'Wees als accountant niet bang om je uit te spreken'
"Ik ben te jong om achter de geraniums te gaan zitten." De tekenen des tijds lijken inderdaad nauwelijks grip te krijgen op Auke de Bos. Al in het begin van zijn carrière bij EY was Auke een opvallende verschijning met zijn jeugdige bravoure, strakke pakken en stoere haarlokken, in een tijd dat het toenmalige Directoraat Vaktechniek nog vooral leek te worden bemenst door oude rotten. Auke werd partner bij Vaktechniek en is gebleven tot zijn 'pensionering' deze zomer, vanwege het bereiken van de zestigjarige leeftijd.
Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 3, 2026
Bekijk alle artikelen uit dit nummer
» Download dit artikel in pdf
» Download het hele nummer (pdf)
Met hart en ziel accountant
Jan-Willem Wits
Tot zijn verbazing kreeg hij bij zijn afscheid een koninklijke onderscheiding uit handen van de burgemeester van zijn woonplaats Wassenaar. "De receptie begon om vijf uur en ik vond het al zo vreemd dat iedereen stipt op tijd was." Binnen EY hebben we wereldwijd afgesproken dat je op je zestigste stopt. Bij sommige collega's zie je dat het ook wel klaar is. Wanneer je zoals ik nog volop fit en druk bent voelt het wat vroeg, maar als je werkt in een organisatie waar de gemiddelde leeftijd iets boven de dertig is, begint er wel een 'opa-gevoel' te ontstaan. Daarom is het goed om mijn kennis en ervaring, inclusief acht jaar als bestuurder, over te dragen aan een nieuwe generatie."
Vertrouwen
"Ik realiseer mij wel dat ik uitstap op een heel spannend moment. Jarenlang had EY Building a better working world als motto. In 2024 werd daar een andere aan toegevoegd: Shape the future with confidence. Dat weerspiegelt het nieuwe tijdsgewricht en een wereld die aan alle kanten kreunt en piept. Er zijn geopolitieke spanningen. We zijn opeens allemaal bezig met thema's als weerbaarheid. We zien dat duurzaam ondernemen al lang niet meer alleen gaat over groen, maar ook over langetermijnwaardecreatie, waarbij begrippen zoals integriteit, transparantie en publieke verantwoording een belangrijke rol spelen. En we leven helaas steeds meer in een low trust society. Het accountantsberoep bestaat in Nederland bijna 150 jaar. Maar als er ooit een tijd is geweest dat accountants superrelevant zijn om voor vertrouwen te zorgen in het maatschappelijk verkeer, dan is het wel de onze."
Fascinatie
"Ik was in onze familie de eerste die een universitaire opleiding deed. Ik heb een opa die op Scheveningen woonde en als kuiper in de haven werkte en een opa die bakker was in Eesveen en elke dag heel vroeg opstond. Het was ook een tijd dat iedereen nog zes dagen per week werkte. Mijn vader heeft een opleiding gedaan als vliegtuigboordwerkkundige, maar toen hij de opleiding afrondde verviel die functie in de cockpit en ging hij de IT-wereld in. Op het vwo was ik meer bèta georiënteerd, ook omdat ik dyslectisch ben en beter met cijfers uit de voeten kon. Als kind heb ik altijd een fascinatie gehad voor het water. We gingen als gezin vaak varen en ik heb ook veel gesurft. Maar ik vond ook economie 2 heel leuk. Daarom heb ik lang getwijfeld tussen een studie oceanografie of bedrijfseconomie studeren. De arbeidsmarkt was destijds niet makkelijk, dus ik ben toch maar gegaan voor de meeste baanzekerheid."
Spijkerbroek
"Ik ben ook nog wel bij Moret & Limperg op gesprek geweest, maar met mijn sjofele spijkerbroek viel ik destijds toch wat uit de toon. Daarom is het de Erasmus Universiteit geworden, waarmee ik nu al ruim veertig jaar in verschillende rollen een band heb. Al tijdens mijn studie bedrijfseconomie ben ik als bijbaan les gaan gegeven. Eerst economie in een tweede klas van wat toen nog de mavo heette (een voorloper van het vmbo, red.). Dat was best een lastig jaar…
Na mijn 'ontgroening' ben ik overgestapt naar het Alfrink College (havo/vwo) in Zoetermeer. Daar begon ik ook met veel enthousiasme, maar meteen met duidelijke regels en dat betaalde zich positief uit."
Rode draad
"Lesgeven heb ik sindsdien nooit meer losgelaten en is een rode draad door mijn loopbaan. Kennis overdragen en mensen verder helpen. Dat is waarmee ik mij nog steeds iedere dag bezig hou. Tijdens mijn studie werd ik onder meer student-assistent van Martin Hogendoorn, die onlangs afscheid nam als hoogleraar in Rotterdam en als partner aan EY verbonden was. Na mijn afstuderen in 1989 werd ik docent aan de Erasmus en ging ik ook college geven, soms wel in zalen met honderden studenten, over kosten- en winstbepaling en begon ik met mijn promotieonderzoek over financiële verslaggeving. Ook was ik inmiddels begonnen met mijn postdoctorale accountantsopleiding. Op dat moment realiseerde ik mij dat ik een volstrekt theoretisch geschoolde accountant was, die nog geen dag in de controlepraktijk had meegedraaid."
Ladder
"Om toch de praktijk te leren, maakte ik op mijn dertigste een gedeeltelijke overstap naar wat toen nog Moret Ernst & Young heette. Officieel begon ik onderaan de ladder als jongste assistent. Vanwege mijn achtergrond werd ik door sommige collega's wel wat met argusogen aangekeken en terecht, want ik had immers nog geen praktijkervaring. Ik moest het vak nog leren. Al snel kwamen de meer complexe vraagstukken natuurlijk toch op mijn bureau terecht.
Het was ook nog wel een andere cultuur. Een partner kwam een keer langs met het verzoek of ik even naar New York kon vliegen voor een bespreking, hij was zelf verhinderd. Eigenlijk was het geen vraag, maar een dienstmededeling. Ik vroeg hem op een later moment of ik een week vrij kon krijgen omdat ik inmiddels vader was geworden. 'Waarom moet je dan vrij nemen?' Mijn antwoord was simpel: omdat ik het belangrijk vind. Toen was het geen probleem. Gelukkig zijn de tijden veranderd."
IFRS
"Na zeven jaar verhuisde ik voor EY naar Londen om mij bezig te gaan houden met IFRS, dat destijds werd gezien als het nieuwe Esperanto van de financiële wereld. EY had in Londen een soort internationaal expertisecentrum. Het was vaktechniek van de champions league, waarbij we onderzoek deden naar de gevolgen van de implementatie van IFRS voor de jaarrekening. Zo werkte ik mee aan de eerste voorbeeldjaarrekening conform IFRS, een pittige klus.
Hoewel ik natuurlijk de taal sprak, bleek het toch heel lastig om echt te integreren. Dat zorgde soms ook voor eenzame momenten. Bovendien waren er grote cultuurverschillen. In Nederland kwam er nog een koffiejuffrouw langs en lunchten we tussen de middag met een broodje kaas en een glas melk. En als iemand jarig was werd er op gebak getrakteerd. In Londen ging je als iemand jarig was naar de pub, dronk je een pint en ging je daarna weer aan het werk. Vreemd genoeg waren de Britse beeldschermen daardoor soms een stuk waziger dan ik in Nederland was gewend (lachend)… Ik heb er wel echt veel geleerd en zou het zo weer doen."
Partner
"Twee jaar later kwam ik terug naar Nederland. Mooie ervaring rijker, ik mocht mijzelf inmiddels als een soort IFRS-specialist beschouwen en leek, dat vond ik in ieder geval, een logische kandidaat om partner te worden. Vanwege het slechte economische klimaat was er dat jaar maar plek voor één nieuwe partner in de accountantsmaatschap en daarvoor werd ik niet gekozen. Dat botste dan weer net iets te veel met mijn ego, dus ik besloot om mij heen te gaan kijken.
Professor Hans van Sonderen, die ik kende van de Erasmus, haalde mij naar PKF Wallast (later onderdeel van een fusie waaruit Newtone ontstond) om partner te worden en een afdeling Vaktechniek op te zetten. Na deze klus kreeg ik ook een portefeuille met mkb-bedrijven, waarbij je als accountant letterlijk aan de keukentafel zat. Heel sociaal, maar ik miste de internationale complexiteit. Inmiddels was er bij EY weer wat meer lucht gekomen en kreeg ik in 2005 alsnog het aanbod om partner te worden, volledig toegewijd aan vaktechniek. De internationale dimensie gaf het extra zetje om terug te keren op het oude honk. Het voelde als thuiskomen. EY was en is heel mensgedreven en net als bij de andere big four bestaat er een hoge loyaliteit. Veel collega's waren daarom positief over mijn terugkomst, maar er waren ook collega's die extra kritisch waren. Gelukkig is alles goed gekomen."
Landschap
"De accountancysector en met name de grote kantoren kregen in die periode te maken met een ingrijpende verandering van het maatschappelijk landschap. De AFM trad aan als toezichthouder en dat dwong ons om onze controles te verbeteren. Ook gingen we meer inhoud geven aan onze maatschappelijke rol en werden de deuren en ramen opengezet. We gingen nadenken over onze relatie met nieuwe stakeholders zoals Eumedion, VEB, de Tweede Kamer etc. We nodigden politici uit om langs te komen, schoven aan bij rondetafelbijeenkomsten en organiseerden evenementen. Die lijn hebben we doorgezet en we spreken onze stakeholders nog regelmatig rondom een actueel thema in perscentrum Nieuwspoort. Daarnaast moesten we ons steeds meer publiekelijk verantwoorden over de rol van de accountant bij spraakmakende fraudezaken of faillissementen. Journalisten gingen bellen en zaten op de publieke tribune van de Accountantskamer. Partners stonden opeens prominent met naam en toenaam in de krant. Die nieuwe realiteit zou nooit meer verdwijnen. Ik ben zelf als professional practice director in 2018 naar de Tweede Kamer geweest naar aanleiding van een witwaszaak bij ING, waar EY destijds huisaccountant was. Het was spannend, maar ik vond dat als je aan de beurt bent je ook je verantwoordelijkheid moet nemen. Daar kreeg ik intern en extern de nodige waardering voor. Deze tijd was een stevige leerschool, maar daardoor is de positie van vaktechniek binnen accountantskantoren wel veranderd, van vakidioten tot essentiële reputatiebewakers."
Balans
"De afgelopen jaren draaide ik actief mee in de Stuurgroep Publiek Belang van de NBA. Wij denken onder meer na hoe we het beroep beter neer kunnen zetten. De rol van de externe accountant is volop in verandering en daar passen nieuwe vaardigheden bij. De raad van commissarissen is nu onze primaire opdrachtgever en we worden verwacht om in de aandeelhoudersvergadering te presenteren en antwoord te geven op soms kritische vragen. Communicatie is een kerncompetentie geworden. Dat is een goede ontwikkeling. Ook zie ik dat er soms te veel aandacht is voor compliance. Een goede accountant moet er uiteraard voor zorgen dat zijn vaktechniek op orde is, maar de kern van ons werk komt toch vooral neer op ons professionele oordeel en daarvoor moet je weten en begrijpen wat er op de werkvloer van een klant gebeurt. Ik ben ervan overtuigd dat we zo kunnen blijven aantonen wat de toegevoegde waarde is van een accountant ten opzichte van bijvoorbeeld AI. Dat stelt je ook in staat om een natuurlijke adviesfunctie te vervullen, iets wat door de scheiding van controle en advies wat in het verdomhoekje is geraakt. Wees niet bang om je gewoon uit te spreken over wat je ziet, wat er schort en waar het beter zou kunnen gaan!"
Streetwise
"Je moet streetwise zijn en dat leer je niet door iedere avond de NV COS door te spitten. Zorg ervoor dat je de business van een klant goed begrijpt. Loop rond, praat met mensen en probeer in je dossier the smell of the place te vangen. Begrijp ik wat hier gebeurt, ken ik de sector en reageer ik op signalen dat er mogelijk iets aan de hand is? Ik denk daarom ook dat het goed is dat (jonge) accountants regelmatig van plek veranderen en bijvoorbeeld ook een paar jaar meelopen met de forensische of accounting adviesafdeling. Daarnaast heb ik ook wel sympathie voor het Britse model, waar accountants soms een hele andere vooropleiding hebben, zoals wiskunde of natuurkunde, maar ook sociologie of kunstgeschiedenis kunnen hebben gestudeerd voordat ze alsnog als controlerend accountant aan de slag gaan."
Oceanen
"Ik heb enkele maanden genomen om na te denken wat ik ga doen, nu ik voor EY met 'pensioen' ben. Bij de Erasmus kan ik bij leven en welzijn wel door tot tenminste mijn zeventigste. Mogelijk pak ik de rol van toezichthouder op en daarnaast verwacht ik de nodige klussen te krijgen. Innovatie en de impact van AI op het accountantsvak boeien mij ook erg. Misschien krijg ik toch weer kriebels van mijn oude passie voor oceanen. Van de bekende Britse bioloog David Attenborough leerde ik hoe belangrijk oceanen zijn voor het behoud van de wereldwijde biodiversiteit. Wanneer wij in staat zijn om een derde van het zeeoppervlak vijf jaar met rust te laten, is het mogelijk om alle schade die we het leven in oceanen hebben toegebracht te herstellen. Dat zou een geweldige missie kunnen zijn, bijvoorbeeld voor een ingrijpende schoonmaak. Ik heb in Frankrijk al een boot liggen."
