Tuchtrecht

Waardebepaling aandelen niet objectief

Een registeraccountant trekt als gerechtelijk deskundige een ondeugdelijke conclusie over de waarde van een scheidende ondernemer. De ex-vrouw van de ondernemer weet echter niet aan te tonen dat de deskundige haar bewust heeft benadeeld en haar ex bevoordeeld.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 15/377
Datum uitspraak:
15 november 2016
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2016:380

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een vrouw heeft een geregistreerd partnerschap met de dga van een onderneming. Als zij uit elkaar gaan, begint er een boedelscheidingsprocedure bij de Rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank wil een deskundige benoemen die de aandelen van de onderneming waardeert. De vrouw stelt daarbij als voorwaarde dat de deskundige geen banden onderhoudt of heeft onderhouden met de ondernemingen die aan de man zijn gelieerd. De man stelt een bepaald accountantskantoor voor en zegt dat hij noch zijn ondernemingen enige relatie hebben met dit kantoor. De vrouw wil dat de deskundige de aandelen waardeert tegen de waarde in het economisch verkeer. De man geeft de voorkeur aan de zichtbare intrinsieke waarde.

De rechtbank benoemt een registeraccountant van het aangedragen kantoor als deskundige. Hij moet vaststellen wat per 31 december 2010 de economische waarde was van de aandelen in de holding van de man. In mei 2012 stuurt de accountant de advocaten van beide partijen een “praatstuk” om overeenstemming te krijgen over de uitgangspunten voor de waardering.

Acht maanden later stuurt hij zijn rapport naar de rechtbank. Hij baseert de waarde niet op de contante waarde van de toekomstige kasstromen van de vennootschap, zoals gebruikelijk is bij een aandelentransactie. Het gaat hier namelijk om een momentopname van de waarde in het kader van een echtscheiding. Daarbij is volgens de deskundige de (gecorrigeerde) intrinsieke waarde van de onderneming per 31 december 2010 de meest voor de hand liggende methode.

De deskundige verwerkt de vragen, opmerkingen en correcties van beide partijen “voor zover door mij relevant geacht” in de definitieve versie van het rapport. In die versie besteedt hij ook aandacht aan:

  • het voordien gehouden 10 procent-belang in een andere holding;
  • het gehouden 100 procent-belang in een buitenlandse vennootschap;
  • de verwerking van een dividenduitkering in 2010;
  • het gehouden 10 procent-belang in een andere buitenlandse vennootschap.

Op deze manier komt hij uit op een waarde van 1.930.000 euro.

In de scheidingsprocedure laten beide partijen zich herhaaldelijk uit over het rapport. De rechtbank deelt de aandelen in de holding toe aan de man tegen een waarde van 1.930.000 euro. De rechtbank volgt de berekening van de accountant, omdat die het commentaar van beide partijen op het concept/praatstuk heeft verwerkt. De vrouw zegt echter dat het rapport niet deugdelijk tot stand is gekomen en dat de inhoud van het rapport onjuist is. Omdat zij die visie niet onderbouwt, gebruikt de rechtbank het rapport gewoon.

De vrouw gaat in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank. In afwachting van de appeluitspraak dient zij bij de Accountantskamer een klacht in tegen de accountant en de compliance officer van het accountantskantoor. De Accountantskamer verklaart de klacht over de deskundige gegrond en legt een berisping op.

De deskundige:

  • heeft zich niet gehouden aan het essentiële beginsel van hoor en wederhoor;
  • heeft er niet voor gezorgd dat de vrouw kennis kon nemen van de stukken, inlichtingen, antwoorden en dergelijke, die de man verstrekte aan de deskundige;
  • heeft in zijn rapport “blindelings vertrouwd” op de informatie die de man gaf over het aandeel in de winst 2012;
  • ook bij de afwaardering van een lening van de buitenlandse vennootschap aan een buitenlands project “kennelijk kritiekloos” de stukken en inlichtingen van de man overgenomen.
  • heeft ten onrechte gewaardeerd op basis van intrinsieke waarde en deze methodiek niet consistent toegepast;
  • heeft een conclusie getrokken over de economische waarde zonder deugdelijke grondslag omdat hij selectief corrigeert en alleen afging op mededelingen van de man, zonder dat die aansloten bij onderliggende stukken.

Dat de deskundige de vrouw opzettelijk heeft benadeeld, is echter niet aangetoond. De vrouw gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer:

  1. is niet ingegaan op een aanzienlijk deel van de klacht en heeft zijn uitspraak gedaan over een eigen samenvatting van de klacht in plaats van haar klacht.
  2. meent ten onrechte dat deskundige zijn werkzaamheden niet hoefde uit te voeren volgens de Leidraad deskundigen in civiele zaken;
  3. heeft de klacht, dat de deskundige de vrouw ‘moedwillig’ heeft benadeeld en haar ex heeft bevoordeeld, ten onrechte ongegrond verklaard en alleen gezegd dat de deskundige niet objectief genoeg was; heeft ten onrechte gezegd dat de accountant de opdracht niet hoefde te weigeren wegens banden met de huisaccountant; heeft ten onrechte gezegd dat de bewijslast ten aanzien van de opzet bij de klaagster ligt;
  4. heeft de bewijslast voor aanzienlijke transacties tussen de ex-man en het kantoor van de deskundige ten onrechte bij de vrouw gelegd en had de accountant in plaats daarvan moeten opdragen zijn volledige eigen dossiers over te leggen en een beter inzicht te geven in de relatie tussen zijn kantoor en de ex-man;
  5. heeft ten onrechte gezegd dat de klacht over het gebrekkige kwaliteitsstelsel van het kantoor van de deskundige onvoldoende is onderbouwd;
  6. heeft ten onrechte niets gezegd over de lange duur van het waarderingsonderzoek;
  7. heeft ten onrechte niets gezegd over het hanteren van NVCOS 5500N, terwijl deze standaard zo evident ongeschikt is voor een opdracht binnen de context van geschillenbeslechting, belangenconflicten en voorlichting aan de rechter dat de deskundige door halsstarrig vast te houden aan de juistheid van deze standaard nog eens onderstreept dat hij ongeschikt is voor de publieke vertrouwensfunctie van registeraccountant;
  8. een berisping opgelegd, die echter onvoldoende is om het gedrag van de deskundige te verbeteren en geen recht doet aan de noodzaak om de maatschappij te beschermen tegen de deskundige.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Ad 1

De Accountantskamer heeft de lange lijst klachten bondig samengevat en is uitgebreid ingegaan op de kern van de klacht.

Ad 2

Het oordeel van de Accountantskamer komt er in de kern op neer dat de vraag, of de deskundige de Leidraad deskundigen in civiele zaken wel of niet heeft ontvangen, er niet toe doet, aangezien de deskundige zich in ieder geval moest houden aan de instructies van de rechtbank. Volgens de Accountantskamer heeft de deskundige zich niet gehouden aan:

  • de instructie om partijen te laten reageren op het concept van het rapport;
  • het voor de partijen en de civiele rechter essentiële beginsel van hoor en wederhoor.

De deskundige heeft daardoor ondeskundig, onzorgvuldig en onprofessioneel gehandeld. Of de deskundige (de inhoud van) de leidraad kende hoefde de Accountantskamer vervolgens niet meer te bespreken.

Ad 3

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat de klager in een tuchtprocedure de belastende feiten en omstandigheden moet aanvoeren en – als die (gemotiveerd) worden bestreden – aannemelijk moet maken. De ernstige aantijging van samenspanning tussen de deskundige en de ex-man is pas aannemelijk als de accountant in het deskundigenbericht opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven met het doel de vrouw te benadelen en de man te bevoordelen. Volgens het college heeft de vrouw de aantijging onvoldoende onderbouwd.

Ad 4

De vrouw beweert dat de Accountantskamer zelf had moeten onderzoeken of de deskundige de ontbrekende informatie moest verstrekken. Uit de klacht en uit de overige processtukken valt echter niet op te maken dat zij dat heeft gevraagd aan de Accountantskamer.

De Accountantskamer vindt het verwijtbaar dat de accountant niet heeft opgelet dat de vrouw kennis kon nemen van dezelfde informatie als de man ter beschikking had. De bewering dat de deskundige informatie heeft achtergehouden, is niet onderbouwd of gepreciseerd en daarom terecht onbesproken gebleven.

Ad 5

Ook dit klachtonderdeel is terecht ongegrond verklaard bij gebrek aan een goede onderbouwing. Het enkele gegeven dat de deskundige als kantoorgenoot van de compliance officer tuchtrechtelijk relevante misslagen heeft begaan bij de uitvoering van zijn opdracht betekent nog niet dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het kantoor niet deugt. De vrouw heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat de compliance officer zich tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedragen.

Ad 6

Een tuchtrechtelijke procedure is niet bedoeld om de inhoud en totstandkoming van een deskundigenbericht, dat is opgesteld ten behoeve van een civielrechtelijke procedure, opnieuw en integraal te onderzoeken. De tuchtrechter moet alleen beoordelen of de accountant bij het opstellen van zijn deskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met de beroeps- en gedragsregels. Wat het tijdsverloop betreft zijn er geen bijzondere omstandigheden die nopen tot tuchtrechtelijk ingrijpen.

Ad 7

De vrouw spreekt de Accountantskamer met deze beroepsgrond in wezen niet tegen.

Maatregel

Berisping. Voor het opleggen van een zwaardere maatregel, ziet het college geen aanleiding.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.