Arjan Brouwer

Door te veel tijd en aandacht te besteden aan minder belangrijke zaken kunnen echt belangrijke issues bij de controle over het hoofd worden gezien, waarschuwt Arjan Brouwer.

Discussie Column

Less is more?

Op 21 juni was ik bij de jaarlijkse conferentie van de Foundation voor Auditing Research en hier kwam het onderwerp 'conservatisme' ter sprake. Accountants zijn opgevoed met het voorzichtigheidsbeginsel. Zo geeft art. 2:384 lid 2 aan, dat bij de toepassing van de grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening voorzichtigheid wordt betracht. Het stramien voor de opstelling en vormgeving van jaarrekeningen waarschuwt echter ook voor overmatig conservatisme. Een mate van zorg bij het maken van schattingen in situaties van onzekerheid is gepast, maar het creëren van stille reserves of overdreven voorzieningen, het opzettelijk te laag waarderen van activa of te hoog waarderen van verplichtingen is nadrukkelijk niet de bedoeling. De jaarrekening moet een onpartijdig of neutraal beeld geven van de werkelijkheid.

In wetenschappelijk onderzoek en de praktijk wordt conservatisme echter nog weleens gelijkgesteld of verward met kwaliteit. Zo wordt conservatisme in de gerapporteerde resultaten of het vaker afgeven van een verklaring met een paragraaf inzake materiële onzekerheid over de continuïteit (going concern opinie) in wetenschappelijk onderzoek regelmatig gebruikt als maatstaf (proxy) voor kwaliteit van de controle. In de praktijk wordt sneller negatief gereageerd op resultaten die achteraf te hoog waren, dan resultaten die achteraf te laag waren. En dat geldt ook voor het oordeel over de rol van de accountant die de jaarrekening heeft gecontroleerd.

Datzelfde kan gelden voor de inrichting van de controle. De verleiding is groot om ook daarbij conservatief te zijn en liever te veel te doen dan te weinig. Zeker als bijvoorbeeld maatschappelijke druk of claimrisico toenemen. Wie zal de accountant immers iets verwijten, als hij of zij te veel heeft gedaan? Andersom zijn de consequenties veel groter, als de accountant achteraf gezien te weinig heeft gedaan. In lijn hiermee benoemen DeFond&Zhang (2014) het risico dat toenemende druk op accountants mogelijk wel leidt tot meer going concern opinies, maar dat dit vooral meer van dergelijke opinies zijn daar waar de onderneming later niet failliet gaat. Oftewel, de toename in het aantal going concern opinies leidt niet tot een afname van de zogenaamde type II errors (geen going concern opinie, wel failliet), maar wel tot een toename van het aantal type I errors (wel going concern opinie, niet failliet). Het is maar de vraag of de maatschappij daar beter van wordt.

In het verlengde hiervan stelde prof. Jasmijn Bol bij de presentatie van haar onderzoek dat conservatisme en het uitvoeren van meer werk, waar dat eigenlijk niet nodig is, juist kan leiden tot een verlaging van de controlekwaliteit. Door te veel tijd en aandacht te besteden aan minder belangrijke zaken neemt het risico toe dat de echt belangrijke issues over het hoofd worden gezien.

"You are decreasing audit quality and you are wasting time because you are focusing on things that are not important, maybe missing out on some important things where you should be pushing back", aldus Jasmijn Bol.

Zonder er ooit gestructureerd onderzoek naar gedaan te hebben, zou ik de stelling wel aandurven dat bij de meeste controles waar iets fout is gegaan, in zijn totaliteit niet te weinig mensen en middelen aan de controle zijn besteed, maar dat die niet aan de juiste zaken zijn besteed. Dat er te veel tijd is besteed aan minder belangrijke zaken en dat in het dichtbegroeide bos heel veel bomen zijn gecheckt, maar net die ene zieke boom over het hoofd is gezien.

Natuurlijk is het achteraf vaak gemakkelijk praten en kan iedereen achteraf aanwijzen waar het issue zat en hoe de accountant met een goede risico-inschatting vooraf de controle zo had kunnen inrichten dat hij of zij het ontdekt had. De vraag is echter of accountants dat gaan voorkomen door alleen te focussen op dat wat er meer moet worden gedaan en een negatieve lens te plaatsen op situaties dat er ergens iets is gemist, of eerder door - gesteund door de accountantsorganisatie - veel explicieter, bewuster en met meer lef keuzes te maken. Niet alleen over wat ze wel doen, maar juist ook over wat ze niet doen. Jasmijn Bol spreekt over "well calibrated professional skepticism". Ze gaat ook in op mogelijke manieren om dat te realiseren.

Wat mij betreft is nu een goed moment om heel bewust met dit vraagstuk aan de slag te gaan. Dit is namelijk het jaar waarin accountants de nieuwe COS 315R over de risico-inschatting gaan toepassen. Een nieuwe standaard kan op verschillende manieren worden geïmplementeerd, uiteenlopend van een technische implementatie tot een implementatie waarbij deze wordt aangegrepen om het maximale eruit te halen; ten behoeve van verbetering van, in dit geval, kwaliteit en relevantie van de controle.

Als dat laatste wordt gedaan en in de geest van de standaard met het volledige team verder wordt geïnvesteerd in het goed doorgronden van de te controleren organisatie, het begrijpen van de omgeving, het businessmodel en de risico’s om vervolgens te komen tot scherpe keuzes, dan kan deze implementatie accountants echt verder helpen. Niet door per se altijd meer werk te doen, maar juist door de aandacht beter te richten op dat wat er echt toe doet.

Wat vindt u van deze column?

Reageer

Arjan Brouwer is partner bij PwC en hoogleraar externe verslaggeving aan de VU Amsterdam.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.