Nieuws

FT: Evergrande-zaak raakt beschermingsconstructie big four

Dat de curatoren van de failliete vastgoedgigant Evergrande van de rechter toestemming krijgen om een miljardenclaim wegens vermeende nalatigheid ook in te dienen tegen PwC International, raakt aan een fundamenteel kenmerk van het businessmodel van de big four. Dat stelt de Financial Times.

De Britse zakenkrant staat in een nadere beschouwing stil bij de betekenis van de recente Evergrande-uitspraak voor de big four.

Accountants- en adviesorganisaties als PwC profileren zich wereldwijd als één merk, maar bestaan juridisch uit afzonderlijke nationale kantoren. Die structuur is bewust gekozen, aldus de FT. Accountantsorganisaties kunnen zo voldoen aan uiteenlopende nationale regelgeving en individuele kantoren zijn tegelijk beschermd tegen juridische claims of reputatieschade die elders in het netwerk ontstaat.

Het belang van die constructie werd eerder zichtbaar na de ondergang van Arthur Andersen in 2002, memoreert de krant. Dat kantoor opereerde wel als één geïntegreerde wereldwijde organisatie. Toen de Amerikaanse tak betrokken raakte bij het Enron-schandaal, leidde dat uiteindelijk tot het einde van het hele mondiale Andersen-netwerk.

PwC International

PwC International heeft geen werknemers, geen eigen inkomsten en beschikt volgens de meest recente jaarrekening niet over netto-activa, kapitaal of reserves. Toch stellen de curatoren van Evergrande dat PwC International aansprakelijk is voor 5,6 miljard dollar van de totale claim.

Een eventuele veroordeling van PwC International betekent volgens de FT echter niet automatisch dat andere PwC-kantoren voor de betaling moeten opdraaien. Dat kan afhangen van interne afspraken, verzekeringen en besluitvorming binnen het netwerk.

Voormalige PwC-bestuurders stelden tegenover de Financial Times dat een succesvolle claim waarschijnlijk wordt verhaald op de interne verzekeraar van het netwerk, L&F Indemnity. Die wordt gefinancierd door bijdragen van de aangesloten PwC-firma’s.

Eerdere voorbeelden

Er bestaan enkele eerdere voorbeelden van internationale aansprakelijkheid, weet de FT. Na de ondergang van het Italiaanse zuivelconcern Parmalat oordeelde een Amerikaanse rechtbank in 2009 dat er voldoende aanwijzingen waren dat de wereldwijde Deloitte-organisatie invloed uitoefende op de Italiaanse lidfirma om een zaak voort te zetten. Uiteindelijk schikten Deloitte’s wereldwijde en Amerikaanse entiteiten die procedure voor 8,5 miljoen dollar.

Ook PwC International werd eerder betrokken bij juridische procedures. In 2011 betaalde de organisatie mee aan een schikking van 25,5 miljoen dollar, in verband met claims van Amerikaanse beleggers na een boekhoudfraude bij het Indiase IT-bedrijf Satyam.

Volgens juridische experts die door de FT zijn geraadpleegd, kan de Evergrande-zaak opnieuw de aandacht vestigen op de vraag hoeveel zeggenschap mondiale accountantsnetwerken daadwerkelijk hebben over hun aangesloten kantoren. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar kwaliteitsbewaking en toezicht, maar ook naar de rol van de mondiale organisatie bij omstreden accountantscontroles.

Kwetsbaar

Als PwC International aansprakelijk wordt gehouden, of als interne documenten een grotere betrokkenheid van de wereldwijde organisatie blootleggen, kan dat ook andere big four-netwerken kwetsbaarder maken voor vergelijkbare claims, stelt de FT. De zaak raakt zo aan een van de belangrijkste juridische beschermingsmechanismen waarop de grote internationale accountantsorganisaties al meer dan een eeuw vertrouwen.

Afhankelijk van hoever de curatoren met hun claim tegen de internationale koepelorganisatie komen, kunnen advocaten over de hele wereld “zich gesterkt voelen om soortgelijke zaken aan te spannen”, zo waarschuwt de Britse zakenkrant.

FT: ‘What does the Evergrande case mean for the Big Four?’

Gerelateerd

Aanmelden nieuwsbrief

Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.