Tuchtrecht

Nadere controle nodig als frauderisico bekend is

Het advies om de kans op fraude te verminderen was in orde. Maar omdat de accountant bekend was met dit risico had hij bij de controle aanvullende werkzaamheden moeten verrichten. Ook al hadden die werkzaamheden de fraude niet per se aan het licht gebracht.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 10/549
Datum uitspraak:
20 januari 2013
Oordeel:
beroep gegrond, klacht deels gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2013:BZ4110

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een controller is werkzaam bij een onderneming met 34 werknemers en een omzet van 6,4 miljoen euro. Nadat hij per ongeluk een verkeerd rekeningnummer op de betaallijst heeft ingevoerd en deze niet meer kan corrigeren, legt de bank hem uit hoe hij betalingen kan veranderen buiten het systeem om. Als de controller later problemen krijgt met zijn vrouw besluit hij de truc te gebruiken om haar een bedrag over te maken. Omdat hij niet wordt gecontroleerd door de directie en de accountant kan hij ongestoord zijn gang gaan, zo zegt hij later. Met de truc verduistert hij gedurende enkele jaren in totaal 4,4 ton.

De accountant geeft een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening. Wel waarschuwt hij voor het risico op fraude. Onder meer omdat de directie de mutaties die de controller doorvoert niet uitdrukkelijk controleert. Daardoor bestaat het risico dat de controller onrechtmatig mutaties doorvoert en geld uit de onderneming sluist. De accountant doet enkele aanbevelingen om dit risico tegen te gaan.

De directie voert het advies niet uit, maar dient later wel een klacht in tegen de accountant als de fraude wordt ontdekt. De accountant heeft volgens de directie:

a. ondanks de gesignaleerde leemte in de interne beheersing tijdens zijn controle niet de fraude van de controller ontdekt;

b. een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven terwijl daarvoor een deugdelijke grondslag ontbrak;

c. in strijd gehandeld met de eisen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag.

De Accountantskamer verklaart de klacht op alle onderdelen gegrond en waarschuwt de accountant. De accountant gaat hiertegen in hoger beroep.

Beroepsgronden

  • Ik kon er niets aan doen dat ik de fraude niet heb ontdekt;
  • ik heb de directie voldoende geadviseerd over de noodzakelijke fraudemaatregelen;
  • ik heb voldoende controlemaatregelen getroffen omdat er geen aanwijzingen waren dat er fraude werd gepleegd.

Oordeel

Het beroep is deels gegrond.

Het enkele feit dat achteraf blijkt dat er fraude is gepleegd, betekent nog niet dat een accountant de beroeps- en gedragsregels heeft geschonden. De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude berust immers bij de controlecliënt zelf. Gezien de inherente beperkingen van een controle bestaat er een onvermijdelijk risico dat niet alle afwijkingen van materieel belang worden ontdekt, ook al is de controle adequaat opgezet en uitgevoerd. Voor een adequate controle moet de accountant wel onderkennen dat de normale controlewerkzaamheden niet allemaal geschikt zijn om een materiële afwijking als gevolg van fraude te ontdekken. De accountant moet zijn controlewerkzaamheden afstemmen op het ingeschatte risico van een afwijking van materieel belang.

De accountant heeft de directie gewaarschuwd voor de concentratie van betalingsbevoegdheden bij de controller en geadviseerd om één van die bevoegdheden in te trekken. De directie heeft dit advies niet willen opvolgen, omdat dat niet werkbaar zou zijn. De accountant heeft vervolgens nader advies uitgebracht.

Ook in het later uitgebrachte concept-accountantsverslag wijst de accountant op het risico van onrechtmatige mutaties. Hij geeft daarbij wel aan dat het risico minder wordt als de directeur de betaallijst controleert aan de hand van de facturen. Bij de controle van de jaarrekeningen heeft de accountant vastgesteld dat de directeur alle betalingen had geaccordeerd. Omdat er dus geen aanwijzingen waren voor fraude heeft hij een normale controle uitgevoerd.

De Accountantskamer vond het advies aan de directie om de kans op fraude te reduceren gebrekkig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven denkt hier anders over: dat je achteraf kunt zeggen dat lacunes of onjuistheden aan het licht zouden zijn gekomen wanneer de bedragen uit de betaallijst waren opgeteld, wil niet zeggen dat het advies onvoldoende is. Volgens het college was er op het moment van het advies nog geen aanleiding om dit totaliseren van de bedragen aan te bevelen als noodzakelijke voorwaarde voor effectieve fraudevermijding. Het college vindt het onvolledige advies daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de accountant geen aanvullende controlewerkzaamheden heeft verricht. Hij was immers bekend met het frauderisico. Dat aanvullende controlemaatregelen de fraude in dit geval mogelijk niet aan het licht zouden hebben gebracht, ontslaat de accountant naar het oordeel van het college niet van de plicht om die maatregelen te nemen.

Al met al vindt het college dat de accountant niet kan worden verweten dat hij de fraude niet heeft ontdekt en evenmin dat zijn advisering onvolledig was. Hij heeft echter verzuimd voldoende controlemaatregelen te treffen en gezien de fraude en dit verzuim moet worden vastgesteld dat de goedkeurende verklaring die de accountant heeft afgegeven niet berust op een deugdelijke grondslag.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Hans Blokdijk

Door de 'efficiency'-maatregelen bij de banken zijn in de laatste jaren de mogelijkheden voor effectieve controlemaatregelen op het betalingsverkeer voor accountants sterk afgenomen. Nagaan naar welke bankrekening een specifieke uitgave is gegaan is stellig niet eenvoudig. In dit geval werd de cliënt vrijwillig gecontroleerd, en was dus (nog) niet middelgroot. Bij dergelijke kleinere ondernemingen is de 'controller' vaak de enige persoon met een ruime kennis van administratieve zaken, en krijgt dus vanzelf alle bevoegdheden op dat gebied.

Dit is voor het beroep een lastig probleem. Ook de tuchtrechter kan niet zeggen welke maatregel(en) de accountant in concreto had moeten treffen. Misschien ligt hier een taak voor de beroepsorganisatie, om in het kader van fraudebestrijding de vergroting van de mogelijkheden tot controleerbaarheid van het betalingsverkeer te bevorderen.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.