Tuchtrecht

Gerechtelijk deskundige zegt simpelweg: 'ja'

Een registeraccountant geeft als gerechtelijk deskundige een bevestigend antwoord op de vraag van de rechtbank, zonder zijn conclusie te onderbouwen. De feitelijke bevindingen spreken niet voor zich.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
AWB 16/987
Datum uitspraak:
11 juli 2017
Oordeel:
beroep ongegrond / klacht gegrond
Maatregel:
waarschuwing
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2017:270

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een zoon heeft samen met zijn ouders een drukkerij. Hij neemt in 2007 het deel van zijn ouders in de onderneming over voor 354.494 euro. Enige tijd later koopt hij het woonhuis met drukkerij en tuin. In de notariële leveringsakte staat een koopsom van 605.000 euro, die wordt gesplitst 380.000 euro voor de woning en 225.000 euro voor de drukkerij. De zoon sluit voor de 380.000 euro een hypothecaire lening bij Westland Utrecht. Daarnaast leent hij 222.500 euro van zijn ouders, die als zekerheid een tweede hypotheekrecht krijgen op het verkochte vastgoed.

De huisaccountant van de drie stelt de jaarrekeningen van de drukkerij samen en verzorgt de aangiften inkomstenbelasting. In de jaarrekeningen van de drukkerij staat een negatief eigen vermogen van 57.483,57 respectievelijk 44.538,69 euro. In de laatste jaarrekening staat onder de langlopende schulden de hypotheek van 225.000 euro bij Westland Utrecht.

De zoon vindt dat de accountant zijn werk niet goed heeft gedaan en vertikt het om diens nota’s te betalen. Hij meent dat hij het bedrijfspand twee keer heeft betaald, omdat de koopsom daarvan ook al zat in de overnameprijs van de onderneming. In de civiele procedure hierover benoemt de rechtbank een registeraccountant tot deskundige.

De deskundige moet aangeven of de huisaccountant heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk zorgvuldig handelend accountant c.q. bedrijfsadviseur en bij de bedrijfsovername naar behoren heeft geadviseerd en boekhoudkundig geadministreerd (vraag 1). Verder vraagt de rechtbank de registeraccountant om andere nuttige opmerkingen te maken in het licht van het geschil.

De deskundige beantwoordt de eerste vraag bevestigend. Volgens zijn bevindingen zijn de huisaccountant en de zoon het met elkaar eens dat de koopsom van het bedrijfspand inderdaad tweemaal is betaald. De vraag is of dit de bedoeling was dan wel een fout van de huisaccountant of de notaris. In de leveringsakte staat dat het bedrijfsgedeelte hoorde bij de onderneming die de zoon per 1 januari 2007 heeft overgenomen. De notaris wist dat het bedrijfsgedeelte en het vastgoed van de onderneming bij elkaar horen. Volgens de deskundige lijkt het erop dat de notaris ervan uitging dat het juridisch eigendom van het bedrijfsgedeelte nog niet was overgedragen aan de zoon en dat die al wel het economische eigendom had.

Bovendien is het verschil van 225.000 euro - 29,7 procent van het totaal van 756.316 euro - zo materieel dat de ouders, de zoon en de notaris de dubbele betaling meteen hadden moeten en kunnen opmerken als die niet de bedoeling was. Hoewel diverse adviseurs betrokken waren bij de overname, kunnen de contractpartners uit het oog hebben verloren dat het bedrijfspand een activum was van de vennootschap onder firma. Maar nadat die fout eenmaal was gemaakt, is het pand correct verwerkt in de jaarrekening.

De deskundige verdedigt de huisaccountant verder door erop te wijzen dat die een samenstellingsopdracht had en geen controle-opdracht. De huisaccountant stelde de jaarrekeningen samen op basis van de administratie die de moeder zelf voerde volgens haar eigen methode, inclusief de dubbele betaling. De opdrachtgever heeft de jaarrekeningen goedgekeurd.

De zoon is het niet eens met het rapport van de deskundige en dient een klacht tegen hem in bij de Accountantskamer. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een waarschuwing op. De accountant gaat hiertegen in beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft het rapport van de deskundige ten onrechte volledig in plaats van terughoudend getoetst en ten onrechte gezegd dat de inhoud en totstandkoming ondeskundig en onzorgvuldig waren.

Oordeel

Het beroep is ongegrond.

Het college heeft al eerder gezegd dat het niet de bedoeling van een tuchtrechtelijke procedure is om de inhoud of de totstandkoming van een deskundigenbericht voor een civielrechtelijke procedure opnieuw en integraal te onderzoeken. De tuchtrechter beoordeelt alleen of de accountant bij het opstellen van zijn deskundigenbericht in strijd heeft gehandeld met de geldende beroeps- en gedragsregels.

Volgens de deskundige wist de huisaccountant van de beweerde ‘dubbele betaling’. De huisaccountant hoefde daarover geen vragen te stellen aan de zoon, omdat het verschil tussen wat de zoon moest betalen en de verplichtingen die hij op zich genomen had, zo groot en dus materieel was dat iedereen dat kon opmerken – dus ook de betrokkenen met een beperkte administratieve kennis. Bovendien waren er verschillende adviseurs betrokken bij de transacties, waaronder een notaris. Geen van hen heeft echter een opmerking gemaakt over deze beweerde ‘dubbele betaling’. Het materiële verschil van de betaling was vastgelegd in notariële akten waarbij professionele derden waren ingeschakeld. Het lag dus voor de hand dat de deskundige de informatie die de huisaccountant had zonder meer bevredigend kon noemen.

Volgens het college is de deskundige ervan uitgegaan dat de huisaccountant bij het samenstellen van de jaarrekeningen wist van zowel de bedrijfsoverdracht als de ‘dubbele betaling’ voor het bedrijfspand. Op zijn beurt is de huisaccountant er zonder meer van uit gegaan dat de ‘dubbele betaling’ de bedoeling was van de familie. Dat had de huisaccountant echter niet mogen doen. Het ging immers om een opmerkelijke financiële transactie die van materieel belang was voor de onderneming en van grote betekenis voor het bedrijfsresultaat.

Ook al waren er deskundigen betrokken bij de transacties en had iedereen de ‘dubbele betaling’ kunnen opmerken – de huisaccountant had bij de zoon  moeten informeren of het de bedoeling was dat hij twee keer de verplichting op zich nam om de prijs van het bedrijfspand te voldoen. In zijn deskundigenbericht heeft hij de eerste vraag van de rechtbank ongeclausuleerd met ‘ja’ beantwoord. Hij had zijn conclusie dat de huisaccountant geen beroepsfout(en) had gemaakt echter moeten onderbouwen in zijn rapport.

De feitelijke bevindingen alleen zijn niet voldoende om het antwoord te schragen, omdat een motivering ontbreekt. Dat de deskundige gezien de gesloten vraagstelling van de rechtbank alleen maar ‘ja’ of ‘nee’ kon antwoorden, is onzin. Want waarom zou het niet zijn toegestaan om het antwoord op de vragen van de rechtbank te voorzien van een (nadere) motivering of nuancering? Het ‘ja’ op de eerste vraag van de rechtbank mist daarom een deugdelijke grondslag.

Maatregel

Waarschuwing.

Annotatie Lex van Almelo

Dat je als deskundige op een gesloten vraag alleen met ja of nee mag antwoorden, getuigt van een te schrale kijk op de rol van gerechtelijk expert. Natuurlijk wil een rechter weten waarom de expert iets vindt en hoe deze aan zijn antwoord is gekomen. De rechtbank vroeg de accountant nota bene ook om andere nuttige opmerkingen te maken in het licht van het geschil.

Tegen de Accountantskamer zei de deskundige dat de huisaccountant gezien zijn samenstellingsopdracht niet hoefde door te vragen of de doublure inderdaad de bedoeling was. Formeel mag dat misschien juist zijn, maar materieel heeft de huisaccountant zijn klant een slechte dienst bewezen door dit niet te verifiëren. Dat de beroepsgenoot die hem de hand boven het hoofd hield een waarschuwing aan de broek krijgt, zal de gedupeerde zoon een zekere voldoening schenken.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.