Nieuws

Boete van 21 mille voor nalaten cliëntenonderzoek

Een accountantskantoor dat de jaarrekeningen samenstelde voor een bedrijf heeft ten onrechte geen cliëntonderzoek uitgevoerd. Dat het kantoor ook ten onrechte geen Wwft-melding heeft gedaan, is in de ogen van de Rechtbank Rotterdam echter niet aangetoond.

Lex van Almelo

Een accountantskantoor doet de financiële administratie en stelt jaarrekeningen samen voor een bedrijf. In oktober 2013 laat het OM in een persbericht weten dat het bedrijf wordt verdacht van witwassen. In mei 2014 doet het BFT onderzoek bij het accountantskantoor. De toezichthouder constateert zeven overtredingen van de Wwft. Het kantoor meldt daarna een aantal ongebruikelijke transacties bij de FIU-Nederland.

Te laat, meent het BFT, dat verder vindt dat het kantoor een cliëntonderzoek had moeten instellen. De toezichthouder legt het kantoor een boete op van 42.000 euro. Het kantoor tekent bezwaar aan, waarna het BFT de boete verlaagt tot 24.000 euro. Het kantoor gaat hiertegen in beroep bij de Rechtbank Rotterdam. Die vindt de boete deels terecht

Cliëntenonderzoek

Volgens artikel 3 lid 2 van de Wwft moet een instelling, zoals dit accountantskantoor, in een cliëntonderzoek niet alleen het doel en de bedoeling van de zakelijke relatie vaststellen. Tijdens de duur van de relatie moet je ook voortdurend controle uitoefenen op de zakelijke relatie en op de transacties die de cliënt uitvoert. Je moet er als kantoor zeker van zijn dat de transacties overeenkomen met de informatie die je over de cliënt hebt en met diens risicoprofiel. Zo nodig onderzoek je waar de middelen vandaan komen die gebruikt worden bij de zakelijke relatie of de transactie.

Bij het samenstellen van de jaarrekeningen over 2011, 2012 en 2013 is het kantoor er ten onrechte vanuit gegaan dat bij deze cliënt geen risico bestond op overtredingen van de Wwft. Het heeft de tranacties van deze cliënt daarom ten onrechte niet voortdurend gecontroleerd. Ook al heb je in het verleden geen bijzondere risico’s in de bedrijfsvoering van de cliënt geconstateerd - dat ontslaat je nog niet van de verplichting om de cliënt voortdurend te controleren.

Bovendien heb je als dienstverlener bij contante betalingen boven 15.000 euro ook een eigen meldplicht. Bij deze cliënt werd een groot deel van de omzet contant betaald. Die meldplicht geldt ook als de verhouding tussen contante betalingen en bankbetalingen niet ongebruikelijk is in de branche waarin de cliënt actief is. Volgens de rechtbank, die de branche van de witwassende cliënt niet noemt, moet je dan onderzoeken of die contante betalingen reden zijn om het risicoprofiel aan te scherpen. Het kantoor heeft echter geen enkele controleactiviteit ontplooid en heeft bijvoorbeeld niet gevraagd of de cliënt wel voldeed aan de meldplicht.

Contante betalingen

Als je geen contante transacties kunt zien bij de tweewekelijkse administratieve werkzaamheden, zoals het kantoor zegt, dan moet je de controletaken in ieder geval uitvoeren bij het samenstellen van de jaarrekening. De Wwft maakt geen uitzondering voor samenstelwerkzaamheden, ook al heeft de accountant daarbij in beginsel geen verificatieplicht. Het kantoor had alle aanleiding om bij het samenstellen van de jaarrekening de risico’s in de bedrijfsvoering van de cliënt te controleren. Uit de 'tussenrekening kas mutaties 2009' kon je namelijk meteen zien dat er cliënten waren die voor meer dan 15.000 euro contant betaalden. Bovendien gebruikte het kantoor voor de btw-administratie een factuur waarop contante bedragen stonden die samen meer dan 15.000 euro bedroegen.

In artikel 38 lid 1 staat onder d dat het cliëntonderzoek bij een al eerder geïdentificeerde cliënt op zijn laatst moest worden uitgevoerd bij de eerstvolgende gelegenheid na de invoering van de Wwft op 1 januari 2013. Volgens dit overgangsrecht had het kantoor het cliëntonderzoek dus in ieder geval moeten doen toen het na 1 januari 2013 de jaarrekeningen over 2011 en 2012 samenstelde. 

Niet te laat gemeld

Vervolgens maakt de rechtbank een draai. Ten onrechte geen cliëntonderzoek doen, wil niet per se zeggen dat het kantoor zich ook niet heeft gehouden aan de meldplicht. Die schendt het kantoor alleen als het niet meldt, terwijl het op de hoogte is van de ongebruikelijke transacties. En hoewel de rechtbank vindt dat uit de tussenrekening uit 2009 direct bleek dat er contante transacties waren uitgevoerd van boven de 15.000 euro, is in de ogen van de rechtbank niet aangetoond dat het accountantskantoor iets wist van de contante transacties, toen het in 2014 de jaarrekeningen over 2012 en 2013 samenstelde.

Het OM-persbericht over de verdenking van de cliënt dateerde weliswaar van oktober 2013. Maar dit betekent nog niet dat het kantoor op de hoogte was van concrete ongebruikelijke transacties in de jaren 2011 tot en met 2013. In dit persbericht worden namelijk geen concrete transacties genoemd. Je kon de contante betalingen pas zien na een gericht onderzoek. Het BFT heeft zulk onderzoek gedaan, maar heeft met het overzicht van die transacties niet aangetoond dat het kantoor in 2011, 2012 of 2013 wist van de contante betalingen van meer dan 15.000 euro door afzonderlijke cliënten.

Dat het kantoor na het verschijnen van het persbericht niet heeft gemeld dat het bedrijf zijn klant was, vindt de rechtbank geen vorm van verwijtbaar niet-melden. Het kantoor heeft alsnog een melding gedaan bij de FIU, toen het BFT wees op het ongebruikelijke karakter van de transacties. De rechtbank verlaagt de boete daarom naar 21.000 euro.

Gerelateerd

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.