Tuchtrecht

Fiscale verrekening verliezen zonder zicht op winst

Een professioneel-onkritische registeraccountant gaat drie boekjaren akkoord met het activeren van belastinglatenties op basis van gewenste winstprognoses van het management.

Accountantskamer

Zaaknummers:
21/892 Wtra AK
Datum uitspraak:
06 januari 2023
Oordeel:
gegrond
Maatregel:
tijdelijke doorhaling voor drie maanden
Status:
nog niet definitief
Vindplaats:
ECLI:NL:TACAKN:2023:1

» Direct naar annotatie

Lex van Almelo

Belangrijkste feiten

Een onderneming begint in 2010 met het ‘IT-gedreven’ verkopen van reizen. In 2016 geeft een registeraccountant een goedkeurende controleverklaring af bij de jaarrekening 2014. Het enkelvoudige verlies in 2014 bedraagt 15.560.000 euro. In een toelichting bij de jaarrekening staat dat er geen actieve belastinglatentie is opgenomen, omdat de reis-start-up niet in staat is om op betrouwbare wijze “the future utilization of the net operating losses incurred to date” te kwantificeren en waarderen. Het management verwacht dat vanaf juli 2016 winst zal worden gemaakt.

Over 2015 bedraagt het enkelvoudige verlies vóór winstbelasting 27.216.000 euro en ultimo 2015 is het cumulatieve verlies over de jaren sinds 2010 opgelopen tot 44.576.000 euro. In de jaarrekening 2015 is wél een belastinglatentie geactiveerd, voor een bedrag van 11.198.000 euro. Het management verwacht de tot en met 2015 geleden verliezen namelijk fiscaal te kunnen verrekenen met toekomstige winsten (‘carry forward’/voorwaartse verliescompensatie).

Tot 2019 kunnen (konden) verliezen binnen negen jaar fiscaal worden verrekend met toekomstige winsten. Door de activering van de belastinglatentie (een verwachte belastingbesparing) verbetert het eigen vermogen van de onderneming. In de toelichting op de belastinglatentie in de jaarrekening 2015 staat dat:

  • het gaat om ongebruikte fiscale verliezen;
  • het management er op basis van de huidige ontwikkelingen en vooruitzichten op vertrouwt dat deze verliezen kunnen worden gecompenseerd met toekomstige fiscale winsten;
  • de belastinglatentie op de balans is geactiveerd voor het bedrag dat niet binnen een jaar kan worden gerealiseerd;
  • de huidige positie van de belastinglatentie wordt verantwoord als ‘other receivable’ tegen een nominale waarde en een vpb-tarief van 25 procent;
  • er geen niet-onderkende ongebruikte fiscale verliezen zijn;
  • de voorwaartse verliescompensatie wordt beschouwd als een verandering van de schattingen en daarom wordt verantwoord in de resultatenrekening van dit boekjaar;
  • het bedrag voor de voorgaande jaren in totaal 4,4 miljoen euro bedraagt en het resterende bedrag slaat op 2015.

De jaarrekening 2015 wordt medio 2016 goedgekeurd door een opvolgend registeraccountant van een ander kantoor. In de controleverklaring onderstreept hij de onzekerheid van de ‘going concern’-veronderstelling. Het management spreekt de verwachting uit dat vanaf juli 2016 winst zal worden gemaakt. Bij de jaarrekeningen 2016 en 2017 gaat het niet anders, met dien verstande dat de verliezen en de belastinglatenties oplopen. Maar het management verwacht ook dan winst te boeken in het volgende boekjaar.

Daarna verklaart de Rechtbank Amsterdam de onderneming failliet. De curator van de onderneming dient in mei 2021 een klacht in tegen de opvolgend accountant.

Klacht

De accountant heeft:

  1. zich bij de activeringen van de belastinglatenties onvoldoende professioneel-kritisch opgesteld en heeft onvoldoende getoetst of de jaarrekeningen over de jaren 2015-2017 het wettelijk vereiste inzicht gaven en een getrouwe weergave waren van vermogen en resultaat;
  2. er niet voor gezorgd dat zijn controles voldoende kunnen worden gereconstrueerd en verantwoord aan de hand van zijn dossiers.

Oordeel

De klacht is gegrond. De Accountantskamer gaat (uiteraard) uit van de Standaarden zoals die luidden tijdens de controles van de jaarrekeningen 2015-2017 en wijst erop dat de tekst van Standaard 540 in 2020 is gewijzigd.

Ad 1 Houding en toetsing onvoldoende

Volgens de curator was de situatie in de periode tot en met 2017 in meerdere opzichten instabiel, want:

  • in 2014 is de administratie over de voorafgaande jaren opnieuw opgezet;
  • 2012 en 2013 gaven daarna verliezen te zien in plaats van winsten;
  • over beide jaren is 500.000 euro omzetbelasting nageheven;
  • de prognoses van het management over de bedrijfsresultaten werden geregeld naar beneden bijgesteld;
  • het bedrijf had medio 2015 aanvullende financiering nodig, die pas in september 2016 rond kwam;
  • in 2016 en in 2017 werd de strategie (doelgroep en soort reizen) aangepast;
  • bezuinigingen op onder meer de personeelslasten bleken noodzakelijk;
  • vanaf eind 2014 werden betalingen aan crediteuren (zoals hotels) uitgesteld om de cash flow te verbeteren;
  • medio 2017 heeft de Belastingdienst een onderzoek ingesteld bij het bedrijf, dat in 2016 en 2017 niet in control was op het punt van de aangiften omzetbelasting;
  • de prognoses van het management waren niet realistisch en niet betrouwbaar.

De accountant heeft dit niet tegengesproken. Volgens hem staan beginnende bedrijven in de techsector voor uitdagingen, waardoor het niet vreemd is dat zij de prognoses niet altijd weten te behalen. Maar dat wil niet zeggen dat deze ‘IT driven start-up’ geen deugdelijke prognoses kon opstellen. Het bedrijf richtte zich aanvankelijk op groei ten koste van winstgevendheid op korte termijn. Vanaf 2015 is ook gefocust op winst en zijn bezuinigingen doorgevoerd. Het bedrijf heeft in september 2015 een ervaren businesscontroller aangesteld die een instrument heeft gemaakt om prognoses en managementrapportages op te stellen. Vanaf april 2016 ontving de accountant regelmatig prognoses en ‘actuals’ van het management. De accountant besprak die met het management en de businesscontroller. De aanvaardbaarheid van de prognoses heeft hij gecontroleerd door onderling afwijkende gegevens in te voeren in het prognose- en managementrapportage-instrument. De uitkomsten heeft hij beoordeeld op aanvaardbaarheid.

Volgens de Accountantskamer moest de accountant op grond van artikel 2:393 lid 3 BW onderzoeken of de jaarrekeningen het inzicht gaven dat artikel 2:362 lid 1 BW vereist en “een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat alsmede (…) de solvabiliteit en de liquiditeit van de rechtspersoon”. Voor de controles over 2015-2017 waren verder de edities 2014 tot en met 2016 van de RJ relevant en met name de alinea’s 272.311-313.

Over de activering van een belastinglatentie staat daarin onder meer dat:

  • een latente belastingvordering moet worden opgenomen “voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut”;
  • de criteria dezelfde zijn als die voor verrekenbare tijdelijke verschillen;
  • beschikbare voorwaartse verliescompensatie tevens een sterke aanwijzing is voor mogelijk onvoldoende toekomstige fiscale winst;
  • een rechtspersoon die de laatste jaren voortdurend verlies heeft gemaakt daarom alleen een latente belastingvordering opneemt voor zover er voldoende sterke aanwijzingen zijn dat er in de toekomst voldoende fiscale winst beschikbaar zal wezen om de latente vordering te realiseren.

Om dat te bepalen, moet:

a. de rechtspersoon voldoende belastbare tijdelijke verschillen bij dezelfde belastingautoriteit en dezelfde fiscale eenheid hebben, terwijl die zullen resulteren in belastbare bedragen waartegen de verliescompensatie kan worden gerealiseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut voordat zij expireren; of

b. het waarschijnlijk zijn dat de rechtspersoon fiscale winst zal behalen voordat de verliescompensatie en verrekeningsmogelijkheden expireren; of

c. de beschikbare voorwaartse verliescompensatie aanwijsbare oorzaken hebben, die zich hoogstwaarschijnlijk niet weer zullen voordoen; of

d. planning van fiscale winst mogelijk zijn, zodat de rechtspersoon fiscale winst kan creëren in de verslagperiode waarin de beschikbare voorwaartse verliescompensatie kan worden gerealiseerd en de verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut.

Kortom: de latente belastingvordering kan slechts worden geactiveerd voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee het verlies fiscaal kan worden gecompenseerd c.q. verrekend.

In de drie goedgekeurde jaarrekeningen zijn de latente belastingvorderingen een materiële balanspost. Eind 2015 is die 11.198.000 euro ofwel bijna 22 procent van het totaal van de (enkelvoudige) balans (51.043.000 euro) bij een negatief eigen vermogen van 1.455.000 euro. In de controlejaren 2015-2017 is er steeds een significant inherent risico (Standaard 200.A38; vanaf 2017 Standaard 200.A40) vanwege:

  • de omvang van de belastinglatenties in relatie tot de balanstotalen;
  • het schattingselement (en de daarmee samenhangende onzekerheid) ten aanzien van het activeren van de latentie als zodanig;
  • de bedragen van de activeringen.

Op grond van Standaard 200.15 moet de accountant de controles met een professioneel-kritische instelling plannen en uitvoeren en er rekening mee houden dat de jaarrekeningen op het punt van de latenties een afwijking van materieel belang kunnen bevatten. Uit Standaard 200.17 volgt dat de accountant voldoende geschikte controle-informatie moet hebben om het controlerisico terug te brengen tot een aanvaardbaar laag niveau, zodat deze een redelijke conclusie kan trekken om het oordeel op te baseren. Ook volgens Standaard 500.6 moet de accountant voldoende geschikte controle-informatie hebben.

Standaard 540 is van toepassing omdat het management heeft geschat dat het volledige verlies fiscaal binnen de termijn van negen jaren kan worden verrekend met winsten. Volgens Standaard 540.17 is voldoende geschikte controle-informatie nodig over de vraag of de beslissingen van het management over (de omvang van) de actieve belastinglatentie in overeenstemming zijn met het verslaggevingsstelsel.

De Accountantskamer bespreekt in dit verband de prognoses, de geleden verliezen en de continuïteit.

Prognoses

De accountant zegt dat hij de prognoses van het management heeft beoordeeld en de uitgangspunten en aannames hiervoor plausibel achtte. Op de zitting heeft de accountant dit in de ogen van de Accountantskamer echter niet goed kunnen onderbouwen. Wijzen op de komst van de businesscontroller in september 2015 en het instrument om de prognoses en managementrapportages op te stellen, is niet voldoende. Het gaat immers ook om de juistheid en volledigheid van de gegevens die door het management in dat model zijn ingevoerd.

De accountant heeft niet tegengesproken dat de prognoses die hem werden voorgelegd  geregeld werden ingehaald door de realiteit en dikwijls naar beneden moesten worden bijgesteld. Vanuit een professioneel-kritische houding had de accountant:

  • voldoende geschikte controle-informatie moeten hebben over de (betrouwbaarheid van de) prognoses;
  • moeten beoordelen of de onderliggende aannames van het management over de ontwikkeling van omzet, kosten en resultaat aanvaardbaar waren;
  • moeten beoordelen of de kans groter was dan 50 procent dat de geleden verliezen met toekomstige winsten fiscaal (volledig) gecompenseerd zouden kunnen worden;
  • moeten bezien of het management bij het maken van de schattingen wellicht te optimistisch wilde zijn (Standaard 540.21).

Zo is in de jaarrekening 2014 (uitdrukkelijk) geen belastinglatentie geactiveerd, omdat betrouwbare kwantificering en waardering van de mogelijkheid tot toekomstige verliesverrekening niet mogelijk waren. Vijf maanden later gaf de accountant echter een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening 2015, waarin de belastinglatentie volledig is geactiveerd. Het enkelvoudige verlies voor winstbelastingen bedroeg toen 27.216.000 euro, maar het management prognosticeerde voor 2016 een EBT van 3.800.000 euro negatief. Dat is een resultaatsverbetering van 23.416.000 euro in slechts één jaar. Die verbetering loopt door tot en met 2020, waarin een resultaat van 18.500.000 euro wordt voorzien. Mede door het ontbreken van controledocumentatie heeft de accountant niet aannemelijk gemaakt dat hij deze opmerkelijke verbetering heeft beoordeeld en aanvaardbaar heeft geacht vanuit een professioneel-kritische instelling op grond van voldoende en geschikte controle-informatie.

Dat het management binnen vijf maanden na de vaststelling en goedkeuring van de jaarrekening 2014 een volledig andere inschatting maakte, had de accountant bij zijn oordeel over de jaarrekening 2015 moeten betrekken. In zijn controledossier had hij behoren vast te leggen wat zijn overwegingen op dit punt waren. De Accountantskamer vindt het niet overtuigend genoeg dat:

  • de reisorganisatie een ervaren businesscontroller had aangesteld;
  • een extern bedrijf de administratie vanaf 2012 opnieuw heeft opgezet (de nieuwe administratie liet over 2012 en 2013 immers verliezen zien, terwijl de jaren 2014 en 2015 met verliezen van 15,6 respectievelijk 27,2 miljoen euro werden afgesloten).

De curator heeft een overzicht gemaakt van de prognoses die het management in de loop van 2016 heeft gemaakt:

  • in januari een EBITDA over 2016 van 4.777.000 euro bij een scenario met 280 fte en 5.504.000 euro bij een scenario met 333 fte;
  • begin mei een EBITDA van 600.000 euro negatief;
  • eind mei een EBITDA van 0 euro.

De accountant had zijn controlewerkzaamheden moeten afstemmen op de moeite die het management kennelijk had om een betrouwbare schatting van het resultaat te maken.

Uit het vervolg van het prognoseoverzicht blijkt, dat het management:

  • in september 2015 voor 2016 een omzet van 426.707.000 euro voorspelde;
  • in oktober 2015 een omzet van 281.000.000 euro voorzag;
  • de omzetprognoses in de loop van 2016 steeds naar beneden bijstelde;
  • de werkelijke omzet over 2016 uiteindelijk 191.116.000 euro bedroeg;
  • in 2017 vanaf 2019-2023 jaarlijks een omzetgroei van 20 procent prognostiseerde.

Laatstgenoemde toename van de omzet is opmerkelijk, omdat de omzet daarvoor in minder dan vier jaar (2019 t/m 2022) al zo ongeveer zou moeten verdubbelen. In februari 2018 was de prognose van de EBITDA 2017 500.000 euro. Medio april 2018 maakt het management een schatting (‘estimation’) ad 37.000 euro negatief en noemt de prognoses 2017 geen ‘forecast’ meer. Het werkelijk verlies voor winstbelasting bedraagt echter 3.696.000 euro. Ook na afloop van het boekjaar had het management er dus moeite mee het bedrag van de EBITDA betrouwbaar in te schatten. Niet alleen de prognoses van het management zijn in de loop van de tijd voortdurend neerwaarts aangepast, ook die van de accountant zelf. De accountant had hier bij de planning van zijn controlewerkzaamheden rekening mee moeten houden. Dat heeft hij niet gedaan en evenmin onderzocht in hoeverre het management neutraal was bij het opstellen van de prognoses, terwijl hier alle aanleiding voor was (Standaard 540.21).

Geleden verliezen

Uit RJ 272.312 volgt dat:

  • een verleden van verliezen een contra-indicatie is voor het activeren van een belastinglatentie;
  • er in die situatie voldoende sterke aanwijzingen moeten zijn dat er in de toekomst genoeg winst wordt gemaakt om de latente vordering te realiseren.

Omdat de onderneming nooit winst had behaald moest het management volgens deze Richtlijn en Standaard 540.17 voldoende sterke aanwijzingen hebben om te zeggen dat in de toekomst wel winst zou worden gemaakt. De opgelopen (compensabele) verliezen moesten immers binnen negen jaren worden benut om fiscale verliesverdamping te voorkomen.

Bij zijn controles heeft de accountant echter niet steeds professioneel-kritisch genoeg vastgesteld dat de aanwijzingen sterk genoeg waren om te zeggen dat:

  • de kans op voldoende fiscale winst groter was dan 50 procent;
  • de onderneming dus tijdig de beschikbare voorwaartse verliescompensatie kon benutten.

Onzekerheid over continuïteit

De onzekerheid over de continuïteit vloeide volgens de accountant voort uit de twijfels over het verkrijgen van voldoende financiering. De Accountantskamer vindt dat de accountant hierbij uit het oog verliest dat deze onzekerheid ook gevolgen kon hebben voor de beoordeling van de verliesverrekening. Binnen negen jaar na activering moest de onderneming immers zo veel winst maken dat de geleden verliezen volledig konden worden gecompenseerd. En om winst te maken was het bedrijf afhankelijk van (extra) financiering. De accountant had daarom de (jaarlijkse) onzekerheid over de continuïteit moeten betrekken bij de beoordeling van de activeringen.

Al met al heeft de accountant de controles in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid niet professioneel-kritisch genoeg uitgevoerd en onvoldoende onderzocht of de jaarrekeningen 2015, 2016 en 2017 voldeden aan het inzichtvereiste.

Ad 2 Controledossier

De accountant heeft geen enkele vastlegging uit zijn controledossier overgelegd. De accountant heeft erkend dat hij zijn overwegingen bij het aanvaarden van de activeringen beter had moeten vastleggen. Daardoor heeft hij niet voldaan aan Standaard 230.8. Het kan zijn dat hij de prognoses met het management heeft besproken. Volgens Standaard 230.10 had de accountant de bespreking van zo’n significante aangelegenheid als prognoses moeten documenteren, net als de aard, timing en omvang van de uitgevoerde werkzaamheden. Omdat hij dit heeft nagelaten, heeft hij ook op dit punt in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Maatregel

Tijdelijke doorhaling voor drie maanden. De controles zijn uitgevoerd met een onvoldoende professioneel-kritische instelling, waardoor de accountant drie goedkeurende controleverklaringen in het maatschappelijk verkeer heeft gebracht zonder deugdelijke grondslag. Dat moet hem worden aangerekend, mede omdat derden de jaarrekeningen hebben gebruikt bij het nemen van beslissingen. In dit geval stemde de Stichting Garantiefonds Reizen bijvoorbeeld bankgaranties af op basis van de (gecontroleerde) jaarrekeningen. Verder heeft de accountant zijn werkzaamheden rond de geactiveerde belastinglatenties niet aantoonbaar gedocumenteerd.

In het voordeel van de accountant spreekt dat hij sinds zijn inschrijving in 1995 niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat uit een kantoortoetsing blijkt dat hij de documentatie van zijn controlewerkzaamheden inmiddels op orde heeft.

Annotatie Lex van Almelo

In 2010 begint een IT-gedreven reisorganisatie met het aanbieden van reizen. Tot aan het faillissement negen á tien jaar later maakt het bedrijf alleen verlies. In boekjaar 2014 wordt er geen rekening gehouden met de mogelijkheid fiscale verliezen ‘voorwaarts’ te compenseren met een toekomstige winst. In de goedgekeurde jaarrekening 2014 is nadrukkelijk afgezien van het activeren van belastinglatenties, omdat het management niet in staat zegt te zijn een betrouwbare schatting te maken van het fiscaal gebruik van netto-verliezen. Het onvermogen om de omvang van het resultaat te schatten, blijkt de drie boekjaren daarna groot. De mogelijkheid verliezen te compenseren wordt desondanks geactiveerd. Het bedrijf maakt van 2015-2017 steeds verlies, maar poetst het eigen vermogen op door voor miljoenen euro’s mogelijke verliescompensaties op de balans te zetten. Het management zegt iedere keer het komende boekjaar winst te verwachten, stelt de prognoses gaandeweg herhaaldelijk bij, waarna steevast nieuwe verliezen volgen.

In de boekjaren 2015-1017 keurt een nieuwe accountant de jaarrekeningen zonder meer goed. Hij negeert de spelregels voor voorwaartse verliesverrekening en slikt de winstprognoses van het management zonder aanvullende controlewerkzaamheden uit te voeren. Ondanks de opgestapelde verliezen en twijfels over de continuïteit wegens het uitblijven van extra financiering. Uit boekenonderzoek van de Belastingdienst was bovendien gebleken dat het bedrijf de ob-aangiften niet onder controle had (met een naheffing als gevolg).

Bij gebrek aan voldoende geschikte controle-informatie missen de goedkeurende verklaringen een deugdelijke grondslag. De accountant was niet professioneel-kritisch genoeg en heeft bovendien niet gedocumenteerd waarom hij het activeren van de belastinglatenties aanvaardbaar vond.

Prognoses niet halen, is voor een ‘IT-driven start-up’ niet ongebruikelijk en focus op groei in plaats van kortetermijnwinst ook niet, zei hij tegen de tuchtrechter, die hem voor drie maanden schorste. Ik zou er haast aan willen toevoegen: een deugdelijke controleverklaring is bij een verliesmakende ‘IT-driven start-up’ extra belangrijk. Zeker als een externe partij, zoals de SGR, garanties afgeeft op basis van de jaarrekening.

reacties

Reageer op dit artikel

Spelregels debat

    Aanmelden nieuwsbrief

    Ontvang elke werkdag (maandag t/m vrijdag) de laatste nieuwsberichten, opinies en artikelen in uw mailbox.

    Bent u NBA-lid? Dan kunt u zich ook aanmelden via uw ledenprofiel op MijnNBA.nl.