Magazine

Help, een latentie in de jaarrekening!

Als in de jaarrekening de pensioenverplichting tegen de waarde in het economisch verkeer moet worden opgenomen, duikt mogelijk een latente belastingvordering op. Voorkom misverstanden bij gebruikers door daarbij een goede toelichting te geven.

Dit artikel is verschenen in Accountant nr. 11, 2014

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

De Raad voor de Jaarverslaggeving haalt met RJ-Uiting 2014-4 over de waardering van pensioenverplichtingen veel overhoop. Vanaf boekjaar 2014 moet in een commerciële jaarrekening het pensioen in eigen beheer op de commerciële waarde worden gewaardeerd. Veel accountants zullen hun cliënten daarom adviseren de jaarrekening voortaan op fiscale grondslag op te stellen en te publiceren. Dan kan voor de waarde van de pensioenverplichting de fiscale waarde blijven gehandhaafd.

Kiest men ervoor de jaarrekening op commerciële grondslag uit te brengen, dan zal in veel gevallen sprake zijn van latenties. Een latente belastingverplichting (passieve latentie) duikt op als de commerciële waarde van een actief hoger is dan de fiscale waarde, wat bijvoorbeeld kan gebeuren rond de herwaardering van een pand, of als de commerciële waarde van een voorziening of vreemd vermogen lager is dan de fiscale waarde. De omgekeerde situatie treedt op bij een latente belastingvordering, een actieve latentie. Daarvan is sprake als de fiscale waarde van een actief hoger is dan de commerciële waarde of als de fiscale waarde van een voorziening of schuld lager is dan de commerciële waarde, zoals in het geval van een pensioen eigen beheer dat wordt gewaardeerd tegen de waarde in het economisch verkeer.

Tijdelijke verschillen

Een latentie wordt opgenomen in het geval er tijdelijke verschillenbestaan tussen de commerciële boekwaarde van een actief of een voorziening, dan wel vreemd vermogen, en de fiscale waarde. In de loop der tijd zullen deze verschillen verdwijnen. Het betreft bijvoorbeeld willekeurige fiscale afschrijvingen, herwaarderingen van materiële vaste activa en de waardering van pensioen in eigen beheer tegen de waarde in het economisch verkeer. Bij de waardering van deelnemingen is er géén sprake van tijdelijke verschillen. Het verschil is permanent en daarom worden in dat geval geen latenties gevormd. Ook in jaarrekeningen die zijn opgesteld volgens fiscale grondslagen (BW 2, artikel 396 lid 6) worden geen latenties opgenomen.

Contante of nominale waarde

De waardering van latenties is gebaseerd op de fiscale gevolgen van de manier van realisatie of afwikkeling die de bv per balansdatum kiest (RJk B15-113). Dit betekent dat er wordt gewaardeerd tegen contante of nominale waarde (RJk B15-114). Het is van belang om het moment in te schatten waarop het tijdelijke verschil wordt opgeheven. Vaak zal bij een korte looptijd worden gekozen voor de nominale waarde, dat wil zeggen het belastingtarief dat op balansdatum wettelijk is vastgesteld, te weten twintig dan wel 25 procent. Bij een langere looptijd, in het geval van herwaarderingen of pensioen in eigen beheer, zal eerder de contante waarde worden gehanteerd.

Beschikbare voorwaartse verliescompensatie

Voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie moet een actieve latentie worden opgenomen, voor zover het waarschijnlijk is dat er voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee deze verliezen kunnen worden gecompenseerd (RJ 272.311 en RJk B15.109). Veel accountants kiezen voor het 'voorzichtigheidsbeginsel' en nemen deze post niet op omdat ze 'nog maar eens moeten zien of er wel winsten komen'. Deze opstelling is echter te kort door de bocht en zal niet zelden resulteren in een discussie over de continuïteit van de onderneming. En dat terwijl het vaak niet moeilijk is de waarschijnlijkheid van fiscale winsten vast te stellen. Daarbij kunnen de volgende vragen worden gesteld:

  • Wat is de oorzaak van het ontstaan van de verliezen; in hoeverre blijft deze situatie bestaan?
  • Blijkt uit de gebeurtenissen na balansdatum dat er in het nieuwe jaar al fiscale winsten zijn gerealiseerd?
  • Is er sprake van een incidenteel verlies, bijvoorbeeld door een reorganisatie.
  • Heeft de vennootschap mogelijkheden tot verrekening binnen de termijn van verrekening? Dan daarbij aan aanmerkelijke stille reserves.

Op elke balansdatum moet de waarschijnlijkheid worden ingeschat dat het verlies wordt gerealiseerd. Als het voor een gedeelte van dit verlies waarschijnlijk is dat fiscale verrekening mogelijk is, kan voor dat gedeelte een latente belastingvordering worden opgenomen, terwijl dat niet gebeurt voor het niet-verrekenbare gedeelte.

Presentatie

Latente belastingvorderingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa of vlottende activa. Latente belastingverplichtingen worden opgenomen onder de voorzieningen (RJk B15-119). De keuze voor de presentatie van een actieve latentie wordt bepaald door de termijn van verrekening. In beginsel zal deze onder de vorderingen worden gepresenteerd; mocht de termijn voor verrekening langer zijn dan een jaar, dan zal deze worden opgenomen onder de financiële vaste activa. Een combinatie van beide is ook mogelijk. Zorg dan wel voor een goede toelichting.

Als een onderneming een compensabel verlies heeft, zal de onderneming een inschatting moeten maken van de mogelijkheid dat dit verlies te verrekenen is met toekomstige winsten, en bovendien met de termijn waarop deze verrekening zal plaatsvinden. De uitkomst hiervan bepaalt welke bedrag onder de vorderingen (korter dan een jaar) en welk bedrag onder de financiële vaste activa wordt opgenomen.

Salderingsmogelijkheden

Een rechtspersoon moet een latente belastingvordering en latente belastingverplichting salderen als de rechtspersoon beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om de vordering en schuld gesaldeerd en simultaan af te wikkelen. Én als de rechtspersoon het stellige voornemen heeft het saldo als zodanig af te wikkelen (RJk B15-120). Het bekende praktijkvoorbeeld is een vennootschap met een compensabel verlies van € 200.000, die ook panden heeft met grote stille reserves. De vennootschap heeft de mogelijkheid om deze panden te verkopen (aan een vennootschap buiten de fiscale eenheid) en verrekent daarmee zijn compensabele verlies.

Moeite met interpretatie

Recent meldde een collega dat een bankier die de jaarrekening van een vennootschap beoordeelde, contact opnam met de ondernemer met het verzoek een actieve latentie van 80.000 te verpanden. Dat geeft te denken. Veel gebruikers van de jaarrekening hebben blijkbaar moeite met de correcte interpretatie van latenties, vooral de actieve latentie. Dit is géén acute vordering op de Belastingdienst. Het is ten hoogste een vertaling van een post die in de toekomst te verrekenen is met in de toekomst verschuldigde vennootschapsbelasting. Om gebruikers hierop te attenderen, zal deze extra informatie in de toelichting bij de jaarrekening moeten worden opgenomen.

Toekomstverwachtingen

De post latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen vereist dat de accountant de toekomstverwachtingen van de onderneming goed inschat. Hij zal dit dan ook in goed overleg met het bestuur van de vennootschap moeten doen, zodat hij over zoveel mogelijk relevante informatie beschikt om die toekomstverwachting te kunnen schragen. De gebruiker van de jaarrekening zal zich op zijn beurt een goed oordeel moeten kunnen vormen over deze balansposten. Een goede, heldere toelichting mag daarbij niet ontbreken.

Pensioen in eigen beheer

Een vennootschap heeft een jaarrekening 2013 met daarin opgenomen een pensioen eigen beheer ten behoeve van de directeur-grootaandeelhouder. Dat is op 31 december 2013 gewaardeerd tegen een fiscale waarde van € 200.000; de commerciële waarde bedraagt € 400.000. Als gevolg van RJ-Uiting 2014-1/2014-4 besluit het bestuur in de jaarrekening 2014 het pensioen in eigen beheer te gaan waarderen tegen commerciële waarde. Die bedraagt op 31 december 2014 € 420.000; de fiscale waarde bedraagt € 210.000.

In de jaarrekening 2014 zal een stelselwijziging moeten worden doorgevoerd waarbij de fiscale waarde van het pensioen in eigen beheer wordt vervangen door de waarde in het economisch verkeer. In de openingsbalans van 2014 wordt de commerciële waarde van € 400.000 opgenomen. De fiscale waarde (volgens de aangifte vennootschapsbelasting) bedraagt € 200.000. Over het verschil zal de vennootschap een actieve latentie van X procent x € 200.000 presenteren. De waardering (X) is afhankelijk van de periode waarbinnen dit verschil wordt verrekend.

Voor 2014 zal de commerciële dotatie van € 20.000 worden gepresenteerd in de winst-en-verliesrekening en de actieve latentie zal toenemen met X procent van € 10.000, het verschil tussen commerciële en fiscale dotatie.

Willekeurige afschrijving

Een vennootschap investeert in een machine van € 200.000. De onderneming kiest ervoor om gebruik te maken van fiscale willekeurige afschrijvingen. Als men fiscaal meer afschrijft dan in de commerciële jaarrekening, wordt voor het verschil tussen de commerciële boekwaarde (bijvoorbeeld € 180.000) en de fiscale boekwaarde (bijvoorbeeld € 110.000) een passieve latentie - een verplichting - worden opgenomen. In dit geval zal die € 14.000 bedragen: twintig procent van € 70.000. Als er fiscaal minder afgeschreven wordt dan commercieel, resulteert een fiscale vordering, een actieve latentie.

John Weerdenburg AA is mede-oprichter van adviesorganisatie Auxilium Adviesgroep BV te Leusden.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.