Magazine

Wel of niet de eed afleggen

‘That is the question’, tenminste voor sommigen van jullie. Het deed mij teruggrijpen naar een boekje met de titel ‘De waarde van de eed’ met daarin de oratie uitgesproken door Jonathan Soeharno, bij zijn aanstelling als hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam. Het kleinood, nog geen honderd pagina’s dus u heeft het zo uit, is een (alleraardigste!) aanrader.

Dit artikel is verschenen in Accountant Q1, 2018

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Voorop staat een prachtig plaatje: een nogal blote meneer met een halfslachtige cape om, die een kleine, geheel naakte figuur in een boot vervoert naar een wereld met deels groene weilanden maar verderop ook brandende huizen en duidelijk lijdende mensen. De goede verstaander ziet hier onmiddellijk Charon de veerman, die met een dode de rivier de Styx bevaart: op weg naar de onderwereld waarbij het nog niet helder is waar hij aan land zal gaan, het lieflijke of het gruwelijke deel. De rivier als symbool voor de eed: ook daarbij is immers maar afwachten wat de eedaflegger er uiteindelijk van gaat bakken in de praktijk.

Op dit punt zou u kunnen denken dat de waarde van de eed kennelijk is dat een accountant - mocht hij zijn eed schenden - ontdaan van al zijn bezittingen, zo in een rechte lijn de hel en verdoemenis in wordt gepeddeld en dat mij dat heeft overtuigd om de beroepseed te omarmen. Maar dat is niet de strekking van mijn punt en al helemaal niet van het mooie betoog van Soeharno.

Wel duidt hij de hernieuwde aandacht voor de eed en de wens van sommigen om handelingen die tegen een eed in gaan te sanctioneren. Wetenschappers verliezen dan hun doctorstitel, bankiers worden ontslagen, dat werk. Het gaat daarbij overigens niet over sancties zoals jullie eigen tuchtrechter recent uitsprak over collega-accountants die überhaupt geen eed willen afleggen. Die route komt in Soeharno’s boekje simpelweg niet voor.

Hij legt uit dat ‘het niet handelen in lijn met een eed’ zich onmogelijk leent voor sancties, omdat de eed op zichzelf geen zelfstandige verbintenis is maar slechts een bestaande bekrachtigt. Want ook zonder een eed is een wetenschapper gehouden aan waarheidsvinding, een bankier aan eerlijke dienstverlening en een accountant aan zijn beginselen. Wat voegt zo’n eed dan nog toe?

De eed, zo zegt hij (naast nog heel veel andere lezenswaardige uitspraken), is een eeuwenoude manier - via de Grieken, de Romeinen, de joods-christelijke traditie en de Verlichting - om ‘een eenvoudig verlangen naar waarachtigheid’ vorm te geven ten overstaan van een ander. Met een eedformule en een eedgebaar tegenover de eedgemeenschap, zoals de beroepsgroep waartoe de professional behoort. “Iedere eed komt dan ook in essentie neer op deze formulering: Ik zweer dat ik integer zal zijn.”

Mij helpt het om de schoonheid en de waarde van de eed vanuit dit historisch, filosofisch perspectief te zien. Misschien u ook.

Margreeth Kloppenburg is adviseur voor professionals in onder andere de accountancy. Zij is auteur van 'Artikel 5, de beroepseer van de Accountant'.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.