Tuchtrecht

Toch een maatregel, fouten niet gering

De foutjes die een registeraccountant maakte als penningmeester van een vereniging van bungaloweigenaren waren niet zo gering dat een maatregel ongepast was. De accountant wordt in hoger beroep alsnog gewaarschuwd.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
15/672
Datum uitspraak:
10 maart 2017
Oordeel:
beroep gegrond / klacht deels gegrond
Maatregel:
alsnog een waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2017:84

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant is penningmeester van een coöperatieve vereniging die een aantal bungalows exploiteert in een Landal Greenpark. Sinds 2013 verzorgt zijn administratiekantoor de administratie van de vereniging. Het bestuur van de vereniging stelt de exploitatierekeningen op. De accountant schrijft het grootste deel van het exploitatie- en publicatieverslag. De algemene ledenvergadering stelt het exploitatieverslag over 2012 en 2013 vast, waarna de publicatieverslagen over die jaren worden gedeponeerd.

Een voormalig bestuurslid dient een waslijst met klachten over het jaarverslag in. De Accountantskamer verklaart die deels gegrond, vanwege onder meer de volgende fouten:

  • het jaarverslag was in strijd met de wet niet ondertekend door de bestuurders, terwijl niet was vermeld waarom niet;
  • de accountant had in het bestuursverslag, dat fungeerde als toelichting bij het jaaroverzicht, bij de afname van de schuldenpositie een onjuist bedrag vermeld; maar omdat hij in het jaaroverzicht wel de juiste schuldenpositie had vermeld, heeft hij de gebruikers waarschijnlijk niet op het verkeerde been gezet met het foute bedrag in het bestuursverslag;
  • de accountant heeft verzuimd de grondslagen voor de waardering en de resultaatbepaling per post uiteen te zetten, zoals artikel 2:384 lid 5 BW voorschrijft; omdat de grondslagen wel grotendeels zijn af te leiden uit de toelichting van het exploitatieoverzicht worden de gebruikers echter niet misleid;
  • de accountant heeft niet voldaan aan de wettelijke verplichting de jaarrekening binnen acht dagen na de vaststelling openbaar te maken; (overigens is het gehele bestuur hiervoor verantwoordelijk);
  • de accountant heeft een bedrag van 9020 euro ten onrechte geboekt als actief in plaats van als bankschuld; (deze post is echter niet van materieel belang voor het inzicht van de gebruikers en de bedoelingen van de accountant waren goed);
  • de accountant had op grond van artikel 2:363 lid 5 BW in de toelichting op het exploitatieverslag moeten melden dat hij de toelichting bij de balans en de winst- en verliesrekening over 2012 aanmerkelijk had vereenvoudigd; (de toelichting bij de balans en de winst- en verliesrekening is desondanks gedetailleerd genoeg en voldoet ook nog steeds aan de wettelijke eisen).

De Accountantskamer tilt niet zo zwaar aan de fouten en legt daarom geen maatregel op. De klager gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft het merendeel van de klachtonderdelen ten onrechte ongegrond verklaard en ten onrechte geen maatregel opgelegd. De Accountantskamer vond de gegrond verklaarde klachtonderdelen in dit specifieke geval materieel gezien van gering gewicht, omdat de accountant de leden van de vereniging met de exploitatieverslagen niet op het verkeerde been heeft gezet of willen zetten. Maar het beeld van de werkelijk financiële situatie van de vereniging was onjuist en warrig door de vele fouten en onjuistheden in de exploitatieverslagen. Diverse posten uit de balans gaven een onjuist beeld van de bezittingen, de schulden en het resultaat. Bovendien heeft de accountant diverse wettelijke bepalingen over de jaarverslaggeving naar eigen goeddunken ingevuld. Dat kan en mag niet ongestraft gebeuren.

Oordeel

Het beroep is gegrond voor wat betreft de maatregel. De andere beroepsgronden heeft de klager feitelijk onvoldoende onderbouwd, terwijl het deels gaat om ongeoorloofde uitbreidingen van de klacht in hoger beroep.

Maatregel

Waarschuwing. Volgens het college is de tuchtrechter bevoegd om op grond van artikel 2 van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) een maatregel op te leggen als de klacht (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard. De Wtra biedt niet uitdrukkelijk de mogelijkheid om in dat geval af te zien van het opleggen van een maatregel. In beginsel moet dus een maatregel worden opgelegd als de klacht (deels) gegrond is.

Van dit beginsel kan alleen worden afgeweken als de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van een accountant gezien de specifieke omstandigheden van het geval zo gering is dat een maatregel niet nodig is. In dit geval is daar geen sprake van. De accountant heeft namelijk niet voldaan aan een aantal formele vereisten en enkele fouten gemaakt bij de waardering, zoals:

  • het boeken van een bankschuld aan de debetzijde van de balans;
  • het in mindering brengen van de vooruit ontvangen parkbijdragen op de vorderingen.

In tegenstelling tot de Accountantskamer ziet het college daarom geen aanleiding om géén maatregel op te leggen.

Annotatie Lex van Almelo

Als een klacht (deels) gegrond is, hoeft niet per se een maatregel te volgen als de vergrijpen gering zijn. De Accountantskamer en het College van Beroep verschillen hier van mening over de ernst van de vergrijpen. De kamer legt het accent op de goede bedoelingen van de accountant en op de – materieel gezien – geringe gevolgen van diens fouten. Het college vindt het echter te dol dat de accountant ermee wegkomt als hij wetsbepalingen in de wind slaat en bijvoorbeeld een bankschuld aan de verkeerde kant van de balans zet. Het college heeft het laatste woord.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.