Tuchtrecht

Persoonsgericht onderzoek naar malversaties bij accon avm keurig gedaan

Wanneer een persoon weigert mee te werken aan een persoonsgericht onderzoek hoeft de onderzoeker de weigeraar niet nogmaals om medewerking te vragen. Het is dan aan te raden geen kwalificaties te gebruiken over die persoon.

Accountantskamer

Zaaknummers:
22/337 Wtra AK
Datum uitspraak:
29 juli 2022
Oordeel:
ongegrond
Maatregel:
geen
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2022:29

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

In juni 2021 melden twee medewerkers van accountantskantoor accon avm* aan de kersverse chief financial and risk officer (CFRO) en statutair bestuurder dat zij administratieve onregelmatigheden vermoeden bij onder meer de tussentijdse cijfers per 30 juni 2020 van het kantoor. Deze cijfers zijn bijna een jaar eerder gepresenteerd aan de raad van commissarissen (RvC) en aan de bank van het kantoor. De CFRO heeft haar twijfels bij de juistheid van enkele balansposten en weigert daarom de jaarrekening 2020 te ondertekenen, ook al is daarbij al een controleverklaring afgegeven.

De CFRO laat de voorzitter van de RvC eind juli weten dat er twee verschillende versies zijn van de halfjaarrapportage 2020. Zij stelt ook de bestuursvoorzitter op de hoogte. Deze geeft in een memo een verklaring voor de verschillen tussen de twee rapportages en meldt zich drie weken later ziek.

De RvC vraagt een forensisch accountant om naar aanleiding van de klokkenluidersmeldingen:

  • de administratie van het kantoor te onderzoeken;
  • gesprekken te voeren met de functionarissen die zijn betrokken bij die administratie;
  • te rapporteren over de uitkomst.

De RvC wil weten:

  • of de aan de RvC en bank gepresenteerde halfjaarcijfers juist zijn en wat de aard en oorzaak zijn van de gemelde mogelijke afwijkingen ten opzichte van de interne administratie;
  • of er een adequate onderbouwing is voor de opbouw en samenstelling van de voorafgaande journaalposten die als handmatige boeking zijn geboekt in afwijking van de interne administratie?
  • wie opdracht heeft gegeven voor de handmatige boeking in afwijking van de interne administratie.

In zijn opdrachtbevestiging geeft de onderzoeker aan dat:

  • zijn rapport feitelijke bevindingen zal omvatten;
  • die bevindingen geen oordeel inhouden;
  • het functioneren, handelen of nalaten van de klokkenluiders geen beoogd object van onderzoek is.

Als de onderzoeker vergeefs de bestuursvoorzitter belt, spreekt hij een voicemailbericht in en stuurt hij een e-mail met de opdrachtbevestiging en andere informatie over het onderzoek. In de mail staat onder meer dat:

  • de forensisch accountant is verzocht een onderzoek te verrichten naar aanleiding van mogelijke onregelmatigheden bij de opstelling/verstrekking van de halfjaarcijfers 2020;
  • de onderzoeker verwacht hierbij ook het functioneren, handelen of nalaten van de bestuursvoorzitter te betrekken;
  • NBA-handreiking 1112 van toepassing is.

Als de bestuursvoorzitter niet reageert, stuurt de onderzoeker een appje met het verzoek contact op te nemen. Kort daarna stuurt de onderzoeker de CEO een e-mailbericht waarin onder meer staat dat hem is gevraagd de eerder toegezonden opdracht uit te breiden tot het bankkrediet van 1,5 miljoen euro uit 2019 en een financial lease-overeenkomst uit 2020 ter grootte van ongeveer 550.000 euro.

Eind augustus 2021 laat de onderzoeker de bestuursvoorzitter weten dat hij niet heeft gereageerd op eerdere berichten, terwijl uit het memo van deze CEO aan de RvC blijkt dat hij de informatie over het onderzoek wel heeft ontvangen. In het memo schrijft de CEO namelijk dat hij geen medewerking aan het forensisch onderzoek zal verlenen zolang de vragen in het memo niet bevredigend zijn beantwoord. De onderzoeker vraagt de CEO om duidelijk te laten weten of hij wel of niet meewerkt.

Daarop mailt de advocaat van de CEO dat het "pertinent onjuist" is dat cliënt zijn niet wil meewerken aan het onderzoek; "eerder integendeel". De bestuursvoorzitter plaatst wel vraagtekens bij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de onderzoeker en bij het verloop van de procedure. De advocaat wijst erop dat de CEO arbeidsongeschikt is en daardoor niet kan meewerken aan het onderzoek. De advocaat vraagt dan ook nadrukkelijk of de onderzoeker wil rapporteren zonder hoor en wederhoor toe te passen.

In zijn reactie op dit verzoek schrijft de onderzoeker dat:

  • het in casu weliswaar gaat om het functioneren, handelen of nalaten van de bestuursvoorzitter; maar
  • zijn handelen niet het primair object is van onderzoek;
  • het onderzoek primair gaat om de aard van de administratieve mutaties in de interne administratie van het accountantskantoor, die tot mogelijke afwijkingen van de gepresenteerde halfjaarcijfers per 30 juni 2020 hebben geleid en twee mogelijke uitbreidingen van krediet;
  • hij objectief kan rapporteren over feitelijke bevindingen zonder de bestuursvoorzitter daarover te horen of hem wederhoor hoeft te bieden, voor zover hij daarvoor een voldoende deugdelijke grondslag voor die bevindingen heeft ;
  • hij het waardeert als de CEO meewerkt, omdat hij graag de visie van de CEO op bepaalde gebeurtenissen wil opnemen;
  • hij de medische situatie van de CEO niet kan beoordelen, maar meewerken aan een onderzoek iets anders is dan deelnemen aan het arbeidsproces;
  • hij graag met de advocaat of CEO overlegt over de vorm van verdere medewerking aan het onderzoek.

De advocaat van de bestuursvoorzitter schrijft in een e-mail aan de voorzitter van de RvC dat zijn cliënt arbeidsongeschikt is en daarom niet kan meewerken aan het forensisch onderzoek. Zijn cliënt is echter wel bereid mee te werken aan een onafhankelijk onderzoek. Het onderzoek van deze forensisch is "helaas" niet onafhankelijk.

De onderzoeker laat de advocaat weten dat hij:

  • dit opvat als een absolute weigering om mee te werken aan het onderzoek;
  • zich zal beperken tot feitelijke vaststellingen en zich onthouden van oordelen;
  • geen zogenaamde assurance geeft;
  • geen enkele kwalificerende conclusies zal trekken over iemands functioneren, handelen of nalaten;
  • zich in zijn rapportering zal beperken tot herhaalbaar vast te stellen feitelijke informatie voor zover het gaat om persoonsgerichte onderwerpen.

In oktober 2021 stuurt de onderzoeker zijn rapport naar de RvC, waarin hij onder meer schrijft dat:

  • de halfjaarcijfers aan de bank jaarlijks beter worden voorgesteld dan zij in werkelijkheid zijn, om te kunnen voldoen aan de bankratio's;
  • dit al in 2012 begon met een verhoging van het resultaat met 2 miljoen euro;
  • de bedragen in 2016 met 5 miljoen euro werden verhoogd en vanaf 2017 met 8 miljoen euro per jaar;
  • de ratio's aan het eind van het jaar steeds werden gehaald door onder andere resultaten van overnames mee te nemen en kosten te classificeren als buitengewoon;
  • de post buitengewone kosten niet meetelde in de berekening van de ratio's;
  • vanaf 2019 vooral de post onderhanden werk belangrijk werd in het resultaat;
  • het kantoor in 2019 een extra lening van 1,5 miljoen euro heeft opgenomen bij de bank;
  • het kantoor in 2020 voor een ICT-investering van 567.228 euro geld heeft geleend via een financial lease-overeenkomst;
  • beide financieringen een looptijd hebben van jaar;
  • in de statuten van de Accon Groep BV staat dat het bestuur voor het aangaan van kredietovereenkomsten en geldleningen toestemming nodig heeft van de raad van commissarissen;
  • hij vermoedt dat het bestuur deze toestemming nooit heeft gevraagd;
  • de bestuursvoorzitter heeft geweigerd om mee te werken aan het onderzoek;
  • inzichten en verklaringen van de bestuursvoorzitter daardoor ontbreken in het rapport.

Op 30 november 2021 ontslaat de Algemene Vergadering van accon avm de bestuursvoorzitter, die in februari 2022 een klacht tegen de onderzoeker indient bij de Accountantskamer.

Klacht

Dee accountant heeft:

a. de klager niet naar behoren geïnformeerd over zijn opdracht ten aanzien van de financieringen;

b. de ziekmelding van de klager niet gerespecteerd en ten onrechte gesteld dat de klager niet aan het onderzoek wil meewerken;

c. ten onrechte ontkend dat hij is geschorst;

d. alleen gesproken met personen die het standpunt van zijn opdrachtgever onderschrijven;

e. zich laten bijstaan door de advocaat van de opdrachtgever en daarmee aangetoond dat hij niet objectief is;

f. zich toegang verschaft tot de mailbox van de klager, zonder zich te houden aan het protocol dat daarvoor geldt;

g. bij het e-mailonderzoek feiten die in het voordeel van de bestuursvoorzitter spreken genegeerd;

h. vragen van de klager aan de CFRO beantwoord;

i. consequent de schriftelijke verklaring van de klager genegeerd en deze op voorhand afgedaan als "kulverhaal";

j. geen hoor en wederhoor toegepast;

k. de plank inhoudelijk volledig misgeslagen;

l. toegestemd in negatieve publicaties over de klager.

Oordeel

De klacht is ongegrond.

Ad a Informatie over opdracht

De onderzoeker heeft de bestuursvoorzitter in een e-mail geschreven: "Ter informatie. Er is mij gevraagd de u eerder toegezonden opdracht uit te breiden naar een uitbreiding van het (…) krediet ter grootte van € 1,5 miljoen in 2019 en een financial lease overeenkomst in 2020 (…) ter grootte van ongeveer € 550.000. Mocht u nadere informatie willen hebben over het onderzoek en mijn aanpak (…) ben ik graag bereid u daarover te woord te staan."

Volgens de Accountantskamer had deze e-mail misschien duidelijker gekund. Maar de onderzoeker heeft de bestuursvoorzitter hiermee wel degelijk schriftelijk geïnformeerd over de uitbreiding van zijn onderzoeksopdracht. De bestuursvoorzitter is niet ingegaan op het aanbod een en ander toe te lichten.

Ad b Strategisch weigeren

De onderzoeker heeft de klager voldoende gelegenheid gegeven om zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek. Uit de e-mails blijkt dat hij de klager diverse opties heeft geboden. De e-mails van zijn advocaat laten niet alleen zien dat de klager medewerking weigerde vanwege zijn arbeidsongeschiktheid, maar ook dat dit waarschijnlijk een strategische keuze was. Dat de klager niet heeft meegewerkt aan het onderzoek valt de onderzoeker dan ook niet te verwijten.

Ad c Schorsing ontkend

Aan de advocaat van de klager heeft de onderzoeker geschreven dat hij:

  • niet is geschorst;
  • ook niet geschorst is geweest;
  • zo’n maatregel ook niet verwacht naar aanleiding van het hoger beroep dat hij heeft ingesteld.

Begin 2021 heeft de Accountantskamer de accountant-onderzoeker een tijdelijke doorhaling voor drie maanden opgelegd. De accountant heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. De uitspraak van de Accountantskamer is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit komt erop neer dat de voorzitter van de Accountantskamer de uitspraak pas ten uitvoer kan laten brengen als het CBb het hoger beroep ongegrond heeft verklaard. Toen de onderzoeker de schorsing ontkende, had de AcK-voorzitter de inschrijving nog niet laten doorhalen. De onderzoeker heeft de klager dus niet onjuist geïnformeerd door te verklaren dat hij niet is geschorst of geschorst is geweest.

Ad d Niet selectief

De onderzoeker heeft zijn opdracht herzien nadat duidelijk was geworden dat de klager niet wilde meewerken aan het forensisch onderzoek. De e-mail aan diens advocaat geeft dat duidelijk weer. In zijn rapport heeft de onderzoeker vermeld welke werkzaamheden hij heeft verricht en wie hij in het kader van zijn onderzoek heeft gehoord. Volgens de klager heeft hij ten onrechte niet een voormalige medebestuurster en zijn directiesecretaresse gehoord.

Volgens de Accountantskamer mag een accountant in beginsel zelf bepalen hoe hij of zij het feitenonderzoek inricht, mits deze maar de fundamentele beginselen in acht neemt. Dat bij de inrichting van zo’n onderzoek keuzes worden gemaakt - bijvoorbeeld wie wel en niet worden gehoord - terwijl ook andere keuzes verdedigbaar zijn, is op zichzelf genomen niet in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

In zijn rapport heeft de onderzoeker aangegeven dat zijn onderzoek is gericht op de vaststelling van feiten en niet op het vormen van een oordeel over deze feiten. De klager heeft niet duidelijk gemaakt wat de medebestuurster en de directiesecretaresse hieraan hadden kunnen toevoegen. Bovendien had de klager hierover contact kunnen opnemen met de onderzoeker - al dan niet via zijn raadsman. Dat heeft hij niet gedaan.

Ad e Objectief

Dat de onderzoeker zich heeft laten bijstaan door de advocaat van de RvC heeft de klager niet concreet onderbouwd, laat staan aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat in het rapport van de onderzoeker staat dat die bij zijn werkzaamheden contact heeft gehad met (onder anderen) de advocaat van het accountantskantoor, is niet genoeg om te concluderen dat de onderzoeker zich door die advocaat heeft laten bijstaan.

 Ad f Mail privacy gerespecteerd

Volgens het onderzoeksrapport heeft de onderzoeker de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

  • e-mail-onderzoeken e-mailbox bestuursvoorzitter met zoekwoorden en met behulp van e-discovery software (Relativity);
  • aanvullende uitvraag naar authenticiteit handmatig aangereikte afschriften van e-mailberichten van voor 2019.

De Accountantskamer vindt het aannemelijk dat de onderzoeker zelf geen directe inzage heeft gehad in de mailbox van de klager. Het onderzoek naar diens mailbox is uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf op basis van zoekwoorden die de onderzoeker vooraf heeft gedefinieerd en binnen een periode die de onderzoeker heeft afgegrensd. De onderzoeker heeft vervolgens alleen de selectie van in totaal 651 e-mails gezien die het discovery-bedrijf aanreikte.

Het accountantskantoor heeft een e-mail- en internetprotocol met gebruiksregels en passages over controle, beheersing en beveiliging van het e-mail- en internetgebruik. Er staat onder meer het volgende in: "Alleen indien er sprake is van een concreet vermoeden van onrechtmatig handelen waarmee het bedrijfsbelang of individueel belang van collega's of derden ernstig in het geding is, kan na overleg met de directie op individueel niveau monitoring plaatsvinden."

Vanwege de klokkenluidersmeldingen was het vermoeden van onrechtmatig handelen hier voldoende concreet om e-mails op individueel niveau te kunnen monitoren. In het protocol staat niet dat je degene die je onderzoekt voorafgaand moet informeren. Het onderzoek naar de mailbox van de bestuursvoorzitter was voldoende zorgvuldig. Door het e-discovery-bedrijf er tussen te plaatsen heeft de onderzoeker voldoende voorkomen dat hij kennis nam van allerlei niet-relevante e-mailberichten. Het recht op privacy is dan ook niet geschonden. Dat de onderzoeker de e-mailcorrespondentie met geheimhouders als de advocaat heeft ingezien, is niet aannemelijk gemaakt.

Ad g Ontlastende mails niet genegeerd

Volgens de bestuursvoorzitter heeft de onderzoeker in zijn rapport ten onrechte geen melding gemaakt van e-mails die in zijn voordeel pleiten. Deze e-mails hadden betrekking op het plegen van valsheid in geschrifte door één van de klokkenluiders en op de informatie die de klager aan de RvC verstrekte over de tussentijdse resultaten over 2020.

Volgens de Accountantskamer heeft de klager niet gespecificeerd welke e-mails de onderzoeker zou hebben genegeerd – gesteld dat hij deze e-mails heeft kunnen inzien. Het vermeende plegen van valsheid in geschrifte door één van de klokkenluiders behoorde niet tot het onderzoek. De HR-afdeling van het accountantskantoor weet overigens niets van fraude. Dit verwijt is dus onvoldoende onderbouwd.

Ad h Beantwoording vragen CFRO

Volgens de klager heeft de onderzoeker vragen van de bestuursvoorzitter over het functioneren van de CFRO beantwoord. Bij de urenspecificatie van de factuur van de onderzoeker over de maand augustus 2021 staat namelijk dat de onderzoeker op "(25-8-2021)" vragen van de klager over de CFRO heeft beantwoord. Volgens de klager heeft de onderzoeker het dus opgenomen voor de CFRO.

De onderzoeker ontkent dit. Wel heeft hij in zijn reactie op het memo van de bestuursvoorzitter aan de RvC geprobeerd zo veel mogelijk van diens vragen te beantwoorden in zijn rapport, waaronder vragen over de CFRO. Vanwege de bestede tijd heeft de onderzoeker dit vermeld in de urenspecificatie.

Gezien dit verweer heeft de klager volgens de Accountantskamer niet aannemelijk gemaakt dat de onderzoeker onzorgvuldig of niet integer heeft gehandeld.

Ad i Kwalificatie 'kulverhaal'

In de urenverantwoording bij de factuur over augustus 2021 heeft de onderzoeker geschreven dat hij notulen heeft doorgenomen en vergeleken met cijfers in verband met 'kulverhaal'.

In de ogen van de klager duidt 'kulverhaal' erop dat de onderzoeker zijn gedetailleerde en inhoudelijke toelichting op de verschillende halfjaarcijfers niet serieus heeft genomen. Volgens de onderzoeker is de aanduiding 'kulverhaal' echter geen kwalificatie, maar de aanduiding die de CFRO en de RvC gebruikten voor de toelichting van de klager.

De Accountantskamer stelt vast dat de onderzoeker de aanduiding 'kulverhaal' niet gebruikt in zijn rapport, maar alleen in de urenverantwoording. De enkele aanhalingstekens geven duidelijk genoeg aan dat dit niet de kwalificatie is van de onderzoeker. Dat de onderzoeker deze aanduiding heeft overgenomen in zijn urenverantwoording is achteraf gezien onverstandig, maar op zichzelf genomen onvoldoende om te concluderen dat hij vooringenomen was en de toelichting van de klager niet serieus heeft genomen.

Ad j Hoor en wederhoor

De onderzoeker schrijft in zijn rapport onder meer dat de bestuursvoorzitter is aangemerkt als betrokkene in de zin van Handreiking 1112, maar geweigerd heeft medewerking te verlenen. De onderzoeker wist dus dat het ging om een persoonsgericht onderzoek waarop Handreiking 1112 van toepassing was. Zoals hierboven al is besproken, heeft de klager uitdrukkelijk geweigerd mee te werken aan het onderzoek. De verplichting om een persoon te horen in het kader van een persoonsgericht onderzoek gaat niet zo ver dat contact met deze persoon moet worden opgenomen als die zelf vooraf uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij daaraan geen medewerking wenst te verlenen. De onderzoeker hoefde de klager na zijn weigering dus niet nogmaals te benaderen.

Wel brengt het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid in zo'n geval met zich mee dat de accountant dit meldt en dat gebruikers van het rapport erop worden gewezen dat de bevindingen niet volledig zijn. Dit heeft de onderzoeker ook gedaan.
Bovendien heeft de onderzoeker de gegeven opdracht na de weigering zo aangepast dat hij zich in zijn rapport beperkt tot feitelijke waarnemingen en geen kwalificatie heeft verbonden aan het handelen van de klager. De onderzoeker heeft dus niet in strijd gehandeld met enig fundamenteel beginsel.

Ad k Onjuiste bevindingen

Volgens de klager schrijft de onderzoeker bevatten de passages over de juistheid van de verstrekte halfjaarcijfers inhoudelijke onjuistheden en neemt de onderzoeker ten onrechte aan dat de vereiste goedkeuring voor de financiële arrangementen niet is aangevraagd.

De onderzoeker is in het rapport uitgebreid ingegaan op de verschillen tussen de interne halfjaarcijfers van het accountantskantoor, de halfjaarcijfers die zijn verstrekt aan de bank en de halfjaarcijfers die zijn verstrekt aan de RvC, alsmede op het memo van de klager over deze verschillen.

Volgens de onderzoeker:

  • omvat het memorandum geen beredeneerde feiten die de omvang en aard van de verschillen verklaren;
  • is het memo vooral een theoretische verhandeling over hoe je moet omgaan met de waardering van onderhanden werk;
  • is het memorandum op enkele punten in tegenspraak met de geconstateerde feitelijke gang van zaken.

De bestuursvoorzitter maakt diverse opmerkingen, maar geeft niet concreet aan waarom het onjuist is wat de onderzoeker schrijft. Daarbij heeft de onderzoeker er terecht op gewezen dat de belastingschuld van het accountantskantoor niet 11.160.000 euro bedraagt, zoals in de halfjaarcijfers voor de bank en de RvC staat, maar ruim 22,5 miljoen volgens de interne halfjaarcijfers. Ook andere bevindingen zijn niet onjuist.

Volgens de Accountantskamer heeft de onderzoeker terecht in zijn rapport geschreven dat de klager niet de door de notulen voorgeschreven goedkeuring van de RvC had. Op de zitting heeft de bestuursvoorzitter desgevraagd verklaard dat de RvC de financiële arrangementen inderdaad niet vooraf had goedgekeurd. Volgens hem was dit niet nodig, omdat er materieel niets veranderde in de bestaande financiering. De bestuursvoorzitter heeft naar eigen zeggen wellicht niet naar de letter, maar wel naar de geest van de statuten gehandeld.

Ad l Niets gedaan tegen FD-artikel

In de opdrachtbevestiging beperkt de onderzoeker het gebruik van zijn rapport tot de raad van commissarissen, de externe accountant, andere adviseurs en inbreng in eventuele juridische procedures. Het is niet toegestaan (delen van) het rapport voor andere doeleinden te gebruiken, openbaar te maken of aan derden te verstrekken, eruit te citeren of eraan te refereren zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de onderzoeker.

Op 24 november 2021 publiceert Het Financieele Dagblad een artikel over het onderzoek naar gerommel met onderhanden werk en andere posten op de balans. De krant baseert zich onder andere op mededelingen van een functionaris van de stichting die alle aandelen van het kantoor houdt. Volgens de Accountantskamer had deze functionaris zonder toestemming van de onderzoeker niets mogen zeggen tegen de krant, gezien de beperkingen in de opdrachtbevestiging. De onderzoeker heeft die toestemming niet verleend. De vraag is of de onderzoeker door de publicatie in de krant in verband is gebracht met informatie die materieel onjuist, onvolledig of misleidend is. Zo ja, dan had hij op grond van artikel 9 lid 1 van de VGBA een maatregel moeten treffen om dit kenbaar te maken aan de beoogde gebruikers van de informatie.

De Accountantskamer kan niet vaststellen of het artikel in het FD inhoudelijk onjuist was. Onder deze omstandigheden hoefde de onderzoeker geen poging te doen om rectificatie af te dwingen. Mede gezien de voorgeschreven vertrouwelijkheid, kan de Accountantskamer zich voorstellen dat de onderzoeker ervoor heeft gekozen geen actie te ondernemen naar aanleiding van het artikel.

Maatregel

Geen.

Annotatie Lex van Almelo

Accountantskantoor accon avm heeft volgens twee klokkenluiders geknoeid met de tussentijdse jaarcijfers over 2020. De kort daarvoor aangetreden chief financial risk officer heeft haar twijfels bij de juistheid van enkele balansposten en weigert daarom als bestuurslid de jaarrekening 2020 te ondertekenen, ook al is daarbij al een controleverklaring afgegeven. Aan de RvC en de bank blijkt een andere versie van de halfjaarrapportage 2020 te zijn voorgelegd dan de interne cijfers. De bestuursvoorzitter probeert de verschillen tussen de twee rapportages te verklaren in een memo en meldt zich kort daarna ziek.

De raad van commissarissen laat het vermoeden dat de cijfers zijn gepimpt ten behoeve van financieringen onderzoeken door een forensisch accountant. Die ziet dat de halfjaarcijfers al sinds 2012 flink worden opgepoetst om te voldoen aan de bankratio. Het resultaat van het kantoor zou in die jaren voor in totaal tientallen miljoenen euro's te hoog zijn voorgesteld. Zo zijn de resultaten van overnames meegenomen, is de post onderhanden werk opgeblazen en zijn kosten aangemerkt als buitengewoon, omdat deze dan niet meetellen bij de berekening van de ratio's. Aan de RvC en bank wordt een belastingschuld van 11,2 miljoen euro gerapporteerd, die volgens de interne cijfers 22,5 miljoen beloopt.

De verantwoordelijke bestuursvoorzitter heeft eigenhandig gerommeld met diverse balansposten en wordt ontslagen. Niet lang na zijn ontslag dient hij een tuchtklacht met twaalf onderdelen in tegen de forensisch accountant. De Accountantskamer verklaart de klacht volledig ongegrond.

Het verwijt dat de onderzoeker zijn e-mailbox heeft doorgevlooid ketst af. Een extern e-discovery-bedrijf heeft de mailbox doorzocht op zoektermen die de forensisch accountant meegaf. De accountant heeft zelf niet meer gelezen dan de 651 e-mails die uit de e-discovery naar boven kwamen. Daar zaten geen e-mails met zijn advocaat bij. Deze uitspraak leert dus dat het ook uit privacyoverwegingen loont om een extern e-zoekbedrijf in te schakelen bij een persoonsgericht onderzoek.

Een beetje lachwekkend is het verwijt van de bestuursvoorzitter dat de onderzoeker geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De bestuursvoorzitter heeft volgens de Accountantskamer om strategische redenen geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Omdat de bestuursvoorzitter te kennen gaf niet te willen meewerken, hoefde de onderzoeker hem nadien niet nogmaals te benaderen. Terecht, obstructie van een fraudeonderzoek moet niet lonen. Bovendien heeft de onderzoeker zijn werkwijze aangepast door over de bestuursvoorzitter alleen feitelijke bevindingen met een deugdelijke grondslag te rapporteren en zich te onthouden van oordelen en kwalificaties. Deze beperkingen staan ook duidelijk in zijn rapport.

De bestuurder heeft aan de RvC wel een toelichting gegeven op de uiteenlopende halfjaarcijfers. Volgens de urenspecificatie heeft de onderzoeker dit 'kulverhaal' vergeleken met de cijfers. De ontslagen bestuursvoorzitter ziet dit als een teken dat de onderzoeker zijn kant van het verhaal niet serieus neemt. Dat zou ik ook hebben gedacht. Maar de onderzoeker zegt dat het niet zijn kwalificatie is, maar die van de CFRO en de RvC. De Accountantskamer vindt het overnemen van die aanduiding onverstandig, maar laat de onderzoeker wegkomen met dit gebrek aan distantie. De kwalificatie staat namelijk tussen '…' en niet in het rapport.

Twijfelachtig is het verwijt van de bestuursvoorzitter dat de onderzoeker niet eerlijk is geweest over een schorsing. De Accountantskamer heeft hem een tijdelijke doorhaling opgelegd voor drie maanden. De accountant schrijft dat hij niet geschorst is (geweest) en ook geen schorsing verwacht, omdat hij hoger beroep heeft aangetekend. Ook hier laat de Accountantskamer hem ontsnappen: De tijdelijke doorhaling was nog niet definitief, dus de onderzoeker heeft niet gejokt. In mijn ogen was de onderzoeker dichter bij de waarheid gekomen als hij het woord definitief had ingevoegd voor niet geschorst.

Tot slot: Had de forensisch accountant aan de bel moeten trekken toen Het Financieele Dagblad een artikel over de malversaties schreef met als bron een accon avm-functionaris die uit de school klapte over het onderzoek? De functionaris mocht volgens de opdrachtvoorwaarden geen onderzoeksresultaten delen met de krant. De onderzoeker hoefde echter niet in te grijpen, omdat er geen aantoonbaar onjuiste, onvolledige of misleidende informatie in het artikel stond waarvan hij zich moest distantiëren.

* De naam van het accountantskantoor is uitgebreid in de media verschenen.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.