AI-Slap
Tijdmachines bestaan niet, maar een schoolreünie komt in de buurt. De aula, de kantine, het geluid van schoenen op de trap: alles lijkt hetzelfde. Alleen ben ik ouder.
Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 2, 2026
Bekijk alle artikelen uit dit nummer
» Download dit artikel in pdf
» Download het hele nummer (pdf)
Charlie Groen
Ik behoor nog net tot de generatie die geen smartphones in het klaslokaal had. Nu wordt bijna elk aspect van ons leven gemedieerd door een scherm. De camera legt de beleving vast, anders is het niet gebeurd. Een appje vervangt een gesprek. En op het toilet vragen we een Chat hoe we onze relatieproblemen moeten oplossen.
Maar op de reünie gingen we even terug naar de pre-smartphonetijd. Tijdens een les van mijn favoriete filosofiedocent kregen we een leeg vel papier en één vraag: Wat is kritisch denken? Hij voegde er streng aan toe: geen telefoons. Niks opzoeken op Google, Wikipedia en zeker niet via ChatGPT of Claude. Hoezo? Wat is het nut van een socratisch gesprek over een definitie die toch allang ergens is uitgedacht en vastgelegd? Omdat het oefenen is. Wat de elektrische fiets doet met onze beenspieren, dreigt AI te doen met ons denkvermogen: het wordt slap. Experimenteel onderzoek toont al een drastische afname in hersenactiviteit bij mensen die in eerste instantie op AI leunen.
Het grootste gevaar zit niet in het feit dat AI ons denken overneemt, maar dat AI ons denken overbodig laat lijken. Waarom zoeken naar woorden als ze worden aangereikt? Waarom twijfelen als je direct antwoord krijgt? Wie AI wel checkt, merkt op termijn toch dat het vermogen tot beoordelen afbrokkelt. Dat is geen technofobie maar trainingsleer: alles wat we niet trainen,
wordt simpelweg slapper.
Nou en?! Dat gold toch ook voor de typemachine, voor de calculator en de GPS? Elke tool neemt iets over. Is AI dan zo anders? Ja. Alle eerdere tools vervangen één vaardigheid, maar AI dreigt het hele denkproces over te nemen. En doet het nog op een verleidelijke manier ook. Dus vertellen we AI meer geheimen dan onze therapeut, want Chat en Claude lachen ons nooit uit. Ze geven ons gelijk, leven met ons mee en hebben het nooit over onze onvolkomenheden. Het is er immers bij gebaat dat we zo lang mogelijk blijven vragen. Maar met elk compliment (Sterke column Charlie!) Pavlovt het systeem ons naar een nieuwe verslaving. Door te onttrainen, neemt het langzaam over.
Die verleiding is heel begrijpelijk. De werkdruk is hoog, marges staan onder druk en de hoeveelheid informatie groeit sneller dan onze menselijke aandacht aankan. AI kan ons daar zeker helpen: samenvatten, patronen signaleren, documentatie versnellen. Maar de kern van de zaak laat zich nooit automatiseren. Professionele scepsis ontstaat niet uit een prompt. Oordeelsvorming groeit niet uit copy-paste. En ongemakkelijke vragen laten zich nooit genereren.
Kortom, we investeren massaal in AI-tools, AI-trainingen en AI-strategie, maar steeds minder in het menselijk denkvermogen zelf. Het vermogen om te twijfelen, te wegen en te bevragen. Dat vraagt om een bewuste impuls van socratische gesprekken op de werkvloer: een teamsessie zonder laptops, een standaard doordenken (neem 315) op een leeg vel papier. Niet als nostalgisch gebaar, maar als noodzakelijke investering in iets anders: onze kritische denkspier. Anders wordt die slap.
