Tuchtrecht

Beoordeling continuïteit effectenhuis niet goed vastgelegd

De registeraccountant van Ernst & Young, die verantwoordelijk was voor de controle van de jaarrekening 2008 van het later failliet verklaarde effectenhuis Van der Moolen, is berispt. Hij heeft niet goed vastgelegd waarop hij zijn oordeel over de continuïteitsveronderstelling van het bestuur baseerde. Dat hij een valse factuur heeft ingediend om een gift te verhullen, heeft de AFM volgens de Accountantskamer echter onvoldoende aangetoond.

Accountantskamer

Zaaknummers:
12/1463 Wtra AK
Datum uitspraak:
26 juli 2013
Oordeel:
deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2013:16

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant van Ernst & Young is eindverantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening 2008 van effectenhuis Van der Moolen. Bij de controle zijn drie teams betrokken van de EY-vestiging in Amsterdam en controleteams uit onder meer New York en Londen. De registeraccountant geeft op 9 april 2009 een goedkeurende accountantsverklaring af bij de jaarrekening 2008.

Op 2 mei 2009 woont hij met een lid van het controleteam de voetbalwedstrijd tussen FC Barcelona en Real Madrid bij in Madrid, op uitnodiging van Van der Moolen. De Independence Desk van Ernst & Young zegt dat de accountants de reis- en verblijfkosten zelf moeten betalen.

Op 7 mei keurt de algemene vergadering van aandeelhouders de jaarrekening 2008 goed.

Op 26 juni 2009 ontvangt de financieel directeur van Van der Moolen een nota voor verricht meerwerk. Op dezelfde dag is een nota verstuurd met hetzelfde factuurnummer maar met een bedrag van twee mille hoger en met een toelichting die verwijst naar de geschatte uitgaven voor de reis naar Madrid van de registeraccountant en het lid van het controleteam.

Op 17 juli voegt de accountant een accountantsverslag en enkele memo's toe aan het controledossier om de reeds beschikbare controle-informatie beter vast te leggen. Op dezelfde dag telefoneert de Autoriteit Financiële Markten (AFM) met de registeraccountant in verband met het onderzoek naar de gang van zaken.

Op 10 september 2009 wordt Van der Moolen failliet verklaard.

Op 29 april 2010 stuurt de AFM de voorlopige bevindingen van het onderzoek aan de registeraccountant. In december vraagt de AFM om aanvullende informatie over de twee facturen van 26 juni 2009. Na later nog meer aanvullende informatie te hebben ontvangen, dient de AFM op 19 juli 2012 een klacht in tegen de verantwoordelijke registeraccountant.

Klacht

a. De registeraccountant heeft niet integer gehandeld door:

  1. een valse factuur op te stellen en te versturen om in schijn te voldoen aan de onafhankelijkheidsregels;
  2. in het controledossier en in een brief misleidende of onjuiste verklaringen af te leggen over het tijdstip waarop de controlewerkzaamheden zijn afgerond;
  3. misleidende of onjuiste informatie te verstrekken over de ontvangst van de schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening en over de afronding van de werkzaamheden door de externe accountants in het buitenland;
  4. misleidende informatie te verstrekken over de verrichte controle inzake de continuïteitsveronderstelling.

b. De registreraccountant heeft ondeskundig en onzorgvuldig gehandeld door de continuïteitsveronderstelling niet te beoordelen volgens de Nadere voorschriften controle en overige standaarden (NVCOS) 570.

Oordeel

Ontvankelijkheid

De Accountantskamer wijst het verweer van de hand dat de klacht niet-ontvankelijk zou zijn, omdat die te laat zou zijn ingediend en de onderzoekers van de AFM onvoldoende hoor en wederhoor zouden hebben toegepast. De AFM heeft binnen de gestelde termijn van drie jaar geklaagd. Voor het AFM-onderzoek is hoor en wederhoor niet voorgeschreven. Het onderzoek en de procedure voldoet toch aan de vereisten voor een eerlijk proces, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens die stelt, omdat de betrokkenen worden gehoord door de tuchtrechter en zich daar kunnen verdedigen.

Valse factuur

De Accountantskamer is het met de AFM eens dat de tweede nota uiterlijk meer heeft van een factuur dan van een specificatie, zoals de accountant beweert. Het is ook hoogst ongebruikelijk dat het later naar Madrid meegereisde lid van het controleteam de accountant per e-mail opdroeg: "Kun je iets maken dat lijkt op een invoice met onderstaande tekst." Het had volgens de Accountantskamer voor de hand gelegen dat het lid van het controleteam had opgedragen om in verband met het meerwerk geen 'specificatie' maar een factuur te sturen voor het juiste bedrag.

Maar een en ander is niet voldoende om er van uitgaan dat de accountant het voor meerwerk gedeclareerde bedrag eerst heeft verhoogd en daarna weer heeft verminderd om te verhullen dat Van der Moolen de reis naar Madrid heeft betaald. De feiten zouden er ook op kunnen wijzen dat Van der Moolen heeft ingestemd met het meerwerk en vervolgens een korting heeft bedongen. De Accountantskamer vindt de werkwijze van Ernst & Young weinig nauwgezet en weinig transparant, maar vindt het niet aannemelijk geworden dat de accountants niet-integer hebben gehandeld.

Afronding werkzaamheden Nederland

De Accountantskamer vindt dat de AFM niet aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant in het controledossier en in een brief misleidende of onjuiste verklaringen heeft afgelegd over het tijdstip waarop de controlewerkzaamheden zijn afgerond. Dat de accountant op 9 april verklaringen uit het NL Review and approval summary of audit engagements heeft geparafeerd, houdt gezien de inhoud en strekking van de verklaringen niet in dat hij de versies van bepaalde stukken vóór 9 april heeft beoordeeld. De software die Ernst & Young gebruikt heeft, suggereert dat het controledossier op 9 april was afgerond. Maar de Accountantskamer heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de accountant dat nadien nog in het dossier is gewerkt. Ook andere feiten wijzen niet op misleiding.

Afronding werkzaamheden buitenlandse accountants

De AFM heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant misleidende of onjuiste informatie heeft verstrekt over de ontvangst van de schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening en over de afronding van de werkzaamheden door de accountants in het buitenland. Hoewel een passage in de Summary of unadjusted audit differences zonder meer aanleiding kan geven tot misverstanden, wijzen de feiten en de verklaringen van de accountant niet op misleiding of verstrekking van onjuiste informatie.

De accountant had voor het afgeven van de verklaring vastgesteld dat er nog correcties moesten volgen. Hij heeft later aangegeven dat de gecorrigeerde versies, die hij ook pas na 9 april ontving, geen reden vormden om van het afgeven van de accountantsverklaring af te zien. De Accountantskamer merkt op dat deze handelwijze het risico in zich bergt dat je later niet meer precies kunt nagaan over welke controle-informatie de accountant beschikte toen hij de accountantsverklaring afgaf en dus ook niet of die informatie op dat moment toereikend was.

Misleidende informatie continuïteitsveronderstelling

In het Memo Going Concern VDM van 11 mei 2009 is alle controle-informatie weergegeven die op 9 april beschikbaar was toen de accountantsverklaring werd afgegeven. De Accountantskamer vindt dit memo niet misleidend.

De Accountskamer onderstreept dat het geoorloofd is om nog tot uiterlijk twee maanden na het afgeven van de accountantsverklaring schriftelijke informatie toe te voegen aan het controledossier over de controlewerkzaamheden die zijn uitgevoerd vóór het afgeven van de accountantsverklaring. In het kader van de afsluiting van het controledossier mag de accountant geen nieuwe controlewerkzaamheden meer uitvoeren en ook geen nieuwe conclusies trekken. Genoemd memo past binnen deze regels.

De AFM heeft niet aangetoond dat de accountant heeft gejokt door te vermelden dat hij de continuïteitsveronderstelling van Van der Moolen al voor 9 april had gecontroleerd. Uit verklaringen van het eerder aangehaalde lid van het controleteam en de financieel directeur van Van der Moolen blijkt dat de accountant met het management en het audit committee heeft gesproken over de liquiditeit van het effectenhuis.

Na het afgeven van de accountantsverklaringen was er aanleiding om nieuwe en aanvullende controlewerkzaamheden uit te voeren en daarvan verslag te doen in twee memo's. Dat het Memo Analyse Cash Flow position February 2009 is gedateerd op 9 april vindt de Accountantskamer onvoldoende redenen om te concluderen dat de accountant dit heeft laten opstellen om te verhullen dat hij de continuïteit van Van der Moolen niet heeft beoordeeld voordat hij de accountantsverklaring afgaf.

Beoordeling continuïteitsveronderstelling

Volgens de AFM waren er verschillende gebeurtenissen en omstandigheden die bij de accountant gerede twijfel hadden moeten oproepen over de continuïteit van het effectenhuis:

  • de impact van de kredietcrisis;
  • de (tegenvallende) grote verliezen;
  • het beëindigen van verschillende activiteiten;
  • een grote negatieve cash flow;
  • een verslechterde liquiditeitspositie;
  • verschillende claims en rechtszaken;
  • het aftreden van bestuurders.

De accountant heeft niet vastgelegd in het (aanvullend) controledossier dat hij hieraan aandacht heeft besteed. De accountant heeft de continuïteit volgens de AFM niet zelf beoordeeld en de continuïteitsbeoordeling door het effectenhuis niet geëvalueerd.

De accountant zegt in zijn verweer onder meer dat deze a-typische gebeurtenissen en omstandigheden op 9 april niet leidden tot gerede twijfel, maar dat hij deze gebeurtenissen en omstandigheden wel heeft beoordeeld en besproken met het bestuur met het oog op de toereikendheid van de toelichtingen op de jaarrekening. In een deel van het elektronisch dossier - te weten het programma PGAP - is vastgelegd dat de accountant de continuïteit op 8 april 2009 heeft besproken met het bestuur van het effectenhuis en de continuïteit heeft beoordeeld. De controle-informatie die op 9 april aanwezig was, is op een gestructureerde wijze vastgelegd in het memo van 11 mei.

De Accountantskamer wijst op paragraaf 17 van NVCOS 570. Daarin staat dat de accountant de inschatting moet evalueren die het bestuur maakt van de mogelijkheid om de bedrijfsactiviteiten duurzaam voort te zetten. Daarbij moet hij het proces beoordelen dat het bestuur heeft gevolgd om tot die inschatting te komen, alsmede de veronderstellingen waarop die inschatting is gebaseerd en de plannen die het bestuur heeft voor de toekomst. In paragraaf 21 staat dat het bestuur van VDM bij de inschatting een gedetailleerde analyse achterwege kan laten als de activiteiten winstgevend zijn en het bedrijf gemakkelijk toegang heeft tot de kapitaalmarkt. In dat geval hoeft de accountant ook geen gedetailleerde werkzaamheden uit te voeren voor zijn oordeel over de aanvaardbaarheid van de inschatting. Hij moet echter aanvullende werkzaamheden uitvoeren als zich gebeurtenissen of omstandigheden voordoen die gerede twijfel oproepen over de mogelijkheid de bedrijfsactiviteiten duurzaam voort te zetten.

Uit deze voorschriften vloeit volgens de Accountskamer zonder meer voort dat de accountant met zoveel woorden vastlegt in het controledossier dat hij de inschatting van het bestuur heeft geëvalueerd en aangeeft op welke gegevens en beoordelingen hij zijn evaluatie baseert. Gezien het laatste voorschrift is het niet voldoende dat een accountant in het PGAP-programma vastlegt dat hij de continuïteitsveronderstelling heeft besproken met de directie. Ook het memo van 11 mei voldoet in dit opzicht niet aan de voorschriften. Daarin wordt namelijk alleen maar op summiere wijze aandacht besteed aan het eigen vermogen, het werkkapitaal en de liquiditeitspositie van Van der Moolen. Volgens de Accountskamer had het voor de hand gelegen dat de accountant de overige informatie, waar hij zich volgens zijn verweer op zou hebben gebaseerd, ook had vastgelegd in het memo van 11 mei.

Als er sprake was van de uitzonderingssituatie van paragraaf 21, zoals de accountant beweert, dan had de accountant dit expliciet moeten vermelden in het (aanvullend) controledossier. En ook dan had hij moeten aangeven waaruit zijn werkzaamheden hebben bestaan en tot welke conclusie die hebben geleid. Gezien de tegenvallende bedrijfsresultaten over 2008 betwijfelt de Accountantskamer overigens of deze uitzonderingssituatie zich heeft voorgedaan.

Vanwege genoemde gebreken is de klacht op dit onderdeel gegrond.

Maatregel

Omdat de continuïteitsveronderstelling (impliciet) aan de basis ligt van elke jaarrekening moet de accountant zorgvuldig te werk gaan bij de controle en de noodzakelijke aandacht besteden aan de continuïteit. Hoewel de klachten over de misleidende en onjuiste informatie niet gegrond zijn, vormen de daar besproken feiten "een evidente illustratie van een tekortschietend besef" hoe belangrijk dossiervorming en documentatie is. De Accountskamer vindt daarom een berisping passend en geboden.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.