Tuchtrecht

Informatie aan curatoren geweigerd

Twee registeraccountants hebben te weinig onderzocht waar het economisch risico lag na de overdracht van handelsvorderingen. Eén van hen had bovendien zijn medewerking aan het oorzakenonderzoek door curatoren niet mogen weigeren.

Accountantskamer

Zaaknummers:
18/686 en 18/687 Wtra AK
Datum uitspraak:
06 september 2019
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
waarschuwing c.q. berisping
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2019:57

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

PaperlinX bv is een werkmaatschappij binnen een internationale groep, die papier, verpakkingsmateriaal en grafische producten verkoopt. Onder een coöperatie hangt PaperlinX Holdings, die de moedervennootschap is van Paperlinx Netherlands, die op haar beurt PaperlinX bv als dochter heeft. PaperlinX bv stelt zelf geen jaarrekening op; haar cijfers worden rechtstreeks geconsolideerd bij Paperlinx Netherlands (hierna: PPX NL). De aandelen van PPX NL in de werkmaatschappij vormen op 30 juni 2014 98 procent van het eigen vermogen van PPX NL. De werkmaatschappij, PPX NL en PaperlinX Holdings gaan in april 2015 failliet.

Een vrouwelijke en een mannelijke registeraccountant controleren de boeken van PPX NL. De eerste geeft goedkeurende controleverklaringen af bij de geconsolideerde jaarrekeningen over de gebroken boekjaren 2009/2010, 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013. De tweede doet dat bij de geconsolideerde jaarrekening over het gebroken boekjaar 2013/2014.

Op initiatief van PPX Holdings doet PaperlinX bv mee aan een securitisatieprogramma. De werkmaatschappij draagt dagelijks haar nieuwe handelsvorderingen over aan PPX Holdings. De holding cedeert de vorderingen op haar beurt aan een speciaal hiervoor opgerichte bv (hierna: de cessie-bv). Volgens het ‘receivables purchase agreement’ uit 2010 en het ‘master agreement’ uit 2014 moet de cessie-bv bij het overdragen van een handelsvordering een voorschot op de koopprijs betalen aan de holding.

De debiteuren van de handelsvorderingen die PaperlinX bv heeft overgedragen, worden verantwoord in de jaarrekeningen van PPX NL, omdat de belangrijkste economische voordelen en risico’s bij PPX NL zouden achterblijven. In de toelichting van de jaarrekeningen 2011/2012, 2012/2013 en 2013/2014 staat onder meer: “As the main risks and rewards remain with the entities, the accounts receivables have not been derecognised and remain on balance”.

Paperlinx bv doet ook mee met een (virtueel) cash pool-arrangement tussen diverse Paperlinx-entiteiten en ING bank. Daardoor kunnen liquide middelen op de bankrekening van Paperlinx bv worden gebruikt voor de groep, zonder feitelijk geld over te dragen. Volgens de toelichting in de geconsolideerde jaarrekeningen 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013 worden de saldi van de bankrekeningen van de pool-deelnemers bij hun lokale banken dagelijks “geveegd” (swept) naar de ING-bankrekening. “All cash and cash equivalents are free available.”

Medio 2014 wordt deze vorm van cash pooling omgezet in een ‘zero-balance cash pool’. Daarbij worden de saldi van de verschillende subrekeningen van de cashpooldeelnemers dagelijks afgeroomd door fysiek geld over te dragen ten gunste van hoofdrekeninghouder PPX Holdings. De wijziging wordt effectief in het nieuwe boekjaar 2014/2015, maar wordt alvast toegelicht in de jaarrekening 2013/2014: de saldi worden “zero balanced to or from” de ING-rekening van PPX Holdings en de “cash and cash equivalents” zijn ook nu vrij beschikbaar.

In juni 2014 wordt het eigendom van de bankrekening, waarop PaperlinX bv haar debiteurenvorderingen ontvangt, met een omzettingsverklaring overgedragen aan de cessie-bv.

Vanaf boekjaar 2010/2011 bevatten de geconsolideerde jaarrekeningen van PPX NL een toelichting met een passage over de continuïteit. In de controleverklaring 2010/2011 staat daarom een ‘emphasis of matter’-paragraaf. Deze paragraaf ontbreekt in de controleverklaringen van de twee volgende boekjaren. Onder verantwoordelijkheid van de mannelijke accountant verstrekt het accountantskantoor in 2014 een ‘highlights memorandum’. Hiermee brengt het kantoor “in accordance with their instructions” rapport uit aan de controleurs van de groep over de bevindingen bij de controle per 30 juni 2014.

Oorzakenonderzoek

Na het faillissement vragen de curatoren van PaperlinX bv om een onderhoud met de mannelijke accountant. Na ruim een maand laat de advocaat van het accountantskantoor weten dat het kantoor noch de accountant is benoemd tot accountant van PaperlinX bv. Na een volgend verzoek schrijft de advocaat dat het accountantskantoor “in beginsel - vanzelfsprekend – bereid is om verantwoording af te leggen over haar controlewerkzaamheden”. Maar dan alleen over de controle bij haar opdrachtgevers PPX NL en PPX Holdings en als de curatoren duidelijkheid verschaffen over:

  • de onderzoeksopdracht;
  • het bijbehorende onderzoeksprotocol;
  • de vragenlijst.

De failliete vennootschappen PPX NL en PPX Holdings hebben andere curatoren. Hun assistent stuurt de vragenlijst toe en stelt voor dat het accountantskantoor de vragen schriftelijk beantwoordt, omdat er in verband met de naderende vakantie te weinig tijd is voor een gesprek. Eind 2017 wijst de forensisch accountant, die de oorzaken van het faillissement onderzoekt, de advocaat van het accountantskantoor erop dat PaperlinX bv en PPX NL praktisch dezelfde vennootschappen zijn. Zo’n 99 procent van de activa en passiva van PPX NL betreft PaperlinX bv. PPX NL heeft ook een 403-verklaring afgegeven voor haar werkmaatschappij PaperlinX bv. Bovendien heeft de mannelijke accountant de jaarrekening van PPX NL afgetekend, waarin PaperlinX bv geconsolideerd is.

Uiteindelijk zien de oorzakenonderzoekers af van een gesprek, omdat:

  • er inmiddels veel tijd is verstreken;
  • het accountantskantoor niet echt meewerkt aan het onderzoek;
  • het gezien de bevindingen van de forensisch accountants inmiddels ook niet meer echt nodig is om het accountantskantoor te spreken.

Om onjuistheden of onvolledigheden te voorkomen, zal forensisch accountant Grant Thornton het concept van de feitelijke bevindingen of conclusies te zijner tijd voorleggen aan het kantoor. Als de forensisch accountant dat doet, laat de controlerend accountant via zijn advocaat weten dat hij het aanbod om inhoudelijk te reageren afslaat. Het kantoor was namelijk niet de controlerend accountant van PaperlinX, maar van PPX NL en PPX Holdings. De accountant vreest dat die vennootschappen en hun curatoren tegengestelde belangen hebben.

Een andere reden om niet mee te werken, is dat de onderzoekers ook willen nagaan of de curatoren geld kunnen claimen van bestuurders, aandeelhouders of andere direct betrokkenen. Er lopen al procedures over de faillissementen. Daardoor zou een inhoudelijke reactie van het accountantskantoor direct of indirect de belangen van de opdrachtgevers kunnen schaden, schrijft de advocaat namens het kantoor.

Klacht

De curatoren verwijten de vrouwelijke accountant dat zij ten onrechte goedkeurende controleverklaringen heeft afgegeven bij de geconsolideerde jaarrekeningen 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013 van PPX NL, omdat:

a. het securitisatieprogramma onjuist is verantwoord;

b. er geen continuïteitsparagraaf in de controleverklaringen staat.

De mannelijke accountant wordt verweten dat hij ten onrechte een goedkeurende controleverklaring heeft gegeven bij de geconsolideerde jaarrekening 2013/2014 van PPX NL, omdat:

c. het securitisatieprogramma onjuist is verantwoord;

d. (de wijziging van) het cashpool-arrangement onjuist is verantwoord;

e. een continuïteitsparagraaf in de controleverklaring ontbreekt;

f. hij heeft geweigerd mee te werken aan het faillissementsonderzoek van de curatoren.

Oordeel

De klachtonderdelen a, c en f zijn gegrond; de rest van de klacht is ongegrond.

Geen misbruik

De accountants vinden dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de curatoren de procedure gebruiken als opmaat naar een schadeclaim. Maar dat de curatoren bij deze klachtprocedure (mogelijk) ook een belang hebben dat niet samenvalt met de doelstelling van de tuchtrechtspraak betekent volgens de Accountantskamer “op zichzelf en niet zonder meer dat sprake is van misbruik van tuchtrecht”.

Ad a en c Verantwoording securitisatieprogramma

Volgens de curatoren is de securitisatie in de geconsolideerde jaarrekeningen PPX NL niet goed verantwoord en schoot de controle van de accountants tekort. Met een combinatie van contracten zijn de handelsvorderingen van PaperlinX bv in stilte overgedragen aan PPX Holdings, die de vorderingen op haar beurt stilletjes heeft gecedeerd aan de cessie-bv. De cessie-bv betaalt aan PPX Holdings een voorschot op de koopprijs. De prijs daarvan hangt af van het (vooraf ingeschatte) risico dat de debiteur niet betaalt. Het bestuur van PPX Holdings besliste over het al dan niet doorbetalen aan PaperlinX bv. De werkmaatschappij had volgens de curatoren dus nooit een contractueel afdwingbaar recht op de koopprijs in verband met de vorderingsrechten.

In de jaarrekeningen van PPX NL wordt echter gesuggereerd dat de portefeuille handelsdebiteuren van PaperlinX bv deel uitmaakte van het geconsolideerde vermogen van PPX NL en PaperlinX bv recht had op de opbrengst en het risico liep. Volgens de curatoren is dit onjuist; het blijkt althans niet uit de relevante controle-informatie. Bovendien heeft PaperlinX bv de bankrekening, waarop zij haar debiteurenvordering ontving, in juni 2014 overgedragen aan en op naam gezet van de cessie-bv. Daardoor konden de aanspraken niet langer worden verrekend.

Volgens de Accountantskamer mochten de accountants er op basis van het controledossier niet van uitgaan dat PaperlinX bv ook werkelijk het risico droeg dat de oorspronkelijke handelsdebiteuren de overgedragen handelsvorderingen niet zouden betalen. Dat risico is een voorwaarde om er in de jaarrekening van uit te gaan dat PaperlinX in economische zin gerechtigde was voor de handelsdebiteuren.

De accountants hadden:

  • actief moeten onderzoeken op grond van welke verslaggevingsbepalingen de gemaakte keuze aanvaardbaar was;
  • moeten nagaan welke verslaggevingstechnische implicaties de combinatie van de verschillende agreements had;
  • een en ander afdoende moeten documenteren in het dossier.

De accountants verwijzen weliswaar naar (artikel 6 lid van) de Internal Transfer Agreement, die moet worden gelezen in samenhang met (artikel 3 van) de Receivables Purchase Agreement en de fiscale opinie daarover. Maar daaruit kun je volgens de Accountantskamer niet concluderen dat het risico van non-betaling bij PaperlinX bv lag.

Ad b en e Continuïteitsparagraaf

In hun verweer voeren de accountants onder meer aan dat de echte oorzaken voor de discontinuïteit zich pas voordeden nadat zij de controleverklaring bij de jaarrekening 2013/2014 hadden afgegeven. Bij de jaarafsluiting 2010/2011 was er inderdaad een materiële onzekerheid over de continuïteit, omdat niet werd voldaan aan bankconvenanten. Maar bij de afsluitingen van de drie volgende boekjaren bestond die materiële onzekerheid niet langer. Daarom heeft het bestuur van PPX NL volgens de accountants terecht in de toelichting van deze jaarrekeningen de toevoeging “materiële” geschrapt. En daarom hebben de accountants in de controleverklaringen bij die jaren terecht geen emphasis of matter-paragraaf opgenomen.

De Accountantskamer volgt dit verweer. De curatoren hebben niet aangetoond dat er bij de drie jaarafsluitingen wél sprake was van een materiële onzekerheid vanwege gebeurtenissen en omstandigheden die gerede twijfel kunnen oproepen over de continuïteit, zoals bedoeld in NV COS 570.16.

Ad d Verantwoording cash pool arrangement

De Accountantskamer wijst op de uitgangspunten van NV COS 320.4 en meent dat een gebruiker van de jaarrekening - na zorgvuldige lezing van de geconsolideerde jaarrekening 2013/2014 van PPX NL – had kunnen begrijpen dat:

  • door de gewijzigde systematiek van het cash pool arrangement liquide middelen zouden vloeien naar PPX Holdings;
  • daar een intercompanyvordering tegenover zou ontstaan.

Dat het overgemaakte bedrag van 37,6 miljoen euro mogelijk onjuist zou zijn door de verandering naar een zero balance cash pool doet er niet toe. Die verandering is geen informatie over de feitelijke situatie per balansdatum, omdat die pas zou ingaan per 1 juli 2014 en dus pas na afsluiting van het boekjaar. Volgens NV COS 560 en RJ 160 hoeft die informatie daarom niet de toelichting.

Ad f Niet meewerken

Hoewel Paperlinx bv formeel niet de opdrachtgever is van het accountantskantoor en de mannelijke accountant brengt het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid hier met zich mee dat de accountant de curatoren in beginsel ruimhartig inzicht geeft in zijn werkzaamheden en controlebevindingen. In dit geval staat namelijk vast dat het eigen vermogen van PPX NL voor ruim 98 procent bestond uit de waarde van PaperlinX bv. Het accountantskantoor (met de mannelijke accountant als eindverantwoordelijke) rapporteerde in juli 2014 in het high-lightsverslag aan PaperlinX bv over de controle van de cijfers van PaperlinX bv ten behoeve van consolidatie in de jaarrekening van PPX NL. PaperlinX bv betaalde de facturen van het kantoor voor de controlewerkzaamheden bij PPX NL en PPX Holdings.

De curatoren van PaperlinX bv traden samen op met die van PPX NL, onthieven het accountantskantoor gezamenlijk van de geheimhoudingsplicht en stuurden aan op een gesprek van het kantoor met alle curatoren. Onder deze omstandigheden had de accountant bereid moeten zijn te spreken met de curatoren van de werkmaatschappij en dit niet bij voorbaat mogen weigeren. Als er inderdaad tegengestelde belangen waren die noopten tot terughoudendheid, had de accountant altijd nog kunnen passen. Maar door niet eens te willen overleggen, heeft de accountant in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Maatregel

Waarschuwing respectievelijk berisping. Beide accountants hebben in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en deskundigheid. De vrouwelijke accountant deed dat bij drie jaarrekeningen en de mannelijke bij één. De man krijgt een zwaardere maatregel omdat hij weigerde mee te werken aan het onderzoek van de curatoren.

Annotatie Lex van Almelo

Uit de faillissementsverslagen van de curatoren wordt duidelijk dat het gaat om PaperlinX en een big-fourkantoor. Het kantoor wilde niet meewerken aan het onderzoek naar de oorzaken van het faillissement van werkmaatschappij PaperlinX bv, onder meer omdat het formeel de accountant was van de moeder en de grootmoeder. De werkmaatschappij had zelf geen jaarrekening en werd geconsolideerd in de jaarrekening van de moeder.

De werkmaatschappij ging failliet; net als de moeder en de grootmoeder, die andere curatoren hebben dan de werkmaatschappij. Materieel gezien waren moeder en werkmaatschappij één: het eigen vermogen van de moeder bestond bijna volledig uit de activa en passiva van de werkmaatschappij. Bovendien werkten de curatoren van de drie failliete vennootschappen nauw samen. Dat de werkmaatschappij niet de opdrachtgever was, vindt de Accountantskamer dan ook geen valide argument om medewerking aan het oorzakenonderzoek te weigeren. Dat de belangen van de vennootschappen/curatoren wellicht conflicteerden, vindt de Accountantskamer óók geen reden om bij voorbaat niet mee te werken.

Hoewel de Accountantskamer nadrukkelijk zegt dat weigeren in dit geval niet vakbekwaam en niet zorgvuldig is, kan de uitspraak van belang zijn in andere zaken waar curatoren stuiten op accountants die weigeren informatie uit het controledossier te verstrekken. Sinds 2017 moeten accountants op grond van artikel 105b van de Faillissementswet de administratie van de failliete ondernemingen, die zij geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, aan de curator geven als die daarom vraagt. Die plicht geldt niet tegenover de curator van een ander bedrijf. En de administratie afstaan, is ook iets anders dan stukken uit het controledossier afstaan aan de curator of diens vragen beantwoorden. Maar als de gevraagde informatie weigeren in strijd is met de beroepsbeginselen kan een tuchtklacht hierover opmaat zijn naar een schadeclaim. De accountant zal dus vaker met de billen bloot moeten.
De weigering van de accountant was hier mede ingegeven door de angst voor claims tegen bestuurders, aandeelhouders of andere direct betrokkenen.

Die angst is begrijpelijk, omdat de accountants onvoldoende hebben onderzocht of de securitisatie van handelsvorderingen wel juist werd verantwoord. Volgens de Accountantskamer mochten de accountants er op basis van het controledossier niet van uitgaan dat PaperlinX bv ook werkelijk het risico droeg dat de overgedragen handelsvorderingen niet werden betaald. Zij hadden de verslaggevingsregels moeten bekijken en moeten nagaan of het risico van non-betaling bij PaperlinX bv lag.

De informatieweigering is wellicht ook te verklaren uit de vrees voor een negatief tuchtrechtelijk oordeel over het ontbreken van de continuïteitsparagraaf in de controleverklaringen van de laatste drie boekjaren. Het jaar daarvoor bestond er volgens de directie nog materiële onzekerheid over de continuïteit en het jaar daarna ging de onderneming failliet. Maar in de ogen van de Accountantskamer hebben de curatoren niet aangetoond dat de continuïteitsparagraaf ten onrechte ontbrak. Of zij dat wel aannemelijk hadden kunnen maken als zij informatie uit het controledossier hadden gekregen, weten we niet.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.