Wast een berg, kost een beetje
Hoe de Nederlandse opsporingsdiensten een wereldwijd witwasnetwerk blootlegden. Een inkijkje in een onderzoek waar een luchtje aan zat.
Wilbert Geijtenbeek
In 2024 sloot parfumhandelaar Prestige Perfumes een schikking met het Openbaar Ministerie. Een betrokken onderzoeker van de Financiële Recherche en de verantwoordelijke officier van Justitie doen een boekje open over het onderzoek dat in de zomer van 2024 tot de schikking leidde.
Het begon met een melding van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency (DEA), de uit veel films en tv-series bekende opsporingsdienst die de strijd met drugskartels aangaat. "Information indicates that one or more Dutch bank accounts, registered to Prestige Perfumes are being used to launder drug proceeds." Dat was de melding die de Financiële Recherche van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies in november 2019 ontving - niet meer en niet minder.

Bij het bedrijf zelf is men op dat moment niet op de hoogte van de melding. Prestige Perfumes is een dochteronderneming van de Nederlandse handelsonderneming VCG, die wereldwijd luxegoederen verscheept. In diverse tax free-winkels is het assortiment bestaand uit parfums, cosmetica en sterke dranken te vinden. Deze producten, die in alle landen vanwege accijnzen en merkrechten anders zijn geprijsd, zijn voor criminelen aantrekkelijk voor het witwassen van hun zwart verdiende geld.
In stukjes opgeknipt
Dat maakt de parfumhandelaar kwetsbaar om als vehikel te worden gebruikt om crimineel verkregen gelden van derde partijen wit te wassen. Het bedrijf koopt namelijk partijen parfums op in belastingvrije zones, vervoert die per schip of vliegtuig naar een Rotterdams pakhuis en stuurt ze vervolgens door naar de eindmarkten. Liefst daar waar de prijzen van de parfummerken fors hoger liggen, zoals in het Midden-Oosten.
'Het klinkt stiekem, maar zo geraffineerd was de witwasoperatie niet.'
De partijen die het bedrijf inkocht werden volgens de cfo van Prestige Perfumes, die zich - als onderdeel van de schikking - medio vorig jaar in het FD liet interviewen, doorgaans gezamenlijk met andere handelspartijen ingekocht. Eén container wordt geregeld in partjes geknipt, zo omschreef de krant het. Daarbij krijgt iedere handelspartner een stukje van de lading. In de praktijk sloot Prestige Perfumes dan een handelsovereenkomst met één partij, waarvoor het door de andere deelnemers in de zending werd vergoed. Niet al die deelnemers werden nagetrokken op hun achtergrond en wie hun uiteindelijk begunstigde eigenaar (UBO) was. In de praktijk werd alleen de eerste deelnemer aan een check onderworpen. "Er zijn ongewenste mensen in ons bedrijf gekropen", aldus de financieel directeur. "Het klinkt stiekem, maar zo geraffineerd was de witwasoperatie niet."
Nederland als witwasdoelwit
Deze vorm van witwassen heet in het vakjargon van fraudeonderzoekers trade-based money laundering (TBML). De intergouvernementele Financial Action Task Force (FATF) introduceerde de term in 2006 voor het eerst, als een van de drie primaire vormen van witwassen: via handelsstromen, via contante transacties of via financiële instellingen. Recenter is de definitie van witwassen via handelsstromen toegespitst door de FATF en de Egmont Group, het overkoepelende orgaan van FIU's wereldwijd. Volgens een rapport uit 2020 gaat het bij op handelsstromen gebaseerd witwassen om "het verbergen van de opbrengsten van misdaad en het verplaatsen van waarde door handelstransacties, teneinde de wederrechtelijke oorsprong te verdoezelen". Het kan daarbij gaan om een verkeerde voorstelling van de prijs, hoeveelheid of kwaliteit van goederen of diensten, het gebruik van valse of misleidende documentatie, of om het opzetten van complexe handels- en financiële structuren die bedoeld zijn om de herkomst en bestemming van criminele gelden te verbergen.
Hoe vaak het voorkomt is onderwerp van discussie, maar er zijn veel signalen dat het fenomeen wijdverbreid is. Volgens een rapport van de Amerikaanse denktank Global Financial Integrity is er in de periode 2011 tot 2021 opgeteld $ 60 miljard (€ 51,6 miljard) witgewassen via internationale handelstransacties. In een meerderheid van 63 procent van de onderzochte gevallen ging het om valse facturen of spookfacturen.
Vanwege de strategische ligging in wereldwijde handelsnetwerken heeft Nederland een spilfunctie voor witwassers. Nederlandse handelsbedrijven zijn dan ook populaire doelwitten voor gebruikers van de fraudemethode. In 2023 bracht het Deense tv-programma Pengejægerne - Deens voor geldjagers - een fraudenetwerk in kaart, waarbij ook honderd Nederlandse handelsondernemingen als FrieslandCampina tussen 2018 en 2021 dubieuze betalingen ontvingen van partijen uit het Midden-Oosten. Van de onderzochte € 80 miljoen aan transacties werd 9 procent via Nederlandse bedrijven ontvangen.
Een '27PV'tje'
Ook parallelhandelaar Prestige Perfumes is wereldwijd actief. Dat een van de handelspartners van de onderneming op de radar van de DEA in de Verenigde Staten kwam, maakte dat het balletje in Nederland ging rollen. De meeste buitenlandse Intelmeldingen worden niet direct opgepakt door de Nederlandse Recherche. Maar deze melding werd wel doorgespeeld aan 'Boris', werkzaam bij de afdeling FinEc van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies. "Ik kreeg dit zinnetje, een jaar voordat we startten, om te inventariseren: met wat voor organisatie hebben we van doen en hoe zou een onderzoek naar de mogelijke witwasstroom eruit kunnen zien? In de zomer van 2021 deden we een aantal weken vooronderzoek. Om de verdenking te kunnen wegen en om na dit vooronderzoek dit signaal te kunnen wegen, naast alle andere signalen die op de recherche afkomen."
Voor zo'n onderzoek is de betrokkenheid van het Openbaar Ministerie nodig. De betrokken officieren van Justitie, Niels Huisman en Maarten Groothuizen, moesten uiteindelijk toestemming geven voor de inzet van opsporingsmethoden. Dat gebeurt op basis van een verdenking, die in een procesverbaal wordt vastgelegd. Huisman noemt dat in juridisch jargon "een 27PV": Het Wetboek van Strafvordering stelt vast aan welke eisen een verdenking van een strafbaar feit moet voldoen en in artikel 27 staat vermeld dat dat in een procesverbaal wordt vastgelegd. Volgens de jurisprudentie moet het gaan om een concreet en verifieerbaar strafbaar feit, stelt Huisman. "Dat moet je kunnen toetsen." Volgens beide heren ligt daar in de praktijk geen hoge drempel voor een onderzoek - de Amerikaanse DEA-melding biedt al een stevig aanknopingspunt voor verder onderzoek, wat werd aangevuld met verscheidene verdachte transacties gemeld door de Financial Intelligence Unit (FIU).
Papierwinkel
Na de daadwerkelijke start van het onderzoek, in december 2021, waren er veel beslissingen te nemen over de in te zetten middelen bij de opsporing. Bij de keuze daarvoor is het akkoord van de officier van justitie of de rechter-commissaris bepalend. Die moeten toestemming geven voor bijvoorbeeld heimelijke middelen als een telefoontap. Boris ging samen met drie andere financiële rechercheurs aan de slag met het in kaart brengen van de onderneming. Hij bracht vennootschappen in binnen- en buitenland in kaart en verdiepte zich in de bedrijfsactiviteiten en goederenstromen. Ook benaderde hij de banken voor bankrekeninggegevens van het bedrijf. Daarna volgden vorderingen van gegevens, bijvoorbeeld van de bankgegevens, maar ook die van een lopende civiele rechtszaak. Boris: "Je moet je voorstellen dat we meer dan negenhonderd pagina's aan juridische documenten van het civielrechtelijke geschil ontvingen."
De papierwinkel is nog veel groter en voor de politieonderzoeker is het doorploegen van al die documentatie een dagtaak. Boris' team bracht in kaart dat er in vijf jaar tijd ruim € 500 miljoen euro aan geldstromen door het bedrijf heen vloeiden, van en naar meer dan tachtig landen.
Bingomoment
En dan begint het doorploegen van alle data. Vijf maanden duurde dit spitten in de beschikbare bronnen, op zoek naar een smoking gun. Boris: "Uiteindelijk werkt iedereen toe naar het mailtje aan je collega’s met als kopje 'bingo'." Huisman moet de informatie vervolgens "net wat objectiever" beoordelen dan de politiecollega's, op de juridische houdbaarheid van de bevindingen. Hij benadrukt dat het opbouwen van zo'n casus is gericht is op de juridische bruikbaarheid, niet op volledigheid. "Je wil niet alles weten, tot op de laatste cijfer achter de komma. Daar is het te omvangrijk voor. Cruciaal is dat je geen ontlastende zaken mist. Je wil juist te allen tijde voorkomen dat je iemand vervolgt die niets gedaan heeft. Dat is het belangrijkste doel."
'Cruciaal is dat je geen ontlastende zaken mist.'
De eerste bingo kwam na een klein halfjaar. Het politieteam had de mailserver - met zeven miljoen e-mailberichten - en de financiële administratie laten vorderen, waarin het al snel opviel dat er heel veel beveiligingsbedrijven, gevestigd in een achterstandswijk in Parijs, parfum afrekenden. "Daarna ga je afpellen. Namens welke debiteur is door de beveiligingsbedrijven betaald? Zijn er meer die namens die debiteur betaalden? En hoe communiceerden ze over de betaling van deze factuur - via welk mailadres? Met welke aanhef en welk onderschrift?" Het team ontrafelde zo een "aaneenschakeling van verschillende bedrijven" die betalingen verricht hadden, waarvan vanuit de mails en administratie viel af te leiden dat dit betalingen van derden betrof. Van al die bedrijven werden via Europol antecedenten nagetrokken, om ze te 'criminaliseren': zijn ze betrokken bij reeds eerder gedane onderzoeken? Voor welke delicten?
Drie witwaslijnen
De modus operandi werd daarmee al snel vastgesteld: er was sprake van criminele derdenbetalingen. De vraag vanaf het begin af aan was echter wel of de Nederlandse multinational zelf een actieve, dan wel faciliterende rol in het witwassen heeft vervuld.
Het team legde over de periode 2016 tot 2022 drie vermoedelijk criminele handelslijnen van goederenstromen en bijbehorende witwastransacties bloot. Op twee daarvan legde het team de focus: één lijn van goederen ter waarde van $ 19,8 miljoen naar Frankrijk, één stroom van goederen ter waarde van $ 10,6 miljoen naar Paraguay. En nog zes overige klanten, waaronder een klant in Dubai die $ 8,4 miljoen aan parfum had gekocht bij de Nederlandse multinational. Opgeteld brachten de opsporingsdiensten $ 42 miljoen (€ 36,1 miljoen) aan vermoedelijke witwastransacties in kaart. Dat komt neer op 8 procent van de totale omzet in de onderzoeksperiode. In elk van de lijnen werden de goederen betaald vanuit verschillende landen - door bedrijven van uiteenlopende omvang en diverse locaties, die geen enkele band hebben met parfum of met de afnemende klanten. Het ging bijvoorbeeld om ondernemingen in de bouw, beveiliging, schoonmaak, auto- of cryptohandel. Boris: "In de eerste analyse bood de Franse lijn de beste aanknopingspunten. De bijbehorende betalingen kwamen vanuit, onder andere, Frankrijk, België en Portugal. Als we daar informatie moeten ophalen, maken we meer kans op resultaat dan in Oekraïne of China."
'In sommige landen komen we nu eenmaal sneller en gemakkelijker aan informatie.'
In tweede instantie werd ook de Paraguayaanse handelsstroom door het team in kaart gebracht, tegelijk met de klant uit Dubai. Een vierde lijn richting Oekraïne liet het OM in het onderzoek onberoerd. De keuze daarvoor was eenvoudig. Boris legt uit dat de mate waarin opsporingsdiensten van betrokken landen medewerking kunnen verkrijgen hierin strategisch soms leidend kan zijn. "In sommige landen komen we nu eenmaal sneller en gemakkelijker aan informatie."
'Van welke klant is dit bedrag?'
Het viel bij de onderzochte transacties op dat de tussenhandelaren geregeld nieuwe bedrijfsnamen en btw-nummers introduceerden, terwijl de contactpersonen en de betalers hetzelfde bleven. Boris: "Van de meeste betalers ontbraken websites, sociale-mediaprofielen of fysieke vestigingen waar je een parfumhandel zou verwachten. En meestal kwamen derdenbetalers überhaupt maar eenmalig of gedurende enkele weken of maanden naar voren."
Geregeld was er ook sprake van overbetaling. Met als gevolg dat de financiële afdeling er een dagtaak aan had om, in Boris' woorden, "de betalingen toe te wijzen aan de specifieke klanten". Die indruk kreeg zijn team bij het analyseren van de interne e-mails. "Elke dag gingen er mailtjes naar mensen van de financiële afdeling. Daarin stond: We hebben deze betaling ontvangen. Maar we weten niet bij welke factuur die hoort. Van wie is dit bedrag? De handelaren moesten dat vervolgens alloceren, door contact op te nemen met hun klanten.' Het was vanwege die constatering dat Huisman oordeelde een goede zaak tegen de onderneming te hebben.
Datalek
Inmiddels was het de directie van Prestige Perfumes niet ontgaan dat er een politieonderzoek gaande was. Rond september 2022 kreeg een oplettende IT-medewerker van het parfumbedrijf lucht van de datavordering. Boris werd hiervan op de hoogte gesteld door de tussenpartij, van wie de politie de kopie van de mailserver had gevorderd.
Het is op zo'n moment mogelijk voor de opsporingsdiensten om, met een weldoordacht verzinsel, een afleidingsmanoeuvre te creëren. Dat is wat veel financieel rechercheurs vaak toch graag willen, vertelt Boris. "Die willen het liefst bijna alles tot in detail uitzoeken. Maar het Openbaar Ministerie zit praktischer in de wedstrijd en durft vaker te zeggen: genoeg is genoeg." Bovendien biedt contact met de directie ook kansen, benadrukt Huisman: "Zo konden we directieleden uitnodigen voor verhoor."
In overleg met het Openbaar Ministerie werd besloten de openbaarheid richting de verdachte op te zoeken. Immers, de data was al gevorderd. Huisman: "Het was een heel mooi moment om onze hypothese te toetsen." De politie stuurde een mail naar het bedrijf, met als boodschap: u wordt verdacht van witwassen. Het bedrijf zocht contact met het Openbaar Ministerie en er kwamen gesprekken met de ceo, de cfo, de manager van de parfumdivisie en handelaren of voormalige handelaren die bij verdachte transacties betrokken waren.
'Pragmatische aanpak'
Dat leidde tot een schikking, die in 2024 is overeengekomen. Als onderdeel van de afspraken betaalde Prestige Perfumes een boete van € 199.000 en stelde een directielid zich beschikbaar voor een interview in een landelijk dagblad, waarin hij de maatschappij waarschuwde voor het gevaar van deze fraudevorm. In ruil zag het Openbaar Ministerie af van strafvervolging.
Officier van Justitie Huisman ziet de casus als een typisch voorbeeld van een verborgen probleem. De aanpak heeft volgens hem twee smaken: ofwel, er zijn interne en externe poortwachters die de onderneming waarschuwen en het witwassen voorkomen. Ofwel, na verloop van tijd krijgt de politie er lucht van en komt het OM in actie. Omdat het een relatief recent ontdekte methode betreft, heeft het OM met de casus een voorbeeld willen stellen. De schikking van net geen twee ton riep bij FD-columnist Marcel Pheijffer de vraag op waarom de behaalde winst over de genoemde $ 42 miljoen - Pheijffer raamt die winst op $ 4 miljoen - niet is ingevorderd en waarom de kosten die de onderneming heeft bespaard op de eigen gebrekkige compliance, niet bij de boete zijn inbegrepen.
'Omdat het een relatief recent ontdekte methode betreft, heeft het OM met de casus een voorbeeld willen stellen.'
Huisman vindt het terecht dat er kritisch is gekeken naar de afdoening. Hij legt uit hoe het OM tot het schikkingsbedrag is gekomen: "Het is altijd zoeken naar een juiste afdoening en naar een passend boetebedrag. Denkend aan een fraude ter hoogte van $ 42 miljoen voelt een boete van, uit de losse pols, zo'n € 5 à 6 miljoen, passend. Maar als officier van Justitie weet ik dat die boete door geen enkele rechtbank zou worden opgelegd." Daarom koos het OM voor een pragmatische aanpak: "Enerzijds wilden wij een statement maken. Anderzijds wilden we recht doen aan wat er is gebeurd." Dat een directeur de omissie erkende en dat hij bereid was daarover in de media zijn verhaal te doen, was voor het OM uniek. Huisman: "Wij vonden voor deze zaak en met deze feiten de preventieve werking van dit verhaal door de cfo vele malen sterker dan een geldboete na een lang kostbaar proces bij de rechtbank. Wij geloven in het versterkend vermogen van het verhaal, als dat wordt verteld door de markt zelf. Wilde de onderneming dat niet, dan gingen wij net zo vrolijk naar de rechtbank."
Lessen voor accountants
Volgens het OM hadden de directie en het financiële team al eerder moeten zien dat criminelen uit het buitenland de onderneming gebruikten als witwasmachine. In het interview dat in juli 2024 in het FD verscheen erkende de financieel directeur dat "als we onderzoek hadden gedaan, […] we natuurlijk wel wat [hadden] gevonden". De financieel directeur stelde in de krant nooit door zijn accountant te zijn gewaarschuwd voor de derdenbetalingen.
'De financieel directeur stelde in de krant nooit door zijn accountant te zijn gewaarschuwd voor de derdenbetalingen.'
Het Openbaar Ministerie heeft geen oordeel geveld over de vraag of de directie had kunnen weten dat de partijen die delen van de betalingen deden katvangers waren, of voorkwamen in strafrechtelijke onderzoeken naar witwassen, of naar ondergronds bankieren. Wat het OM de onderneming wel kwalijk neemt, is dat die externe waarschuwingen negeerde, de eigen antiwitwasrichtlijn niet naleefde en redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat binnengekomen gelden van misdaad afkomstig kunnen zijn. Volgens Huisman hadden bij de financiële afdeling van de handelsonderneming de alarmbellen moeten afgaan bij betalingen "door een scala aan partijen die in een ander land zijn gevestigd dan het land waar de parfum werd geleverd, met nog allerlei andere witwasindicatoren die hier bij komen, zoals opmerkelijke referenties en branchevreemde partijen".
Terugblikkend op het onderzoek stelt Boris dat zijn team baat had bij de Wwft-meldingen die de bank bij FIU-Nederland deed en de uitvoerige gesprekken die de bank voerde met Prestige Perfumes. Hij onderstreept dat in soortgelijke onderzoeken juist accountants "in een positie zitten om derdenbetalingen te identificeren". Met behulp van de poortwachters en het Nederlandse bedrijfsleven kunnen opsporingsautoriteiten en het openbaar ministerie ervoor zorgen dat het Nederlands financieel systeem geen bijdrage levert aan onveiligere samenlevingen voortkomend uit drugscriminaliteit, aldus Boris. "De accountant heeft zicht op de administratie en kan zien welke transacties branchevreemd zijn."
'De accountant heeft zicht op de administratie en kan zien welke transacties branchevreemd zijn.'
Hij legt uit dat een groot deel van zijn onderzoekswerk bestond uit het begrijpen van de handelsactiviteiten, om te kunnen bepalen of derdenbetalingen passend waren of niet. "Accountants kunnen dat ook toetsen vanuit hun professionele kennis van deze branches." Boris adviseert accountants om systemen in te richten die waarschuwingen afgeven als er derdenbetalingen plaatsvinden bij de klant. "Dat stelt accountants in staat om vanuit de eigen professionaliteit, samen met de klant, meer in detail te kijken of deze derdenbetalingen plaatsvinden met een legitieme bedrijfsmatige reden, of dat er mogelijk sprake is van criminele derdenbetalingen die geen enkel normaal bedrijfseconomisch doel dienen."
Als er ongebruikelijke transacties plaatsvinden is het daarnaast van belang dat die dan worden gemeld bij de FIU. Het kunnen bedrijven met grote kasstromen zijn, maar ook lokale detailhandelaars, onderstreept hij. "Wij zagen bijvoorbeeld een betaling van een Belgische witwassende onderneming aan een Twentse meubelzaak. Die bracht ons de conclusie dat het witwassende bedrijf een bankstel heeft aangeschaft. Tot op de dag van vandaag ben ik benieuwd welke crimineel er op die bank zit."
Op verzoek van de politie is de naam Boris gefingeerd. De identiteit van de politieonderzoeker is bij de redactie bekend.
Gerelateerd
Rekenkamer: Anti-witwascontroles hebben grote gevolgen voor burgers, opbrengst is onbekend
Witwascontroles hebben grote gevolgen voor burgers en leiden tot hoge kosten voor banken, maar er is geen goed inzicht in de effectiviteit van de aanpak. Witwassen...
Op zoek naar de valse facturen
Het is inmiddels een populaire vorm van fraude: het cash-compensatiemodel. Onderzoekers van Avans Hogeschool brachten deze witwasmethode, waarbij criminelen bankje...
OM beboet Louis Vuitton voor tekortschietende witwascontroles
Het Openbaar Ministerie heeft de Nederlandse tak van modehuis Louis Vuitton een boete van 500.000 euro opgelegd, voor overtredingen van de Wet ter voorkoming van...
NBA en BFT vernieuwen samenwerking
De NBA en het Bureau Financieel Toezicht (BFT) hebben in januari hun samenwerking in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme...
Oud-directeur Centrale Bank Suriname ook door Hof schuldig bevonden aan corruptie
Het Hof van Justitie in Paramaribo heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen Robert van Trikt, accountant en voormalig governeur van de Centrale Bank van...
