Magazine

'Auditing is geen verzameling vakken'

Hoogleraar professionele ontwikkeling Wim Gijselaers (Maastricht University) doet onderzoek naar het begrijpen en verbeteren van (team) leerprocessen bij accountants. Hoe kan de opleiding volgens hem verbeteren? “Bovenal moeten accountants worden opgeleid om elke dag te willen leren.”

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 6, 2022

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel (pdf)
» Download het hele nummer (pdf)

Luc Quadackers

Het accountantsberoep heeft een te lage aantrekkingskracht op jonge mensen. Hard werken, hoge opleidingseisen en een hoog afbreukrisico zorgen ervoor dat veel studenten hun heil zoeken in andere disciplines. Daarnaast is het rendement van de accountantsopleiding laag. Slechts een fractie van de studenten die beginnen aan de opleiding blijft uiteindelijk ook werkzaam bij een accountantskantoor. En dat terwijl de studenten van oudsher worden opgeleid vanuit de gedachte dat ze voor het leven worden voorbereid op het accountantsberoep.

“Het is natuurlijk positief dat de studenten die de eindstreep halen zeer in trek zijn op de arbeidsmarkt. Maar als de vraag en uitstroom hoog zijn en de instroom laag is, dan leidt dat tot grote problemen voor de beroepsgroep. Daar zitten we nu middenin”, aldus Wim Gijselaers. “Deze problemen spelen overigens niet alleen in Nederland. Ook bijvoorbeeld in de Verenigde Staten werd onlangs de noodklok geluid.” Gijselaers verdiept zich al decennia in het opleiden en professionaliseren van zorgprofessionals, accountants, (hotel)managers en docenten in het hoger onderwijs. Ziet hij analogieën die accountants kunnen helpen?

“In zijn algemeenheid kun je zeggen dat professionele opleidingen vaak vastlopen op de relatie tussen theorie en praktijk. Neem de geneeskundige zorg. Daar lopen ze al veel langer tegen het probleem aan hoe ze moeten bepalen welke theoretische voorbereiding nodig is voor de praktijk en wat daarvan de consequenties zijn voor de manier van opleiden.”

Tijdstip van leren

Volgens Gijselaers wordt daarom in de geneeskunde veel aandacht besteed aan het onderzoeken of studenten voldoende gekwalificeerd zijn voor het uitoefenen van het beroep. Men is daar al veel verder gevorderd in het nadenken over de momenten waarop studenten competenties moeten bezitten en in welke mate ze daarmee specifieke taken adequaat moeten kunnen uitvoeren.

“Het is belangrijk om dat voortdurend te monitoren, wat binnen de geneeskunde inmiddels is opgepakt. De artsenwereld verschilt daarin wezenlijk van het accountantsberoep. Ook binnen de accountancy bestaat veel aandacht voor het toetsen van kennis, maar ze hebben geen traditie ontwikkeld om te onderzoeken of de veronderstellingen die daaraan ten grondslag liggen, blijven kloppen naarmate de tijd vordert.

Een probleem dat in het verlengde hiervan ligt, is de vraag wat bij studenten aan kennis resteert, nadat ze toetsen hebben gemaakt. En of die kennis überhaupt relevant was op het moment dat ze die hebben geleerd. Het lijkt er soms op dat het streven is ‘alles een keer gezien te hebben’. Dat kan beter. Het tijdstip van leren is van belang en sommige kennis is misschien helemaal niet nodig. Binnen de zorgopleidingen geldt al steeds vaker: use it or lose it.”

Werk en studie

De Maastrichtse hoogleraar geeft aan dat het post-initiële deel van de accountantsopleiding een perfect onderwijsmodel biedt, met vier dagen werken en op vrijdag een studiedag. Gijselaers mist echter de discussie over de vraag of hetgeen op de terugkomdagen wordt aangeboden voldoende houvast biedt om de overige vier dagen van de week te blijven leren.

“Ik vind het vreemd dat alle ervaringen die jonge accountants opdoen bij kantoren, niet ten volle worden benut als ze op vrijdagen langskomen voor hun post-initiële opleiding. Het opleiden gebeurt uiteraard, en gelukkig, met de beste intenties en grote betrokkenheid. Dat is mooi, maar onvoldoende. Het is goed om ervaringen van studenten systematisch te verzamelen, periodiek te analyseren wat zich afspeelt in het beroep en na te gaan wat dat betekent voor de professionals in opleiding. Wat hebben zij nodig vanuit de opleiding? Daarin kan meer lijn worden aangebracht. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om te weten vanaf welk moment jonge accountants complexe werkzaamheden en inschattingen gaan verrichten, zodat daarop tijdens het onderwijs kan worden ingegaan en terugkoppeling kan worden gegeven. Dat vraagt om onderzoek en monitoring. Als je erin slaagt om de vrijdagen daadwerkelijk in te vullen als een soort terugkoppeldagen, dan is dat heel waardevol voor studenten. Nu is het nog te vaak zo dat de studenten vier dagen per week op kantoor de voorkomende werkzaamheden doen en dat de opleiding op vrijdagen grotendeels losstaat van wat ze in hun werk tegenkomen.”

Specialisaties

De wereld wordt steeds complexer en de opleidingseisen nemen steeds verder toe. Gijselaers vindt daarom dat de opleiding zich meer op de kern van het beroep moet - en kan - concentreren. “Ik heb meerdere rapporten gelezen over de advocatuur en de aanpassingen in hun opleidingen. Er zijn vele vakgebieden binnen de advocatuur; echtscheidingen zijn totaal iets anders dan faillissementen. De specialisaties hebben echter ook belangrijke gemeenschappelijkheden. Het basisidee binnen de advocatuur lijkt nu te zijn dat een advocaat de specialistische praktijk wel op kantoor aanleert. Het leren van de gemeenschappelijkheden kun je als beroepsgroep organiseren en centraliseren binnen de opleiding, bijvoorbeeld het schrijven van een pleidooi of het maken van een juridische analyse van een casus. De focus van de opleiding ligt dan op de kerncompetenties die specialisatie-overschrijdend zijn. De verdere specialisatie leer je dan ter plekke op kantoor, onder deskundige begeleiding. Dat vind ik een interessante aanpak.”

De vraag is hoe dat de accountantsopleiding raakt. De belangrijkste taak van de accountant is het controleren van de jaarrekening en het afgeven van een controleverklaring, aldus Gijselaers. “De sectoren waarin de accountants werken zijn echter zeer verschillend. Zo verschillen banken bijvoorbeeld wezenlijk van de detailhandel. De vraag is of het niet mogelijk is om de gemeenschappelijke elementen, die sectoroverschrijdend zijn, gebundeld aan te bieden tijdens de post-initiële opleiding en dat die elementen landelijk goed worden getoetst.”

Essentie

“De vraag ‘Wat is de essentie van auditing?’ wordt volgens mij te weinig gesteld. Auditing is geen verzameling van vakken! De essentie is dat de accountant begrijpt hoe een organisatie functioneert in de bedrijfscontext, wat het voor de organisatie betekent om in de context te presteren binnen de kaders die zijn gesteld. En hoe je daarop een accountantscontrole kunt toepassen. Docenten zeggen vaak dat het gaat om het leren beoordelen van informatie. Dat begrijp ik, maar daarbij redeneert men vrijwel altijd vanuit het vak richting de praktijk. Mijn advies zou zijn om meer vanuit de praktijk terug te redeneren naar de vakken. Beide richtingen zijn belangrijk.”

Is het beroep te ingewikkeld geworden? Volgens Gijselaers is het een kwestie van inrichting. “Docenten zullen allemaal terecht zeggen dat de kennis die zij doceren nodig is. En dat klopt voor het grootste deel. Maar wanneer hebben accountants die kennis nodig? Net als bij artsen werken accountants uiteindelijk met zeer specialistische kennis, die echt niet iedere professional in dezelfde mate hoeft te bezitten. Sterker nog, in de geneeskunde zijn soms zelfs geluiden hoorbaar om in plaats van de masterstudie meteen na de bachelor te beginnen met specialiseren. Dat is een voortdurende spanning, die ook meer zichtbaar wordt binnen de accountancy. Veel problemen zijn volgens mij best op te lossen door het managen van de instroom. Welke opleidingspaden zijn binnen de accountancy beschikbaar voor mensen met een niet-accountancyvooropleiding? Dat zijn er te weinig. Waarom zouden mensen met een relevante opleiding op het gebied van Environmental, Social & Governance (ESG), bijvoorbeeld landbouwkundig ingenieurs, het gehele vastgestelde accountancytraject moeten doorlopen? Dat kan waarschijnlijk anders en beter.”

Cocon

“In Nederland heeft de zorg voor kwaliteit geleid tot een model waarin de accountantsopleiding al vanaf de bachelorfase is dichtgetimmerd. Dat is de traditie. Volgens mij is de bachelor-master-structuur echter gebaseerd op de gedachte dat je je eerst breed ontwikkelt en daarna specialiseert. Beide systemen hebben hun voor- en nadelen. Je moet je echter bewust zijn van de momenten waarop je moet bijsturen om aantrekkelijk te blijven en kwaliteit te kunnen leveren. Dat vraagt om goede monitoring en analyse. Dat is nu meer nodig dan ooit. Als je, vanuit de beste bedoelingen, binnen je cocon blijft, dan mis je veel potentiële leerpunten.’

Gijselaers ziet het accountantsberoep als een zeer belangrijk beroep, dat hard zal moeten werken om de aantrekkelijkheid te verhogen. Maar er zijn veel kansen aanwezig om de relevantie van het beroep voor de samenleving aan te tonen.

“Studenten hebben onvoldoende in de gaten dat ze als accountant een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van bijvoorbeeld ESG-doelstellingen, terwijl ze daarin wel zeer geïnteresseerd zijn. Die boodschap wordt blijkbaar niet goed overgebracht. Eén van de manieren om dat duidelijk te maken is via het opleiden van jonge mensen. Die moeten het uiteindelijk gaan doen. Daarvoor moet de beroepsgroep het initiatief nemen en onderkennen dat er barrières moeten worden overwonnen. En bovenal moeten accountants worden opgeleid om elke dag te willen leren. Het is belangrijk om daarvoor voldoende mogelijkheden te creëren.”

CV: Wim Gijselaers

Wim Gijselaers bekleedt de leerstoel Educational Research bij de afdeling Educational Research & Development van de School of Business & Economics aan Maastricht University.

Zijn onderzoeksgebied omvat leiderschapsontwikkeling, lerende organisaties, lerende teams en expertise-ontwikkeling. Hij is ook betrokken bij het project ‘Stip aan de Horizon’ van de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding. Gijselaers is tevens visiting professor aan de universiteit van Bern (Zwitserland), waar hij zich met name richt op health care professionals.

Ook in de VS tekort aan accountancystudenten

Amerikaanse accountantsorganisaties zien een scherpe daling van het aantal kandidaten dat examens aflegt om accountant te worden.

Zowel de grote accountantskantoren als regelgevers werken aan manieren om meer mensen te interesseren voor het accountantsberoep. Naast campagnes gericht op middelbare scholieren wordt ook bekeken hoe de kosten voor de opleiding tot CPA kunnen worden verlaagd, stelde de Financial Times begin oktober. Het aantal studenten dat het Amerikaanse CPA-examen aflegde bedroeg vijf jaar geleden nog ruim honderdduizend per jaar. Tijdens de coronapandemie daalde dat tot iets meer dan zeventigduizend per jaar. Maar ook dit jaar worden de aantallen van enkele jaren geleden niet gehaald; in de eerste helft van 2022 legden 43.000 kandidaten het examen af. Volgens sommigen is het beroep “het vermogen verloren om ons verhaal te vertellen”.

Luc Quadackers is eigenaar van Margila.

Gerelateerd

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.