Rekenkamers zien meevallers op lokale begroting als signaal voor onderliggende problemen
Dat gemeenten, provincies en waterschappen aan het eind van het jaar geld overhouden, betekent dat democratisch tot stand gekomen plannen vertraagd of niet worden uitgevoerd, of dat bezuinigingen zijn doorgevoerd die helemaal niet nodig waren. Het Rijk moet hiermee beter rekening houden en decentrale overheden moeten realistischer plannen maken.
Dat concludeert de Radboud Universiteit, na onderzoek in opdracht van de Vereniging van Rekenkamers. Volgens het onderzoek is op lokaal niveau sprake van structurele onderbesteding; er wordt minder geld uitgegeven dan begroot, of er komt onverwacht meer geld binnen.
De rekenkamers van ruim 150 gemeenten, waterschappen en provincies lieten onderzoeken wat de omvang, oorzaken en gevolgen zijn van de onderbesteding. Financiële meevallers betekenen bij gemeenten en provincies in de praktijk vaak dat eerdere bezuinigingen, om de begroting sluitend te krijgen, achteraf onnodig waren. Er is dus gemeenschapsgeld op de plank blijft liggen, dat besteed had kunnen worden aan nuttige dingen.
Verklaringen
Er zijn volgens het onderzoek vier verklaringen voor onderbesteding: slechte timing, planningsoptimisme, capaciteitsproblemen en slechte ramingen. Goedkoper werken is ook denkbaar, maar kon met het onderzoek niet worden aangetoond.
Uit het onderzoek blijkt dat slechte timing van extra geld van het Rijk bij zowel gemeenten als provincies verreweg de belangrijkste oorzaak van onderbesteding is. Als er laat in het jaar, soms zelfs nog in december, een flink bedrag vanuit de Rijksoverheid naar de provincies en gemeenten gaat, is het voor hen onmogelijk om dat nog in het lopende jaar uit te geven.
Zo was er in 2022 bijvoorbeeld extra geld voor energietoeslagen, dat pas vanaf oktober 2023 kon worden uitgegeven. Waterschappen hebben een strakker afgebakende taak en daardoor minder grote afwijkingen. Met name daar bleek achteraf gezien dat de belasting lager had kunnen zijn.
Planningsoptimisme en capaciteitsproblemen gaan hand in hand, menen de onderzoekers. Bij het opstellen van de begroting wordt verwacht dat een project binnen een bepaalde tijd wordt afgerond. Die inschatting blijkt achteraf te optimistisch, vaak als gevolg van capaciteitsproblemen zowel in de eigen organisatie als bij uitvoerders. Dat komt vaak voor bij bouwprojecten, zoals wegen, schoolgebouwen en sportcomplexen.
Slechte ramingen, vooral als die leiden tot omvangrijke of structurele onderbesteding, zijn een indicatie dat er iets mis gaat in de overheidsorganisatie. Als er bijvoorbeeld jaar op jaar aanzienlijk meer toeristenbelasting wordt opgehaald dan begroot, dan was die begroting blijkbaar te voorzichtig. En als parkeerbelasting als doel heeft om autogebruik in de binnenstad te ontmoedigen, maar er wordt toch steeds meer parkeergeld opgehaald dan geraamd, wijst dat erop dat het ontmoedigingsbeleid niet werkt.
Goede informatie nodig
Het budgetrecht, het recht om te bepalen hoeveel gemeenschapsgeld moet worden uitgegeven en aan wat, ligt altijd bij de volksvertegenwoordigers. Daarvoor hebben ze wel goede informatie nodig, waarbij er volgens de onderzoekers ook aandacht moet zijn voor de werkelijk beschikbare capaciteit om taken uit te voeren. Beloften doen die je pas veel later kunt waarmaken, kunnen het vertrouwen in de (lokale) democratie schaden.
Er ligt volgens de onderzoekers ook een taak voor de Rijksoverheid. Het Rijk moet kritisch kijken naar de vraag of de decentrale overheid de beschikbaar gestelde middelen echt direct kan besteden.
Daarnaast moet de informatievoorziening beter. Op landelijk niveau is voor ongeveer een derde van de provinciale budgetten en 10 procent van de gemeentelijke budgetten niet te herleiden waar die aan worden besteed. Ook dat komt de democratie niet ten goede. Meevallers klinken dus leuk, maar zijn een signaal dat er zaken niet goed lopen, aldus de onderzoekers.
Onderzoek
De Vereniging van Rekenkamers organiseert jaarlijks een DoeMee-onderzoek waaraan de decentrale rekenkamers kunnen deelnemen. Het DoeMee-onderzoek van 2025 over onderbesteding, getiteld Schipperen tussen crises en ambitie, werd uitgevoerd door de Radboud Universiteit en is beschikbaar via rekenkamers.nl.
Gerelateerd
Tweede Kamer steunt samenvoeging accountantscontrole bij Algemene Rekenkamer
Op 20 januari jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie om de certificerende controle van de jaarrekeningen, die nu door de Auditdienst Rijk (ADR) wordt...
Rekenkamer: Begrotingen ministeries onvoldoende voor goede besluitvorming
De meeste begrotingen van de ministers voor het jaar 2026 geven onvoldoende aandacht aan risico's voor de rijksfinanciën of te behalen resultaten. Dat maakt het...
Checks & balances in financieel beheer Rijk kunnen beter en goedkoper
Over een paar weken is het weer zover: het koffertje met de Miljoenennota wordt door de minister van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer. Terwijl de budgettaire...
De onafhankelijkheid van de Algemene Rekenkamer is in het geding
De huidige inrichting van het controlebestel bij het Rijk staat op gespannen voet met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. De onafhankelijkheid van...
Eimers pleit voor behoud 'nuttige rol' ADR naast Rekenkamer
Een dit voorjaar gehouden pleidooi om de jaarrekeningen van het Rijk uitsluitend door de Algemene Rekenkamer te laten controleren, doet onvoldoende recht aan de...
