Pieter de Kok

Pieter de Kok volgt het debat over de accountantsopleiding al jaren. Samen met Coen Bongers, nauw betrokken bij dat debat, presenteert hij een aantal thema's die een plek in het toekomstige onderwijs verdienen.

Discussie Column

Kan de accountantsopleiding aan hedendaagse verwachtingen blijven voldoen?

Dat is niet alleen mijn vraag, maar ook de vraag van onze eigen CEA, de Commissie Eindtermen Accountancyopleiding. De CEA heeft een groep mensen benaderd om mee te denken over het futureproof maken van de opleiding. Gezien het belang van het onderwerp in een zeer krappe arbeidsmarkt, is dit iets waar iedereen belang bij heeft. Het is niet nieuw, de zorgen zijn niet nieuw, tegelijkertijd is het geen thema dat bijzonder leeft. Persoonlijk vind ik dat jammer. Ik volg het onderwijsdebat nu bijna vijftien jaar. Er is een hoop gezegd, er is veel besproken, er zijn veranderingen, maar er is ook stilstand.

De jongste bijdrage over dit onderwerp was van Marjan Heemskerk, met als hamvraag: 'Moet het beroep leidend zijn bij de totstandkoming van het curriculum, of moeten opleiders daarin het voortouw nemen?' Dit was 2022. Voor andere bijdragen moeten we verder terug in de tijd. Drie jaar geleden, 2019. Een mooi congres, een enthousiaste groep deelnemers uit het accountancyonderwijs en een uitstekende dagvoorzitter. Uitkomst: 'meer IT in het accountancyonderwijs'.

Gaan we verder terug in de tijd, dan kom ik uit bij mijn onderwijsheld Hans Duits, met een Dijkenplan voor het accountancyonderwijs, september 2013. De opmaat naar het Dijkenplan, de vele discussies, was al eerder gestart door jonge accountants. Young professionals waarvan ik vrees dat ze inmiddels niet meer in de accountancy werkzaam zijn, maar wel mensen met een goede en scherpe kijk op het Onderwijsmodel. Eén van deze mensen was Tom Ooms.

Bijna tien jaar geleden was het onderwijs een tijdje lang actueel. Begin december 2012 publiceerde de Adviescommissie Herziening Eindtermen ('commissie Dassen') haar adviesrapport over de toekomstige eindtermen voor de theoretische accountantsopleidingen. Een vergelijkbare analyse, maar dan vanuit de NBA, werd in oktober 2012 gepubliceerd door de Commissie Onderwijs Fusie NBA ('rapport Van Arkel'), met aanbevelingen over vernieuwing van de accountantsopleidingen.

Deze twee rapporten werden negatief ontvangen door de young profs. Ze bevatten weinig verfrissende ideeën. De NBA Young Professionals vonden een out of the box toekomstvisie over zowel de theoretische als de praktijkopleiding hard nodig. We zijn tien jaar verder, een echte nieuwe integrale accountancyonderwijs-visie heb ik niet gezien.

Het is geen verrassing dat ik al jaren pleit voor meer IT in het accountancyonderwijs. Ik heb een aantal jaren geleden zelfs gedacht een eigen opleiding te starten; data driven assurance,  ik had zelfs al een heel curriculum uitgewerkt. Ik denk ook wel dat er meer IT in de opleiding is gekomen. Inmiddels heeft de VU een digital auditing-opleiding voor RA's, ter verdieping, en ook in Rotterdam is er eenzelfde programma. We doceren ook machine learning aan masterstudenten aan Nyenrode. Ook in het hbo heb ik de ontwikkeling (als voormalig lid van het AC overleg) rondom de integratie van IT in HBO AC gezien.

Zijn we terug bij de vraag: waar staan we in de opleiding tot RA/AA vandaag, als het gaat om de opleiding future proof maken? Is het gat tussen nu en future proof erg groot? Is dat perceptie?

Hoewel mijn enthousiasme voor IT niet is verminderd, zie ik als managing partner binnen mijn eigen praktijk wel steeds meer elementen van (benodigde) skills bij young profs die even belangrijk of welllicht belangrijker dan IT zijn, maar nu nog onderontwikkeld zijn.

Mijn vraag hierbij is wel of dit een onderwijsvraagstuk is, of een generatievraagstuk, of een kwaliteitsvraagstuk van de huidige instroom? Het is natuurlijk zo dat we een generatie millennials in het veld hebben lopen met eigen skills, mindset en DNA. Skills waar ik als het gaat om innovatie, creativiteit en zelfbewustzijn enorm van kan genieten, maar ook (ontbrekende) skills waarover ik mij zorgen maak, als het gaat om andere aspecten (omgaan met hardheid in de bestuurskamer, de tienduizend uur discipline, de mens-mens communicatie, de coaching).

Enerzijds opereren we in een blauw/rode (structuur, toezicht, regelgeving, deadlines, governance) setting, tegelijkertijd (met name in mkb+) opereren we ook in een inspirerende geel/groene setting, waarin innovatie, creativiteit en gevoel voor ondernemerschap (en uitdagingen) een rol speelt.

In deze uitersten is het onmogelijk om schapen met vijf poten te vinden. Die les heb ik wel geleerd. Een goed team is opgebouwd uit verschillende kleuren. Of al die kleuren het accountancyonderwijs binnen wandelen, betwijfel ik. De discussie gaat dus niet alleen over accountancyonderwijs, maar ook over wie volgt dit onderwijs en hoe krijgen we diversiteit in 'kleuren' (ik heb voor de eenvoud deze insteek gekozen) in de instroom?

Observaties Coen Bongers

Ik heb mijn zorgen ook gedeeld met Coen Bongers, al jaren zeer betrokken bij het onderwijsdebat, zelf verantwoordelijk voor een hbo accountancyopleiding bij Windesheim en een mkb AA post bachelor variant. Hij brandt los:

"De zorgen over de opleiding deel ik zeer zeker. Meer en meer krijgen wij als opleiders de opdracht het schaap met vijf of liever nog zes poten op te leiden. En net als er in Nederland evenveel voetbalcoaches zijn van het Nederlands elftal als inwoners, geldt dat ook voor de accountantsopleiding: zoveel titeldragers, zoveel meningen. Laat ik dan ook een aantal observaties delen die zouden moeten worden meegenomen in het thema accountancy-onderwijs.

  1. Wat is dat eigenlijk, een beginnend beroepsbeoefenaar? Dat is namelijk waarvoor wij opleiden. Als ik met mensen uit het werkveld praat, valt mij keer op keer op dat iedereen de lat waaraan een nieuwe accountant moet voldoen op het eigen ervaringsniveau legt, al is dat twintig jaar. Een beginnend beroepsbeoefenaar, of startbekwaam professional, is er nog lang niet en gaat nog veel ervaring opdoen.
  2. Inhoud: Iedereen heeft eigen stokpaardjes over wat goede of missende onderwerpen zijn in de huidige opleiding. Zo wil Pieter veel meer ICT in de opleiding, wil Fouk Khan Tsang duurzaamheid prominenter op de onderwijsagenda en roept weer een ander dat psychologie of ethiek véél meer aandacht nodig hebben. In dat opzicht is de opleiding eindeloos en nooit klaar.
  3. De totale opleiding tot accountant is 200 ECTS (European Credit Transfer System) ofwel studiepunten. Eén studiepunt staat voor 28 uur studie. Dat betekent dat de theoretische opleiding 5.600 uur is. Dat is overigens nog los van algemene vakken die je in de vooropleidingen aantreft. De praktijkopleiding is 3.000 uur. In totaal zijn studenten dus 8.600 uur bezig met hun opleiding en met de algemene vakken erbij opgeteld kom je wel bijna aan de 10.000 uur. Wat je ook zou willen doen: het zal in de 8.600 uur moeten passen. Daar is de financiering op gebaseerd.
  4. Hoe complex al de kennis ook is die in de opleiding en in de dagelijkse praktijk aan bod moeten komen: accountant zijn is en blijft een ambacht; een vak dat zich in de praktijk moet laten zien. Dat heeft wel als consequentie dat die praktijk begeleiding vraagt. Meer en meer zien wij dat de begeleiding onder druk staat door tekorten en de grote tijdsdruk waarbinnen controles af moeten, of uit angst voor aansprakelijkheid: fouten maken mag namelijk niet. Dat heeft een prijs: minder begeleiding is minder ervaring en minder efficiency…
  5. Iedereen heeft als eigen benchmark de ooit zelf gevolgde opleidingsvariant. Dat dat soms meer dan 25 jaar is geleden en in de tussentijd de opleiding wel degelijk is veranderd, wordt in die benchmark niet meegenomen. Wij leren studenten dat vakbekwaam en zorgvuldig betekent dat je je verdiept in materie. In de laatste versie van de eindtermen is al behoorlijk veel veranderd ten opzichte van 25 jaar geleden, kunnen we constateren.
  6. Pieter memoreerde het al: DE Accountant bestaat helemaal niet: Er is daarvoor te veel diversiteit in beroepsuitoefening. Enerzijds zul je als beroepsgroep de grote gemene deler van de beroepsuitoefening in je opleiding moeten vatten. Anderzijds geeft dat een groot risico op een te algemeen compromis, waardoor je weinig onderscheidend bent als accountant. Hier geldt: je kunt niet alles…
  7. Opdrogende instroom en doorstroom: Afgelopen jaren is de instroom in de accountancy-opleidingen meer gedaald dan bij andere opleidingen. Bij hbo accountancy is het aantal eerstejaars gestaag gedaald van 1.326 in 2016, naar 1.138 in 2021. De instroom is dus minder, maar de doorstroom ook. Van de elf studenten die beginnen met de accountancyopleiding aan universiteit of hbo, haalt uiteindelijk één student de eindstreep met een accountantstitel. Op z'n zachtst gezegd is dat niet veel. Waardoor dat komt? Die oorzaken zijn divers, maar de ervaren zwaarte van de opleiding, de tijdsduur en de werkdruk horen er zeker bij.
  8. Het financieringsstelsel van het bekostigd onderwijs gaat onder meer uit van een rendement na een aantal jaar. Bij de accountancysector wordt dat niet behaald: We zijn immers een moeilijker opleiding. De financiering botst met de gemiddelde tijdsduur die een student bezig is en dat geeft druk op het onderwijs.
  9. Hoewel onderwijs zeker niet tot de top van meest innovatieve sectoren hoort (net als de accountancysector), gebeurt er echt wel het nodige op onderwijsgebied. Meer geïntegreerd werken, meer blended, multidisciplinair en meer persoonlijke inbreng en flexibiliteit: Het wordt meer en meer de regel. Dat botst in toenemende mate met de zeer gedetailleerde eindtermen (179 in totaal, gecomplementeerd met 21 generieke eindtermen) en de wijze van vastlegging: schriftelijk, individueel toetsen is de norm, waar onderwijs dit meer en meer anders beziet.
  10. Studenten ervaren vaak dat ze niet het niveau werk krijgen dat bij hun studievoortgang hoort. Nu hoor ik veel ervaren accountants denken: "Tss, dat heb ik ook gemoeten: eerst de soms domme basis in je werk, de verdieping komt later." Dat is maar deels waar. Ik zie vaak dat studenten al meer kunnen, maar dat niet mogen. De keren dat studenten de uitdaging wel mogen, komen er vaak positieve resultaten uit: "Oh, ze kunnen meer dan ik dacht."
  11. Waar wij in het verleden in staat waren als opleiders om van kennis volgepropte accountants af te leveren, die er maar mondjesmaat over konden communiceren, is dat vandaag de dag wel anders. Studenten zijn meer en meer in staat om beter te communiceren. Ook is de studentpopulatie veranderd: meer vrouwen, meer verschillende types, zie je de klassen bemensen. Dat geldt evenzeer voor de docenten gelukkig."

Tien thema’s

Tot zover Coen. Ik heb voor mijzelf vijf thema's die ik de CEA wil meegeven, Coen heeft er ook vijf, we hebben ze hieronder opgenomen: totaal tien thema's waarvan wij vinden dat ze een (nog) belangrijke(re) plek in future proof accountancyonderwijs moeten krijgen:

  1. Achtergrond & verdieping: toepassen datatechnologie.
  2. Achtergrond & begrijpen: IT-governance - toepasbaar en concreet gemaakt voor midden+ ondernemingen.
  3. Verdieping mentor/coach & psychologie kennis.
  4. Verdieping ondernemerschap.
  5. Gek genoeg: Verdieping financiële administratie/boekhouden (kan de nieuwe generatie nog simpelweg denken in termen van journaalposten?).
  6. Integratie theorie en praktijk: Er is nu een duidelijke overlap tussen theorie en praktijkopleiding. Dat leidt niet alleen tot een snellere doorlooptijd, maar ook een beter leerproces. We hebben immers een ambacht. Afstemming tussen praktijkbegeleiders en de theorieopleiders draagt daarin zeker bij.
  7. Welke basis is gemeenschappelijk en wat is meer tot specialisatie? We kunnen niet alles in de opleiding stoppen en daarin moeten we ècht kiezen. Maar een basis die iedere accountant bezit is key: Van bijvoorbeeld het denken in journaalposten tot het doorgronden van een optimale organisatie en risico's kunnen zien. Daarin moeten we keuzes maken om het studeerbaar te houden.
  8. Vertrouwen in studenten en in hun groeipad: De groeicurve van een student zal er van versnellen.
  9. Meer integratie tussen vakken: De eindtermen kunnen echt korter en hoeven niet tot in detail alle stokpaardjes per vak te bevatten.
  10. Andere toetsing: Laat de toetsen aansluiten op de ontwikkelingen in het hoger onderwijs: niet alles afvinken met een standaard schriftelijke toets, maar analoog aan de onderwijs- en beroepsontwikkeling meer geïntegreerd toetsen en vaardigheden er meer in betrekken.

Dit zijn de onderwerpen. Een andere discussie is de systematiek van de opleiding tot RA of AA. Als we helemaal opnieuw kunnen beginnen, zou ik graag teruggaan naar het meester-gezel-principe. Ons vakgebied is typisch een vakgebied van kennisoverdracht en coaching. Een wetenschappelijke benadering en verdieping op uiteenlopende thema's is waardevol, na het behalen van tienduizend vlieguren. Willen we nog studenten overhouden die ons mooie vak kiezen, dan zullen we hierin stappen moeten zetten.

We wensen de CEA veel succes en volgen de ontwikkelingen met belangstelling.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Pieter de Kok is partner bij Coney Minds. Van 2010 tot en met 2014 was De Kok aanjager van vernieuwingsbeweging Tuacc.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.