Tuchtrecht

Partijdig schade-expert is slordig

Een registeraccountant stelt als schade-expert de hoogte vast van de schade die de gemeente moet vergoeden en uit kritiek op de accountant die meent dat hij de schade te laag berekent.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
19/920
Datum uitspraak:
01 september 2020
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
waarschuwing in plaats van berisping
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2020:597

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

De gemeente Waalre verleent de Eindhovense bedrijfsvastgoedexploitant Dima Nederland bv in 2008 een vergunning voor de bouw van zes appartementen. Een omwonende stelt hiertegen bezwaar en beroep in, omdat het complex ligt in een Groene Hoofdstructuur. Dat laatste is juist, maar blijkt uiteindelijk een vergissing in het bestemmingsplan. Het komt erop neer dat het besluit om de vergunning te verlenen onrechtmatig was, maar de verleende bouwvergunning na jaren procederen eind 2014 toch onherroepelijk wordt.

Dima heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor de vertragingsschade. Een registeraccountant/register-EDP-auditor van een (schade)expertisebureau uit Eindhoven becijfert de schade in opdracht van de verzekeraar van de gemeente, die een vaste opdrachtgever van hem is.

De Rechtbank Oost-Brabant vindt de gemeente inderdaad aansprakelijk voor de schade van drie jaar vertraging, maar laat de vraag open of de schade niet mede veroorzaakt is door Dima zelf. Naar aanleiding van dit (tussen)vonnis laat Dima een nieuwe schadeberekening maken. Dicop Bouwadvies komt op een bedrag van 1.719.104 euro. Een registeraccountant van een accountantskantoor geeft een jaar later een second opinion in de vorm van een rapport van feitelijke bevindingen op basis van NV COS 4400. Volgens deze registeraccountant heeft Dicop de schade van 1,7 miljoen juist berekend. De rapporten worden gebruikt in de civiele procedure bij de rechtbank.

Dima klaagt er bij de Accountantskamer over dat de accountant/schade-expert:

a. niet heeft vermeld volgens welke vaktechnische regels hij het expertiserapport - een assurancerapport - heeft opgesteld, welke informatie hij heeft gebruikt, welke werkzaamheden hij heeft verricht en in hoeverre hij hoor en wederhoor heeft toegepast;

b. zonder deugdelijke grondslag assurance heeft verstrekt en vernietigende kritiek heeft geleverd op het accountantsrapport;

c. ongefundeerde kritiek heeft gespuid op de onderzoekswerkzaamheden van het accountantskantoor.

De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond en legt een berisping op. De accountant/schade-expert gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft de klachtonderdelen a, b en c ten onrechte gegrond verklaard en een te zware maatregel opgelegd.

Oordeel

Het beroep is gegrond, de klachtonderdelen a en b zijn deels gegrond en klachtonderdeel c gegrond.

Ad a en b Niet onafhankelijk

Net als de Accountantskamer vindt het college dat de accountant ten onrechte niet in zijn rapport heeft vermeld wat zijn opdracht precies inhield en welke vaktechnische regels daarop van toepassing waren. In de ‘Introductie’ suggereert de accountant dat:

  • het bureau uitgaat van feiten;
  • objectief de gevolgen weergeeft voor de benadeelden;
  • het bureau onafhankelijk is.

Dit suggereert dat de accountant de opdracht had een rapport op te stellen als onafhankelijk deskundige. Daarom had hij deze introductie niet op deze manier mogen opnemen. Verder is hij in zijn rapport niet duidelijk over de aard van zijn werkzaamheden, omdat hij niet zegt of het gaat om een assurance-, een aan assurance verwante dan wel een overige opdracht. Ook heeft hij niet vermeld welke standaarden en/of handreikingen van toepassing waren.

Wel kan uit de samenvatting worden afgeleid dat hij optrad als partijdeskundige voor de gemeente en reageert op het rapport van Dicop. Het moet Dima duidelijk zijn geweest dat de accountant niet optrad als onafhankelijke deskundige.

Medio 2018 zei het college al dat de tuchtrechter niet opnieuw en integraal gaat onderzoeken of de inhoud of fabricage van een partijrapport wel deugt. De tuchtrechter kijkt alleen of de accountant in strijd heeft gehandeld met de beroeps- en gedragsregels. In dit geval gaat het om de regels voor ‘overige opdrachten’ (NBA-handreiking 1111) en de regels voor ‘Opdrachten uitgevoerd ter ondersteuning bij (potentiële) geschillen’ (NBA-handreiking 1127).

Het college heeft in 2017 gezegd dat de accountant daarbij niet alleen het belang van zijn opdrachtgever moet dienen, maar ook het algemeen belang. De accountant mag zo’n rapport dus niet te eenzijdig toespitsen op het belang van zijn opdrachtgever, omdat:

  • in een gerechtelijke procedure toegevoegde waarde wordt toegekend aan een accountantsrapport;
  • rechtspraak moet berusten op objectieve waarheidsvinding;
  • zijn rapport de rechterlijke waarheidsvinding dus niet mag belemmeren.

Het moet dus glashelder zijn of in de gegevens die de accountant presenteert feitelijke aannames van de opdrachtgever zitten dan wel of de accountant conclusies trekt die zijn gebaseerd op eigen onderzoek.

In dit geval heeft de accountant namens de aansprakelijkheidsverzekeraar van de gemeente een reactie gegeven op het rapport van Dicop dat Dima had ingediend bij de rechtbank om de schadeclaim te specificeren. De Accountantskamer heeft ten onrechte aangenomen dat de expert uitging van gegevens die zijn opdrachtgever had aangeleverd, terwijl hij uitging van informatie die Dima aanreikte.

Gezien de opdracht van de rechtbank aan Dima om de vordering te specificeren, hoefde de accountant als adviseur van de gemeente die vordering niet nader te onderbouwen. Het verwijt van de Accountantskamer dat hij zelf geen nader onderzoek heeft gedaan naar de vordering berust op een onjuiste beoordeling van de opdracht. Dat neemt niet weg dat de accountant geen ongefundeerde conclusies mocht trekken.

Kostenposten

De Accountantskamer heeft over meer kostenposten geoordeeld dan de drie die expliciet genoemd waren in de klacht. De Accountantskamer had dus geen reden om te beoordelen of de bevindingen van de accountant over de niet uitdrukkelijk genoemde kostenposten voldoende gefundeerd waren.

De verwijten over de drie andere kostenposten zijn ook niet allemaal gegrond. De bevindingen over de rentekosten en de begeleidingskosten zijn inderdaad niet voldoende geschraagd, maar die over de juridische kosten wel.

Over de juridische kosten heeft de accountant in het rapport geen meningen of niet-onderbouwde conclusies geformuleerd. Het oordeel over de kosten van de aanhangige procedure laat hij over aan de rechtbank. Over de overige juridische kosten schrijft hij dat het zeer wel mogelijk is dat Dima extra kosten heeft gemaakt, maar dat deze nader gespecificeerd moeten worden afhankelijk van de aard van de gevoerde procedures. Volgens het college kun je dus niet zeggen dat de accountant voor zijn opmerkingen over deze kostenpost geen deugdelijke grondslag had. Ook hoefde hij geen hoor en wederhoor toe te passen, omdat hij als partijdeskundige van de gemeente geen bewijs hoefde te verzamelen voor de wederpartij.

Bij de rentekosten is de accountant ervan uitgegaan dat vaste kosten niet behoren tot de projectinvestering zonder dit uitgangspunt toe te lichten. Daardoor laat hij een flink deel van de opgevoerde rentekosten buiten beschouwing, zodat het rapport op dit punt inderdaad een deugdelijke grondslag mist. Over de begeleidingskosten heeft de Accountantskamer ook terecht gezegd dat een deugdelijke grondslag voor de getrokken conclusies ontbreekt. De accountant schrijft namelijk aan de ene kant dat de geclaimde kosten niet in verhouding staan tot de te verwachten werkzaamheden die gemoeid gaan met het begroten van de schade. Maar aan de andere kant stelt hij de schade zonder onderbouwing op nihil.

Ad c Kritiek op andere accountant

Het contra-expertiserapport van de andere accountant was inderdaad ingetrokken toen de klacht bij de Accountantskamer werd ingediend. Dima had dat zeker moeten melden in de tuchtprocedure. Maar de klacht is gericht op de werkzaamheden van de aangeklaagde accountant. Net als de Accountantskamer vindt het college het niet passend dat de aangeklaagde accountant:

  • in zijn rapport accentueert dat het rapport van de contra-expert één dag na het Dicop-rapport is gedateerd;
  • op die manier suggereert hij dat de contra-expert in één dag klaar was met zijn werkzaamheden.

De contra-expert heeft zijn opdracht echter tien dagen eerder gekregen en dat ook opgeschreven in zijn rapport. Als de accountant vragen had over de uitgevoerde werkzaamheden had hij contact kunnen opnemen met de contra-expert. De conclusie dat de contra-expert slechts één dag aan zijn rapport heeft gewerkt, is niet gerechtvaardigd door alleen naar de datering te kijken.

Misschien zijn inhoudelijk opmerkingen te plaatsen bij het rapport van de contra-expert. Bijvoorbeeld over de manier waarop deze Standaard 4400 heeft toegepast. Aanwijzingen hiervoor zijn dat de contra-expert het rapport heeft ingetrokken en het honorarium heeft terugbetaald. Maar de accountant heeft onjuist gehandeld door met zijn bevindingen kritiek te uiten op het werk van een beroepsgenoot, zonder die bevindingen en kritiek eerst voor te leggen aan de accountant/contra-expert. Hij had hier wederhoor moeten toepassen. De accountant heeft daardoor in strijd gehandeld met de fundamentele beginselen van objectiviteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Maatregel

Waarschuwing in plaats van berisping.

Annotatie Lex van Almelo

Een gemeente moet na een foute beslissing de schade vergoeden aan de gedupeerde projectontwikkelaar. De projectontwikkelaar moet van de rechter de schade specificeren en komt op 1,7 miljoen euro. Een accountant, die schade-expert is bij een bureau, berekent de schade in opdracht van de verzekeraar van de gemeente. Hij komt uit op 2,4 ton. In zijn rapport is hij onduidelijk over de aard van de opdracht en de gehanteerde standaarden. Verder schrijft hij dat hij onafhankelijk onderzoek doet, terwijl hij optreedt als partijdeskundige. Maar ook in die hoedanigheid mag het rapport niet te eenzijdig zijn en mag de accountant de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmeren.

Een registeraccountant van een accountantskantoor vindt dat de expert te laag zit en bevestigt dat de 1,7 miljoen euro juist zijn. Later trekt deze contra-expert zijn rapport in. De eerstgenoemde accountant heeft dan al genoteerd dat de contra-expert haastwerk heeft geleverd. Volgens de Accountantskamer en het college had de gemeente-expert geen deugdelijke grondslag voor die kritiek.

Volgens de Accountantskamer zou deze expert zich verder puur hebben gebaseerd op informatie van zijn opdrachtgever, zonder hoor en wederhoor toe te passen bij de klager. Ook zou hij voor zijn bevindingen over meerdere kostenposten geen deugdelijke grondslag hebben. In hoger beroep valt het college de Accountantskamer op deze punten af.

Bij één van de kostenposten had de accountant geen mening of conclusie geformuleerd, terwijl over een andere kostenpost uitdrukkelijk niet was geklaagd. De accountant heeft per saldo dus maar bij twee kostenposten ongefundeerde conclusies getrokken. Verder baseerde de accountant zich juist op informatie van de klager in plaats van op gegevens van zijn opdrachtgever.

Dit moet voor de Accountantskamer voelen als een pijnlijke correctie. In mijn annotatie bij de uitspraak van de Accountantskamer sprak ik – gevoed door de kritiek van een tuchtrechtkenner – mijn twijfels uit over de wellicht te milde berisping. Die twijfels waren ingegeven door het ‘His Masters Voice’-effect dat in hoger beroep blijkt mee te vallen. Daarom wordt de berisping een waarschuwing.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.