Tuchtrecht

Niet-integer bij vriendendienst

Een registeraccountant zet zich heimelijk en partijdig in voor een vriend die in scheiding ligt en gaat in hoger beroep tegen de opgelegde tuchtmaatregel. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verdubbelt de termijn van de tijdelijke doorhaling, omdat de accountant totaal niet beseft dat ze fout zit.

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zaaknummers:
20/234
Datum uitspraak:
22 maart 2022
Oordeel:
hoger beroep gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor zes maanden i.p.v. drie maanden
Status:
definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:CBB:2022:128

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een registeraccountant werkt als senior beleidsmedewerker zorginkoop bij een zorgverzekeraar. Zij trekt zich het lot aan van een kennis en staat hem bij in een turbulente echtscheidingsprocedure door:

  • overzichten te maken van bankrekeningen en de posten die moeten worden verrekend;
  • zijn draagkracht voor de alimentatie te berekenen;
  • te bemiddelen bij de verkoop van de auto;
  • hem te vergezellen bij het overleg met de bank over de hypotheek;
  • contact te onderhouden met de mediator en de advocaat.

De accountant schrijft een brief aan de ex-vrouw, waarin onder meer staat dat de man zich tot de accountant heeft gewend “voor hulp op financieel gebied, als vrienden onder elkaar”. De “wanhoop en paniek” van de man raken de accountant diep, mede omdat zij “deze ellende” ook eens moest meemaken. “Ik ben daarom ingegaan op zijn hulpvraag.” Daarbij komt dat zij erg goed is in financiën. De accountant hoopt en verwacht “dat we samen in staat zijn om een afgerond voorstel aan beider advocaten op te stellen”. De accountant verzwijgt haar naam en omschrijft zichzelf als “een vriend die jullie allebei het beste toewenst”.

Aan de man stuurt de accountant een e-mail over de stukken die moeten worden opgesteld ten behoeve van de rechtbank. Daarin schrijft zij onder meer dat de gehandicapte en minderjarige dochter van de gescheiden ouders moet zeggen dat zij bij haar vader wil blijven en bang is voor haar moeder. Bij de leiding van de BSO moet de dochter:

  • “smeken dat zij bij jou mag blijven”;
  • vertellen dat haar moeder altijd zo boos is, schreeuwt en af en toe een tik geeft;
  • zeggen dat ze bang is (“hoe vaker hoe liever”).

De accountant schrijft een concepttekst voor de verklaring die de dochter moet sturen naar de rechter. De accountant suggereert dat twee van haar (schoon)ouders de verklaring moeten ondertekenen en zeggen dat hun kleinkind “dit zelf verteld heeft”, want dan “is het nog krachtiger”. De man neemt de suggesties over en stuurt de verklaring aan de advocaat alsof deze door zijn dochter is geschreven.

Daarna schrijft de accountant aan de advocaat van de man dat de vrouw “de grijze randen” opzoekt door zichzelf en een ander op te voeren als zorgaanbieder en zich daarvoor te laten betalen uit het persoonsgebonden budget. Het zou voor de rechtbank een reden kunnen zijn om de gehandicapte dochter voorlopig toe te vertrouwen aan de man.

In een reactie schrijft de advocaat onder meer dat:

  • de partijen bezig zijn met mediation;
  • de partijen geheimhouding hebben afgesproken;
  • alleen met de advocaten mag worden overlegd;
  • hij haar zeker weet te vinden als hij haar nodig heeft;
  • is afgesproken dat de accountant ook de man niet mag benaderen.

De accountant laat weten achter het doel van geheimhouding te staan en vooral een goede oplossing na te streven. Maar als de geheimhouding een truc van de vrouw is om het proces in haar voordeel te beïnvloeden, voelt de accountant zich niet gebonden aan de geheimhouding. De accountant stelt voor dat de advocaat haar aanstelt als stagiaire. Zij overwoog toch al serieus een carrière als scheidingsbemiddelaar en zou zich dan met de zaak kunnen bemoeien zonder dat de geheimhoudingsplicht wordt geschonden.

In een nieuwe mail aan de advocaat beklaagt de accountant zich over de “veel te rooskleurige berekening” van de vrouw. De accountant biedt aan input te geven om te voorkomen dat deze berekening de hoogte van de alimentatie gaat bepalen. Niet lang daarna bestookt de accountant de advocaat opnieuw. Zij schrijft dat de vrouw niet weet dat zij eerder contact had met haar ex. “Zij denkt dat ik haar het eerste gesproken heb!” En dat zij de ex heeft benaderd op basis van haar verhaal. “Ik zal een integer doel – redelijke uitkomst voor beide partijen – nastreven. De tactiek is minder netjes, maar gebleken effectief. Dat telt. (…) Deze info mag NIET naar buiten komen. Voor de gehele buitenwereld geldt dat ik pas 2-3 weken betrokken ben. Hou je dat verhaal aan?”.

Naar aanleiding van een e-mail van de accountant schrijft de vrouw dat zij het “prima” vindt als de accountant helpt de banksaldi inzichtelijk te maken. “Maar zaken zoals verdeling van de woning, pensioenen en berekening van alimentatie laat ik aan een professional over”. De vrouw meent dat uit alles blijkt dat de accountant handelt in het belang van de man en niet in haar belang.

De werkgever van de accountant spreekt de accountant erop aan dat zij de man en zijn advocaat e-mails heeft gestuurd via het zakelijk mailadres onder vermelding van haar functie van Senior Beleidsmedewerker Zorginkoop. De vrouw klaagt er bij de Accountantskamer over dat de accountant/zorginkoper:

a. heeft verborgen dat zij betrokken was bij de echtscheiding en heeft geprobeerd de vrouw te misleiden door haar diensten ook aan haar aan te bieden;

b. heeft geprobeerd de procedure zo te manipuleren dat de man er financieel zo gunstig mogelijk uit zou komen en de zorg voor de jongste dochter kreeg;

c. de geheimhouding in het mediationtraject heeft willen schenden en de mediation heeft laten mislukken;

d. haar heeft geïntimideerd, gechanteerd en beschuldigd van pgb-fraude;

e. zich niets heeft aangetrokken van de waarschuwing van haar werkgever.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen a, b en c gegrond en legt een tijdelijke doorhaling van drie maanden op. De accountant gaat in hoger beroep.

Beroepsgronden

De Accountantskamer heeft:

  • de klachtonderdelen a, b en c ten onrechte gegrond verklaard;
  • de vriendendienst ten onrechte beschouwd als een professionele dienst;
  • een te zware maatregel opgelegd;
  • en haar oordeel ten onrechte gebaseerd op onrechtmatig verkregen e-mails.

Oordeel

Het hoger beroep is gegrond voor wat betreft de maatregel en voor de rest ongegrond.

E-mails als bewijs

In 2019 heeft het college al gezegd dat het geen reden is om de klacht niet-ontvankelijk te verklaren wanneer deze is onderbouwd met stukken die op onrechtmatige wijze zijn verkregen. Als de onrechtmatigheid heel ernstig is, kan die ertoe leiden dat het bewijs wordt uitgesloten en dus buiten beschouwing wordt gelaten. De Accountantskamer heeft dit echter niet getoetst, omdat de kamer haar oordeel niet heeft gebaseerd op feitelijke gegevens waarvan de accountant beweert dat die onwaar zijn. Het college gaat wel in op mogelijk onrechtmatige verkrijging en bewijsuitsluiting van de e-mails.

De verklaringen van beide partijen zijn op dit punt tegenstrijdig. Het college kan daardoor niet vaststellen dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, laat staan dat het verkrijgen daarvan zozeer onrechtmatig is dat de e-mails niet kunnen worden gebruikt in deze procedure. Het is daarom toelaatbaar dat de klacht wordt onderbouwd met de desbetreffende e-mails.

Professionele dienst

Op grond van artikel 42 van de Wab is de accountant onderworpen aan tuchtrechtspraak ten aanzien van de uitoefening van zijn beroep. Het handelen of nalaten moet worden getoetst aan de VGBA. Artikel 1 van de VGBA definieert een professionele dienst als werkzaamheden waarvoor vakbekwaamheid als accountant wordt of kan worden aangewend. Onder vakbekwaamheid wordt verstaan: beschikken over en kunnen toepassen van de noodzakelijke theoretische kennis van de vakgebieden, genoemd in artikel 2 van het Besluit accountantsopleiding 2013.

In artikel 2 staat dat de accountant zich moet houden aan vijf fundamentele beginselen. In artikel 3 lid 1 staat dat het fundamentele beginsel van professionaliteit van toepassing is op elk handelen of nalaten van de accountant. In lid 2 staat dat de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vertrouwelijkheid vakbekwaamheid en zorgvuldigheid van toepassing zijn op de accountant bij de uitoefening van zijn beroep.

In de toelichting bij artikel 1 staat onder meer dat:

  • vakbekwaamheid als accountant in ieder geval wordt aangewend bij het uitvoeren van controle-, beoordelings- en andere assurance-opdrachten, bij aan assurance verwante opdrachten en bij overige werkzaamheden op het terrein van financiële verslaglegging, administratieve organisatie, bedrijfseconomie en belastingen;
  • de accountant geacht wordt zijn beroep uit te oefenen, wanneer hij een professionele dienst verricht.

Het begrip professionele dienst moet volgens het college ruim worden opgevat: er vallen ook werkzaamheden onder die een accountant:

  • als dienst zou kunnen uitvoeren ten behoeve van anderen dan een werkgever of cliënt of werkzaamheden ten behoeve van zichzelf;
  • om niet en in zijn vrije tijd uitvoert ten behoeve van een derde als bij de uitvoering de vakbekwaamheid wordt aangewend.

In de toelichting bij artikel 3 van de VGBA staat onder meer dat een accountant wordt geacht zijn of haar beroep uit te oefenen en zich moet houden aan de fundamentele beginselen telkens wanneer hij/zij werkzaamheden verricht waarbij hij/zij de vakbekwaamheid gebruikt waarover een accountant beschikt of behoort te beschikken, dus telkens wanneer een accountant een professionele dienst verleent. Of de professionele dienst wordt verleend in het kader van zakelijk handelen of privé-handelen maakt niet uit.

Voor het fundamentele beginsel van ‘professionaliteit’ geldt een ruimere werkingssfeer dan voor de overige fundamentele beginselen. Professionaliteit strekt zich namelijk ook uit over gedragingen van een accountant die buiten het verlenen van een professionele dienst vallen, dus buiten de uitoefening van zijn beroep. De accountant moet er dan op bedacht zijn dat hij/zij het accountantsberoep niet in diskrediet brengt.

De naleving van de fundamentele beginselen en de tuchtrechtspraak zijn niet beperkt tot de beroepsuitoefening in enge zin. Voorwaarde voor tuchtrechtelijke handhaving is dat de gedraging een relatie moet hebben met de uitoefening van het accountantsberoep. Bij het verrichten van een professionele dienst is hiervan vanzelfsprekend sprake. Valt een gedraging buiten een professionele dienst dan wordt er alleen tuchtrechtelijk gehandhaafd als de gedraging van invloed is op de uitoefening van het beroep of daarop afstraalt.

In artikel 2 van het Besluit accountantsopleiding 2013 staat dat de opleiding betrekking heeft op de vakgebieden, bedoeld in artikel 8 van de richtlijn 2006/43. In artikel 8 van die richtlijn staat dat het examen betrekking op de volgende vakgebieden:

  1. algemene theorie en beginselen van de boekhouding;
  2. wettelijke voorschriften en normen voor de opstelling van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen;
  3. internationale standaarden voor jaarrekeningen;
  4. financiële analyse;
  5. analytische- en beleidsboekhouding;
  6. risicomanagement en interne beheersing;
  7. controleleer en beroepsvaardigheden;
  8. wettelijke voorschriften en gedrags- en beroepsnormen betreffende de wettelijke controle van jaarrekeningen en de daarmee belaste wettelijke auditors;
  9. internationale controlestandaarden;
  10. beroepsethiek en onafhankelijkheid.

Bij de toetsing gaat het ten minste om de volgende vakgebieden (voor zover deze van belang zijn voor de wettelijke controle van jaarrekeningen):

  1. vennootschapsrecht en corporate governance;
  2. faillissementsrecht en soortgelijke procedures;
  3. belastingrecht;
  4. burgerlijk en handelsrecht;
  5. socialezekerheidsrecht en arbeidsrecht;
  6. informatietechnologie en informaticasystemen;
  7. algemene, financiële en bedrijfseconomie;
  8. wiskunde en statistiek;
  9. grondbeginselen van financieel bedrijfsbeheer.

Uit (de toelichting bij) de artikelen 1 tot en met 3 van de VGBA blijkt dat het voor de beoordeling van het handelen van de accountant in deze kwestie verschil maakt of zij al dan niet een professionele dienst heeft verleend. Als de werkzaamheden geen professionele dienst zijn dan hoeft hij/zij zich alleen te houden aan het fundamentele beginsel van professionaliteit. Als er wel sprake is van een professionele dienst dan zijn alle fundamentele beginselen van toepassing. In dit geval heeft de accountant haar werkzaamheden verricht in een privégeschil tussen twee echtgenoten. Daarbij is sprake van een professionele dienst, omdat zij vakbekwaamheid heeft aangewend. Er hoeft geen onderneming bij betrokken te zijn.

In hoger beroep voert de accountant aan dat de verleende vriendendienst zo eenvoudig was, dat zij daarvoor geen vakbekwaamheid nodig had. Daarom zou er geen sprake zijn van een professionele dienst. Op sommige momenten heeft zij zich echter gepresenteerd als financieel adviseur. Voor het college blijkt duidelijk uit het dossier dat zij haar vakbekwaamheid als accountant heeft ingezet voor haar werkzaamheden rondom de echtscheiding. Zo heeft zij met haar financiële expertise onder meer gedetailleerde financiële overzichten gemaakt en daartussen verbanden gelegd.

Uit het dossier en tijdens de zitting bij het college is gebleken dat de accountant zichzelf ziet als lid van een team, dat er gezamenlijk alles aan doet om de vriend met een zo goed mogelijk resultaat door de echtscheiding heen te helpen. Daarmee overstijgen haar werkzaamheden het niveau van een vriendendienst. Het college hecht er weinig gewicht aan dat zij geen nadruk heeft gelegd op haar accountantstitel. De personen die waren betrokken bij de echtscheiding wisten allemaal dat zij (primair) betrokken was vanwege haar financiële kennis. De Accountantskamer heeft dan ook terecht gezegd dat zij een professionele dienst heeft verleend en haar handelen moet worden getoetst aan alle fundamentele beginselen.

Manipuleren procedure

Volgens de accountant suggereert de Accountantskamer met de gegrondverklaring van klachtonderdeel b dat zij financieel verwerpelijke adviezen heeft gegeven. Volgens het college moet het oordeel echter zo worden gelezen dat haar wordt verweten dat zij heeft geprobeerd de echtscheidingsprocedure zo te manipuleren dat de vriend er financieel zo gunstig mogelijk uit zou komen én hij de zorg voor de jongste, gehandicapte, dochter kreeg. De Accountantskamer heeft het klachtonderdeel terecht gegrond verklaard.

Objectiviteit

In artikel 11 van de VGBA staat dat de accountant zich bij zijn afwegingen niet ongepast laat beïnvloeden. In de toelichting staat hierover dat:

  • de accountant iedere situatie vermijdt die zijn professionele oordeelsvorming op een ongepaste wijze beïnvloedt;
  • ongepaste beïnvloeding bijvoorbeeld kan ontstaan door een vooroordeel of belangenverstrengeling;
  • de accountant afziet van het verlenen van de professionele dienst als blijkt dat hij/zij het objectiviteitsbeginsel niet kan naleven als gevolg van een bedreiging.

Als de accountant een bijzonder belang vertegenwoordigt, moet zij/hij op grond van artikel 21 maatregelen treffen om de objectiviteit te waarborgen. Het vertegenwoordigen van een bijzonder belang is bijvoorbeeld het bijstaan van een ondernemer bij het afwikkelen van een echtscheiding dan wel bij de aan- of verkoop van een onderneming. Een mogelijk maatregel kan in dit verband zijn:

  • alle partijen duidelijk maken dat je betrokken bent bij een partij;
  • je ervan overtuigen dat de andere partij(en) door een deskundige word(t)(en) bijgestaan.

Onpartijdigheid en onafhankelijkheid zijn echter niet in alle situaties randvoorwaarden bij het invullen van de objectiviteit. Een accountant in business mag best de gerechtvaardigde belangen vertegenwoordigen van de entiteit waarvoor hij werkzaam is; daarmee hoeft hij dus niet per definitie onpartijdig te zijn. Een accountant die een samenstelopdracht uitvoert hoeft ook niet onafhankelijk te zijn.

De Accountantskamer heeft terecht gezegd dat de accountant de belangen van de vriend zo eenzijdig behartigde dat zij zich ongepast heeft laten beïnvloeden. Volgens het college mag een accountant wel een advies geven aan één partij, mits zij/hij daarover open en transparant is en de belangen van de andere partij(en) in het oog houdt. Op het moment dat de accountant haar hulp ook aan de vrouw aanbood, is zij tegenover haar echter niet open geweest over haar langdurige hulp aan de vriend. Zo heeft zij het idee in stand gehouden dat ze de belangen van beide partijen zou behartigen.

De accountant heeft op een later moment (gedeeltelijk) toegegeven dat ze niet alles heeft verteld. Zij had echter vanaf het begin transparant moeten zijn tegen de vrouw over haar werkzaamheden voor de vriend en daarbij moeten melden dat ze hem al eerder had bijgestaan.

Met de objectiviteit van de Accountantskamer zelf lijkt niets mis. De kamer heeft inderdaad ernstige conclusies getrokken. Maar het college kan niet uit de uitspraak afleiden dat deze conclusies voortkomen uit een niet-objectieve beoordeling van de relevante feiten en omstandigheden.

Mediation

Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de accountant heeft geprobeerd degenen die contact hadden met de mediator indirect te beïnvloedenTijdens een mediationprocedure, waarin geheimhouding is afgesproken, mag je van een accountant verwachten dat zij/hij een stap terug doet en het resultaat afwacht in plaats van partijen te benaderen. Ook al wist de accountant niet dat de geheimhouding een standaardonderdeel is van de mediation - haar kan worden verweten dat zij de advocaat heeft voorgesteld om daar te komen werken als stagiaire.

Op het moment dat zij dit voorstel deed, had de advocaat de accountant meermaals gewezen op de afgesproken geheimhouding. Over de hypoheeklasten bleef zij echter input leveren aan de advocaat, terwijl die haar al duidelijk had gemaakt daar niets mee te kunnen aanvangen. Zo handelde zij in strijd met de beginselen van integriteit en professionaliteit.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor zes maanden in plaats van drie maanden.

De accountant vindt dat haar een onredelijk hoge straf is opgelegd in vergelijking met andere tuchtzaken. Uit vier uitspraken van het college en vier uitspraken van de Accountantskamer. zou volgens haar blijken dat er consequent lichtere straffen worden opgelegd in zaken waarin enorme financiële schade voor derden is ontstaan dan wel zaken waarin de accountant zichzelf onrechtmatig bevoordeelde. Daar is in haar geval geen sprake van.

Volgens de klagende vrouw is het drama dat de accountant heeft veroorzaakt niet gering en heeft de Accountantskamer terecht gezegd dat het handelen tegenover het kind zeer kwalijk was. De klagende vrouw vindt de accountant op geen enkele manier schuldbewust, terwijl zij niet erkent dat zij schade heeft aangericht. In plaats van frauduleus handelen te signaleren, heeft de accountant heimelijk, veelvuldig en stelselmatig frauduleus gehandeld. Daarom is een definitieve doorhaling op zijn plaats.

Zo ver gaat het college niet. De Accountantskamer heeft geoordeeld dat de accountant heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en professionaliteit. Het college vindt de gedragingen van de accountant ook zeer kwalijk. Hoewel die zich hebben afgespeeld in de privésfeer hebben ze een belangrijke rol gespeeld in de echtscheidingsprocedure en bij de afspraken over de dochters van de scheidende echtelieden. Dit valt de accountant zwaar aan te rekenen.

Verder heeft de accountant tijdens de zitting bij het college opnieuw getoond dat zij niet inziet hoe laakbaar zij heeft gehandeld. Zo heeft zij verklaard dat zij een volgende keer hetzelfde zou doen in een geval als dit. Het college vindt een tijdelijke doorhaling terecht, maar vindt drie maanden te kort; zes maanden is hier passend en geboden. Dat de accountant haar inschrijving per 31 oktober 2019 op eigen verzoek heeft laten doorhalen, maakt niet uit. De maatregel kan nog steeds in het register worden ingeschreven.

Annotatie Lex van Almelo

Een accountant in business heeft een ellendige scheiding achter de rug en helpt daarom een kennis die bakkeleit over de hoogte van de alimentatie en de verzorging van een minderjarige gehandicapte dochter. Daarbij heiligt het doel de middelen, zoals de accountant zelf schrijft in een e-mail die vooral geheim moet blijven. Zij is niet open over haar rol en ook niet over haar accountantstitel. Ach ja, die titel… De accountant mailde mij vóór de uitspraak van de Accountantskamer dat zij weliswaar een RA-titel had, maar nooit als accountant had gewerkt. En omdat het hier gaat om een vriendendienst vindt zij het niet terecht dat zij zich tuchtrechtelijk moet verantwoorden als accountant. Enkele maanden voordat de Accountantskamer haar inschrijving gedwongen laat doorhalen voor drie maanden, laat de accountant zich vrijwillig schrappen uit het register.

In hoger beroep keert zij zich onder andere tegen de zware maatregel. Omdat zij derden geen enorme financiële schade heeft berokkend en zichzelf niet heeft bevoordeeld vindt zij de tijdelijke doorhaling voor drie maanden veel te zwaar. Het curieuze is dat het college die maatregel juist te licht vindt, juist omdat de accountant in hoger beroep nog minder lijkt te beseffen dat zij zich van ongeoorloofde en niet-integere methoden heeft bediend. Het college maakt er ‘ambtshalve’ (= ongevraagd) zes maanden van. Het hoger beroep pakt dus averechts uit.

Het college zegt nog meer boeiends in deze zeer uitgebreide uitspraak:

  • Als een klacht is gebaseerd op onrechtmatig verkregen bewijs dan is dat geen reden om de klacht niet-ontvankelijk te verklaren; wel kan dat bewijs eventueel buiten beschouwing worden gelaten als de onrechtmatigheid ernstig is. (In dit geval is niet komen vast te staan dat de klaagster belastende e-mails onrechtmatig heeft verkregen).
  • Over de toepasselijkheid van het tuchtrecht zegt het college op zich niets nieuws: het (kunnen) aanwenden van jouw vakbekwaamheid betekent dat je een professionele dienst verleent. Of die dienst wordt verleend in de zakelijke dan wel privésfeer doet er niet toe; wat vakbekwaamheid is, werkt het college uit aan de hand van het Besluit accountantsopleiding 2013 en een EG-richtlijn; wat dit betreft is deze uitspraak een ijkpunt.
  • Het college zegt met zoveel woorden dat je je bij het verlenen van een professionele dienst moet houden aan álle fundamentele beginselen uit de VGBA; als je géén professionele dienst verleent en dus geen vakbekwaamheid gebruikt, hoef je je alleen te houden aan het fundamentele beginsel van professionaliteit; het kan dus verschil maken bij de beoordeling (hier maakt het geen verschil, omdat de accountant overduidelijk haar vakbekwaamheid heeft ingezet; dat er geen onderneming bij betrokken is en dat zij haar accountantstitel amper heeft gebruikt, maakt volgens het college niet uit).
  • Het college voegt eraan toe dat - als je géén professionele dienst verleent - een schending van het professionaliteitsbeginsel alleen wordt gehandhaafd als de gedraging van invloed is op de uitoefening van het beroep of daarop afstraalt (het beroep in diskrediet kan brengen); wanneer je je als accountant bijvoorbeeld bezondigt aan laadpaal kleven hoef je niet bang te zijn voor een gegronde tuchtklacht.
  • Bij een professionele dienst moet je objectief zijn, maar onpartijdigheid en onafhankelijkheid zijn niet altijd nodig; zo mag een accountant in business best de gerechtvaardigde belangen van zijn/haar werkgever behartigen en daarbij niet per definitie onpartijdig te zijn; ook bij een samenstelopdracht hoeft je niet onafhankelijk te zijn; in dit geval mocht de accountant wel een advies geven aan één partij, maar daarover had zij steeds open en transparant moeten zijn en de belangen van de andere partij in het oog moeten houden.

reacties

Reageren op een artikel kan tot drie maanden na plaatsing. Reageren op dit artikel is daarom niet meer mogelijk.

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.