Magazine

Mythe ontrafeld

Veel accountants vrezen dat een continuïteitsparagraaf bij de accountantsverklaring de desbetreffende onderneming juist naar een faillissement zal leiden. Bestaat dit self-fulfilling prophecy-effect inderdaad? De praktijk leert anders.

Dit artikel is verschenen in de Accountant nr. 8, 2006

Bekijk alle artikelen uit dit nummer

» Download dit artikel in pdf

Jan Woudenberg*

Continuïteitsparagraaf is geen self-fulfilling prophecy

Uit onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van recente faillissementen blijkt dat de accountantsverklaring bij de daaraan voorafgaande jaarrekening vaak niet was voorzien van een continuïteitsparagraaf. Dat is een ernstige conclusie, die dieper ingrijpt in het maatschappelijk bestel dan men zou wensen.

Dat faillissementen niet alleen kleine en locale ondernemingen treffen, maar ook beursgenoteerde internationale ondernemingen, laat zich raden. Maar de gevolgen strekken zich nog veel verder uit: in feite is het gehele maatschappelijk verkeer de dupe van faillissementen: werknemers, leveranciers, aandeelhouders, kredietverstrekkers en fiscus hebben het nakijken en moeten boeten voor niet zelden aantoonbaar mismanagement.

Wat is nu de verantwoordelijkheid van de accountant hierbij? Waarom waarschuwde de accountant niet voor continuïteitsproblemen en een dreigend faillissement? Of draagt hij hier geen verantwoordelijkheid? Zou hij zich niet wat actiever dienen op te stellen? Niet kunnen of niet willen?

Om zulke vragen te kunnen beantwoorden moeten wij nagaan wat de accountant doet voor hij tot de beslissing komt wel of niet een verklaring met continuïteitsparagraaf af te geven. Dat beslissingsproces kent grofweg twee fasen. In de eerste fase onderzoekt de accountant of er continuïteitsproblemen zijn. Daartoe moet hij kunnen beschikken over de nodige deskundigheid. Mochten er inderdaad continuïteitsproblemen aan de orde zijn, dan moet hij beslissen - fase twee - of hij een aangepaste accountantsverklaring inzake continuïteitsproblemen zal afgeven.

Uit de diverse (inter)nationale onderzoeken komt naar voren dat accountants zeker in staat zijn continuïteitsproblemen te onderkennen. Opmerkelijk is alleen dat in de accountantsverklaring bij jaarrekeningen van bedrijven die daarna failliet gingen, zo weinig melding wordt gemaakt van continuïteitsproblematiek. Onderzoekers wijzen ter verklaring op verschillende oorzaken zoals het wisselen van accountant en de langdurige - en daarmee een impliciet vooronderstelde - hechtere relatie met de cliënt.

Self-fulfilling prophecy

Ook de angst voor een ‘self-fulfilling prophecyeffect’ van een alarmerende accountantsverklaring wordt dikwijls genoemd als belangrijke reden toch maar te zwijgen. De achterliggende gedachte hierbij is dat een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf op zichzelf al een faillissement teweeg kan brengen, of op zijn minst zal bespoedigen. Dat de accountant openlijk twijfelt over het toekomstperspectief van een onderneming, kan een teken zijn voor belanghebbenden om hun belangen in de onderneming af te bouwen. Leveranciers zullen stoppen met leveren, goede werknemers zullen hun heil elders zoeken en banken zullen hun kredietverlening stoppen.

Twee kwaden?

Vanzelfsprekend wil geen accountant het op zijn geweten hebben dat een onderneming als gevolg van de strekking van zijn verklaring in zwaar weer komt, of zelfs failliet gaat. Laat staan daar civiel- en tuchtrechtelijk voor worden aangesproken. Maar zwijgen kan evenmin, al was het maar omdat hij dan evenzeer civiel- en tuchtrechtelijk kan worden aangesproken.

In dergelijke gevallen kan de accountant terugvallen op de richtlijnen. RAC 200.3 stelt: ‘Hoewel het oordeel van de accountant de geloofwaardigheid van de jaarrekening vergroot, kan de gebruiker er niet van uitgaan dat het oordeel zekerheid verschaft over de levensvatbaarheid van de huishouding in de toekomst (…).’ Opgemerkt zij dat de gebruiker van de jaarrekening zich niet bewust is van het bestaan van dit voorbehoud.

Een cruciale richtlijn is RAC 570 Continuïteitsveronderstelling van de bedrijfsactiviteiten. Indien zowel de accountant als de leiding van de huishouding de toekomst als onzeker inschat, dient er op grond van RAC 570.33 een continuïteitsparagraaf aan de accountantsverklaring te worden toegevoegd, dit is overigens ook van toepassing bij een beoordelings- of samenstellingsverklaring. Alleen als de onzekerheden zodanig zijn dat zich een wezenlijke beperking in de controle heeft voorgedaan, geldt dit niet; dan dient de accountant een verklaring van oordeelonthouding af te geven.

De accountant bevindt zich derhalve in een uiterst precaire situatie. Waarschuwt hij niet door middel van een continuïteitsparagraaf, dan handelt hij in strijd met de regels en kan hij mogelijk aansprakelijk worden gesteld. Waarschuwt hij wel, dan betekent dit volgens de theorie van self-fulfilling prophecy het einde van de onderneming. Is de accountant daadwerkelijk gedwongen om te kiezen tussen twee kwaden?

89 Ondernemingen

Het onder accountants en anderen bestaande idee van de self-fulfilling prophecy bij een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf, klinkt plausibel. De praktijk leert echter iets anders. Om een en ander nader te analyseren is vanuit diverse invalshoeken onderzoek** gedaan onder 89 middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen die in de periode 1997-2004 failliet zijn gegaan.

Continuïteitsparagrafen bij failliete ondernemingen

Slechts in circa een kwart van de gevallen ging de laatste jaarrekening voor het faillissement vergezeld van een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf. Van deze categorie bleken sommige ondernemingen reeds meer jaren achtereen een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf te hebben ontvangen. Als er al sprake zou zijn van een desastreus self-fulfilling prophecy-effect, dan is het niet aannemelijk dat een onderneming die jaar na jaar een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf ontvangt, daardoor failliet gaat.

Tijdsverloop accountantsverklaring tot faillissement

Zoals uit de omschrijving van de self-fulfilling prophecy blijkt, gaat men ervan uit dat de voorspelling in elk geval leidt tot versnelling van het faillissement. Ook dat blijkt niet waar. Analyse van het gemiddeld tijdsverloop tussen de accountantsverklaring en de faillissementsuitspraak leert dat een accountantsverklaring met continuïteitsparagraaf in het geheel geen statistisch significante versnelling van het faillissement tot gevolg heeft. Kortom, ook de praktijk wijst uit dat hier geen self-fulfilling prophecy-effect aanwijsbaar is.

Continuïteitsparagraaf bij niet-failliete ondernemingen

Indien er sprake zou zijn van een self-fulfilling prophecy-effect, zou men zeker mogen verwachten dat bij de jaarrekeningen van ondernemingen die daarna failliet gingen, significant meer accountantsverklaringen met continuïteitsparagraaf zijn verstrekt dan bij jaarrekeningen van een controlegroep van niet-failliete ondernemingen in financiële problemen. Daar blijkt echter niets van. Vergelijking met een controlegroep van (eveneens) 89 ondernemingen wijst uit dat er geen statistisch significant verschil bestaat.

Overige indicatoren

Ter aanvulling op deze analyses is ook onderzocht in welke mate met behulp van een insolventiemodel, informatie in de pers en in de jaarrekening zelf reeds voldoende indicaties voor faillissement naar voren kwamen. Het bleek dat de continuïteitsparagraaf weinig tot geen aanvullende informatie bevatte ten opzichte van faillissementsindicatoren die de gebruiker van de jaarrekening reeds via andere wegen had kunnen krijgen.

Niet aannemelijk

De onderzoeksresultaten wijzen dus niet op het bestaan van een self-fulfilling prophecyeffect. Voor de volledigheid zij wel opgemerkt dat het onmogelijk is te bepalen wat er met de onderzochte ondernemingen zou zijn gebeurd als de strekking van de accountantsverklaring anders was geweest. Op basis van de resultaten is het in elk geval minimaal niet aannemelijk dat de continuïteitsparagraaf heeft geleid tot het faillissement.

Self-defeating prophecy

Toch dragen accountants deze theorie dikwijls aan om te rechtvaardigen dat zij geen continuïteitsparagraaf hebben toegevoegd. In dit verband is interessant dat er volgens sommige onderzoekers juist sprake is van een omgekeerd effect, een self-defeating prophecy. Hierbij gaat van een continuïteitsparagraaf juist een positieve werking uit in de vorm van bijvoorbeeld financiële herstructurerings- en reddingsoperaties die de overlevingskansen van een onderneming vergroten. Dit impliceert dat angst voor een self-fulfilling prophecy-effect het herstel van een onderneming juist kan frustreren.

Hoe dan ook de perceptie en de feiten rond de self-fulfilling prophecy-theorie (b)lijken niet met elkaar in lijn te liggen. Is het dan niet tijd dat de accountant juist inzake continuïteitsproblemen zijn verantwoordelijkheid neemt en waar nodig door middel van een continuïteitsparagraaf waarschuwt?

Noot
* Jan Woudenberg is supervisor Deloitte. De auteur schrijft het artikel op persoonlijke titel.
** Jan Woudenberg, Continuïteitsparagraaf: Self-fulfilling prophecy of duidelijk signaal teneinde erger te voorkomen?, afstudeerscriptie NIVRA-Nyenrode-opleiding doctoraal accountancy, oktober 2005.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.