorg: aanzienlijke verschuivingen

Terwijl de big four marktaandeel verliezen in 'care', handhaven ze hun dominantie in 'cure'. De onderlinge verschuivingen zijn echter niet gering. Uitgebreid onderzoek naar de accountantscontrole in de gezondheidszorg leert verder dat BDO en Verstegen oprukken en dat de waarde van 'welkomskortingen' beperkt is.

Jan Popping

De gezondheidszorgsector wordt veelal verdeeld in de deelsectoren 'care' (verzorgende instellingen) en 'cure' (genezende instellingen). In de care-sector onderzochten wij de gegevens rond de accountantscontrole bij ruim zeshonderd instellingen, vooral van het type GGZ, GHZ en VVT en met een omzet vanaf vijf miljoen euro. Daarmee was een totale omzet van ongeveer 35 miljard euro gemoeid en een werknemersaantal van 460.000 (fte's).

De totale kosten van de controlerende accountantskantoren in de care-sector bedroegen ruim 51 miljoen euro, nauwelijks verschillend van een jaar eerder. De specificatie van de doorsnee declaratie was 61 procent voor de controle van de jaarrekening, 17 procent overige controle (AO/IC et cetera), 7 procent voor fiscaal advies en 15 procent voor overige kosten. In februari 2015 ontbraken overigens nog de jaarrapportages 2013 van met name enkele GGZ-instellingen.

Tabel 1, Fee en klanten per kantoor, care 2013

  Fee 2013 Klanten Per klant Fee Klanten Fee 2010
Deloitte € 9.669.071 123 € 78.610 18,7% 19,5%, 20,9%
EY € 10.735.130 123 € 87.277 20,8% 19,5% 22,7%
KPMG € 10.083.045 78 € 129.270 19,5% 12,4% 18,3%
PwC € 14.682.363 134 € 109.570 28,4% 21,2% 28,5%
Big four € 45.169.609 458 € 98.624 87,4% 72,6% 90,4%
BDO € 1.655.320 38 € 43.561 3,2% 6,0% 1,7%
Verstegen € 2.713.399 73 € 37.170 5,3% 11,6% 4,0%
Overig € 2.143.192 62 € 34.568 4,1% 9,8% 3,9%
Totaal € 51.681.520 631 € 81.904 100,0% 100,0% 100,0%

Big four leveren in

Bovenstaande tabel geeft een verdeling van de fee, aantal klanten, fee per klant en een marktverdeling op basis van fee, resp. klanten. Ter vergelijking het marktaandeel in 2010, zoals dat werd vermeld in een artikel in Accountant van november 2012. Opvallend is de gestage daling van het marktaandeel van de big four, ten gunste van BDO en Verstegen. De categorie 'Overig' betreft een veelheid aan andere  kantoren die zich sinds 2010 nauwelijks verder wisten te manifesteren. Uit een nadere analyse blijkt een vrij hoge gerichtheid van BDO op controle (aandeel controlekosten 77 procent) en bij KPMG  juist omgekeerd (aandeel controlekosten 51 procent).

Van de 632 instellingen wisselden er  50 van kantoor in 2013, oftewel 7,9 procent, iets meer dan de 7 procent die  in eerdere jaren gebruikelijk was. Gebaseerd op feewaarde was dat wat lager: ongeveer  5,6 procent, wat mede veroorzaakt wordt door het geven van  'welkomstkortingen'.

Tabel 2, Verschuiving in fees en klanten, care 2013

  Fee win Fee min Netto Klanten win Min Netto
Deloitte € 986.144 € 525.536 € 460.608 11 15 -4
EY € 318.935 € 748.823 -€ 429.888 6 10 -4
KPMG € 218.901 € 326.335 -€ 107.434 3 5 -2
PwC € 721.644 € 1.041.705 -€ 320.061 11 12 -1
Big four € 2.245.624 € 2.642.339 -€ 396.775 31 42 -11
BDO € 399.709 € 74.634 € 325.075 10 4 6
Verstegen € 91.611 € 73.428 € 18.183 4 1 3
Overig (5) € 113.505 € 59.988 € 53.517 5 3 2
Totaal € 2.850.449 € 2.850.449 € 0 50 50 0

De tabelgeeft inzicht in de fees van nieuwe klanten en hun aantal, onder aftrek van de fees en klanten die weglekten. Alle big four-kantoren verliezen netto klanten, en bij drie van de vier resulteert dat ook in omzetverlies. BDO en Verstegen profiteren daarvan.

'Opmerkelijk is de dominante positie van EY in de cure-sector, met 40 ziekenhuizen als klant.'

Hoewel waarschijnlijk niet geheel compleet, biedt tabel 3 interessante informatie over de meest recente ontwikkelingen. Achterhaald werden 32 transfers in 2014; op een totaal van ruim 600 instellingen is dat 5 procent. Aangezien de accountantskosten voor 2014 nog niet bekend zijn, is de feewaarde van 2013 genomen.

Tabel 3, Verschuiving in fees en klanten, care 2014

  Fee win Fee min Netto Klanten win Min Netto
Deloitte € 28.660 € 884.308 -€ 855.648 1 8 -7
EY € 663.468 € 608.267 € 55.201 6 6 0
KPMG € 660.760 € 948.748 -€ 287.988 3 8 -5
PwC € 358.375 € 282.873 € 75.502 3 4 -1
Big four € 1.711.263 € 2.724.196 -€ 1.013.933 13 26 -13
BDO € 872.744 € 138.401 € 734.343 10 3 7
Verstegen € 307.111 € 63.918 € 243.193 7 2 5
Overig (2) € 81.547 € 46.150 € 35.397 2 1 1
Totaal € 2.972.665 € 2.972.665 € 0 32 32 0

De cijfers bevestigen de verdere erosie van het marktaandeel van de big four. Wist  Deloitte in 2013 nog fee-verlies te voorkomen, in 2014 is daar geen sprake van.  EY en PwC wisten zich te handhaven. BDO won drie klanten van Deloitte, drie keer twee klanten  van EY, KPMG en  PwC, en één klant van Verstegen. Verstegen won eveneens drie keer twee klanten van Deloitte, EY en KPMG, en één klant van een niet big four-kantoor.

'De big four vormen samen met BDO en Verstegen in feite een 'big six'.'

Accountantskantoren in cure

Met 83 ziekenhuizen (algemene ziekenhuizen, STZ-ziekenhuizen en UMC’s) werd in totaal een omzet van ruim 22 miljard euro en een aantal werknemers (fte) van 189 duizend verantwoord. De totale gedeclareerde accountantsomzet was ruim 21 miljoen euro. Dat kwam neer op een stijging met 29 procent, vooral veroorzaakt door de overige controlekosten, die met maar liefst 67 procent toenamen. De extra werkzaamheden, gericht op correcte omzetbepaling ten behoeve van  de definitieve jaarrekening, reflecteren dit. De verdeling van de fee was 57 procent voor controle, 21 procent voor overige controle, 9 procent voor fiscaal advies en 13 procent voor andere kosten.

Tabel 4, FEE en klanten per kantoor, cure 2013

  Fee 2013 Klanten Per klant Fee Klanten Fee 2010
Deloitte € 2.326.221 7 € 332.317 11,0% 8,4% 9,8%
EY € 9.907.440 40 € 247.686 46,6% 48,2% 39,1%
KPMG € 3.727.303 13 € 286.716 17,5% 15,7% 16,9%
PwC € 4.986.215 21 € 237.439 23,5% 25,3% 33,6%
Big four € 20.947.179 81 € 258.607 98,6% 97,6% 99,3%
BDO € 293.043 2 € 146.522 1,4% 2,4% 0,7%
Totaal € 21.240.222 83 € 255.906 100,0% 100,0% 100,0%

Opmerkelijk is de dominante positie van EY in de cure-sector, met 40 ziekenhuizen (waarvan 16 STZ-ziekenhuizen en 3 UMC’s) als klant. Bij Deloitte viel op dat het aandeel controlekosten het laagst was en het aandeel overige kosten het hoogst van alle kantoren.

Van de 83 cure-instellingen gingen er in 2013 vier (5 procent) over naar een ander kantoor. KPMG leed daarbij per saldo het grootste verlies.

Tabel 5, Verschuiving in fees en klanten, cure 2013

  Fee win Fee min Netto Klanten win Min Netto
Deloitte   € 159.030 -€ 159.030   1 -1
EY € 533.998   € 533.998 2   2
KPMG € 0 € 511.107 -€ 511.107   2 -2
PwC € 335.176 € 199.037 € 136.139 2 1 1
Big four € 869.174 € 869.174 € 0 4 4 0

Voor 2014 konden vijf mutaties (6 procent) worden achterhaald. Het plaatje ziet er als volgt uit:

Tabel 6, Verschuiving in fees en klanten, cure 2014

  Fee win Fee min Netto Klanten win Min Netto
Deloitte € 0 € 0 € 0 0 0 0
EY € 177.054 € 878,181 -€ 701.127 1 4 -3
KPMG €130.316 € 177.054 -€ 46.738 1 1 0
PwC € 747.865 € 0 € 747.865 3 0 3
Big four € 1.055.235 € 1.055.235 € 0 5 5 0

'Welkomstkortingen' van beperkte waarde
Zoals aangegeven was de totale omzetgroei van accountantskantoren in de cure-sector in 2013 aanzienlijk, terwijl die in care minimaal was. Dit houdt verband met het extra controlewerk in cure, terwijl in de care-sector (met veel meer marktpartijen) de concurrentie een grotere rol speelt. Ook transfers beïnvloeden de omzetontwikkeling.

Uit aanvullend onderzoek kwam naar voren dat de care-instellingen die in 2012 voor een ander kantoor kozen en daarmee toen 11 procent goedkoper uit waren, in 2013 werden geconfronteerd met een fee-verhoging van 36 procent. In de cure-sector kregen de instellingen die in 2012 waren gewisseld en daarmee 23 procent korting verwezenlijkten, in 2013 te maken met een verhoging van 15 procent. Ergo, een 'welkomskorting'  kan aantrekkelijk zijn, maar blijkt ook eenmalig en dus van beperkte waarde te zijn.

Verder blijkt dat de korting- en inhaalacties tussen de verschillende accountantskantoren behoorlijk kunnen verschillen, zelfs tussen de big four onderling. Transfers tussen de big four en niet big four-kantoren (vooral BDO en Verstegen) gingen meestal met nog grotere verschillen gepaard. Die zullen overigens ook zijn gelegen in de doorgaans lagere tarieven van niet-big four-kantoren.

Unique Selling Points

Met welke inhoudelijke argumenten beconcurreren de accountantskantoren elkaar? De genoemde zes kantoren geven op hun websites blijk van aandacht voor soortgelijke zorgthema’s zoals bedrijfsmatig werken, bekostiging, benchmarken, duurzaamheid, financiën, fusies en overnames, informatietechnologie, kwaliteit, marktwerking en concurrentie, planning en control, prestatie- en procesverbetering, risicobeheersing, vastgoed, veiligheid en wet- en regelgeving.

Een verzoek om nadere informatie over de wijze waarop men zich onderscheidt, leverde het volgende op.

Van Deloitte werd geen informatie ontvangen.

EY claimt een marktleiderpositie in de zorg. Ook wijst EY op deze positie bij zorgverzekeraars en bij life science-bedrijven. In een multidisciplinaire sectorbenadering wordt de dienstverlening aan zorg- en zorggerelateerde organisaties gecombineerd. Verder veel aandacht voor benchmarks (stresstest, financiële, proces-, fraude-  en IT benchmarks). Men ziet alleen PwC als een geduchte concurrent. NB: EY's marktleiderspositie in de zorg wordt in cure aangetoond in tabel 4.

KPMG meldt dat USP’s per klant verschillen, dat de keuze vaak gebaseerd is op de 'klik' van mensen  en dat men over een grote adviespoot beschikt. NB:  het hoge aandeel niet-controlekosten vormt hiervan een illustratie, zie tabel 1.

PwC noemt hoge kwaliteitsstandaarden, 'zeggen wat we zien'  en diepgaande sectorkennis. Ook dat omzet en marktaandeel per saldo verder zijn gestegen in 2014. NB: het onderzoek duidt hierop  in de tabellen 3 en 6.

BDO benadrukt dat de zorg bedrijfsmatiger dient te werken en dat klanten een maatwerkgerichte, praktische, no nonsens-houding en iets scherpere prijsstelling dan de big four als onderscheidend zien. En vooral in de afgelopen jaren veel nieuwe klanten, bijna geheel ten koste van de big four. NB: dit wordt wat betreft care in het onderzoek bevestigd.

Verstegen ziet een hogere klantentevredenheid en een score op offerterondes van meer dan 50 procent als USP’s. Ook wijst men op de sterke specialisatie in de not-for-profit sector, met ruim honderd zorgorganisaties, waaronder vooral gewezen big four-klanten. Als middelgroot, sterk groeiend kantoor is Verstegen de grootste qua fee en aantal klanten in care, na de big four. NB: het onderzoek in care toont dit aan.

Jaarverantwoording 2013 vaak (te) laat en incompleet
Zorginstellingen zijn verplicht elk jaar verantwoording af te leggen in de vorm van een jaarrekening, accountantsverklaring en aanvullend gegevens over bestuur, bedrijfsvoering, personeel et cetera. Deze rapportage is te vinden op de website www.jaarverslagenzorg.nl  van het CIBG, een uitvoerings-organisatie van het ministerie van VWS. De deadline was 1 juni 2014 voor boekjaar 2013, maar deze datum werd bij herhaling verschoven. De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA)  gaf maart 2014 een audit alert uit, dat het normenkader van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) niet toereikend zou zijn voor een adequate controle en dat er geen goedkeurende verklaringen konden worden afgegeven voor curatieve instellingen.

Ziekenhuizen en curatieve ggz-instellingen slaagden er daarom vaak niet in tijdig te rapporteren, of deden dit gedeeltelijk en zonder, of met een beperkte verklaring. Dit heeft te maken met andere vormen van contractafspraken met zorgverzekeraars en de transitie naar prestatiebekostiging, op basis van de DOT-systematiek. Dat resulteerde in onzekerheden in registratie en omzetbepaling, wat zou kunnen leiden tot  aanpassingen in balanswaarde en winst, ook over 2012.

Om aanvullend onderzoek mogelijk te maken werd uitstel verleend tot 15 december. Juist op die datum kwamen nog diverse rapporten binnen, terwijl nog zeven ziekenhuizen en evenveel grotere ggz-instellingen in gebreke bleven. Ook in andere zorgsectoren was de informatieverstrekking niet geheel compleet. Dat kan een voorbode zijn van tegenvallende resultaten. In de kerstvakantie lag de verslaglegging stil. In februari 2015 ontbrak nog steeds een handvol  ziekenhuizen en evenveel ggz-instellingen. Sommige instellingen wezen erop dat noodzakelijk aanvullend onderzoek leidde tot extra controlekosten van accountants.

Knabbelen binnen oligopolie

De 'marktwerking' van accountantskantoren in de zorg resulteert al vele jaren in een sterke, maar  teruglopende aanwezigheid van de big four als geheel. De markt is oligopolisch van aard: de big four vormen samen met BDO en Verstegen in feite een 'big six'.

In de cure-sector ging het opnieuw om 'stuivertje wisselen ' tussen de big four, met daarnaast alleen BDO bij een tweetal ziekenhuizen.

De care-markt is met meer aanbieders veel dynamischer, waarbij BDO en Verstegen nadrukkelijk verder knabbelden aan de klantenkring van de big four. Opmerkelijk is ook dat verder onderzoek leerde dat BDO en Verstegen bij het winnen van nieuwe klanten nauwelijks in elkaars vaarwater verkeerden.

Jan Popping is zelfstandig adviseur in de zorgmarkt en directeur van J.P. Adviesbureau BV.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.